Plaats in Gelderland. Ook Noviomagumalgemeen=Nijmegen en het land van Maas en Waal behoorden in de Romeinse tijd tot de Civitas Batavorum met als hoofdplaats Colonia Ulpia Noviomagus. ten westen van het latere Nijmegen [Alberts, Heerlijkheid, blz. 33]. De colonia is in de 3e eeuw ontruimd toen de Romeinen hun verdedigingslinie in de Rijndelta inkortten [Alberts, Heerlijkheid, blz. 34].=De schriftelijke bronnen vermelden Noviomagus voor het eerst weer in de tweede helft van de 8ste eeuw, als Karel de Grote er zijn bescheiden palts bouwt en hij en later zijn opvolgers daar herhaaldelijk vertoeven en bovendien sprake is van een kerk [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 157]=van 720-1230 was Nijmegen domein van de keizer [Wink, blz. 870]=in 838, 875, 880, 890 en 925 door de Noormannen geplunderd [Verwoert2, blz. 107; Wink, blz. 870]=in 1047 brandde hertog Godevaart van Lotharingen het hof af [Verwoert2, blz. 107]=in 1230 werd het een vrije rijksstad [ter Laan, blz. 306; Wink, blz. 870]; in de 11e eeuw [Verwoert2, blz. 107]=In 1344 worden door Reinoud III de keuren van de stad vernieuwd [ANF1888, blz. 67]=Anna, aartshertogin van Oostenrijk, dochter van keizer Maximiliaan II wordt de vierde echtgenote van Filips II. Ze reist naar Spanje over Nijmegen en krijgt daar op 19 augustus 1570 op bevel van Alva door de Staten een geschenk aangeboden t.w.v. 100.000 kronen. Ze trouwen op 12 november 1570 in Segovia [[Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 18]=Uit 1593 dateert “Civitates orbis terrarum” waarin op blz. 18 een kort verhaal in het Latijn over de stad=op 4 april 1640 richt een aardbeving tussen 3.00-4.00 uur grote schade aan [Kok1, blz. 39]=in 1826 is het Rijk van Nijmegen één van 17 hoofdschoutambten in Gelderland. Het omvat 9 schoutambten met totaal 11481 inwoners [Gosselin, blz. XXXV]belastingencommies-generaal der convooien en licenten=In 1820 is J.W. Roessingh oud commies-generaal der convooien en licenten te Nijmegen [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XXIV]ontvanger der directe belastingen=Maximiliaan Jacob de Man [1820-1886] was ontvanger der directe belastingen [Leeuw1886, blz. 32]ontvanger der convooien en licenten=Christiaan Willem van Benthem [1694-1753] is ontvanger van de convooien en licenten [NNBW 1911, blz. 294]
speelkaarten
=een belasting op de speelkaarten - van 3 st. per spel - werd in Holland en kwartier Nijmegen ingevoerd [1795] [Sickenga]verhoging
=een verhoging op onderscheidene ordinaris middelen had van tijd tot tijd plaats in kwartier Nijmegen, en daaronder op het Zegel [Sickenga blz. 11]verponding
=er wordt een extraordinaris verponding opgesteld [Sickenga blz. 10]bestuuralgemeenDe inwendige verdeeldheden, welke hier plaats vonden, hadden veelal haren oorsprong over de wijze van het stadsbestuur, of dat de burgerij meerderen invloed op dat bestuur verlangde, dit had płaats in de jaren 1702, 1704, 1748. 1766, 1783 en 1787 [Verwoert2, blz. 107]buitencollegesgedeputeerde in het Kwartier van Nijmegen=in 1578-1579 was Jacob van der Capellen tot Randwijk lid van de ridderschap van het kwartier [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 135=Laurents van den Bergh [1618-1679] werd in 1672 lid van Gedeputeerde Staten van het kwartier [NNBW 1911, blz. 313].