RoermondPlaats in Limburg.algemeen=Uit 1593 dateert “Civitates orbis terrarum” waarin op blz. 17 een kort verhaal in het Latijn over de stad=In 1781 is keizer Joseph II [....-1790] in Roermond op doortocht naar Aken [Beringen, blz. 7]=Op 26 februari 1795 werd afgekondigd, dat men verplicht was voor de regering of de zogenoemde municipaliteit te trouwen, en dat alle kerkelijke huwelijken, zonder die van de regering onwettig zouden zijn [Beringen blz. 15]=Op 10 maart 1795 werd de boom der vrijheid geplant, "met groot musieck, onder het gelui der klocken en met vele ceremoniën" [Beringen, blz;. 15]=Op zondag 20 januari 1798 werd de boom der vrijheid geplant. Het was een eikenboom, versierd met linten van driederhande kleuren, gelijk de cocarden, te weten wit, blauw en rood. De planting ging vergezeld van muziek en zang [Beringen, blz. 27]=Op 6 februari 1798 werd gepubliceerd, dat alle blasoenen, wapenschilden of tekenen voor huizen en anderszins, binnen tweemaal 24 uren moesten worden weggehaald, op straf van confiscatie van zulke huizen of plaatsen ten voordele van de Republiek [Beringen, blz. 28].=Op 1 mei 1798 werd gepubliceerd, dat men niet moest vieren de zondagen, maar de decadi of tiendagen en dat men alsdan onder zware straf geen publiek werk mocht doen [Beringen, blz. 29].=Op 2 mei 1798 werd geaffigeerd dat alle koopmansboeken, rekeningen en verdere zaken van belang geschreven moesten zijn op getimbert papier, onder straf van 30 guldens [Beringen, blz. 29]=Op 9 november 1801 is een feest gehouden binnen Roermond wegens de generale vrede [Beringen, blz. 36]=In 1822 is de eerste dienst gedaan in de synagoge van de Joden. Noteert dat de Joden in vroegere jaren hier in Roermond niet mochten wonen, ja vijftig jaar geleden hier niet mochten overnachten [Beringen, blz. 42]=in 1826 is Roermond één van de drie plattelandsarrondissementen. Het arrondissement omvat 76 gemeenten met 77.326 inwoners [Gosselin, blz. XXXIII]belastingentiendenOp 2 juli 1796 werden door de Fransen alle tienden en cijnsen afgeschaft, waardoor de meeste geestelijke instellingen als kloosters, kapittels en andere grote schade werd toegebracht. Hieruit zijn grote geschillen ontstaan tussen de boeren die zich bedienden van de Franse publicatie en de geestelijkheid, die zich beriepen op de kerkelijke ordonnanties en voorschriften van de concilies [Beringen, blz. 16]bestuurschepen=Derich Hoeft is in 1456 schepen in Roermond [Adel1925, blz. 98]=Petrus vna Lom was schepen [Gens Nostra, blz.
domeinDe Fransen gaven in 1797 bons uit. Papieren ter grootte van ⅓ van een blad met het merkteken van de Republiek en een nummer. Iedere pater kreeg een bon van 15.000 livres , de lekebroeders naar rato. De bons waren gemaakt om daarmee goederen te kopen uit de domeinen [Beringen, blz. 17]economie=Nijverheid van enige betekenis ontwikkelt zich in het Gelderse gebied eerst in de loop van de 13de eeuw wanneer in sommige steden, zoals b.v. in Roermond, een lakennijverheid ontstaat [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 165]=De akkerbouw in het oostelijk deel van het "Overkwartier", met name op de toendertijd steeds meer in exploitatie genomen löss-gebieden bij Straelen en Aldekerk, begon omstreeks het begin van de 13de eeuw zelfs voldoende omvangrijk te worden om export van graan mogelijk te maken. Deze uitvoer vond ten dele plaats via Roermond en Venlo, een omstandigheid, die mede steun gaf aan de opkomende handelsbedrijvigheid in genoemde plaatsen [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 165]=In Roermond, dat