Plaats in Utrecht bij Loenen aan de westzijde van de Vecht. Ook Ter Aade, Ecclesia de Aa en Aha, Aa, Aadealgemeen=Onder Keizer Otto I (Otto de Grote) is al bekend dat het gebied Ter Aa toebehoort aan Graaf Hatto. Deze vergrijpt zich aan de keizerlijke majesteit. Het Sticht en de stad Utrecht worden door hem geterroriseerd en de scheepvaart op de Vecht onmogelijk gemaakt. Als straf worden al zijn goederen op 21 april 953 verbeurd verklaard en voor het merendeel, o.a. Loenen, aan bisschop Balderik van Utrecht [917-977] geschonken [Bruin1, blz. 2; Kok1, blz. 7]. =In de middeleeuwen was het oorspronkelijke Ter Aa verdeeld in een deel dat later tot het gerecht Loenersloot-Oukoop-Ter Aa behoorde en een ander deel dat zelfstandig bleef. Het kasteel Ter Aa en de kerk in het dorp Nieuwer ter Aa lagen in dit zelfstandige deel [Wikipedia] =In 1798 werden beide delen samengevoegd en in 1801 weer ontvoegd [Wikipedia]=Per 1 januari 1812 werd het gerecht samen met onder meer Loenersloot bij Loenen gevoegd. Per 1 januari 1818 werden de voormalige gerechten Ruwiel, Breukelerwaard en Ter Aa samengevoegd tot de gemeente Ruwiel [Wikipedia]=De gemeente Ruwiel bestond tot 1 april 1964, waarna een groot deel van de gemeente, waaronder Ter Aa bij Breukelen werd gevoegd. Vervolgens werd Breukelen per 1 januari 2012 bij Stichtse Vecht gevoegd. Het ten noorden van het gerecht Breukelerwaard gelegen gerecht Ter Aa dient niet te worden verward met het ten westen van de rivier de Aa gelegen gerecht Oud Aa [Ahoud, Inventaris, blz. 10]. Huis ter Aa=In de 10e eeuw moet er al een versterkte plaats hebben bestaan, die we Huis ter Aa noemen, ook Aha. De gift is bevestigd op 6 juni 975 door Otto II. [Halma, Tooneel, blz. 1-2; Monde, Utrecht, blz. 403-404; Aa, Aard1, blz. 8; Laan, Restauratie; Kok1, blz. 8; De Navorscher deel 10, 1860, bl. 362; Muller, Openbare, blz. 9 ; Buitelaar Stichtse, blz. 117; Baron Sloet., Oorkondenboek, blz. 103, nr.107; Winter, Middeleeuwers, blz. 86; Heussen, Kerkelijke, blz. 30; Mieris, Groot, blz. 44; Manten, Breukelen, blz. 135; Muller, Oudste, blz. 7, 28, 260; Clercq/Muller, Regesten, blz. 6; Allan, Stad, blz. 36; Craandijk, Wandelingen, blz. 304; Diest Lorgion, Kerkgeschiedenis, blz. 67; Dist Lorgion, Geschiedenis, blz. 98; Hoogstraten, Groot, blz. 2; Manten, Breukelen, blz. 135; Muller, Openbare, blz. 19; Rijk, Wandelingen, blz. XXIII; Smids, Schatkamer, blz. 259; Verwoert, Handwoordenboek1, blz. 1; Witkamp, Geschiedenis, blz. 511; Witkamp, Aardrijkskundig, blz. 747; Craandijk, Supplement, blz. 136; Postma, Holland, blz. 136; Salmon, Nederland, blz. 136]=Ministerialen van de Utrechts bisschop met de familienaam Van der Aa komen voor vanaf de tweede helft van de 12e eeuw. Aangenomen wordt dat eerdere bewoners van het huis een centrale rol hebben gespeeld in de organisatie van de ontginning van de veengebieden aan weerszijden van de Aa (Oukoop, Aa, Demmerik), die plaatsvond in de tweede helft van de elfde en begin twaalfde eeuw. Kennelijk is huis ter Aa verwoest. In 1156 wordt het door Wouter van der Aa, daar of elders in Ter Aa herbouwd. [BMHG 1909, blz. 211; Kok1, blz. 256] =Het huis was gelegen op de rechteroever van de Aa, een zijtak van de Vecht, tegenover de kerk van Nieuwer ter Aa. Fundatio parochialis ecclesiae ad amnem dictae ter Aa 1246. =Het kasteel Ter Aa is vanaf de 15e eeuw al sterk in verval. =Op de van 27 oktober 1536 daterende eerste lijst van door de Staten van Utrecht erkende vrije, riddermatige ridderhofsteden wordt het huis vermeld met het stichtingsjaar 1106. [Aa, Aard1, blz. 8; Kok1, blz. 7; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 1] =In oktober 1566 verblijven Lodewijk van Nassau en Brederode in Huis ter Aa [BVGO 6e reeks deel 9 (1930), blz. 16-17]. =In 1646-1647 is er een afbeelding van Roeland Rochman [Muller, Catalogus, nr. 480; Kok1, blz. 8]=In 1667 verkoopt van der Perre het kasteel aan Frederik van Renesse van Moermont, heer van Zuileveld en Ter Aa (1667-1683) [Utrechts Archief, 305 Heerlijkheid Ter Aa, inv. nr. 83]. =In 1672 wordt Huis ter Aa in brand gestoken door de Fransen [Aa, Abraham Jacob van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1e