CulemborgPlaats in Gelderland in de Neder-Betuwe, gelegen aan de rivier de Lek. Ook Cuilenborg, Cuijlenborg, Cuijlenborch, Culenborg, Culenborch, Cuilenborch, Culenburgh [1281], Kuilenborch, Kuilenburg, Kuilemburg, Kuijlenburg of Kuylenburgh. algemeen=Zou in 1144 gesticht zijn door Roelof, heer van Beusichem [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]=Kort voor 1270 bouwt Huibert II een kasteel=In 1351 wordt het kasteel door Johan III afgebroken en verplaatst; de stad wordt vergroot=Op 12 februari 1433 wordt vrijgeleide verleend voor de kooplieden en ingezetenen van Kuilenburg om in Calais handel te komen drijven (Nijhoff, blz. 15)=In 1570 en 1578 stroperijen door Spanjaarden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]=In 1638 ontstaat er twist; de SG bemiddelt; de ruzie wordt bijgelegd [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]=Tot in de 17e eeuw waren de huizen meestal van hout en met riet of stro gedekt. In 1647 werd men verplicht om, ter voorkoming van brand, niet langer riet of stro te gebruiken [Kalkhoven, blz. 6]
belastingenalgemeen=De belastingen waren naar onze berekening ontzettend, drukten het meest, ja zelfs loodzwaar, op de mindere mensen. Alle levensbehoeften waren zwaar belast [Kalkhoven, blz. 10]. bede=Rond Pinksteren 1356 belooft hertog Willem van Beijeren aan de heer van Kuilenburg dat de kosten van de oorlog tegen de bisschop en de stad Utrecht uit de eerste bede zullen worden betaald (Nijhoff, blz. 12)fraude =Ontduiken was een hardnekkig probleem. Ongelooflijk snel volgden de ordonnanties tegen ontduikingen elkaar op; van de tien publicaties zijn er dan ook wel zeven daartegen gericht [Kalkhoven, blz. 10]. gemaalaccijns=Het koren moest op de stadsmolens gemalen worden, tegen een vastgestelde prijs en naar en van den molen gebracht worden tegen een vaste prijs met de stadsmolenkar [Kalkhoven, blz. 10]. naturabijdragen=boeren moeten hun mest afstaan voor het maken van waterkeringen, moeten met hun karren mest vervoeren, moesten bij vloed wachtlopen [Kalkhoven, blz. 10]. ontvanger=Alexander Hendrik Rutger Metelerkamp [1872-.....] was ontvanger der directe belastingen, laatst te Culemborg [Leeuw1885, blz. 15]tol=Op 6 december 1355 verleent Willem, graaf van Holland tolvrijheid in Holland en Zeeland aan de poorters van Kuilenburg (Nijhoff, blz. 10)=In 1618 gaat Floris II op gezantschap naar Denemarken ter vereffening van de geschillen over de Sontse tollen (Nijhoff, blz. 33)vrijdom=Rond 1680 betaalde elk huis 8 stuivers aan nachtwakersgeld: doch de regering, de heren van het bestuur, waren daarvan uitgezonderd, en eerst op 3 februari 1688, toen dat nachtwakersgeld op 12 stuivers per jaar werd gebracht, werd door de toen regerende graaf Gustaaf Frederik verordend, dat de heren van het bestuur voortaan ook zouden moeten betalen [Kalkhoven, blz. 10]waaggeld=Geen ons boter kon op de markt verkocht worden of het moest in de kleine waag gewogen worden [Kalkhoven, blz. 10]
