GroningenStad in de provincie Groningen. Ook Gruningen, GrunoalgemeenHet vermoeden bestaat dat ter hoogte van Oostersingel 34 en 61-63 in het Neolithicum sprake is geweest van een trechterbekernederzetting [Stadse Fratsen 3; Stadse Fratsen 6]Op het terrein van het Europapark zijn vuurstenen gevonden, die met werktuigen een bewerking hebben ondergaan. En vondsten uit de trechterbekercultuur. Ze zijn afkomstig uit het mesolithicum en neolithicum [Stadse Fratsen 36].=de stad is in 1110 tijdens Hendrik IV al ommuurd met gebakken stenen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=De stad maakte in het midden van de 11e eeuw deel uit van het graafschap Drenthe met alss landsheer de bisschop van Utrecht. In 1225 komt in de stad een partij, de Gelkingen, in verzet tegen de vertegenwoordiger van de bisschop, de prefect en vindt in de burggraaf van Coevorden een bondgenoot. In 1227 winnen de Groningers en Drenthen in de slag bij Ane van de bisschop [Fox, Twee, blz. 71]=In 1219 en 1277 watervloeden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=Tussen 1250 en 1400 weet de stad zich onafhankelijk van de bisschop te maken. Rond 1400 zoekt de stad steun bij bisschop Frederik van Blankenheim tegen Albrecht van Beieren. In 1405 geeft deze het stadsbestuur voor 100 jaar aan Groningen in pacht [Fox, Groningen, blz. 71-72]=in 1373 en 1395 watervloeden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=In 1386 duikt de naam Ommelanden op voor de gemeenschappen Vredewold, Langewold , Humsterland, Hunsingo, Fivelgo. Hier besturen de boeren zelf. Ze sluiten handelsverdragen met de stad. De stad verkreeg invloed in de Oldambten door in 1438 twee hoofdelingen uit de geslachten Gockinga en Houwerda te verslaan en hun burchten te slechten [Fox, Groningen, blz. 73]=In 1474 bevestigt keizer Frederik III het verdrag tussen de stad en de Ommelanden [Fox, Groningen, blz. 75]=In 1478 werd Westerwolde onderworpen door de stad [Fox, Groningen, blz. 74]=De stad verkrijgt in 1482 bij verdrag met de Ommelanden het stapelrecht voor koren. De invloed breidt ze uit door een verbod op het hebben van bierbrouwerijen op het platteland [Fox, Groningen, blz. 73]=De stad kreeg in 1487 van de keizer muntrecht [Fox, Groningen, blz. 75]=Door het steunen van de Vetkopers stelt het Friese Oostergo zich in 1491 onder de bescherming van de stad. In Leeuwarden en Dokkum werden Groningse garnizoenen gelegerd. Franeker en andere steden in Westergo volgen in 1492. Er kan worden geconcludeerd dat de stad, met miskenning van de bisschop als landsheer, bezig is in het gebied van de Friese westkust tot de Eems voor zichzelf een landsheerlijke positie te verwerven. Het gebied was onderhorig aan de keizer van het Duitse Rijk [Fox, Groningen, blz. 74]=In een oorkonde van 5 juli 1493 beschuldigt de keizer de stad van usurpatie en verwijt de stad de betaling van de aan de keizer verschuldigde schatting te hebben belet. De stad moet vrede maken met de Friezen en alles in de oude staat herstellen[Fox, Groningen, blz. 76]=De komst van Albrecht van Saksen in 1499 in Friesland heeft de machtspositie van de stad aldaar danig aangetast [Fox, Groningen, blz. 78]=in 1500 strijd van de Groningers tegen Albert van Saksen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=in 1506 onderwerpt de stad zich aan graaf Edzard van Oost-Friesland [Fox, Groningen, blz.. 78]=in 1509 en 1570 watervloeden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=in 1514 onderwerpt de stad zich aan Karel van Gelre [Fox, Groningen, blz.. 78]=in 1536 onderwerpen de stad en Ommelanden zich aan Karel V. De akte van 26 juni 1536 kan dan ook worden gezien als de geboorteakte van de