DeventerStad in Overijssel. Ook Daventria [1593] , Devonturumalgemeen=in 760 al genoemd; door de Saksers verwoest [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152; Wink, blz. 359]=Keizer Karel de Kale maakt op 20 juni 877 beschikkingen omtrent goederen, die aan de abdij van St. Bertin toebehoren, waaronder ook goederen in Deventer [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 81, blz. 91].=in 882 zijn er plunderende Noormannen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152; Wink, blz. 359]=Uittreksel uit 893 uit een register van goederen der abdij Prüm, o. a. te Oldenzaal, in Teisterbant en te Deventer [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 86, blz. 93].=Koning Zwentibold bevestigt op 24 juni 896 de St. Maartenskerk in het Oude Trecht in het bezit van den tiend van alle domeingoederen aldaar, van de voogdij over de mannen der kerk en van vrijdom van lasten te Dorestad, Deventer, Tiel en andere plaatsen [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 88, blz. 94]. =Koning Hendrik I bevestigt in de periode april 920-februari 931 de St. Maartenskerk in het Oude Trecht in het bezit van de tiend van alle domeingoederen aldaar, van de voogdij over de mannen van de kerk en van vrijdom van lasten in Dorestad, Deventer, Tiel en andere plaatsen [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 97, blz. 101]=Koning Otto I schenkt op 30 december 952 aan het klooster te Maagdenburg het gehele landgoed, toebehoord hebbende aan zijn tante Uota, gelegen in en om Deventer in de gouw Hameland, in het graafschap van Wichman [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 119, blz. 119]=Op 2 juli 956 geeft Otto I enige goederen in en om de stad aan de kerk in Maagdenburg [Groot Charterboek deel 1 blz.40]=in 1046 door een schenking van keizer Hendrik III met andere delen van Overijssel gebracht onder de bisschop van Utrecht [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152; Busching, Nieuwe, VI, blz. 12]=in 1251 brandt de Lievenskerk af [Busching, Nieuwe, VI, blz. 30]=in 1334 brandt de Lievenskerk opnieuw af en een derde deel van de huizen in de stad. De opbouw vindt deels plaats met giften van steden en dorpen [Busching, Nieuwe, VI, blz. 30]=in 1336 verpandde Jan van Diest, de 45e bisschop van Utrecht de stad Deventer met het grootste deel van Overijssel aan Reinold II graaf van Gelre vanwege financiële problemen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 154-155]=Deventer, waarschijnlijk de grootste stad in de Oostelijke Nederlanden, had in de tweede helft van de 14de eeuw waarschijnlijk ongeveer 5000 inwoners [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 169-170]=in 1448 en 1485 werd het stadsrecht vastgesteld [Hogenstijn, Burgerboeken, blz. 171]=in 1495 door keizer Maximiliaan tot Rijksstad verklaard en daarmee onder bescherming van de keizer [Busching, Nieuwe, VI, blz. 27]=vanaf 1545 sprake van kleinburgers en grootburgers [Hogenstijn, Burgerboeken, blz. 171]=in 1559 wordt Deventer een bisdom. Het heeft tot 1591 geduurd [Busching, Nieuwe, VI, blz. 28; Wink, blz. 359]=Uit 1593 dateert “Civitates orbis terrarum” waarin op blz. 33 een kort verhaal in het Latijn over de stad=in 1634 koopt de magistraat het gebouw de Bruineberg naast het stadhuis voor 400 Brabantse schilden. Het wordt de vergaderplaats van Gedeputeerde Staten [Busching, Nieuwe, VI, blz. 34]=in 1642 werd het