bestuuralgemeen=Het kwam voor dat meerdere leden van een familie zitting in de vroedschap hadden, bijvoorbeeld in 1681 leden van de familie Gaesbeecq [Kalkhoven, blz. 10]=de lagere functies werden vergeven door het bestuur burgemeester=Frederik van Winssen [1551->1617] was in 1602 en 1604 burgemeester [Dael, Zoek, blz. 71]=Jan van Winssen [....-1616] was burgemeester [Dael, Zoek, blz. 71]=in 1681 was Antonij van Gaesbeecq burgemeester [Kalkhoven, blz. 10]drostalgemeen=De drost verving de heer bij diens afwezigheidpersonen=Henrick Bentinck is in 1586 drost van Culemborg [NNBW 1911, blz. 300]drossaart=Hendrik Bentink is drossaart van Woudrichem en Kuilemburg [Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 289]=in 1566 is Willem van Nijevelt heer van Aartsbergen drossaard [Kok1, blz. 103]raad=in 1589 was Libert Meerhouts raad van Culemborg [Dael, Zoek, blz. 75]schepen=In 1671 is Emanuel Frederik van Montfoort schepen van Culemborg.schoutalgemeen=Ook richter. De schout staat boven de burgemeesters [Kalkhoven, blz. 10]=De schout deed de gewone rechtspraak. De schepenen vormden de rechtbank [Kalkhoven, blz. 10]personen=Ernst van Abcoude van Meerten is schout van Culenburch [Leeuw1883, blz. 29]=in 1681 was Jodocus van Gaesbeecq schout [Kalkhoven, blz. 10]secretaris=in 1681 was Gerard van Gaesbeecq secretaris [Kalkhoven, blz. 10]=Jan Walbeek was vrijheer van Tienhoven en secretaris van de stad Culemborg [Leeuw1886, blz. 82]
economie=Op 12 februari 1433 verwerft de stad het recht om onbelemmerd wol te kopen in Calais en daar zonder te worden bemoeilijkt, ook weer te vertrekken [Kalkhoven, blz. 9]=Aanvankelijk landbouw en veeteelt. Voorts paardenfokkerij, hooiteelt, granen, fruit, zijdeweverijen. Rond 1740 was er een jeneverfabriek. Later, in 1757, een fabriek voor geweren, die ruim 175 arbeiders had toen het bedrijf al slecht ging; de fabriek werd door de Fransen gesloten en afgebroken [Kalkhoven, blz. 7-8]=In Culemborg waren de volgende gilden: het Koopmansgilde [<1432], het Sint Agatha- of Kleermakersgilde [1432], het Sint Crispijns- of Schoenmakersgilde [<1480], Sint het Johannes- of Bijlhouwersgilde [<1484], het Schippersgilde [1511]; het Sint Eloy- of Smidsgilde [1511], het Zakkendragersgilde [1642], het Voermansgilde [1657], het Bakkersgilde [1658]; het Sint Severus-of Weversgilde [1671] [Kalkhoven, blz. 8-9]=In 1861 werd er aan de vele nevenactiviteiten van de distillateur A.J. van Hoytema een nieuwe, in de vorm van een glasblazerij, daaraan toegevoegd. Van Hoytema & Co was toen al één van de grootste exporteurs van jenever in ons land, die naast een distilleerderij beschikte over een eigen kistenmakerij [Arendonk, blz. 33]
financiën=Op 12 mei 1409 belooft hertog Willem van Beijeren aan Hubert elk vierendeeljaars 1000 Engelse nobelen en daarboven 1000 Engelse nobelen per jaar voor het gemis van de heerlijkheid Weerd (Nijhoff, blz. 13)=Op 2 december 1413 bekent hertog Willem aan Hubert schuldig te zijn 2000 Engelse nobelen en 4257 Franse kronen (Nijhoff, blz. 13).=Op 23 augustus 1418 bekent hertog Jan van Brabant schuldig te zijn aan de heer van Kuilenburg 26.000 gouden kronen en verzekeren hem die uit de bede van Zeeland te zullen betalen (Nijhoff, blz. 14)=Op 22 april 1420 erkent hertog Jan van Brabant aan de heer van Kuilenburg schuldig te zijn 39.147 Wilh. schilden 25 gr (Nijhoff, blz. 14)=Hertog Jan van Beijeren "bewijst" op 14 mei 1424 Jan, heer van Kuilenburg, in mindering op wat hij hem schuldig is, 15.000 Holl. schilden, binnen vijf jaar uit de bedegelden in Holland te ontvangen (Nijhoff, blz. 14)=Filips Hertog van Bourgondië