provincie Groningen [Fix, Groningen, blz. 78]=Van eenheid was echter geen sprake. De Unie van Utrecht is in 1579 ondertekend door Eiso Jarges namens de Ommelanden; de stad ontbrak; in 1581 deden de Ommelanden mee met de Akte van Verlatinghe, maar de stad bleef trouw aan Philips II [Fox, Groningen, blz. 79]=op 22 juli 1594 was de Reductie van Groningen, de overgave van de stad aan prins Maurits [Fox, Groningen, blz. 79]=in de 16e eeuw vele jaren met Friesland en Drenthe onder een stadhouder [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=in 1600 bouwen de Staten-Generaal een kasteel en legeren een garnizoen in om de twisten tussen stad en Ommelanden te bedwingen [Fox, Groningen, blz. 79]=onder het stadhouderschap van graaf Willem Lodewijk van Nassau, in het jaar 1614, besloten de Staten van Stad en Lande tot de oprichting van een Hoge School binnen de provincie, en wel binnen de stad Groningen [Kok1, blz. 161]=in 1619 koopt de stad Westerwolde; het wordt geen onderdeel van Stad en Lande maar Generaliteitsland, door de stad in leen gehouden van Brabant, Holland, Friesland en Overijssel[Fox, Groningen, blz. 79]=de Munsterse bisschop Barend van Galen en die van Keulen maakten zich op 19 juli 1672 meester van het platteland; op 28 augustus 1672 moeten ze het beleg van de stad opbreken en worden ze verjaagd [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]in 1686 watervloed [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]=Persoonsgegevens zijn voorhanden in https://genver.nl/indexgr.htm: 187 x DTB, 700 x BS, 11 x BR, 737 x Indexin 1717 watervloed [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]De stad heeft in 1790 acht poorten [Buesching, Nieuwe, deel VII, blz. 163]in 1795 wordt het gewest vergroot en bezet door de Fransen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]in 1798 genaamd Departement van de Eems [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 258]In 1800 behoort Groningen tot één van de vijf gemeenten binnen de 5e ring van het Departement van de Eems. Er wonen 23770 personen verdeeld over 48 grondvergaderingen [Covens, blz. 126]in 1807 worden de grensen uitgebreid=in 1826 is Groningen de hoofdplaats van de provincie Groningen. De provincie bestaat uit één stad en 59 plattelandsgemeenten. In de stad wonen 28.851 inwoners. In de 59 gemeenten wonen 118.139 inwoners. Daartoe behoren de inwoners van de niet genoemde steden Delfzijl en Appingedam [Gosselin, blz. XLVIII].belastingenalgemeen=Toen er in het jaar 1600 hevige twisten ontstaan waren tussen de Staten Generaal en de stad Groningen, over de voldoening en invordering der algemene belastingen, was Alting een der voornaamsten, die zich tegen de handelwijze van de Staten Generaal en van den Raad van State verzetten, welke de stad met een talrijke krijgsbezetting drukte. Als echter de Afgevaardigden uit de Raad van State, naar Groningen gezonden, om de stad te dwingen tot het nakomen der bevelen van de Staten Generaal, zagen, dat niettegenstaande de dwangmiddelen welke zij gebruikten, de gemoederen van regering en burgerij even stijf en onbuigzaam bleven en het houden van een zware bezetting aldaar de Staat te lastig viel, sloegen zij voor een kasteel te bouwen, ter bedwinging van de burgerij en om de ijverigsten uit de regering te lichten, teneinde de overigen gedweeër te maken (Aa, Bio I, blz. 218-219)=Stad en Lande schreef in 1795 een zware heffing uit ten laste der domeinen, in bezit bij ieder der leden van Staat, Stad en Ommelanden afzonderlijk. Stad en Lande hief een 25en penning zonder rentebetaling over de bezittingen der Gereformeerde kerken, en nog eens daarop een 4den penning tegen rente van de goederen