stadsrecht opnieuwvastgesteld [Hogenstijn, Burgerboeken, blz. 171]=het raadhuis wordt in 1691 hersteld [Busching, Nieuwe, VI, blz. 34]=in 1774 wordt de Noorderbergertoren afgebroken [Busching, Nieuwe, VI, blz. 35]belastingenalgemeen=het is een zeer opvallend feit, dat een zó kleine gemeenschap als een laat-middeleeuwse stad zó veel en dikwijls zó omvangrijke opgaven en verplichtingen te vervullen had en ook vervullen kon, en nog wel met relatief geringe financiële middelen. Bouwen van stadsmuren, poorten en openbare gebouwen, oorlogsvoering, bestuur, armenzorg, schoolwezen, waren voor een stedelijke gemeenschap van ongeveer 4000 in woners tamelijk kostbare aangelegenheden [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 171]=in het stadswijnhuis vinden jaarlijks inzettingen en verpachtingen van de stadsaccijnzen, imposten en andere inkomsten plaats [Busching, Nieuwe, VI, blz. 34]ambtenaren=in 1839 is mr. L. Engelenburg arrondissements-inspecteur te Deventer (Aa, Aard 1, blz. XXII)=in 1840 is F.E.A. baron van Ittersum controleur der belastingen [Aa, Aard2, blz. IX]=Oudejaarsdag 1923 verlaten twee ambtenaren van de actieve dienst te Deventer de heer W. Smit en J. Montagne de dienst met pensioen en voor deze gelegenheid was het kantoor een feestelijk aanzien gegeven [Weekblad der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen 1924, jrg 53, nr. 2688, blz. 11]burgergeld=om burger te worden moest burgergeld worden betaald, ....vooral een middel om de instroom van sociaal zwakkeren tegen te gaan [Hogenstijn, Burgerboeken, blz. 171-172]Katertol=in 1241 verkrijgt Deventer de Katertol van de abdis van Elten [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152]=in 1336 twist met Amsterdam over het betalen van de Deventer Katertol [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152]=na herhaalde bemiddelingen wordt het geschil in 1388 opgelost [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152]weiderechtzij die het volle burgerrecht hebben mogen jaarlijks drie koeien, één bul en één paard op de weide te drijven tegen betaling van een daler [koe], tien stuivers [bul] en/of drie gulden [paard]. Deze burgers heten ook wel grasburgers. Toezicht vindt plaats door zgn weigraven, onder wie doorgaans de twee jongste schepenen en twee uit de Gezworen Gemeente [Busching, Nieuwe, VI, blz. 41; Hogenstijn, Burgerboeken, blz. 171]bestuuralgemeende stadsregering bestaat uit 24 leden [tot i.i.g 1591]. In 1591 vanwege het feit dat geen 24 [geschikte] hervormden gevonden konden worden, door prins Maurits verkleind naar 16 leden, daarvan twaalf schepenen en vier raden. Worden Edelhoogachtbare heren of magistraat genoemd. Ze hebben 4 secretarissen. Er wordt dagelijks vergaderd om recht te spreken en de stad te besturen [Busching, Nieuwe, VI, blz. 35, 38-39]. Daarnaast bestaat het Kollegie van Gemeentslieden. ook de Gezworen Gemeente, voor het leven verkozen. Tot 1591 bestaande uit 96 leden, vanaf die tijd uit 48 leden [8 wijken, ieder 6 leden]. Als een lid uit de wijk Polstraat overlijdt of elders wordt benoemd kiezen de leden die de Polstraat vertegenwoordigen een nieuw lid uit de wijk. Ze vergaderen 4-5 maal per jaar. Ze vertegenwoordigen de burgerij [Busching, Nieuwe, VI, blz. 35]. De Gezworen Gemeente kiezen in een jaarlijkse plechtige bijeenkomst de schepenen en raden. Uit iedere wijk wordt één lid "uitgeboond". Die stemt niet mee om het