Noord-BrabantOok NoordbrabantalgemeenStaats-Brabant, met uitzondering van Maastricht en omstreken die aan het Franse Departement-van-de-Neder-Maas waren afgestaan, volgens de Staatsregeling van 1801 een afzonderlijk departement werd van de Bataafse Republiek [Witkamp1, blz. 171] =Bij besluit van HHM van 20 september 1805 werden aan Staats-Brabant toegevoegd: Ravestein, Megen, Gemert, Boxmeer, Oeffelt en Bokhoven [Witkamp1, blz. 171]=In 1807 kwamen er bij: de heerl. Klundert, Zevenbergen, Hoge-en-Lage-Zwaluwe, Drimmelen-en-Standhaze, de dorpen van de Langestraat, de steden Geertruidenberg en Heusden, en de heerlijkheden van het Land van Heusden ten zuiden van de Oude Maas, te weten Oud-Heusden, Baardwijk, Drunen, Vlijmen, Herpt, Hedikhuizen, Onzenoord en Engelen [Witkamp1, blz. 171=Van Gelderland werden Oijen en Dieden daarbij ingelijfd. Van Zeeland kwam daaraan, bij besluit van 13 april 1807, de polder van Hinkelenoord, en bij besluit van 3 mei 1809 de heerlijkheid Nieuw-Vossemeer. Bij tractaat van 11 november 1807 te Fontainebleau gesloten, verkreeg het departement, in ruil voor Lommel en het zuidelijk uiteinde van Eersel, de heerlijkheid Luiksgestel.Het was in 3 kwartieren verdeeld, waarvan het eerste 's Hertogenbosch, het tweede Eindhoven en het derde Breda tot hoofdplaats had [Witkamp1, blz. 172]=Toen bij het tractraat van Parijs, van 16 Maart 1810, Brabant aan het Franse Keizerrijk werd afgestaan, werd de oosthelft van Brabant (het land ten oosten van de Donge) onderdeel van het toen opgerichte Departement-van-de-Monden-van-den-Rijnen de westhelft tot het Departement-der-Beide-Nethen [Witkamp1, blz. 172]=Bij het vaststellen der grondwet van maart 1814 is de provincie gevormd. Het bevatte het voorm. Staats-Brabant, Staats-Vlaanderen, Staats-Limburg en Staats-Opper-Gelder, benevens al de in 1800 door Frankrijk aan de Bataafsche-Republiek gecedeerde landen, met uitzondering van Oeffelt, dat weer aan Pruissen kwam. Ook bleven Oijen en Dieden daaraan [Witkamp1, blz. 172]=Aanvankelijk werd nochtans een afzonderlijke commissie van bestuur voor het voormalige Staats-Limburg en Staats-Gelder ingesteld, van wie de werkzaamheden van 24 januari 1814 tot 1 januari 1815 duurden. De provincie veranderde aanmerkelijk van gedaante door het besluit van 20 juli 1814, waardoor Staats-Vlaanderen daaraan werd ontnomen, maar die delen van Holland en Zeeland weer daaraan werden toegevoegd, die onder het koninkrijk Holland bij Brabant waren gevoegs. Een nieuwe vergroting verkreeg het op 10 februari 1815, toen het Land-van-Altena, alsmede de noordwesthelft van het Land-van-Heusden, twee Hollandsche districten, daarbij werden ingelijfd [Witkamp1, blz. 172].=Overeenkomstig de grondwet van 1815, gingen het voormalige Staats-Limburg en Staats-Opper-Gelder, benevens de gemeente Lommel aan de toen gevormde provincie Limburg, op 9 okktober 1815, over [Witkamp1, blz. 172]=In 1826 is Den Bosch de hoofdplaats en is de provincie verdeeld in 10 steden en 7 plattelandsdistricten. De 10 steden zijn Den Bosch, Tilburg, Breda, Oosterhout, Bergen op Zoom, Eindhoven, Grave, Willemstad, Heusden en Geertruidenberg. In deze 10 steden wonen 56066 inwoners. De zeven plattelandsdistricten zijn: Boxmeer (29), Boxtel (26), Waalwijk (34), Helmond (24), Oirschot (31), Prinsenhage (14), Rozendaal (17). De nog niet genoemde steden Rozendaal, Steenbergen, Zevenbergen, Klundert en Woudrichem behoren tot één van de districten. Achter de districten staan genoemd de aantallen gemeenten die daartoe behoren, 175 in totaal, met een bevolking van 254.317 personen [Gosselin, blz. XXXI].