van alle kerken en kerkelijke stichtingen zonder onderscheid [Sickenga, blz. 11]ambtenarenadministrateur=In 1839 was M. Busch administrateur van ‘s Rijks belastingen [Aa, Aard1, blz. XX]collecteur=In 1820 is S.J. van Coevorden gekwalificeerd collecteur te Groningen [Nieuwenhus, Algemeen, A-B, blz. XI. controleur=Charles Gustave de Chateleux is eerste controleur der indirecte belastingen te Groningen [Elema, Korte, blz. 44]=Zoon Engelbertus Bernardus Josephus Moïse de Chateleux is in 183.. belastingcontroleur in Groningen [Elema, Korte, blz. 44]burgerrecht=J. Attama kocht in 1659 het kleinburgerrecht van Groningen [NNBW 1911, blz. 192] ontvanger der directe belastingenJan Ulysses Modderman [1802-1885] ontvanger der directe belastingen te Slochteren, te Beerta, te Hoorn , te Groningen [Leeuw1885, blz. 84]ontvanger van de Ommelander kas=Jhr . Mr . Rencke de Marees van Swinderen [1796-1828] was advocaat en ontvanger der Ommelander kas [Leeuw1886, blz. 32]Rijks schatkist=In 1839 is M. Busch administrateur van 's Rijks schatkist in Groningen (Aa, Aard 1, blz. XX)bestuuradvocaat-fiscaal=Thomas Alting [1665-1731] was advocaat-fiscaal [Kok2, blz. 723; NNBW 1911, blz. 100] algemeenhet bestuur van de stad berust bij de burgemeesters en de raad; zij spreken ook recht. Er zijn 4 burgemeesters en 12 raden; ze zijn 2 jaar in functie. Ieder jaar treedt de helft af, vóór het Reglement op 8 februari, daarna op 8 januari. Op die dag kiezen T en GG 8 nieuwe raden. De dag daarop verkiezen vijf van de acht raden uit hun midden 2 burgemeesters. De vijf worden bij loting aangewezen en heten keurheren of boonheren. Vijf zwarte bonen en max 3 witte worden in een hoed. Tussentijdse vacatures worden aangevuld door de zittende raad [Hildebrand, Reglement., blz. 7]Adviserend organen zijn de Oud-Raad, betrokken bij de agenda van de Landdagen en het college van Taalmannen en Gezworen Gemeente, die vanaf de inwerkingtreding van het Reglement Reformatoir in alle niet-jurisdictiekwesties verplicht om advies moesten worden gevraagd, ook in Landdagkwesties [Hildebrand, Reglement, blz. 6]. Het college bestaat uit 24 leden. Ze zijn 2 jaar in functie. Elk jaar treedt de helft af op 15 februari, later 15 januari. Op die dag worden bij loting 5 keurheren aangewezen [Hildebrand, Reglement., blz. 7]. Op 10 september 1633 ordonneerden Burgemeesters en Raad dat het college van T en GG niet zonder hun toestemming zonder hen mocht vergaderen [Hildebrand, Reglement., blz. 10]In 1749 benoemt de stadhouder 4 burgemeesters en 12 raadsheren [Hildebrand, Reglement., blz. 50]In 1749 verandert er nauwelijks iets binnen de groep van T en GG. In ieder geval wordt er geen rol ingeruimd voor de middenstand. Op 30 januari 1749 had ieder de functie neergelegd, maar ze blijven op verzoek van de stadhouder in functie tot 28 november 1749. [Hildebrand, Reglement., blz. 50]betaalmeester=mr. H. J. Engelkens [11797-1884] was betaalmeester te Groningen [Leeuw1884, blz. 100burgemeester =In 1099 is Geert Lewe burgemeester [Adel1925, blz. 122]=In 1353 is Ditmar Rengers burgemeester [Adel1925, blz. 174]=Rudolph Batting [1542-1622] is burgemeester [Kobus/Rivecourt1.105]=Frederik Coenders van Helpen [1541-1616] is burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz 129]=Reijnt Alberda [...