staken van stemmen te voorkomen. De overige vijf [keurnoten] in elke wijk kiezen twee personen, "de wyste, nuttigste en bekwaamste" geschikt als schepen of raad. Dat behoeven geen nieuwe personen te zijn, ook de zittenden kunnen verkozen worden. De schepenen hebben voorrang boven de raden. De verkiezing moet worden goedgekeurd door de stadhouder [Busching, Nieuwe, VI, blz. 36-37]burgemeester-de benaming borgemeester wordt gebezigd voor elk van de 16 leden van de stadsregering, schepenen en raden [Busching, Nieuwe, VI, blz. 35]. De oudste burgemeester vervult de functie die eertijds toekwam aan de schout of baljuw, nl. het doen van de eis en vorderen van recht in lijfstraffelijke zaken [Busching, Nieuwe, VI, blz. 37]=Pieter van Mouwick [...-1538] was burgemeester [Verwoert2, blz. 81] -Johan van Hemert is burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 296].-Willem Marienburg [1590-1648] is burgemeester [zie DDB]-Jonker Balthasar Boedeker [1540-1617] is heer van Veenhuis en burgemeester van Deventer [NNBW 1911, blz. 379]=Arend Lemker was burgemeester [Verwoert2, blz. 13] =Anthony Bouwer was burgemeester [Navorscher 1853, blz. 6]=Johannes van der Beeke of Beeck is in 1655 burgemeester van Deventer [ChalmotBio2, blz. 199,284; NNBW 1911, blz. 297]-in 1675 wordt Gijsbertus Cuperus burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 142]-In 1742 zijn Joan van Suchtelen, Rudolff Jordens e Hendrik Podt burgemeester en cameraar [Leeuw1883, blz. 58]-in 1748 is mr. A. Persoon burgemeester (Hildebrand, Reglement, blz. 1)-In 1786 is mr. Damiaan van Doornink burgemeester [Chalmot1, blz. IV]-In 1786 is J.J. Fockinck burgemeester en cameraar [Chalmot1, blz. IV]-In 1786 is C.A. Jordens burgemeester [Chalmot1, blz. V]cameraarIn 1786 is J.J. Fockinck burgemeester en cameraar [Chalmot1, blz. IV]magistraat=Bernt ten Grotenhuis zit van 1521 tot 1534 in de magistraat van Deventer [Adel1925, blz. 80]schepen=Steven van Rhemen was in 1539 schepen van Deventer [Werner, blz. 65]schout=de schout of baljuw is al snel in Deventer in onbruik geraakt secretarisGerhard Dumbar [......-1787] is secretaris van Deventer [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 172]Gerrard Dumbar [1683-.....] is secretaris van Deventer. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon [Kok13, blz. 55]A.H. Cramer is in 1787 secretaris van de stad [ChalmotBio2, blz. 284]H. van Loghem [1775-1843] was secretaris van Deventer [Verwoert2, blz. 29]gezworeneIn 1786 is mr. S.C. Lemker lid van de gezworen gemeente [Chalmot1, blz. VI]economie=Over het bezoeken van de markt te Harderwijk en het verbod naar die van Deventer te gaan, 1463 [Gonnet, Inventaris, blz. 67]=Hanzestad, in 1790 kleding en accessoires in hertsleer, bier, peperkoek, ijzersmelterij en ijzergieterij, transitogoederen vanuit Duitsland, streekmarktfunctie [Busching, Nieuwe, VI, blz. 27]=elke van de drie hoofdsteden heeft muntrecht naast het muntrecht dat de Staten hebben [Busching, Nieuwe, VI, blz. 28]=in 1968 blikfabriek, vleeswaren, koek, textiel, drukkerijen, uitgeverij, chemiegemeentealgemeen=in 1910 groot 1466 hectare met 28034 inwoners [Wink, blz. 359]=in 1968 waren er 61.000 inwoners. Tot de gemeente behoren Platvoet en Borgele [ter Laan, blz. 84]secretaris=In 1820 is H. van Loghem [1775-1843] secretaris van de stad [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XIX; Verwoert2, blz. 29]wethouder=Gerhard