=in 1905 groot 5128 km2 met 597.534 inwoners [Wink, blz. 202]=op 1 januari 1910 groot 512.387 hectare met 628.089 inwoners. Er zijn 184 gemeenten [Wink, blz. 863]=in 1968 waren er 1.725.000 op 5097 km2 [ter Laan, blz. 294]belastingendirecteur directe belastingen en accijnzen=in 1820 is H.B. Martini directeur der Directe Belastingen en der Accijnsen in de Provincie Noord-Brabant [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XX]directeur der registratie en domeinen=Pieter Lodewijk Albertus Collard was directeur der registratie en domeinen in de provincie Noordbrabant [Leeuw1886, blz. 34]bestuuralgemeen=De vertegenwoordiging der provincie bestond in 1814 uit 56 leden, te weten10 uit de ridderschap, 26 uit de steden en 19 uit de eigenerfden. Als volksvertegenwoordigers van de steden werden benoemd uit Maastricht 5, 's Hertogenbosch 4, Breda 4, Tilburg 3, Bergen-op-Zoom 2 en Oosterhout 2 leden; uit Eindhoven 1, Geertruidenberg 1, Grave 1, Helmond 1, Heusden 1, Venlo 1 en Willemstad 1 lid.commissaris van de koning=in 1884 was Jhr. mr. Paul Jean Bosch van Drakestein commissaris van de koning in de provincie Noord-Brabant [Leeuw1884, blz. 83]gouverneur=mr. Ant. J.B. Borret is gouverneur [ANF1888, blz. 81]ridderschap=Ludovicus Johannes Hubertus ridder van der Schueren [1800-1886] was lid [Leeuw 1886, blz. 41]=Jhr. Franciscus Amandus Gabriel Alexander Boreel de Mauregnault [5 juli 1857 Oirschot-....1887] , was lid van de ridderschap van Noord-Brabant [Leeuw1887,, blz. 52]oorlogNadat Mansfelt in 1590 naar Frankrijk vertrok met een leger rukte Maurits in september Brabant binnen, en bemachtigde Hedel, Hemert, Crêvecoeur, Steenbergen en de Schans ter Heide; geen wapenfeiten van groot belang, maar de goede uitslag boezemde het leger en de veldheren zelfvertrouwen in en gaf de Staten moed tot grotere ondernemingen Zo besloten deze eindelijk de raad van Willem Lodewijk op te volgen, en in het volgende jaargetij de oorlog aanvallenderwijs te gaan voeren. Na lang en rijp beraad bewilligden de provinciën aanmerkelijke sommen tot buitengewone toerusting: drie duizend voetknechten en driehonderd ruiters werden, boven het gewone getal, in dienst genomen, en al wat een leger te velde behoeft in het geheim gereed gemaakt [...]. Alles tezamen,schoten er niet meer dan acht duizend man te voet en achttienhonderd ruiters over om in het veld te gebruiken [Fruin, Tien, blz. 89]. In het algemeen stonden de Nederlanders als weinig krijgshaftig bekend. Van de noordelijke gewesten leverde alleen Gelderland vrij goede soldaten . Maar aan vreemdelingen was geen gebrek, zolang de soldij niet ontbrak: Schotten en Engelsen waren er veel in het Nederlandse leger, minder Fransen vooralsnog, maar des te meer Duitsers [Fruin, Tien, blz. 90]