belooft op 13 augustus 1425, te zullen betalen, wat de Hertog van Braband en Jan van Beijeren aan zijne onderzaten in Holland schuldig gebleven waren (Nijhoff, blz. 14). =Arnold hertog van Gelre belooft in 1446 Gerard, heer van Kuilenburg de schade en het verlies te vergoeden die hij "om zijnentwil" in de oorlog geleden had (Nijhoff, blz. 16). gemeentealgemeen=in 1910 groot 2724 hectare met 8925 inwoners [Wink, blz. 714]=in 1968 zijn er 14.000 inwoners [ter Laan, blz. 77]burgemeester=mr. Jacobus Gijsbertus Everwijn was burgemeester van Buurmalsen, Tricht en Culemborg [Leeuw1887, blz. 28]
graafschapalgemeen=in oktober 1555 werd de heerlijkheid tot graafschap verheven [Kalkhoven, blz. 4]=onafhankelijk soeverein gebied [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]=leen van vorstendom Gelre [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]=droeg niets bij aan de gemenelandsmiddelen [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]=de graaf beschikte bij zijn bestuur over raden =als bannerheer wegens heerlijke goederen in Gelre, stem op de landschapsvergaderingen [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]=de Gelderse Staten nemen regelmatig het standpunt in dat het deel is van Gelre [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]personen=Op 21 november 1555 verheft Karel V ten gunste van Erart de zoon, de heerlijkheid Kuilenburg tot een graafschap [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]. Diens zoon Floris van Pallant [1537-1598] is erfgenaam. (Nijhoff, blz. 6, 21). Floris wordt door Karel V op 24 oktober 1555 tot ridder geslagen (Nijhoff, blz. 24; Verwoert2, blz. 126). =In het "Pacta dotalium", dat in 1564 werd gesloten tussen graaf Floris I van Culemborg en zijn vrouw, gravin Elisabeth van Manderscheid, werd overeengekomen dat dochters uit dit eerste huwelijk na het overlijden van een van de echtgenoten zouden worden uitgesloten van de erfenis van de heerlijkheid Palant, in tegenstelling tot mannelijke erfgenamen uit een later huwelijk. Indien de mannelijke nakomelingen – waarvoor een fideicommissum gold – vervielen, hadden de dochters uit het eerste huwelijk recht op de erfenis vóór die uit latere huwelijken [DDB].=In 1598 overlijdt Floris. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Floris II [1576-1639] [Verwoert2, blz. 126]=Floris II overlijdt kinderloos. Zijn halfzuster Elisabeth heeft een dochter Anna, gehuwd met Wolrad graaf van Waldeck en Pyrmont. . Na de dood van graaf Floris II van Culemborg kwam het landgoed Palant in het bezit van Anna, geboren markgraaf van Baden en Hachberg en gravin van Waldeck, de moeder van eiseres [DDB]. Anna kreeg twee zoons. De oudste was Filips Theodoor.Hij volgde in het graafschap op=De Staten betwisten met regelmaat de souvereiniteit van het graafschap. In 1640 gelasten de Staten de graaf om zijn aandeel in de gemene lasten te voldoen (Nijhoff, Overzigt, blz. 1)=Hendrik Wolraad [1642-1664], graaf van Waldeck-Eisenberg en Culemborg, neemt op 30 maart 1664 en op 9 april 1664 stelling tegen de mening dat de ingezetenen uit schelmen, dieven, bankroetiers en moordenaars bestonden [Kalkhoven, blz. 7]=in 1675 staakten de Staten de procedures over souvereiniteit en rechtsgebied [Nijhoff, Overzigt, blz. 1]=Filips Theodoor overlijdt in 1645 (Nijhoff, blz. 7) =Tot 1657 beschikte de heer van Kuilenburg over bezit op de Veluwe in Manen onder Ede, in Veenendaal, etc.)