=Nicolaas Fagel [1681-...] was gedeputeerde [Leeuw1884, blz. 62]=Christiaan Willem van Benthem [1694-1753] is gedeputeerde in het Kwartier van Nijmegen [NNBW 1911, blz. 294]gedeputeerde in de Staten-Generaal=mr. Justinus de Beyer van Hulsen [1705-1772] was burgemeester in Nijmegen gedeputeerde in de Staten Generaal [Leeuw1884, blz. 62], gedeputeerde in de admiraliteit van Amsterdam=mr. Justinus de Beyer van Hulsen [1705-1772] was burgemeester in Nijmegen gedeputeerde ter admiraliteit te Amsterdam [Leeuw1884, blz. 62], provisioneel representant in het Kwartier van Nijmegen=van 30 april 1795 t/m 23 december 1795 bekleedt Hendrik Aalbers [1769-1816] dit ambt namens het Ambt van Overbetuwe [Repertorium; Wissing, Eerste, blz. 112]=van 21 december 1795 t/m 23 december 1795 bekleedt Johannes Aalbers [1741-1798] dit ambt namens het Ambt van Overbetuwe [Repertorium; Wissing, Eerste, blz. 113]burgemeester=mr. Jacob Canis [....-1553] was 27 jaar lang burgemeester [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 100; Gens Nostra 1946, blz. 65, 67; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 114]=Dirk Canis was burgemeester [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 106]=Godfried van Triest was burgemeester [Gens Nostra 1946, blz. 69]=Wichman van den Bergh was burgemeester [Gens Nostra 1946, blz. 66]=Gerrit Willem Baron van Balveren is in 1786 burgemeester en heer van Heukelom en tot Weurth en Waltgraav des Nederrijkschen Wakts [Chalmot1, blz. III]=Nicolaas Vijgh van Zoelen is burgemeester van Nijmegen [Nav1870]=Kristoffel Biesman is burgemeester van Nijmegen [Chalmot2.359]=Jacob Ouwens of Uwens is burgemeester van Nijmegen [ANF1888, blz. 32; Gens Nostra 1946, blz. 70]=Laurents van den Bergh [1618-1679] werd in 1672 burgemeester van Nijmegen [NNBW 1911, blz. 313].=mr. Justinus de Beyer van Hulsen was burgemeester van Nijmegen [Leeuw1884, blz. 62]=Nicolaas Fagel was raad en burgemeester te Nijmegen [Leeuw1884, blz. 62]=zijn zoon Nicolaas Fagel [1681-...] was burgemeester te Nijmegen [Leeuw1884, blz. 62]=in 1686 is Hendrik Cuper, burgemeester van Nijmegen. Hij woonde op het slot Kinkelenburg bij Bemmel. Hij was ook landschrijver van het ambt Over-Betuwe en wegens Gelderland gedeputeerde ter admiraliteit te Amsterdam [Leeuw1884, blz. 62]=mr. Justinus de Beyer van Hulsen [1705-1772] was burgemeester in Nijmegen gedeputeerd in de Staten Generaal en ter admiraliteit te Amsterdam [Leeuw1884, blz. 62], =In 1720 is Willem van Heukelom burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 154]=Christiaan Willem van Benthem [1694-1753] is in 1753 burgemeester in Nijmegen [NNBW 1911, blz. 294]burggraaf=Wilhelmo de Apelteren was in 1440 burggraaf van Nijmegen [Leeuw1884, blz. 24]=Dirk Rijnhard Johan, baron van Lynden [1779-1837] was burggraaf van het oude slot [Verwoert2, blz. 38]=Willem baron van Lynden was burggraaf van het oude slot [Verwoert2, blz. 39]gemeensman=Rijk van Rees was gemeensman en schepen in Nijmegen [Schutte, Willem, blz. 82]gilden=Te Nijmegen hadden de gilden vanouds meer dan in de andere Gelderse steden te zeggen gehad; na de inneming der stad wordt de nieuw gekozen regering van hun bemoeiingen vrijgesteld, op aandrijven vooral van de Friese stadhouder, die tegen ‘dezen vorm van des gemeenen mans regeering’, als een bron van tweedracht, was ingenomen [Fruin, Tien , blz. 41]gouverneur=Arent van Groenevelt was gouverneur van Nijmegen [Leeuw1883, blz. 11]=Kornelis van Aarsen [....