Johan Leonard Ankersmit [1844] is wethouder in Deventer [Wie is dat, blz. 21 ]=in 1968 waren er 61.000 inwoners. Tot de gemeente behoren Platvoet en Borgele [ter Laan, blz. 84]lenen=het erf Honichlo is in door de Staten van Overijssel in leen gegeven aan Wilhelm Dois, de burgemeester van Deventer. Zijn weduwe verkoopt na zijn overlijden het erf aan Geerlich Lippinkhof [Jacobs, Familie, blz. 235] oorlog=in 1578 wordt de Lieve Vrouwe kerk door Saksers verwoest [Busching, Nieuwe, VI, blz. 30]=in 1570 wordt een aanslag voorbereid door Willem I maar flinke sneeuwval staat eraan in de weg [Busching, Nieuwe, VI, blz. 38] =van 1570-1578 door de Spanjaarden bezet; Pacieko is de Spaanse gouverneur in de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 38]=op 19 november 1578 door graaf Rennenberg onder het gezag van de Staten gebracht [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 38]=in 1582 wordt de schans aan de overzijde van de rivier geslecht [Busching, Nieuwe, VI, blz. 25] =op 29 januari 1587 door de Deventer gouverneur William Stanley in handen van de Spaanse gouverneur van Zutphen Taxis gespeeld [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 38]=op 10 juni 1591 herovert prins Maurits de stad op zijn neef graaf Herman van den Bergh Er is door Duitse en Waalse troepen veel huizen afgebroken om brandhout te hebben [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 30, 38-39; Fruin, Tien, blz. 101]. Voor de veroverde steden was het een geluk door de Staten veroverd te wezen. Onder de overheersing van de vijand waren Deventer, Zutphen en Nijmegen tot ontvolkte puinhopen vervallen. De meeste burgers waren voor de moedwil van het krijgsvolk gevlucht, hun achtergelaten have was door de bezetting opgeteerd, de woningen zelfs tot brandhout of afbraak gesloopt [Fruin, Tien, blz. 109]=in 1597 wordt bij de stad een aarden wal gemaakt met zeven bastions [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 24-25]=tot in 1672 is de stad in handen van de Staten [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 39]=op 22 juli 1672 veroverd door Keulse en Munsterse troepen en bezet door de Munsterse bisschop van Galen om, werd beweerd, Deventer als vrije Rijksstad weer in het Duitse Rijk in te lijven [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 39]=in 1674 verlaten de Franse troepen de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153; Busching, Nieuwe, VI, blz. 39-40]=op 20 september 1787 begint een Pruissische bezetting [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153]=de in 1556 afgedankte schutterij was lange tijd rond 150 man groot [Busching, Nieuwe, VI, blz. 25] =In 1790 is in elk van de acht wijken is er een vendel voor wachtdiensten [Busching, Nieuwe, VI, blz. 38]=de Fransen verlaten eerst op 26 april 1814 de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 153]rechtspraakofficier van justie=in 1845 was mr. Coenraad Alexander van Munster Jordens officier [Horst, Brief, blz. 331]rechtbank=mr. Jan Gerard de Witt Hamer werd in 1850 kantonrechter te Oostburg , bij Z. M . besluit van 11 maart 1856 wer4d hij benoemd tot president bij de arrondissementsrechtbank te Deventer en bij opheffing van die rechtbank, in 1877 benoemd tot vice-president bij de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden [Leeuw1885, blz. 65].substituut-officier =in 1826 is C.A.. van Munster Jordens substituut officier