=Zijn zoon Henrik Wolrad volgt hem op. Tot 1659 onder de voogdij van oom George Frederik. Daarna zelfstandig totdat hij in 1664 sterft. Hij wordt opgevolgd door graaf George Frederik (Nijhoff, blz. 7)=In 1675 worden de procedures over de souvereiniteit en het hoge rechtsgebied door de Staten stopgezet (blz. 1-2).=Graaf George Frederik is in functie tot 1692. Hij wordt opgevolgd door zijn oudste dochter Louise Anna. =In 1696 worden de goederen in de Neder-Betuwe verkocht (onder Leede en Oudeweerd. Lienden en de Marsch, Kesteren, Ommeren, Ingen, Eck, Maurik en Rijswijk) (Nijhoff, blz. 25)=Anna overlijdt in 1714. Het graafschap gaat daarna over naar haar neef Ernst Frederik Hertog van Saksen, zoon van zus Sophia Henrietta. Hij verkoopt het graafschap in 1720 aan de Staten van het kwartier Nijmegen voor f 800.000 [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]=in 1740 bestaat het graafschap uit ongeveer 4000 morgen land [Kalkhoven, blz. 5]=De Staten dragen het in 1748 op aan Willem IV, prins van Oranje Nassau (Nijhoff, blz. 7; [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141)=Tot 1795 onafhankelijk grafelijk gebied. Slechts door een leenband verbonden met het vorstendom Gelre. Draagt niet bij aan de gemene middelen van Gelre of Holland. In de landschapsvergadering van Gelderland heeft de graaf als bannerheer zitting en stem. De Staten betwisten met regelmaat de souvereiniteit van het graafschap (Nijhoff, blz. 1). =In 1795 wordt het graafschap toegevoegd aan Gelderland (Nijhoff, blz. 1).
heerlijkheidalgemeen=De heerlijkheid Culemborg werd ingesloten door de heerlijkheden Redichem, Caets of Caetshage, Lanxmeir of Lanksmeer, Pavijen of Pavegia, Parijs en Goilberdingen [Kalkhoven, blz. 5]=Tot de taken en bevoegdheden van de heer behoren: het vaststellen van de gildeverordeningen, verkiezing van de overlieden, het benoemen van de leden van de stadsregering, goedkeuring verordeningen en belastingen [Kalkhoven, blz. 8-9]personen=Roelof van Bosinchem [....-1174] stichtte in 1144 kasteel Culemborg [Kalkhoven, blz. 18]=zoon Huibert de Schenk, ook Hubert II van Bosinchem , volgde op ; hij was getrouwd met Johanna dochter van Zweder van Zuilen
=Rond 1240 wordt geboren Hubert I van Culemborg, ook Hubert de III van Bosinchem. Op 4 juli 1281 werd Hubert beleend met een stuk grond, dat bekend zou zijn onder de naam Kuilenburg. In 1281 bevrijdt Hubertus de Bosinchem, erfschenker van de bisschop van Utrecht, een hoeve lands, waarop hij in Kuilenburg een slot had gebouwd, van de leenplicht waarmee het was verbonden aan de proostdij van San Salvator, later het kapittel van Oud Munster [Nijhoff, Overzigt, blz. 4]. Het slot draagt hij op aan Reinald, graaf van Gelre, en ontvangt het van hem weer te leen. In 1309 is hij overleden [Nijhoff, Overzigt, blz. 4]]
=Hubertus wordt opgevolgd door zoon Jan of Johan van Beusinchem of Beuzichem [....-1322]. Hij is getrouwd met Margareta, de enige dochter van Gerard van Maurik. De goederen van van Maurik gaan over naar van Beusichem [ Chalmot, Biographisch deel 2, blz. 277; Gelders Archief 0370; Nijhoff, Overzigt, blz. 4; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 44]=Jan verleent in 1318 stadsrecht en maakt Culemborg tot een vrijplaats voor wetsovertreders [Kalkhoven, blz. 6-7]