deel (A), Gorinchem, Jacobus Noorduyn 1839, blz. 8; Bruin1, blz. 2; Kok1, blz. 8; Verwoert, Handwoordenboek 1, blz. 1; ]. =Er zijn prenten uit 1690 [Muller, Catalogus, nr. 481-483]=In 1704 beschrijft Smids de resterende ruïne. [Laan Restauratie; Kok1, blz. 7; Muller, Catalogus, nr. 484]=Er zijn prenten uit 1720 1729 en 1731 [Muller, Catalogus, nr. 485-487]]=Rond 1741 geeft de ambachtsheer opdracht de ruïne af te breken tot op de fundamenten. Het puin wordt gebruikt om de weg langs de Ter Aasche vaart van de straatweg tot Ter Aa te verbeteren [Laan Restauratie]=In 1839 is J.P.C, baron van Rheede van der Aa eigenaar van de grond [Aa, A. J. van der, Aard1, blz. 8]Aastein=De hofstede met bijbehorende hoeve land direct ten zuiden van leengoed Ter Aa in het aangrenzende gerecht Loenen maakt vanaf 1411 eveneens deel uit van het complex. Onder de naam Aastein fungeerde deze hofstede na 1411 als woonplaats van de heren van Ter Aa. In de vijftiende eeuw bleef dit complex steeds in handen van de familie Van der Aa. Frederik laat ter plaatse van de oude hofstede Ter Aa het huis Quakkenburg bouwen, nadat het huis Aastein in 1673 ten prooi was gevallen aan de verwoestingen van het terugtrekkende Franse leger. [Hermans, Middeleeuwse, blz. 204; Genealogische 1913, blz. 234-235Utrecht=De familie van der Aa beschikt in de stad Utrecht over het kasteel Aastein. Rond 1650 is Aastein gelegen in de stad Utrecht in bezit van Anna van Renesse van der Aa. Later werd dit het Sint Ceciliaklooster en daarna de Rijksmunt. Anna verkoopt in 1666 het kasteel kort voor haar dood aan Theodorus van der Perre. Uit een willig decreet van 17 september 1666 volgt dat Reijnier van Assendelft, heer van Assendelft, woont op Aastein. In 1667 verkoopt van der Perre het kasteel aan Frederik van Renesse van Moermont, heer van Zuileveld en Ter Aa (1667-1683) [Utrechts Archief, 305 Heerlijkheid Ter Aa, inv. nr. 83]. =Baron van Reede noemt zich in 1875 "Baron van Reede van ter Aa en Aastein". [Nederlandsche Kunstbode...etc, deel 2, 1875, blz. 182]Quakkenburg=Frederik laat ter plaatse van de oude hofstede Ter Aa het huis Quakkenburg bouwen, nadat het huis Aastein in 1673 ten prooi was gevallen aan de verwoestingen van het terugtrekkende Franse leger. De echtgenote van Jacob Frederik van Renesse van Roermond is Josina Sara van Brederode, vrouwe van Ter Aa. Een leenbrief van 23 mei 1696 vermeldt als rechthebbende van deze "Heereplaats ter Aa" "Vrouwe Josina van Brederode. Douariere van Jacob Frederick van Renesse van Moermond, in leven Heer van Ter Aa". Josina verdedigde haar rechten met verve tegen inbreuken. =Er is een prent uit 1730 van het huis [Muller, Catalogus, nr. 771].=De nazaten van Jan Pieter bewoonden in de negentiende eeuw het huis Quakkenburg. Het landhuis Quakkenburg is in 1889 gesloopt [Utrechts Archief, 305 Heerlijkheid Ter Aa, Inleiding; belastingenalgemeenBrief uit 1573 van Francisco de Valdes, gouverneur-generaal, over de fortificaties van Holland en Utrecht aan de schouten van de dorpen Ter Aa, Ruwiel, Demmerik en Vinkeveen, waarin hen wordt bevolen wekelijkse betaling te doen aan de te Kamerik gelegen hopman. Ook Valdez.belasting in naturaStukken uit 1795 betreffende de levering van goederen en diensten t.b.v. de Franse troepen door de ingezetenen van het gerecht. belasting op de buitenbierenIn 1674 wordt in het Nederkwartier eenmalig een belasting op de buitenbieren geheven. generale middelenAkte van benoeming van Egbert Baltuszn als pander van de generale middelen in de Weerd, Hoge en Lage Weide, Vleuten, Themaat en de Haar, Breudijk-Gerverskop, Kockengen en Spengen, Zuideinde van Portengen en Gieltjesdorp, Zegveld, Kamerik en 's-Gravensloot, proosdij van St. Jan, Oudhuijzen en Vinkeveen, Abcoude c.a., Nigtevecht, Overmeer, Vreeland, Kortenhoef en Ankeveen, Loenen en Loenersloot, Ter Aa c.a., Breukelen en Maarssen c.a.. logiesgeldIn de winters van 1625 en 1626 en in de zomers van 1625 tot en met 1627 worden in het Nederkwartier logiesgeld en nieuwe specien geheven. morgengeldTer Aa staat in 1759 in de lijst der morgentalen van het Sticht slechts voor 86 morgen