-1662] is in 1650 gouverneur van Nijmegen [Verwoert, Handwoordenboek 1, blz. 3; Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 74]meesters van de broederschappen en ambtenIn 1592 werd Nijmegen door Prins Maurits belegerd en opgeëist. De magistraat overlegde met "die Meysteren van die Broederschappen ende Ampten, representeerende de alinge gemeinte dezer stad" en capituleerde. De stad werd aan de Spaanse heerschappij ontnomen en met behoud van al haar rechten en privilegiën aan de Unie toegevoegd. Dit feit is bekend als "de reductie tot de Unie". Krachtens de capitulatie werd het recht van vernieuwen van de regering provisioneel gedurende de oorlog aan de Prins als stadhouder van Gelderland opgedragen en op 27 januari 1592 maakte de stadhouder van deze bevoegdheid gebruik door de gehele oude magistraat te bedanken en de medewerking .van de meisteren van de ampten, gilden en broederschappen in de stedelijke regering af te schaffen. Laatstgenoemden werden vervangen door de gemeentelieden, die voortaan met de nieuwe, door de stadhouder aangestelde raden, het stedelijk bewind zonden uitoefenen [Leeuw1884, blz. 23]pensionaris Jan Glimmer of Glummer is pensionaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 236]raad=Ansem van den Bergh is raad van N. en bottelier van hertog Arnold van Gelre [Adel1925, blz. 14]=Nicolaas Fagel was raad en burgemeester te Nijmegen [Leeuw1884, blz. 62]=Laurents van den Bergh [1618-1679] werd op 2 januari 1667 raad en schepen in Nijmegen [NNBW 1911, blz. 313].=In 1786 is mr Leonard Jan Smits raad van de stad [Chalmot1, blz. VII]=mr. Frans Jan Omelingh [1741-1795] is raad en schepen [ANF1888, blz. 90]=Christiaan Willem van Benthem [1694-1753] is raadslid in Nijmegen [NNBW 1911, blz. 294]ridderschap=Ansem van den Bergh is beschreven in de ridderschap van N. en bottelier van hertog Arnold van Gelre [Adel1925, blz. 14]=Willem en Daem van Broeckhuisen tot Eeschate zijn lid van de ridderschap [ANF1888, blz. 69]=Jan van Balveren was heer van Lakenburg Hij werd in 1631 toegelaten tot de ridderschap van het kwartier van Nijmegen [Leeuw1885, blz. 57]schepen=Wolterus de Huet, scabini de Noviomagum [Leeuw1884, blz. 24]=Henricus de Galen was in 1431 scabini Noviomagum [Leeuw1884, blz. 24]=Ansem van den Bergh is schepen van N. en bottelier van hertog Arnold van Gelre [Adel1925, blz. 14]=Warner van Lennep was in 1554 schepen van Nijmegen [Leeuw1884, blz 24]=Hendrik van Beynhem was in 1554 schepen van Nijmegen [Leeuw1884, blz 24]=in 1586 was Dierick van Bronckhorst schepen [Leeuw1884, blz. 48]=in 1586 was Wilhem van Doernick schepen [Leeuw1884, blz. 48]=Rijk van Rees was gemeensman en schepen in Nijmegen [Schutte, Willem, blz. 82]=Laurents van den Bergh [1618-1679] werd op 2 januari 1667 raad en schepen in Nijmegen [NNBW 1911, blz. 313].=mr. Frans Jan Omelingh [1741-1795] is raad en schepen [ANF1888, blz. 90]=Christiaan Willem van Benthem [1694-1753] is schepen in Nijmegen [NNBW 1911, blz. 294] schout=Jan Burkens was schout van Nijmegen [Leeuw1886, blz. 74]economie=in 1364 werd Nijmegen Hanzestad [ter Laan, blz. 306]=in 1764 werd in Nijmegen een flessenblazerij opgericht [Arendonk, blz. 19]gemeentealgemeen=in 1910 groot 4031 hectare met 55.825 inwoners; de gemeente omvat Hees, Sint Anna, Hatert, Neerbosch [Wink, blz. 870]=in 1968 een gemeente met 147.000 inwoners; de gemeente omvat Brakkestein, Driehuizen, Hatert, Hees, Hengstdal, Kwakkenberg, Mariënboom, Neerbosch, Sint Anna [ter Laan, blz. 306]burgemeester=Dirk Rijnhard Johan, baron van Lynden [1779-1837] was burgemeester van 1819-1824 en van 1830-1837 [Verwoert2, blz. 38]=In 1820 is P. Baron Straalman, Heer van Duijten, De Haar en Zevenhuizen, Lid der Provinciale Staten van Gelderland, Burgemeester en Raad der Stad Nijmegen [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XXVI]oorlog=in 1473 wordt Nijmegen door Karel de Stoute veroverd. Hij