=In 1322 volgt zoon Hubert [........-1347] vader Jan op. Hij trouwt met Jutta, dochter van Peter, heer van der Leck en verwerft daarmee de heerlijkheid Weerd en Weerderbroek in Munsterland. Hij koopt bovendien aan de heerlijkheden Schalkwijk, Everdingen en Goilberdingen, Honswijk en Zijderveld (Nijhoff, Overzigt, blz. 4).=Schuldbekentenis uit 1336 van de graaf van Gelre voor Hubrecht den Schenck, groot 2000 pond [Gelders Archief 0370]=Acte uit 1341, waarbij Jan van Culemborg aan zijn broer de heer van Culemborg zijn huis te Culemborg en verdere goederen te Culemborg en Lanxmeer overdraagt [Gelders Archief 0370]
=In 1347 wordt hij opgevolgd door zijn zoon Jan of Johan [....-1377], heer van Culemborg (Nijhoff, Overzigt, blz. 4). =Hij wordt in 1351 door de graaf van Holland bevestigd in het bezit van de heerlijkheid van der Leck (Nijhoff, blz. 12)=Stukken uit 1363 en 1367 betreffende de boedelscheiding tussen Johan, heer van Culemborg, en zijn broers Gerrit en Peter [Gelders Archief 0370; ]=Eduard hertog van Gelre benoemt hem tot ambtman van Bommelerwaard en Tielerwaard, Beesd en Renooi. Hij overlijdt kinderloos in 1377.
=Zijn broer Gerard of Gerrit I [....-1394] volgt hem in 1377 op [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 134; Nijhoff, Overzigt, blz. 4]. =hij is in 1371 getrouwd met Berte of Beerte van Egmond [Gelders Archief 0370; ]=Stukken uit 1378 en 1381 betreffende de boedelscheiding tussen Gerrit, heer van Culemborg, en zijn zusters aangaande de nalatenschap van hun broer Johan, heer van Culemborg [Gelders Archief 0370; ]=Door hem wordt de stad in 1387 uitgebreid [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]
=In 1394 treedt zijn zoon Hubert in zijn plaats (Nijhoff, Overzigt, blz. 4). =Acte van boedelscheiding uit 1394 tussen Hubrecht, heer van Culemborg, en zijn broeder Johan [Gelders Archief 0370]=In 1396 komt hij door opdracht van Henrik, heer van Vianen, in het bezit van de heerlijkheid Over-Zijderveld en koopt heer Jan van Zulen rechtsgebied daar in de omgeving (Nijhoff, Overzigt, blz. 5). =Hubert trouwt in 1405 met Jolenta, dochter van de heer van Gaasbeek. In 1406 is hij ambtman van de Bommeler- en Tielerwaard (Nijhoff, Overzigt, blz. 5).=Op 12 mei 1409 draagt Hubert de heerlijkheid op aan Holland [Nijhoff, Overzigt, blz. 5]. Hij wordt op 2 maart 1417 door Jacoba van Beijeren aangesteld tot drost en rentmeester van Ter Leede en Schoonrewoerd en -op 6 maart- tot kastelein van Leerdam, daarna -op 19 april- tot tresorier en kanselier van Holland. Hij blijft kinderloos en overlijdt in 1422 (Nijhoff, Overzigt, blz. 5, 13-14).
Hij wordt opgevolgd door broer Jan/Johan IV (Nijhoff, Overzigt, blz. 5). Onder hem wordt de stad in 1422 uitgebreid [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 141]. De heerlijkheid Beusichem gaat in 1431 deels door verpanding over naar Culemborg [Nat. Archief 1.08.06]
=In 1452 volgt zijn oudste zoon Gerard hem op. Hij is getrouwd met Elisabeth van Buren, vrouwe van Ewijk. Gerard koopt in 1461 van Jan heer van Gymnich de heerlijkheden Lienden, Leede en Oudewaard met de goederen te Ommeren en te Manen op de Veluwe (Nijhoff, Overzigt, blz. 5).