aangeslagen en moet 25 st. per morgen betalen. Ter Aa is rond 1794 slechts 87 morgen (74 ha) groot, volgens de lijst van de morgentalen. De belasting bedraagt 25 stuivers. [Laan, Restauratie] omslag dorpslastenZettingen en omslagen van de dorpslasten of buurlasten van Loenersloot, Oukoop en Ter Aa over de jaren 1687-1729 en 1736-1807. ontvanger der registratieIn 1832 is J.P.C. Baron van Reede (1828-1871) de heer van Ter Aa. Hij is ook ontvanger der registratie in Loenen. oudschildgeld=In het oudschildgeld van 1585/1586 draagt "Adriaen van Renessen gerecht" bij XXXI oudts XXXVIIII [W.F.N. van Rootselaar Rekening van het Oudschildgeld 1585/86, in; BMHG 1881, blz. 29]. quotisatieVerzoekschriften uit 1651, 1652 en 1660 van gerecht en buren van Ter Aa aan de Staten van Utrecht, terzake van een geschil met schout en gerecht van Loenersloot omtrent de omslag der quotisatie. rekening en verantwoordingVerzoekschrift uit 1697 van schepenen van het dorp en ambachtsheerlijkheid van Ter Aa aan de staten van Utrecht, waarin wordt gevraagd om de schout en gadermeester Jacobus van Hees op straffe van gijzeling te gebieden om van diens financieel beheer rekening en verantwoording af te leggen. schoolgeldStaten uit de jaren 1941-1943 van aangeslagenen in het schoolgeld voor de bijzondere lagere school te Ter Aa.zeedijksgeld=Zettingen en smaldelingen van het zeedijksgeld voor de gerechten behorende onder de waarschappij van Breukelen en gesepareerd zijnde van de waarschappij van Loenen en het kerspel Breukelen, 1698-1712, 1714-1765, 1783-1810, 1812, 1813. =Rekeningen en omslagen van het zeedijksgeld over de jaren 1814-1824. bestuur=Vanaf 1643 bestond het bestuur uit een schout en drie schepenen [Wikipedia]economie=Gebod in 1677 voor de ingezetenen van Loenen, Loenersloot, Oukoop en Ter Aa om hun graan in de Loenense molen te laten malen. =Gebod in 1735 voor de ingezetenen van Loenen, Loenersloot, Oukoop en Ter Aa om hun graan in de Loenense molen te laten malen.geestelijkheid=Onder Keizer Otto I (Otto de Grote) is al bekend dat Ter Aa toebehoort aan Graaf Hatto. Deze vergrijpt zich in aan de keizerlijke majesteit. Als straf worden al zijn goederen in 953 verbeurd verklaard en voor het merendeel, o.a. Loenen, aan bisschop Balderik van Utrecht geschonken [Aa, Abraham Jacob van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1e deel (A), Gorinchem, Jacobus Noorduyn 1839, blz. 8]. =Een oude vermelding dateert uit 1106, maar de betrouwbaarheid van die aantekening is onzeker. Ministerialen met de familienaam Van der Aa komen voor vanaf de tweede helft van de 12e eeuw. Aangenomen wordt dat eerdere bewoners van het huis een centrale rol hebben gespeeld in de organisatie van de ontginning van de veengebieden aan weerszijden van de Aa (Oukoop, Aa, Demmerik), die plaatsvond in de tweede helft van de elfde en begin twaalfde eeuw. De ministerialen van de bisschop van Utrecht hebben in het eerste kwart van de 12e eeuw rechtsmacht, tijnsen en tienden in Ter Aa. In 1138 wordt Demmerik als "nova terra" genoemd. Het ontgonnen gebied valt onder de parochie Ter Aa. Demmerik behoort in het kerkelijke onder Ter Aa en de inwoners betalen de helft der onderhoudskosten van kerk, pastorie en school te Ter Aa [BMHG 1909, blz. 211]=Bisschop Andreas vergunt in 1138 met goedvinden van de proost van Oudmunster, aan de inwoners van Ter Aa, om een kerk te bouwen, die ook voor de inwoners van Demmerik als parochiekerk zal dienen [BMHG 1909, blz. 210; Buitelaar, blz. 226]. =Demmerik, dat onderdeel vormt van de Kring der Ronde Venen, wordt in 1138 aangeduid als nova terra; de inwoners van dit nieuw ontgonnen gebied zullen gaan ressorteren onder de parochie Ter Aa, die in dat jaar wordt gesticht [Buitelaar, blz. 209]. =Uit de merkwaardige vorm en samenstelling van het territoir van de parochie Ter Aa kan worden afgeleid dat de ministerialen van de bisschop van Utrecht reeds in het eerste kwart van de 12e eeuw door het bezit van rechtsmacht, tijns en tiend gevestigde belangen hadden in de nieuwe ontginningen (blz. 225) ... dat Werner en Gijsbert waarschijnlijk hebben behoord tot respectievelijk de ministerialen-familie