Gosselin, Vervolg, blz. XI]BRONNENliteratuurAcquoy, J., Cameraarsrekeningen van Deventer. Zesde deel. Eerste stuk. 1382, 1383. Deventer, De Lange, 1902. Alberts, Betrekkingen Alberts, Bijdrage, p. 338 (m.e.)Alberts, Cameraarsrekeningen (1447)Alberts, Geschiedenis, p. 158 (1350)Alberts, Oudste, p. 54 (m.e.)Andreae/Downer, Plakkatenlijst, p. 19 (1046)Becht, Statistische, pp. 115(1580), 141 (id)Berkenvelder, Groei, p. 179 (1241)Buitenrust Hettema, F/Telting, A., Een bezoek aan een Nederlandsche stad in de XIVde eeuw. 's-Gravenhage , Mart. Nijhoff, 1906 Braun, Georg/Hogenberg, Franz, Civitates orbis terrarvm: Vrbivm Praecipvarvm Totivs Mvndi Liber Tertius, Coloniae Ubiorum, 1593, blz. 33Busching, Nieuwe, VI, blz. 12, 22Chijs, Munten, blz. 22 (m.e.)Doorman, Brouwerij, pp. 37 (14e e), 78 (1339-1401),91-92(14ee)Doorninck, Bijdrage, pp. 237 e.v. (18e e)Doorninck, J.J. van, Catalogue der Archieven van het Groote (vroeger Heilige-Geesten-) en Voorster Gasthuis te Deventer (1267-1815), 1e stuk, vel 1-17. Zwolle,1878 Doorninck, Regesten, p. 34 (1550)Doorninck, Welke, p. 72(1437)Doorninck/Uitterdijk, Bijdragen, p. 265 (1490)Dumbar, mr. Gerhard, Kerkelijk en Wereldlijk Deventer, Deventer 1732E.H J. XII, pp. XXXV-XXXVI (1591-93)Elte, Monopolie, p. 228 (1726)Formsma, Nieuwe, p. 125 (1654)Fruin, Informacie, blz. 15 (1514) Goes, Register I, pp. 115 e.v. (1528)Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, Vervolg, blz. XIGosses, Stadsbezit, pp. 21 (1123; 1401), 24 (1123), 29(1403)Henne, Histoire VII, p. 163(1544)Heyden/Hermesdorf, Aantekeningen, p. 142Hogenstijn, C.M., Bladeren in Deventer Burgerboeken, Deventer 2023Hogenstijn , Clemens, De Burgerboeken van Deventer als genealogische bron, in: Gens Nostra 2024/3, blz. 170-175Horst, Hans van der, Een brief uit 1845: wie was de weledele Juffrouw Mejuffrouw, en wie de teder geliefde ?, in: Gens Nostra 2024, nr. 6, blz. 323-332Jacobs, Frans, De familie Lippinkhof in Losser, in: Gens Nostra jrg 78, 2023/4, blz. 235Kuile, Ontstaan, p. 572 (10e- 12e e)Kuile, Rechtskundige, p. 70 (1406)Meester, Geschiedenis I, p. 28 (1340)Meyer, Menselijke (14e- 15e e)Molhuysen, Remonstrantie (16e e)NavorscherX, p. 164 (1446)Neve, Rijkskamergerecht, p. 141 (1582)Niermeyer, Honderd, p. 77 (1394)Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. XIXNijhoff, Archief, p. 40 (1607)Racer, Gedenkstukken, deel 2, blz. 203-205 (1418), 207 (1418), 213-215 (id), 321 (1457)Rees, Geschiedenis I, pp. 59 (1276), 60 (1278)Schevichaven, Rijk, p. 49 (14e e)Sloet, Toestand, pp. 412 e.v. (1515; 1543)Snijder van Wissenkerke, Privilegiën, pp. 111-115 (19e e)Sylvanus, Gualterus, Beschryving van Deventer T.S. Drenthe, p. 57 (1395)T.S. Overijssel I, pp. 8-10 (1241), 79 (1328), 90 (14e e); II, pp. 43 (10e e), 44 (17e e), 47 (id), 53 (1367), 186 (1578), 241 (1536; 1346), 242 (1510), 273 (1615), 276 e.v. (1620), 307 (1407), 310 (1525), 313 (1536); III, pp. 46 e.v. (14e e), 50 (1367), 51 (1380), 54 (1401), 57 (1450), 58 (1453), 60 (1463), 70-71 (1576), 80 (1591), 87 (1670), 88 (1674), 112 e.v. (15e e), 124 (16e e), 147 (Rep), 148 (1576; 1589), 156 e.v. (12e-15e e), 165 e.v. (Rep), 178 e.v. (14e-16e e); IV, p.32 (1444)Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 142, 152-155Voorthuysen, Mercantilisme, p. 31 (1593)Werner, H.M., De Geldersche Toren, in: Geldersche Volksalmanak 1881, blz. 37-67
Wijnpersse, Statistiek, pp. 384 (1854), 395 (1853)