verbleef daarna nog enige op kasteel Dukenburg [Navorscher 1852, blz. 93; Verwoert2, blz. 107; Zwetheul, Philippa, blz. 208]=in 1491 was Maximiliaan er machthebber [Verwoert2, blz. 107]=in 1530 trekt de hertog van Gelre de stad binnen [Verwoert2, blz. 107]=in 1579 sloot de stad zich aan bij de Unie van Utrecht [Wink, blz. 870]=op 16 november 1584 werd een aanval van de Spanjaarden afgeslagen [Verwoert2, blz. 107]=in 1585 door de Spanjaarden veroverd [Wink, blz. 870]=in 1585 koos de stad voor de Spanjaarden [Verwoert2, blz. 107]=in 1586 en 1589 doet de overste Schenck vergeefs een aanval op de stad [Verwoert2, blz. 107]=op 21 oktober 1591 veroverd door Prins Maurits [Verwoert2, blz. 107]=De Nijmegenaars, door het fort Knodsenburg ondragelijk gekweld, smeekten in jun 1591 dat Parma hen van die lastige overbuur verlossen zou. Het was te voorzien dat de stad, die slechts een geringe Spaanse bezetting had willen innemen, als hij ze aan haar lot overliet, zich tot zelfbehoud aan de Staten zou overgeven: daarom besloot hij ten laatste tot de belegering van het gehate fort, en zette zijn troepen, niet zonder moeite, over de Waal. De belegeringswerken waren nauwelijks voltooid, toen Maurits reeds met zijn zegevierend leger kwam opdagen. Aanstonds nam deze ook hier de bovenhand, een ruiterschermutseling viel in zijn voordeel uit; terwijl zijn tegenstander gebrek leed, werd hem alles te water in overvloed toegevoerd. Parma's toestand werd hachelijk: de belegering vorderde niet, de terugtocht over de rivier was gevaarlijk; na een nederlaag zou het hem moeilijk vallen zich in zijn schuiten te redden. Als Maurits had durven doortasten (zoo beweren althans de Spaansche krijgskundigen) zou hij Parma's macht geheel en al hebben kunnen vernielen. Maar Maurits was te voorzichtig om een zeker voordeel tegen een onzekere kans op nog grooter gewin in de waagschaal te stellen; hij achtte genoeg gedaan te hebben als hij zijn geduchten tegenstander tot den aftocht kon nopen. En Parma zag slechts naar een voorwendsel uit, waaronder hij, zonderschande, het beleg van Knodsenburg mocht opbreken [Fruin, Tien, blz. 105; Wink, blz. 870]. =Maurits verzamelde zijn strijdkrachten, verenigde zich met de Friezen van Willem Lodewijk, en sloeg het beleg voor het thans aan zichzelf overgelaten Nijmegen. Ook hier diende hem het geluk; en, eer na de inneming van Hulst een maand verlopen was, had hij ook die sleutel van de Waal in zijn macht, en daardoor de riviervaart naar Duitsland beveiligd [Fruin, Tien, blz. 106].=Voor de veroverde steden was het een geluk door de Staten veroverd te wezen. Onder de overheersing van de vijand waren Deventer, Zutphen en Nijmegen tot ontvolkte puinhopen vervallen. De meeste burgers waren voor de moedwil van het krijgsvolk gevlucht, hun achtergelaten have was door de bezetting opgeteerd, de woningen zelfs tot brandhout of afbraak gesloopt. Van Zutphen was slechts een derde, van Deventer twee derden blijven staan. Nijmegen, met een katholieke bevolking, die dus niet zo sterk was uitgeweken, en met een geringe bezetting, had minder geleden: toch was ook daar de nering verlopen, en de armoede met de Spanjaarden binnengekomen. Niet minder dan drieduizend bedden waren indertijd uit Nijmegen naar elders verkocht, en het bed zal wel het laatste huisraad geweest zijn, waarvan de verarmden zich ontdeden. Maar met de overwinning der Staten keerden bedrijvigheid en welvaart terug, en ras herstelden zich de steden uit haar diep verval. Fruin, Tien, blz. 109]. =in 1672 komen de Fransen de stad binnen [Verwoert2, blz. 107]=op 30 april 1674 verlaten de Fransen de stad [Navorscher 1852, blz. 3; Verwoert2, blz. 107]=op 10 augustus 1678 wordt de zgn Nijmeegse vrede gesloten [ter Laan, blz. 306; Navorscher 1852, blz. 3; Verwoert2, blz. 107]=in juni 1702 onderneemt de Franse maarschalk de Bouflers een aanslag op de stad. Hij slaagt niet [Navorscher 1852, blz. 3, 336; Verwoert2, blz. 107]= bij verdrag van 7 op 8 november 1794 in Franse handen [Verwoert2, blz. 108]=in 1810 in Frankrijk ingelijfd [Verwoert2, blz. 108]=op 5 januari 1814 weer in Nederlandse handen [Verwoert2, blz. 108]rechtspraak=van 1848 tot 1877 is jhr mr. Johan Maurits van Pabst van Bingerden [Leeuw1883, blz. 26]=in 1820 is mr .E. F. J. van den Gheijn rechter ter instructie bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Nijmegen [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XIV]. =mr Matthijs Adolf van Roggen was kantonrechter [Leeuw1887, blz. 22]=mr. Willem baron van Lijnden [1806-1866] was rechter in de arrondissementsrechtbank te Nijmegen, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en van provinciale staten van Gelderland [Leeuw1886, blz. 34]waterstaat De stad werd herhaardelijk geteisterd door overstromingen, zoals op 29 februari 1784, 21 februarij 1799, 9 november 1800, januari en februari 1809 en in januari 1820, toen vele ingezetenen van het lagere gedeelte van de stad genoodzaakt werden de wijkmaar het hogere deel te nemen [Verwoert2, blz. 108]BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1852literatuurANF1885, p.3 (15e e)Ablaing, Bannerheeren, p. 16 (1578)Alberts, Bijdrage, pp. 343 (1414-15), 346 (14e e)Alberts, Geschiedenis, pp. 57 (13e e), 119(1473)Alberts, Oudste, p. 54 (m.e.)Alberts, Stukken (1457-58)Alberts, W. Jappe., Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978 Arendonk, Bert, De Glasblazerijen, De geschiedenis van de Nederlandse glasblazerijen en de productie van gebruiksflessen in de 17e, 18e en 19e eeuw, in: Ons Voorgeslacht, DigitheekArkstee, Beschrijving van NijmegenB.M. Gelre XI, p. 28(15e e)Bachiene, Vaderlandsche, blz. 294-300Baelde, Domeingoederen, pp. 149 (1551), 151 (id)Becht, Statistische, pp. 115 (1580), 140 (id)Bergh, Handboek, blz. 122 (m.e.)Bergh, L.Ph.C. van den, Het Nijmeegsche geslacht Kanis, in: BVGO 1866, blz. 147-170Blink, Geschiedenis I, p. 218 (1441; 1454; 1536)Braun, Georg/Hogenberg, Franz, Civitates orbis terrarvm: Vrbivm Praecipvarvm Totivs Mvndi Liber Tertius, Coloniae Ubiorum, 1593, blz. 18Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 359Chijs, Munten, blz. 15 (m.e.), 16 (m.e.) Commissie, Statistieke, pp. 32 (Rep), 480 (1180)Dickmann, P., Rampjaren en reuring in Nijmegen 1672-1675, in: Nijmeegs Katern, jg. 37, 2023/1Dobbelaar, Statistiek, p. 211 (1753)Doorman, Brouwerij, p. 81 (1391)Doorninck, Geldersche, p. 75 (1271)Druijnen, Jan Willem van, and Gerrit van Druijnen. Leven aan de Waal, of Vervolg der Kronijk van Nijmegen 1819-1859. Edited by A Bosch, A.E.M. Janssen, and A.T.S. Wolters-Van der Werff. Nijmegen: Vantilt, 2011, te vinden in ]https://kronieken.transkribus.eu/document/891564]Fock/Brucken/Hoeufft, Autobiographische, pp. 300(17e e), 301(18e e), 303(1772)Fruin/Colenbrander, Geschiedenis, p. 39 (1248)Gorissen, P., Stede-Atlas van Nijmegen, Werken Gelre, nr. 29, ArnhemGosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XXXVG.S. Gelderland, Kort, pp. 28 (1803-06), 29-31 (1548-1810)Guyot, P.C.G., Een oude Nijmeegsche Weeldewet, in: BVGO 1847, blz. 276-283Guyot, P.C.G., De sluiting van het traktaat, waarbij de stad Nijmegen, in 