rechtspraak=er is in 1911 een gerechtshof in Den Bosch, twee rechtbanken [Den Bosch, Breda] en dertien kantongerechten te Den Bosch, Oss, Heusden, Waalwijk, Veghel, Boxmeer, Eindhoven, Oirschot, Breda, Oosterhout, Zevenbergen, Bergen op Zoom en Tilburg [Wink, blz. 864]
ridderschapIn 1814 is mr. Maarten Bowier benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 30]. Voorts Willem Frederik van Bylandt [Adel1925, blz. 36] Voorts Willem Anna Lodewijk van Gronsfeld Diepenbroeck heer van Rees [Adel1925, blz. 52], Anne van Dopff [Adel1925, blz. 55], Jacob van der Dussen [Adel1925, blz. 58], Charles Emile Marie Maur Lambert Servais graaf de Geloes d 'Elsloo [Adel1925, blz. 71], mr. Jacob Willem Half-Wassenaer [Adel1925, blz. 84], Diederik Johan Francois Hogendorp [Adel1925, blz. 99], Jan Baldewijn Joseph Hendrik Otto Anton van Hugenpoth tot den Beerenclaauw [Adel1925, blz. 103], Jacob Charles van Kretschmar [Adel1925, blz. 116], Johannes Baptista Franciscus Wilhelmus de Raet [Adel1925, blz. 166], Frans Jan Jacob Joseph van Sasse van Ysselt [Adel1925, blz. 187], Onno Adolphe Marc Willem de Senarclens [Adel1925, blz. 195], Jacob Dirk Sweerts de Landas [Adel1925, blz. 215], Jan Diederik van Tuyll van Serooskerken [Adel1925, blz. 224], Antonius Josephus Joannes Caspar de Voocht [Adel1925, blz. 231]In 1815 wordt Jan Reinhart Gerard van Reede benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 172], Jean Louis Trip van Zoudtlandt [Adel1925, blz. 223]In 1839 is jkhr mr. H.B. Martini van Ouwerkerk is lid van de ridderschap van Noord-Brabant en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal [Aa, Aard 1, blz. XXVI; Leeuw1883, blz. 88]In 1886 is jhr. mr. Joan de Jonge van Zwijnsbergen [1821-1881] lid van de ridderschap van Noord-Brabant [Leeuw1886, blz. 80]statengedeputeerde statenalgemeen=in 1911 bestaat G.S. uit zes leden [Wink, blz. 864]personenJhr. Jos. de la Cour [1840] is lid van GS [Wie is dat, blz. 108]gouverneur=In 1820 is C.G. Hultman Staatsraad en Gouverneur van Noord-Brabant [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XVII]=op 20 april 1842 wordt Anton Joseph Lambert Borret [1782-1858] gouverneur [NNBW 1911, blz. 421]provinciale staten [1814-1861]algemeen=in 1911 telt P.S 64 leden. Daarvan zijn 6 lid van de Eerste Kamer en 11 van de Tweede Kamer [Wink, blz. 864]personen=mr. Martinus van den Acker is van 9 september 1850 t/m 4 juli 1871 lid van PS namens Eindhoven [Repertorium]=Godefridus Adrianus Emanuel van Aefferden [1762-1831] is van 20 september 1814 t/m 1815 lid van PS namens Venlo [Repertorium]=R, Middelkoop [1818-1885] was notaris en lid van provinciale staten van Noord-Brabant [Leeuw1885, blz. 52]=Johannes Petrus van den Brandeler [1834-.....] was lid van P.S. van Noord-Brabant en burgemeester van Oud en Nieuw Gastel [Leeuw1887, blz. 32]=in 1883 was Andries van der Poest Clement lid van PS [Leeuw1883, blz. 21]=Petrus Jacobus Joseph de Wit [1869-......] was lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant[Wennekes, Expeditie, blz. 44]BRONNENliteratuurAa, A.J. van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorcum 1839, deel I, blz. XXVIGosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XXXINieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. XVII, XXWennekes, Rolf, Expeditie “Middeleeuwen”, Mannen met baarden?, in: Gens Nostra 2025/1, blz. 37-42