Van der Aa en Van Ruwiel, die beide als locatores de leiding hebben gehad over de ontginning van de verschillende gebiedsdelen in de parochie Ter Aa en daarover ook de rechtsmacht met tijns en tiend hebben verworven [Buitelaar, blz. 226]. =Akte van 23 januari 1505 waarbij Dirk van Eck, kapelaan van het S. Sebastiaans altaar, en Claes Roll, kapelaan op het S. Anthonis altaar, erkennen 4½ morgen land bij Ter Aa op het Angstelveld en 1½ morgen land in Loenen-Stichts gerecht te hebben ontvangen van Beatrijs Dirksdochter van Kronenburg onder de last van het houden van memoriediensten. =Verzegeling uit 1554 van Rudolphus Valcke pastor van O.L. V. kerk ter Aa, waarbij door dezen pastoor voor den tijd van dertig jaren worden verhuurd 37½ roeden land, "vnde de crana bij die nije brugge an die oester zijdt van dat reijtdeep," aan Vbbe Schutemaker en echtgenoot. =In 1954 wordt f 45.000 Rijkssubsidie toegekend voor restauratie van de N.H. kerk [TK 1953-1954, nr. 3200 VI ondernr. 8]. In 1955 f 30.000 [TK 1954-1955, nr. 3700 VI onder nr. 8]gemeente=In een beschrijving van 1759 schat men het aantal huizen in het eigenlijke dorp op 18, het aantal inwoners op 140. =In 1798 zijn in Ter Aa 99 inwoners=op 1 april 1817 is Vrijhoeven afgesplitst=In 1826 deel van de gemeente Loenersloot [Gosselin, blz.1]. =Tot 1832 onderdeel van de gemeente Ruwiel en Breukelerwaard.=In 1839 deel van de gemeente Loenersloot-Oukoop en Ter Aa [Aa, Aard1, blz. 8] =In 1840 deel van de gemeente Loenersloot [Alfabetische, blz. 1]. =op 1 januari 1841 is Vrijhoeven toegevoegd=Ter Aa ligt in 1850 gedeeltelijk gem. Loenersloot- Oukoop- enTer- Aa, gedeeltelijk gem. Ruwiel , en telt 23 huizen en ruim 300 [?) inwoners , van welke 8 huizen en ruim 70 inwoners onder Loenersloot- Oukoop- en- Ter- Aa en 15 huizen met 130 inwoners onder Ruwiel [AaAard13.3, blz. 498]=In 1867 deel van de gemeente Loenersloot [van Hiele].=op 1 januari 2007 opgegaan in Nieuwkoopheerlijkheidalgemeen=Het gehele gebied van de heerlijkheid werd aangeduid met Ter Aa [Ahoud, Inventaris, blz. 10]. =Huis Ter Aa, soms genoemd Aha, wordt door heer Walter of Wouter van der Aa gesticht in 1156. Zijn zonen zijn Heinricus of Henrik en Helyas of Elias. Vader en zoons worden genoemd in een brief uit 1145 van keizer Koenraad III en -in 1156- in een brief van de Utrechtse bisschop Godefried van Rhenen [Hoogstraten 1, blz. 2].=Henrik komt voor in een brief van 1172 van Godfried van Rhenen en in een brief van dezelfde in 1178 samen met zijn broer Elias [Hoogstraten 1, blz. 2].=Jacob en Gerard [Gerrit, Gheryt] van der Aa duiken op in een brief van 1208 van bisschop Dirk van Are of Ahr [...-1212] [Hoogstraten 1, blz. 2].=In 1226 wordt Gerardus beleend. Zijn naam komt voor in brieven uit 1225, 1227 en 1228 van bisschop Otto II=In 1282 komen in het leenregister van graaf Floris V [1254-1296] voor Gerard en Jacob. =In de 14e eeuw is de rechtsmacht aanvankelijk in handen van het ministerialengeslacht van Loenersloot. =In de loop van de 14e eeuw besluit de familie van der Aa een nieuw kasteel te bouwen. Dit kasteel wordt meer naar het oosten gebouwd en bestaat oorspronkelijk uit een woontoren. Gerard van der Aa bezit anderhalve hoeve in Demmerik volgens het register van Graaf Floris [BMHG 1901, blz. 160]. =De ridderhofstad Ter Aa wordt in 1380 door de bisschop in leen gegeven aan Hadewich van der Aa, getrouwd met Berend uten Enge. =Volgens de oudste bisschoppelijke leenadminstratie was die hofstede ter A mit negen ende twintich mergen lants, mit den gerechte, tynse ende tiende' in 1394 in het bezit van Hadewich, weduwe van Berend uten Enge en afkomstig uit het geslacht Van de Aa. Het leen behelsde tevens een hofstede met 20 morgen aan de overzijde van de Aa (het latere huis Clarenborg of Over de Aa), de kerkgift van Ter Aa en de tijns, tiend en gerecht van twee stukken land in de parochie Breukelen. =Geryt van der Aa [Archieven.nl]=Twintig jaar later op 8 juli 1411 wordt Ter Aa beleend aan Gijsbert van der Aa [......