Hij wordt in 1469 opgevolgd door zoon Jasper, die in 1480 overlijdt (Nijhoff, Overzigt, blz. 5). =In 1472 bevestigt Arnold, hertog van Gelre, de vrijheden en voorrechten van de heren en de stad Kuilenburg en de verbintenissen in het verleden met hen aangegaan.
=Diens zoon is eveneens Jasper. Hij volgt in 1480 zijn vader op en wordt door Maximiliaan aangesteld tot gouverneur en drost van Leerdam=In 1506 overlijdt Jasper zonder zonen. Hiermee eindigt de Beusichemse tak.
Zijn dochter Elisabeth volgt op. Via één van haar vooroverleden echtgenoten, Antoni van Lalaing, heer van Montigny, valt haar de heerlijkheid Hoogstraten toe. Ze overlijdt kinderloos in 1555 (Nijhoff, blz. 6).=Anna, de tweede dochter van Jasper, gehuwd met Jan heer van Pallant, hebben een zoon Erart. In 1520 verheft Karel V Pallant en Witthem ten gunste van Erart tot vrijheerlijkheden. rechtspraak=De schout deed de gewone rechtspraak. De schepenen vormden de rechtbank [Kalkhoven, blz. 10]=De graaf van Waldeck, Pyrmont en Kuilenburg handhaaft in 1664 de stad Kuilenburg niet langer als vrijplaats [Gonnet, Inventaris, blz. 34-35]waterstaat=van juli 1342 tot december 1343 stonden de Betuwe en de Tielerwaard goeddeels onder water [Kalkhoven, blz. 5-6]=op 5 juli 1696 werd Cornelis de Pan tot heemraad aangesteld, doch die betrekking werd door zijn vader, Antonie de Pan tot aan zijn dood waargenomen waarna de genoemde Cornelis in functie trad [Kalkhoven, blz. 10]
BRONNENliteratuurAlberts, Geschiedenis, p. 13 (m.e.)Arendonk, Bert, De Glasblazerijen, De geschiedenis van de Nederlandse glasblazerijen en de productie van gebruiksflessen in de 17e, 18e en 19e eeuw, in: Ons Voorgeslacht, DigitheekAvis, Directe, pp. 54 (1427), 93 (15e-16e e)
Bekjes, Kostbaarheden
Dael, Philip van, Op zoek naar de herkomst van de Culemborgse Van Winssens, in: Ons Voorgeslacht 2025, jrg. 80, nr.. 780, blz. 68-81
Gosses, Stadsbezit, p. 11(1318)
Heuff, Oprichting, pp. 473 e.v. (1580)Heuff, Zandweg, p. 125(1773)Hofman, Toback
Kalkhoven, J.D.J., Geschiedenis van Culemborg, Van Dam & Van der Marck, Culemborg 1890 [bekeken t/m blz. Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 103
Navorscher IX, p. 99 (18e e)Neve, Rijkskamergerecht, p. 139 (1431)Nijhoff, I.A., Overzigt van het archief afkomstig van het graafschap Kuilenburg, in: BVGO 1e reeks, deel 1, Arnhem 1837, blz. 1-48
Ordonnantien, Culenborg(1728)
Schevichaven, Rijkstol, p. 46 (1585; 1644)Schilfgaarde, A.P. van, Het archief der heeren en graven van Culemborg, Ministerie van O.K. en W 1949, 3 delenSchotel, G.D.J., Floris I en II van Pallant, Graven van Culemborg, in: BVGO 1847, blz. 91-96Sickenga, Omwenteling, p. 16 (18e e)
Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 44, 141Voet van Oudheusden, A.W.K., Historische beschryvinge van Culemborg, Utrecht 1753
Wijnpersse, Statistiek, p. 385 (1854)