beschikte over een oost-west verbinding van Keulen naar Antwerpen, werden uit diverse richtingen producten aangevoerd, die voor een groot deel naar andere bestemmingen werden verzonden. Dit was - behalve met het re Roermond geproduceerde laken - het geval met rogge, vlas en wede, landbouwproducten uit het Gulikerland en uit het Gelderse "Overkwartier". =Ook steen, kalk en mergel werden te Roermond verhandeld, evenals zout, vis, diverse wijnsoorten en hout [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 173]=Op 19 mei 1796 hebben burgers de haven gemaakt door de Roer in de Maas te leiden. Er is vrijwillig aan meegewerkt, anderen hebben geld gefourneerd [Beringen, blz. 16]geestelijkheidAlle kerken en kloosters werden gesloten. De geestelijken getransporteerd buiten Roermond. Na het sluiten van al deze kerken maakten de burgers bìdplaatsen in die huizen van de stad, die daartoe geriefelijk waren. Het licht en al de andere onkosten werden door de burgers met liefde betaald. In december 1797 kwam er een verbod tegen die bijeenkomsten, als strijdende tegen de wet. Iedere burger die zijn huis tot zulke bijeenkomsten openstelde, zou met de gendarmes naar de gevangenis gesleept worden en volgens de wet gestraft worden [Beringen, blz. 26]
gemeente=in 1910 groot 988 hectare met 14.013 inwoners; de gmeente omvat ‘t Zandt, Woerd, Roer, Hatenboeren Broekin [Wink, blz. 1016]=in 1968 een gemeente met 37.000 inwoners; de gemeente omvat Asenraij, Broekhin, Gebroek, Hatenboer, Leeuwen, deels Maalbroek, Maasniel, Roer, Schöndeln, Spik, Straat, Thuserhof, deels Weerd [ter Laan, blz. 354]
oorlog=Op 1 januari 1790 werden de keizerlijke adelaren afgedaan en de Gelderse wapens in de plaats gesteld. Op 13 januari 1790 kwamen de Brabantse patriotten in Roermond [Beringen, blz. 9]=Op 6 december 1790 werden de Brabantse patriotten ontwapend door een groep burgers onder aanvoering van de heer baron van Bylandt [Beringen, blz. 10]=Op 1 maart 1792 overleed de “sachtmoedigen en mildadigen” keizer Leopold II. Op 10 december 1792 verlaten de keizerlijke troepen de stad Er zijn maatregelen getroffen om een spoedige inval van de Fransen te beletten [Beringen, blz. 10]. Op 11 december 1792 verschijnen de Fransen in de stad [Beringen, bz. 11]=Op 4 maart 1793 werden de Fransen bij Swalmen aangevallen door de Pruissen, die echter moesten retireren. Op dezelfde dag werden de Fransen bij Meerhem geattaqueerd; ze verlieten die nacht de stad. In de morgen van 5 maart 1793 kwamen de Keizerlijke troepen binnen. Drie dagen lang heeft de stad zware inkwartieringen gehad, die met duizenden de Fransen vervolgden.“... soo dat te bemerken is, dat één middelmatige burger heeft in quartier gehad en te eeten moeten geven aen 30 tot 40 jae tot 50 man” [Beringen, bz. 11]=In juli 1794 waren er een menigte vluchtelingen uit Frankrijk en Brabant [Beringen, blz. 12]. Op 3 oktober 1794 verlieten de keizerlijke troepen stilletjes de stad [Beringen, blz. 13]. Op 4 oktober 1794 kwamen enkele Franse huzaren in de stad die enige heren om enkele kronen vroegen en om “hunne horlogieën”, die ze uit angst ook afstonden [Beringen, blz. 13]=Op 13 januari 1814 zijn de Fransen onder de maréchal Duc de Tarante vertrokken [Beringen, blz. 39]