-1589] is in 1567, 1577 en in 1580-1582 burgemeester [Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 350] =Joachim Alting [1556-1625] is na 1594 burgemeester [Kok2, blz. 722; NNBW 1911, blz. 97]=Coert Coenders is burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz 129]=Egbert Alberda [1566-1604] is in 1594 burgemeester [Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 350] =Adolphus Louwens is burgemeester van Groningen [NNBW 1911, blz. 12]=Menso Alting [1636-1713] was burgemeester van Groningen van 1686-1713 [Kobus/Rivecourt1.33; Kok2, blz. 724, 732; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 13; Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 473; NNBW 1911, blz. 100] =in 1724 is H. van Sijsen burgemeester [Hildebrand, Reglement., blz. 8] S.L. Gockinga [Hildebrand, Reglement., blz. 13] en J. de Drews [Hildebrand, Reglement., blz. 14]=Antoon Adriaan van Iddekingen [1711-1789] was burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 338]=in 1739 wordt Pieter Rembt van Iddekingen [1683-1758] burgemeester. Hij is in 1748 lid van de Oud Raad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 338; [Hildebrand, Reglement., blz. 58]=in 1748 is Joannes Geertsema burgemeester; huis en have worden tijdens een opstand geplunderd Hij wordt in 1749 ontslagen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 222; Hildebrand, Reglement, blz. 45]= in 1749 is ook burgemeester H. Wijchel [Hildebrand, Reglement, blz. 45] =in 1753 is H. van Sijsen burgemeester [Hildebrand, Reglement., blz. 63]=in 1753 is Reneke Busch de Marees burgemeester [Archieven.nl]=in 1760 is A.A. van Iddekinge burgemeester [Hildebrand, Reglement., blz. 66]=in 1777 zijn burgemeester Anth. Adriaan van Iddekinge, Hendrik van Sijsen en Cornelis Tjassens [Kok1, blz. 162]gecommitteerde in de admiraliteit van Harlingen=Bernhard Alting wordt in 1655 gecommitteerde in de admiraliteit van Harlingen [NNBW 1911, blz. 93]gezworene=Rudolf Alting [1513-1589] was gezworene [Kok2, blz. 723]=Jacob Alting was gezworene [Kok2, blz. 723]in 1750-1754 is J. Wichers gezworene [Hildebrand, Reglement., blz. 54]In 1786 is mr J.A. ten Berge gezworene [Chalmot1, blz. III]In 1786 is Henricus Sparringa gezworene [Chalmot1, blz. VII]hoofdmanSicko Beninga is in 1504 hoofdman in Groningen [Chalmot2,267; Kobus/Rvecourt1.126; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 43]Rudolph Batting [1542-1622] is burgemeester [Kobus/Rivecourt1.105]pensionarisPancras van Castricum is pensionaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 120] Pancratius Castricomius, ook Pancraes van Castricum, overleden in 1620, was pensionaris van de stad Groningen en later raadsheer in de Hoge Raad te 's Gravenhage [Aa, aard1, blz. 90]raden=Bernhard Alting wordt in 1653 raad van Groningen [NNBW 1911, blz. 93]=Menso Alting [1617-1678] is van 1654 tot 1678 raadsheer in Groningen [NNBW 1911, blz. 100]=in 1749 zijn er de volgende raden: A Conring, N. Robers, C.H. Tjaden, L. Wichers, W. Hammink en J. Arnoldi. Nieuw benoemd wordenJ. de Valcke, J.W. Folckers [tevens tot Meesterknaap], J. Woldring en J. Sichterman:[Hildebrand, Reglement, blz. 45]=Benoemd zijn de raden Abraham Gerlachius 1762, Fikko Berghuijs 1763, Joseph Gockinga 1763, Wolth. Rein. de sitter 1764, Jacob Cranssen 1764, Hindrik van Sijsen 1764, Laurens Adriaan Trip 1765 [Hildebrand, Reglement., blz. 66] schout=in Selwerd en het Goorecht heeft de stad in 1460 het schoutambt gepacht van de bisschop van Utrechtsecretaris=Egbertus Alting [1518-1596] was secretaris van Groningen [Kok2, blz. 723; NNBW 1911, blz. 94]=in 1749 is H. van Gesseler secretaris van de stad [Hildebrand, Reglement, blz. 46]=Jelmer Canther was secretaris van de stad [ Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 117; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 115]syndicusReyner Bogerman [,...