-1436], bestaande uit 27 morgen land met dagelijks gerecht en tiend en de kastelen ter Aa, Aastein en Clarenborch (ook Over die A). Deze drie huizen blijven vanaf dat jaar zeer lang in het bezit van de familie [Genealogische en Heraldische bladen, deel 8, 1913, blz. 234-235, 241]=Gerit van der Aa beleend op 18 januari 1436 [Archieven.nl]=In 1452 en 1453 behouden de heren van Ter Aa in de overeenkomsten met de geërfden van Heycop zich het visrecht voor [BVGO 6e reeks, deel 8 (1929), blz. 164]. =Gerit van der Aa beleend op 18 januari 1457 [Archieven.nl]=In 1460 is Arend van Zwieten Dirckszn (1447-1473) heer van Loenersloot, Oucop en Ter Aa [Dagvaarten voor 1544, deel 2.1 (1433-1467), blz. 205]. In 1470 is het stamhuis Van der Aa in de mannelijke linie uitgestorven en huwt Gerard van Renesse van Everingen met Agnes van der Aa, erfdochter van Gerard, heer van Ter Aa, en Woutera van Gend [....-1470]. [NNBW deel 3 , blz. 1055]. Deze Gerard van Renesse bekwam alzoo de Heerlijkheid van Ter Aa en noemde zich voortaan, evenals zijne nakomelingen, Renesse Van der Aa. Heer Gerard overleed in 1495 en Vrouwe Agnes in 1539. Beiden werden bijgezet in de familiegrafkelder te Ter Aa, aldaar nog aanwezig [Laan, Restauratie]. =Op 31 december1484 wordt Agnes van der Aa beleend met de heerlijkheid na de dood van haar vader Gerard van der Aa. Het goed komt daarmee in de familie Van Renesse. [NNBW deel 3 , blz. 1056; Archieven.nl]=In het begin van de 16e eeuw behoorde Ter Aa aan vier heeren en dus heeft men behalve Ter Aa sedert nog: Loenersloot, Oukoop en Ter Aa , Oud-Aa Nijenrodes gerecht en de streek waar het dorpje Oud-Aa ligt en die aan het huis Ruwiel behoorde, daarom Ruwiel genoemd werd [BVGO 6e reeks, deel 8 (1929, blz. 171]. =In 1528 wordt Gijsbert van der Aa door de bisschop gevangen genomen en onthoofd. Gijsbert behoort tot de stichtersfamilie, maar is geen heer van Ter Aa. Heer van ter Aa is dan Gerrit van Renesse van der Aa [DBNL]=Akten uit 1532 waarbij Karel V in Loenen-Stichts gerecht en in Loenersloot, Oucoop en Ter Aa het buurrecht omzet in schepenrecht. =Op de gemene dagvaart der Staten van het Land van Utrecht gehouden op 27 oktober 1536, wordt Ter Aa gerekend tot de vrije riddermatige hofsteden [Halma, Tooneel, blz. 2; Aa, Laan Restauratie; Aa, Abraham Jacob van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1e deel (A), Gorinchem, Jacobus Noorduyn 1839, blz. 8]=Leenbrieven uit de waarbij heren van Ter Aa worden beleend met de heerlijkheid en het huis Ter Aa [Archieven.nl]=Johan van Renesse van der Aa wordt op 20 maart 1539 met Ter Aa beleend, na de dood van zijn grootmoeder Agnes van der Aa. Hij overlijdt in 154 [Archieven.nl]=in 1548 wordt Adriaan van Renesse van der Aa, heer van Woudenberg, beleend met Ter Aa [NNBW deel 3, blz. 1056]=Joost van Amstel van Mijnden (1553-1615), heer van Loenersloot, Ter Aa en Oucoop van 1568 tot 1616 [NA]=Op 19 mei 1591 wordt Gerard van Renesse van der Aa met Ter Aa beleend [Archieven.nl]=Joncker Gerard van Renesse is in juni 1593 heer van Ter Aa [Res. S.G. deel 8 (1593-1595, GS 57), OR, blz. 6]. =Hij treedt op in de S-G namens de Staten van Utrecht. In 1594 trouwt hij met Anna van Assendelft. Hij overlijdt kinderloos in 1610. Ze hebben twee dochters o.a. Agnes [1597-1634] die op 23 november 1610 wordt beleend met Ter Aa en in 1619 trouwt met Nicolaas van Renesse van Elderen. =Jacob van Amstel van Mijnden († 1633).heer van Loenersloot, Ter Aa, Oucoop en Zuylenburg (1616-1633) [NA]=Op 10 oktober 1635 wordt Hendrik van Renesse van der Aa met Ter Aa beleend [Archieven.nl]=Akte uit 1643 waarbij Nicolaes van Renesse, heer van Ter Aa, aan de inwoners van het dorp en de heerlijkheid van Ter Aa toestemming verleent tot de uitoefening van het schepenrecht in plaats van het buurrecht [ARA, Verslagen 1888, blz. 384]. =Gerard en Anna hebben een dochter, Agnes van Renesse, baronesse van Elderen, vrijvrouwe van Assendelft. Ze wordt op 22 augustus 1662 met Ter Aa beleend =Belening op 8 oktober 1664 van Frederik van Renesse van Elderen, baron van Mal. Kinderloos overleden. De heerlijkheid keert terug naar Anna van Renesse. Ze verkoopt op 13 december 1666, vlak voor haar dood, de heerlijkheid aan Theodorus van de Perre de Jonge [Archieven.nl]=Belening op 4 oktober 1667 van Theodorus [Archieven.nl] Theodorus verkoopt de ridderhofstad aan Frederik van Renesse van Moermont, heer van Zuijleveld, die er op 4 oktober 1667 mee wordt beleend. Hij koopt op 17 maart 1670 op een openbare veiling de ambachtsheerlijkheid [Archieven.nl]=De echtgenote van Frederik is Josina Sara van Brederode van Bolsweert. Ze trouwen in 1668. Frederik laat ter plaatse van de oude hofstede Ter Aa het huis Quakkenburg bouwen, nadat het huis Aastein in 1673 ten prooi was gevallen aan de verwoestingen van het terugtrekkende Franse leger. Frederik overlijdt in 1680 [Archieven.nl]=de weduwe van Frederik was eerder, in 1657, getrouwd met Pieter Nicolaas van Bodeck tot Marwitz. Hun dochter Susanna Geertruid (1659-1741) trouwt met Maximiliaan Jacob van Renesse van Wilp, heer van Wezenhorst [Archieven.nl]=universeel erfgenamen is Frederiks nicht Kornelia Elisabeth van Tuyll van Serooskerke. Ze doet afstand van zijn boedel in 1686 [Archieven.nl]=op 28 april 1694 wordt Josina Sara van Brederode van Bolsweert met de hh beleend [Archieven.nl]=Een leenbrief van 23 mei 1696 vermeldt als rechthebbende van deze "Heereplaats ter Aa" "Vrouwe Josina van Brederode. Douariere van Jacob Frederick van Renesse van Moermond, in leven Heer van Ter Aa". Josina verdedigde haar rechten met verve tegen inbreuken. =Verzoekschrift uit 1697 van schepenen van het dorp en ambachtsheerlijkheid van Ter Aa aan de staten van Utrecht, waarin wordt gevraagd om de schout en gadermeester Jacobus van Hees op straffe van gijzeling te gebieden om van diens financieel beheer rekening en verantwoording af te leggen. =Josina draagt de ridderhofstad in 1702 over aan haar schoonzoon Maximiliaan Jacob [Archieven.nl]=Maximiliaan Jacob wordt op 19 november 1705 met de hh beleend [Archieven.nl]=Verzoekschrift uit 1710 van Josina Sara van Brederode, vrouwe van Ter Aa, aan Gedeputeerde Staten van Utrecht, waarin wordt gevraagd om een lening te mogen afsluiten ter bekostiging van de reparatie van de kosterswoning in Ter Aa. Er wordt gunstig beschikt. =Op 3 juni 1711 wordt Maximiliaan Jacob van Renesse heer van Ter Aa door vererving. Hij is getrouwd met Suzanne Geertruid van Bodeck. Op 23 februari 1734 overlijdt Maximiliaan. =Vanaf 10 maart 1741 is de zoon van Maximiliaan, Reinoud Abraham van Renesse (1699-1776) heer van Ter Aa en lid van de ridderschap van Utrecht [Archieven.nl; Kok1, blz. 8]. Reinoud overlijdt kinderloos op 12 maart 1776. =Leenakte van 15 april 1773, waarin mr. Andries Jan Strick van Linschoten, heer van Loenersloot, Oucoop, Ter Aa etc. verklaart dat aan Johanna Charlotta Verschuyr, weduwe van Johan Brandt in leen is overgegaan 24 morgen land in de Marsch te Lienden en 28 morgen, genaamd de Groote Griet. =Reinouts neef Jan Pieter Nicolaas van Reede van Amerongen [1721-1797], zoon van Johan Frederik baron van Reede tot de Parkelaar en Joanna Adriana van Renesse van Wilp (1694-1762) erft in 1777 de heerlijkheid en wordt er op 22 maart 1777 mee beleend [Archieven.nl; NNBW deel 3, blz. 1032] =Akte van voordracht uit 1782 van twee nieuwe schepenen en een buurmeester voor Loenersloot, Oukoop en Ter Aa, door schout en schepenen aan de ambachtsheer mr. Andries Jan Strick van Linschoten. De voordracht wordt gevolgd. =Akte van voordracht uit 1783 van twee nieuwe molenmeesters voor Oukoop en Ter Aa-Loenerslootsgerecht, door schout en molenmeesters aan de ambachtsheer mr. Andries Jan Strick van Linschoten. Aanstelling geschiedt conform. =Leenakte van 22 januari 1787, waarin mr. Andries Jan Strick van Linschoten, heer van Loenersloot, Oucoop, Ter Aa etc. verklaart dat Geertruid Heurdt, als enig erfgenaam van Johanna Charlotta Verschuyr, wordt beleend met 24 morgen land in de Marsch te Lienden en 28 morgen, genaamd de Groote Griet. =In 1832 is Jan Pieter Christiaan Baron van Reede (1782-1875) de heer van Ter Aa [Aa, Aard1, blz. 6,8]. Hij is ook ontvanger der registratie in Loenen. Hij overlijdt in 1875. Zoon Jan Pieter is dan al overleden. Zijn vrouw Agatha Gillot volgt op [Archieven.nl] =Op 13 maart 1891 ontvangt de Tweede Kamer een verzoek van J.K. Catz en andere ingezetenen van Ter Aa tot wijziging van de wet op de jacht en visserij met vergemakkelijking tevens van de afkoopbaarstelling van het heerlijk jachtrecht.