sociale situatie=In de maanden juni tot in augustus 1795 heeft men hier zo'n verschrikkelijke duurte in de granen gehad, dat het onmogelijk zal schijnen te geloven aan onze nakomelingen. Een malder tarwe kostte 150 schillingen van 28 cen , een malder rogge 114 schillingen en de andere granen naar rato. Een roggebrood van tien pond heeft men verkocht voor 36 stuiver Kleefs; met één woord gezegd, alle eetwaren zijn aan een hoge prijs geweest. Tot nagedachtenis aan deze ongelukkige tijden kan ik getuigen dat verscheidene mensen, met het geld in de hand, menige dag zonder brood zijn geweest, vermits de granen niet te bekomen waren. Ikzelf heb 15 stuivers moeten betalen voor de aardappels, die dienden voor een middagmaal van zes personen [Beringen, blz. 15]=In het jaar 1800 hebben wij zo een verschrikkelijke droogte beleefd, dat er weinig boekweit, aardappelen en potagie gewassen is. De droogte is begonnen op 21 of 22 juni, en heeft geduurd tot 20 augustus zonder enige regen of donder, zodat vele mensen genoodzaakt zijn geweest aan hun vee stro en meel te voederen. Voor de boter moest betaald worden 16 stuiver Kleefs het pond. Er zijn bijna geen beken meer met water voorzien geweest. Ja ware de Roermondse watermolen er niet geweest, dan zou men gebrek aan gemaal van granen gehad hebben omdat het binnen veertien dagen ook niet gewaaid had [Beringen, blz. 35]=In mei 1816 is het begonnen met regenen en dit heeft geduurd de gehele zomer door, weinige dagen en weinige nachten zijn er geweest van warmte. Indien men alles bijeen rekent zijn er geen acht dagen geweest van zonneschijn en warm weer. De regen heeft geduurd de zomer, de herfst en tot de gehele winter. Men heeft bijna geen zon meer zien schijnen en het was een onvruchtbaar jaer. Er was weinig rogge en tarwe en bijna geene boekweit. Alleen de gerst en de haver was menigvuldig geweest. De duurte van de levensmiddelen was voor de burgerij verschrikkelijk, want de rogge is bij het begin van de oogst betaald geworden tegen zes Franse kronen het malder[dat is eenmud, 64 kop, 7 maatjes] en steeg vanaf de maand september meerder en meer in prijs, zodat gedurende het grootste deel van het jaar tot de volgende oogst toe de rogge heeft gekost twee-en-veertig gulden het malder. De tarwe kostte 54 gulden en zo de overige granen naar advenant. Drie maanden voor de oogst zijn de vruchten op het hoogst geweest, zodat een roggebrood van 10,75 pond 50 stuiver Kleefs kostte. De aardappels syn op het laatst verkocht geworden tegen vier fransche kroonen het malder, de boekweit ad 48 gulden, de gerst ad 44 gulden het malder. Ware het zake geweest dat er geen rogge uit het Oosten was gekomen, dewelke is gearriveerd twee maanden voor de oogst, dan was er een volle hongersnood ontstaan in het gehele land. Het volk was zo uitgeput en de nood was zo hoog gestegen dat, alhoewel de oogst van 1817, uitgezonderd op de zware landerijen, aan rogge en tarwe zeer goed gelukt was, echter de nieuwe rogge seffens betaald werd tegen 40 guldens het malder en zo naar rato de andere granen [Beringen, blz. 40]= In het jaer 1816 kostte één brood 50 stuivers, nu -in 1822- kost het 10 stuivers, en alle granen naar rato. Een malder aardappelen kostte toen 24 gulden en nu 3 gulden, ja in de maand april maar 30 stuiver. De boter kost maar 6 stuiver het pond, en de groenten zijn zo goedkoop, dat er genoeg om niet worden gegeven [Beringen, blz. 42]weer=Op 9 november 1800 's namiddags tussen 14.00 en 15.00 uur is er een geweldige stormwind ontstaan, die tot 20.00 uur geduurd heeft, en in onze stad en andere steden en dorpen grote schade veroorzaakt heeft. Onze parochiale kerk is wel verdorven voor 400 of 500 kronen, een gedeelte van de kerk van de voormalige Kruisheren is ingestort, een muur van het klooster der gewezen Minderbroeders en een van het gewezen convict of Jezuïetenklooster zijn