-1556>] is in 1531 en 1536 syndicus van Groningen [NNBW 1911, blz. 394]taalmanin 1724 is A. Reichle taalman [Hildebrand, Reglement., blz. 9], G. de Sijgers ter Borgh en J. Dronrijp [Hildebrand, Reglement., blz. 13]buurmandeBuiten de stadsmuren zijn in de late middeleeuwen gemeenschappelijke gronden gelegen, de buurmande. De buurmande aan de noordzijde van de stad wordt aan het einde van de middeleeuwen gebruikt als vuilstort. Het vuil wordt gedumpt in diepe, uitgegraven gaten. In de 16e eeuw wordt het terrein in gebruik genomen voor bewoning. In de 17e eeuw komt het terrein binnen de stadswallen te liggen, met ruimte voor tuinen en ambachtelijke activiteiten. In de 19e eeuw verrijzen er arbeidershuisjes op die plek [Stadse Fratsen 35]economieberoepen/bedrijvenIn 1594 is Jan Jansen zeepzieder [Adel1925, blz. 164]stapelrechter zijn gedurig twisten met de Ommelanden over het stapelrecht [Hildebrand, Reglement., blz. 26]financiën=de academie vraagt van de studenten een eigen bijdrage van aanvankelijk f 45 later f 55 per jaar; datgene wat de stad dan nog tekort kot wordt door de provincie betaald [Kok1, =Op 10 april 1724 vergaderen Burgemeesters en Raad met de Taalmannnen en Gezworenen om de rekening van de Stadsrentmeester in te nemen [Hildebrand, Reglement., blz. 9]=in 1764 is Wicher Glimminga breukmeester [Elema, bl. 217]=tot 1767 is Jan Olthof stadsdeurwaarder; in dat jaar opgevolgd door Wicher Glimminga [Elema, blz. 217]=in 1764 is T.J. van Iddekinge ontvanger-generaal [Elema, blz. 217]geestelijkheidOpgaaf van inkomsten van de abdij in Werden uit land in Drenthe en bij Groningen in de periode 950-1050 [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 117, blz. 118].gemeentealgemeen=in 1910 groot 1807 hectare met 75.370 inwoners [Wink, blz. 532]=in 1968 waren er 156.500 inwoners [ter Laan, blz. 146]burgemeester=Jan Eeck was in 1648 burgemeester. Hij stichtte de borg Ekenstein bij Tjamsweer in de gemeente Appingedam [ter Laan, blz. 107]ontvanger=jhr . mr. Hindrik Jan Trip [1811-1886] was gemeenteontvanger [Leeuw1886, blz. 25]raadslid=jhr mr. Willem Carel Antoon Alberda van Ekenstein is lid van de gemeenteraad [Wie is dat, blz. 15]secretaris=in 1826 is mr. R Lohman secretaris van de stad Groningen [Gosselin, blz. XIV].wethouder=jhr . mr. Hindrik Jan Trip [1811-1886] was wethouder [Leeuw1886, blz. 25]heerlijkheidMeinard van Ham is heer van Groningen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 276]oorlog=in 1580 leverde George van Lalaing, graaf van Rennenberg, de stad over aan Philips [Verwoert2, blz. 3]=Terwijl de voorhoede der Staatsen in het gezicht kwam, trokken, met toestemming der stadsregering, de Spaanse troepen de voorstad Schuitendiep binnen. En daarmee was de zaak beslist, en de toeleg der stadhouders verijdeld. Zes dagen lang lag het leger zo goed als werkeloos voor de stad, in afwachting van wat er nog gebeuren kon. Toen kwam eindelijk de krijgsraad tot een besluit: hij gaf de belegering van Groningen voor het ogenblik op [Fruin, Tien, blz. 103]=De hele zomer van 1593 hadden Verdugo en Willem Lodewijk in de Ommelanden elkaar bevochten. Insluiting van de stad dreigde [Fruin, Tien, blz. 143]=in mei 1594 verschenen Maurits en Willem Lodewijk voor de stad. Ernst van Ooostenrijk en Fuentes zou de stad te hulp komen, maar Ernst kon geen voldoende leger op de been brengen. Na een lang beleg komt de stad op 24 juli 1594 in Staatse handen [Fruin, Tien, blz. 148-150]rechtspraakalgemeen=de burgemeesters en raden spreken recht in civiele en strafzaken. Ook kan bij hen beroep worden ingesteld tegen vonnissen van stedelijke colleges [kluftheren, wijkmeesters, commissarissen van kleine zaken, vonnissen over gild- water- en stapelrecht] en tegen vonnissen in civiele zaken van rechters in het Oldambt, Gorecht en Sappemeer [Hildebrand, Reglement., blz. 28]. De fiscaal is de stadsadvocaat die