=Na het overlijden van Agatha Henriette Charlotte Gillot, douarière van Jan Pieter Christiaan baron van Reede [1828-1871], komt Ter Aa in 1905 aan hun dochter Johanna Petronella Christina Henriette. Het landhuis Quakkenburg is dan inmiddels verdwenen. [Utrechts Archief, 305 Heerlijkheid Ter Aa, Inleiding]. schout=In 1664 is Nicolaes Palsgraeff schout. =In 1681 is H. Rijnevelt schout.=van 1689-1727 is Simon Vlaer schout.=van 1727-1756 is Everard Vlaer schout. =van 1757-1766 is Jacob Smit schout. =van 1766-1770 is Adriaan Hoogeveen schout. =van 1770-1783 is Florens Eilbracht schout. =van 1784-1797 is Theodorus Koppen schout. =van 1784-1811 is Gerrit Horst schout. =van 1803-1811 is Theodorus Koppen schout. =in 1811 zijn Jan Galesloot en Willem Mulders schout.secretaris=D. Toll is in 1681 secretaris. =secretaris is van 1688-1714 Johan van Dorssen. =Everard Vlaer is van 1728-1738 naast schout tevens secretaris. onderwijs=Op 19 september worden in het Album Studiosorum Rheno-Traectinae 1636-1886, blz. 218 genoemd de heren Hendrik Wilhelm Theodorus Schouten Lambrechts van Ter Aa en Amos Lambrechts van Ter Aa [https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k5849579x/f147.item.r=Aagtendijk]=Het loon over 1798 voor de schoolmeester van Ter Aa wordt betaald door mr. Joan Gideon Loten, ontvanger van het Comptoir der Gebeneficieerde goederen 's Lands van Utrecht, in welk kantoor de inkomsten van "Pastoryen, capellanyen en andere Revenuen" worden geadministreerd [BMHG 1881, blz. 610]. =Vanaf 1 januari 1908 geniet de 44-jarige L.O.-onderwijzer F.J. Hoffman f 600 wachtgeld [TK 1920-1921, nr. 2 Va ondernr. 15]. In 1918 geniet hij dat nog steeds.onroerend goedPrivilege van 1472 van Gijsbert van Nijenrode en Eleonora van Borssele, heer en vrouwe van Zuilen, voor hun pachters in Wilnis, Ter Aa, Mijdrecht en Westveen.oorlog =In 1568 bezorgen de Spanjaarden grote last. =Aastein wordt op 21 juli 1673 door de Fransen verwoest en op die plaats wordt een nieuwe buitenplaats Quakkenburg gebouwd (rond 1680). Het kasteel was lange tijd bezit van de familie Corver. rechtspraakGerecht Loenersloot, Oukoop en Ter Aa 1633-1811 [Archieven.nl] waterstaat=In 1527 wordt in de Aa bij de kerk een dam gemaakt. =Verklaring van 19 juni 1536 door Gherrit Zweerszn, waersman van het K.M. (Kamerik Mijzijde??) gerecht, over het overlopen en dichtmaken van de dam ter Aa. =Akte uit 1581 waarbij Willem van Oranje, stadhouder, de baljuw van Amstelland machtigt, de dam bij Ter Aa voorlopig te doen herleggen.=correspondentie uit 1792 over de bijdrage van Abcoude S. Pieters in het onderhoud van de zuwen tussen Demmerik en Ter Aa. BRONNENarchief Er is op internet beschikbaar informatie over personen: dopen (1612-1811), huwelijken (1610-1811), begraven (1783-1812) en lidmaten (1662-1848) [http://www.hogenda.nl/hogenda-bronnen/?letter=A]geraadpleegde bronnenAa, Aard1; Archieven.nl; BMHGalle; DBNL; DDB; Gallica; GenVer; Kan; ter Laan; Nationaal Archief; Navorscher 1-; NNBW1911; Pott; Wikipedia; Witkampliteratuur Aa, A. J. van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 1, Gorinchem 1839, blz. 8; Aanhangsel op het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 13, 3e aflevering, Gorinchem 1850, blz. 498 Ahoud, W.F.M., Inventaris van de archieven van de voormalige gemeente Ruwiel 1573-1964, Arnhem 1994, blz. 1 Allan, Francis, De stad Utrecht en hare geschiedenis voorafgegaan door eene algemeene geschied- en aardrijkskundige beschouwing over de provincie Utrecht, Amsterdam 1856, blz. 36Baron Sloet, L.A.J. W. , Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den slag van Woeringen, 5 juni 1288. 