1585, terugkeerde onder de gehoorzaamheid des konings van Spanje, in: BVGO 1848, blz. 189-223Guyot, P.C.G., Aanmaningsbrieven, om tot Spanje terug te keeren, gerigt aan de stas Nijmegen, in het laatst van 1584 en in het begin van 1585, in: BVGO 1848, blz. 224-243Haak, Plooierijen, pp. 100 e.v. (18e e), 109 (id), 115 (id), 119(1703), 123 (m.e.)Hoefer, Uittreksel, pp. 271-277 (1474-76)Iets over Oud-Nijmegen, vóór de verpanding aan Gelderland, benevens eene chronologische lijst der Burggraven en Richters, Nijmegen 1840, in: BVGO 1842, blz. 46-48Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 39Kolman, R.J., De reductie van Nijmegen (1591), Voor-en naspel, Groningen 1952Krul van Stompwijk H.W./ Scheers, J.H.A, Beschrijving van de oudheidkundige verzameling op het raadhuis te Nijmegen, besproken door L.J.F. Janssen in BVGO 1864, blz.137-142Lijnden van Hemmen, Besluit, pp. 381-382 (1629)Maasgouw 1879-1881, p. 458 (1548)Meester, Geschiedenis I, pp. 9 (1180), 8 (1441), 86 (1449), 99 (15e e), 119 (1519), 122(1532), 133(1544)Merula, Beschrijving van NijmegenNavorscher 1852, blz. 93; 1870, blz. 376Navorscher VII, p. 96 (14e-16e e); XI, p. 292(1807); XII, p. 114 (1632); XIII, p. 280(1421); XX, p. 386 (1807); XXV, p. 535 (1382); XLV,p. 327 (1538)Neve, Rijkskamergerecht, p. 143 (1495)Niermeyer, Over, p. 26 (14e e)Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. XIV; XXIVNijenhuis, Bibliographie (Toevoegsel), pp. 27-29Nijhoff, P., Berigt aangaande het oud Archief der stad Nijmegen, in: BVGO 1850, blz. 235-274Nijhoff, Archief, pp. 9 (1402), 11 (1423)Nijhoff, P., Inventaris van het Oud-archief der Gemeente Nijmegen, Arnhem, 1864. Nijhoff, Oud (1196-1816)Rheineck Leyssius, Th. van, Noordwijkerhout, in: BVGO 1916, blz. 40-71Schaik, Nieuw (1426)Scheltema, Staatkundig I, p. 33 (15e e)Schevichaven, H.D.J. van, Het Stadhuis van Nijmegen. Nijmegen, Firma H . ten Koet 1904Schevichaven, Krijgstoerustingen, pp. 158 (1538), 159-160(1540), 185(1542), 188 e.v. (1543)Schevichaven, Nijmegen, pp. 46-47 (1537),51 (id)Schevichaven, Organisatie (14e- 16e e)Schevichaven, Rijk, pp. 40 (8e e), 42 (1247),44 (1248), 45 (1254), 49 (1230), 55 (m.e.), 56(1650), 73(1769), 78-80(17e e)Schevichaven, RijkstolSchevichaven, Stad, p. 12 (1546)Schevichaven, Vraagstukken, pp. 52 (1182),68 (1230), 84 (1369)Schevichaven, H.D.J. van/Kleyntjens S.J., J.C.J., Rekeningen der stad Nijmegen 1382-1543, deel 1: 1382-1427. Nijmegen, Malmberg , 1910 Schrassert, Codex, pp. 23 (1732), 37 (1692)Schutte, Gerrit Jan/Willem van Rees, arts in Arnhem, Nijmegen, Kaapstad , Batavia en wederom Arnhem, in: Arnhems Historisch Tijdschrift 2022/2, blz. 82-90Sickenga, Omwenteling, blz. 10 [1795], p. 42 (1798) Slanghen, Tol, p. 429 (1543; 1651)Smidt/Strubbe, Chronologische I, p. 210(1485)T.S. Overijssel I,p. 9(1696)Terpstra, J. Louisa A., Nijmegen in de Middeleeuwen , Amsterdamsche dissertatie: A . H . Kruyt, Amsterdam, 1917 Venner, Inventaris, pp. 17 (1471), 103 (1601-02), 145 (1618)Verhofstad, Regering, p. 79 (16e e)Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 18, 114Vries, Economische (Graf.), p. 10 (1698-1795)Vries, Ontduiking, p. 351 (1725)W.D.B.I.U.A. 1874, 24 januari, p. 2Wijnpersse, Statistiek, p. 381 (1854), 395(1853)Wissing, P.W. van, De eerste volksvertegenwoordigers van Gelderland in 1795, Amsterdam, 1996, blz. 112 Zijp, Strijd, p. 43 (1543)Zwetheul, Paulina, Philippa van Gelre, hertogin van Lotharingen (1465-1547). De “vergeten” oudere zus van hertog Karel van Egmond - deel I, in: Arnhems Historisch Tijdschrift 2023/4, blz. 205-214