in strafzaken de eis formuleert in de zitting van burgemeesters en raden [Hildebrand, Reglement., blz. 25]=in 1748 zijn er veel klachten over het feit dat van vonnissen door de stadsregering niet kan worden geappelleerd [Hildebrand, Reglement, blz. 3=In 1786 is H. Gockinga giltrechtsheer in Groningen [Chalmot1, blz. V]arrondissementsrechtbankrechter=jhr. mr. Evert Joost Lewe van Aduard [1814-1863] was rechter in de arrondissementsrechtbank [Leeuw1884, blz. 35]griffier=jhr. mr. Samuel Wolter Trip [1804-1886] was griffier van de arrondissementsrechtbank te Groningen [Leeuw1886, blz. 34]substituut-griffier=mr. Francois Nanning Maclaine Pont, substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank te Groningen [Leeuw1886, blz. 26]BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1852internetArchieven.nlhttps://genver.nl/indexgr.htm [dopen, trouwen, begraven, geboorten, huwelijken en overlijden]literatuurAa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel I, Haarlem 1852, blz. 218-219ANF 1883, 2 oktober, p. 5 (19e e); 1884, 9 februari, p. 2 (16e e)Bannier, Landgrenzen I, pp. 43 (1489), 44-45 (1482)Becht, Statistische, pp. 62 (1645), 142 (1596), 199 (17e e)Blink, Geschiedenis I, p. 201 (1251)Blok, Geschiedenis I, p. 515 (1499)Blok, Rekeningen (16e e)Bos, P.G., Het Groningsche Gild- en Stapelrecht tot de Reductie in 1594. Groningen, Wolters, 1904. Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 267-268 Chijs, Munten, blz. 16 (m.e.), 18 (id)Doornbos, W.G., Herbergiers van de stad Groningen, 1623-1806. Admissies (Groningen 2008) Elema, Petronella J.C., Het korte leven van Ulbentje Hekkema (1696-1722), in: Gens Nostra 2024/1, blz. 40-45Elema, Petronella J.C., De bejaarde moeder van deurwaarder Glimminga in Groningen, in: Gens Nostra 2024, jrg 79, nr. 4, blz. 214-219Engelsman, Ontstaan, p. 64 (1813)Faber, Drie I, p. 290 (17e e)Feith, H.O., Groningen veroordeeld door het Veemgerigt te Wunnenberg in 1456, in: BVGO 1854, blz. 164-194Feith, H.O., Over de oude Groningsche schutterij, in: BVGO 1847, blz. 133-162Feith, H.O., Register van het Archief van Groningen, 2e vervolg, Groningen 1877Feith, J.A., De "Grunsinck", in: BVGO 1913, blz. 193-212Formsma, Ommelander (1536-99)Formsma, Wording (1536)Fox, J., Groningen en Bern. Twee Steden in Historisch Perspectief, in: Driekwart eeuw historisch leven in Den Haag, Historische opstellen uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Historisch Gezelschap te ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage 1975, blz. 66-86 Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XIV, XLVIIIGosses, Bisschop, p. 171 (14e e)Gratama, S., Het ontstaan en de ontwikkeling van het eigenlijke stadsbestuur te Groningen tot in het begin der 15de eeuw, in: BVGO 1892, blz. 165-266Helpen, Kort, p. 231 (1505)Henne, Histoire II, p. 142(1514)Kobus, J.C. /jkhr W, de Rivecourt, Biographisch Handwoordenboek van Nederland, Zutphen 1870, deel 1 [A t/m H], blz. 33, 105, 126]Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 162Navorscher 1852, blz. 126; VI, pp. 187 (1619), 388 (1854); XI, p. 122 (18e e); XIX, p. 561 (1869); XL, p. 195 (16e e); XLV, pp. 24 (1290), 131 (1618); XLVIII, p. 696 (18e e)=Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. XIRacer, Gedenkstukken, deel 2, blz. 185, 321 (1457)Sickenga, Omwenteling, blz. 11 [1795]Stratingh, Geschil (15e-17e e)Stratingh, Inkomsten (1563-64)Stratingh, Precarie (14e e)T.S. Zeeland I,p. 217 (16e e)Telders, Niet, pp. 196 (19e e), 207 (1876)Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 13, 120, 129-130W.D.B.I.U.A. 1874, 28 februari, p. 3Wie is dat, blz. 15Wijnpersse, Statistiek, pp. 384 (1854), 395 (1853)