1e deel, Den Haag 1872, blz. 103Brouwer-Verheijen, G.W., Trouwen Ter Aa 1610-1811, Hogenda website Brouwer-Verheijen, G.W., Doopboek Ter Aa 1612-1811, Hogenda website Brouwer-Verheijen, G.W., Begraven Ter Aa 1783-1812, Hogenda website Bruin, Servaas de, Historisch en Geographisch Woordenboek, deel 1, Leiden 1869, blz. 2 Buitelaar, A.L.P., De Stichtse ministerialiteit en de ontginningen in de Utrechtse Vechtstreek, Hilversum 1993, blz. 117 (953), 209 (1138), 225-226 (12e eeuw) BVGO 1929, blz. 161Cortgeen, Stichts Cronijkje Craandijk, Jacobus, Wandelingen door Nederland, Supplement, 1888 blz. 136Craandijk, Jacobus/Schipperus, P.A., Wandelingen door Nederland met pen en potlood, deel 2, Haarlem, blz. 304Diest Lorgion, Evert Jan, Kerkgeschiedenis van de Nederlanden, 1873, blz. 67Diest Lorgion, Evert Jan, Geschiedenis der Christelijke kerk in Nederland, deel I, Arnhem 1859, blz. 98Gelder, Nederlandse, blz. 80 (1543) Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. 1;Gosses, Welgeborenen, blz. 113 (1424), 135 (1527) Grevenstuk, W.F., Het dorp Ter Aa en omgeving in vroeger eeuwen, in: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake, 1947, blz. 76-86 Hermans, Taco, Middeleeuwse woontorens in Nederland: de bouwhistorische benadering van een kasteelvorm, Band 1 Teksten, blz. 204Heussen, Hugo Franciscus van, Kerkelijke Historie en Outheden der zeven verenigde provincien, Bisschoplyke Munten, deel 6, blz. 30Hoogstraten, David van/Brouërius van Nidek, Matthaeus, Groot algemeen historisch, geographisch, genealogisch, en oordeelkundig Woordenboek...etc., 1e deel, Amsterdam/Utrecht/Den Haag 1725, blz. 2 Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 7-8Kort, Repertorium, blz. 1-4 Korver, Eleonore, A Korver family of the Ter Aa branch, Province of Utrecht, Zoetermeer 2011Laan, A. van der, De Restauratie der Kerk te Ter Aa en eenige Historische Herinneringen, in: De Huisvriend, jrg 2 1900 blz 180 ev Lintelo de Geer van Jutphaas, Barthold Jacob, Een paar bladzijden uir de Utrechtse geschiedenis Manten, Arie A., Bieraccijnsen in Breukelen en omgeving in de jaren 1426-1430, in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, 1986/3, blz. 104-106 Manten Arie A., De grote huizen van Nieuwer Ter Aa in de tweede helft 17de en begin 19de eeuw, in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, 1992/3, blz. 162-169 Manten, Arie A., Breukelen en omgeving tussen 400 en 1200, Hilversum 2001, blz. 135, 228-231Mieris, Frans van, Groot Charterboek der graven van Holland, Zeeland en Heeren van Vriesland, deel 1, Leyden 1753, blz. 44 Muller Fzn, Samuel, Openbare verzamelingen der Gemeente Utrecht. Catalogus van den Topographischen Atlas der provincie Utrecht, Utrecht 1878, blz. 19Muller Fzn, Samuel, Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht, 1892, blz. 7Muller Fzn, Samuel, Catalogus van den topographischen atlas der provincie Utrecht, Utecht 1878, nr. 771Nederlandsche Kunstbode...etc, deel 2, 1875, blz. 182Nieuwe Bijdragen voor rechtsgeleerdheid en wetgeving, deel 10, blz. 22Perks, W.A.G., Geschiedenis van de gemeentegrenzen in de provincie Utrecht (z.j.) Post, C.G., in: Verslagen en Mededelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, afdeling Letterkunde, deel 2; 1885, blz. 329Postma, Coenraad, Holland in vroeger tijd, delen 9-10, blz. 136Res. SG Oude Reeks deel 8 (1593-1595), blz. 6 (1593) Rijk, J.A. de, Wandelingen door Gooi- en Eemland en omstreken, 1905, blz. XXIIIRootselaar, Rekening, p. 29 (1585-1586)Salmon, Thomas, Nederland in vroeger tijd, delen 10-11, 1965, blz. 136Smids, Ludolph, Schatkamer der Nederlandsche oudheden, etc. Amsterdam 1774, blz. 259Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 1-2Waller Zeper, S.A., Inventaris van het archief van de heerlijkheid Ter Aa (1227) 1537-1903, herzien door K. van VlietWinter, Johanna Maria van, Middeleeuwers in drievoud, hun woonplaats, verwantschap en voeding, Hilversum 2017, blz. 86Witkamp, Pieter Harme, Geschiedenis der Zeventien Nederlanden, deel 2, 1873, blz. 511Witkamp, Pieter Harme, Aardrijkskundig woordenboek van Nederland, 1877, Tiel, blz. 747Woertman, Dirk, Korte Notitie van 't geene gebeurt is bij occasie van 't afsterven van de heer Boudaen, Raad in de Vroedschap der stad Utrecht (...), in: BMHG 1882, blz. 265overige bronnen NGV; Nederlandsche Leeuw 1883-1932; WvhR; Google boeken; Google Search plaats; Histopo; IJzerman; van Hiele; Halma; Bergh; ANF ...; archieven.nl; BGN; Delpher Boeken; Gosselin; KB-Catalogus; SG Digitaal; van der Aa; metatopos; Gahetna; Gijsseling; de Bouge; Goes1; de Vries