ingeslagen. Ook nog een huis, een schuur en een kamer van drie verscheidene personen, een menigte van schoorstenen, daken en glazen zijn vernield. In één woord, ik geloof, dat er niet één huis in Roermond is geweest, of het is aan vensters, glazen, daken, schoorstenen of elders beschadigd geworden. De straten waren 's morgens allen bedekt met pannen en leien, lood en blik uit de goten, gemengd met hout, stukken stenen, kalk en glas. Het was of in de nacht onze stad door de vijand beschoten was geweest [Beringen, blz. 35-36]. =in de winter van 1801-1802 is er grote schade door overstroming van de Roer en de Maas [Beringen, blz. 36]=Begin november 1824 is de Maes en de Roer zo hoog geweest, dat het water heeft gestaan tot in de eerste huizen van de Kolenstraat en een halve voet boven de oliebank van onze molen; en zo is het water blijven staan omtrent acht dagen, en is dan zeer langzaam vermindert en gevallen [Beringen, blz. 43]=In de maand juni 1829 is het begonnen met regenen en het heeft veel geregend tot 15 oktober 1829. We hebben 7 maal hoog water gehad; 5 maal is het water van Maas en Roer zo hoog geweest, dat het op twee of drie trappen na op de Kaay heeft gestaan. Maar nochtans is het een vruchtbaar jaar geweest zowel wat granen betreft als groentes [Beringen, blz. 43]
BRONNENliteratuurAlberts, Beide I, pp. 79 (13e e), 89 (14e e), 167(1580) Andreae/Downer, Plakkatenlijst, p. 17 (1578-1632) Avis, Directe, p. 10(1287)
Baelde, Domeingoederen, p. 149 (1551) Becht, Statistische, pp. 141(1535), 187(1633) Beringen, Sebastiaan van, Kronijkje der stad Roermond beginnende met de komst van Keizer Joseph II en eindigende met de troonsbeklimming van Leopold I, Koning der Belgen (1781-1831) (ed. Jos. Habets). Ch. Hollman, Maastricht 1865Beurden, A.F. van, De Handelingen van den Magistraat der stad Roermond 1596-1696 In Limburg's Jaarboek IX (1903)Braun, Georg/Hogenberg, Franz, Civitates orbis terrarvm: Vrbivm Praecipvarvm Totivs Mvndi Liber Tertius, Coloniae Ubiorum, 1593, blz. 17Bree, Inventaris
Dingemans, Inventaris, pp. 62 (18e e), 63 (17ee) Doorman, Brouwerij, pp. 21 e.v. (1294-95), 74 (id)
Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XXXIIHaak, Plooierijen, p. 101 (17e e)
Jansen, Lombardiers, pp. 433 (1380), 434 (1565)Jansen de Limpens, K.J. Th., Rechtsbronnen van het Gelderse Overkwartier van Roermond, Utrecht 1965Jansen de Limpens, K.J.Th., Geldersche Wijsenissen van het Hoofdgerecht te Roermond, utrecht 1953
Linssen, J., Enige rechten van de graven van Gelre te Roermond, in: Publications de la Société hist. dans le Limbourg, deel XCII/XCIII, 1956-1957, blz. 125 e..v.Linssen, J., Over de wording van Roermond als stad, in: Historische opstellen over Roermond, Roermond 1951
Maasgouw 1879-1881, pp. 6 (1472-1727), 272 (1547), 458 (1548), 508 (1446); 1882-1885, p. 846 (1478); 1886-1887, p. 25 (1529); 1893, pp. 92 (1308), 93 (1348); 1896, p.59 (1237); 1907, p.29 (1574)Meerdink, C.J., Roermond in de Middeleeuwen. Roermond, Romen, 1909 Meester, Geschiedenis I, p. 119(1519)
Navorscher III, p. 364 (1460); XXI, p. 551 (1277);XXIII, p.633 (16e e)Niermeyer, Over, p. 26 (14e e)Nuyens, Inventaris, pp. 121 (1840-52), 145 (1814-18), 181(19ee)Nijhoff, Oud, pp. 60 (1501), 64 (1528)
Sivré, Klokken, p. 113(1702)Sloet, Toestand, pp. 404 e.v. (1543)Veen, Bijdrage, p. 50 (1545)Venner, Inventaris, pp. 17 (15e e), 107 e.v. (1672), 113 (1581), 145 (1619-20), 146 (1622), 151 (1680), 155 (1677), 166 (1789), 179 (1694), 201 (1366)Wijnpersse, Statistiek, pp. 385 (1854), 395 (1853)Zijp, Strijd, p. 43(1543)