Dorp in Zuid-Limburg bij Maastricht. Keer is het noordelijke deel; Cadier het zuidelijke deel. Ook Cadir (1358), Kayersberch (1440), Cajer (1588), Keer (ca 1600), Cadier ofte Keer (1736), Keijer, Kadier.
gemeente=Aanvankelijk twee afzonderlijke gemeenten, Cadier en Keer, verbonden met Heer. =In 1822 en 1826 is Cadier een gemeente in het arrondissement Maastricht met 172 inwoners [Gosselin, blz. 82; Witkamp1, blz. 212]=In 1828 vormden de gemeente Cadier en de dorpen Keer en Sint Anthoniusbank tot dan toe deel uitmakend van de gemeente Heer één gemeente. (KB 5 augustus 1828). Maastricht annexeerde daarvoor al enkele delen. =in 1840 zijn er 647 inwoners [Witkamp1, blz. 212]=In 1841 bestaat Cadier uit 280 bunder 64 v 30 ellen, telt 100 woningen en 550 inwoners. Tezamen met Keer en St Anthoniusbank 119 huizen en 630 inwoners. Ze verdienen vooral de kost in de landbouw. De heerlijkheid is in bezit van de heer Pichot du Plessis uit Maastricht. In Cadier zelf wonen in 1840 ruim 200 inwoners=In 1851 wonen in Cadier 550 inwoners in 90 huizen. Cadier en Keer beslaat 785 bunder, 45 voet en 50 ellen.=in 1860 zijn er in de gemeente 574 inwoners , in Cadier zelf 198 inwoners [Witkamp1, blz. 212]=In 1862 worden nieuw ingevoerd leges ter secretarie en een recht voor het planten van bomen op gemeentegrond =Op 31 december 1863 telt Cadier en Keer 621 inwoners (317 mannen en 304 vrouwen). De burgemeester verdient f 50 per jaar, iedere wethouder f 10, de ontvanger f 30 en de secretaris f 70. De hoofdelijke omslag is maximaal f 250. De opcenten op de grondbelasting gebouwd en ongebouwd zijn 10%, totaalopbrengst f 148. De opcenten op de personele belasting zijn 3 - 15%, totaalopbrengst f 73,47. Hoofdelijke omslag opbrengst f 250. De totale uitgaven bedragen f 1674,96.=De begroting 1864 voorziet f 2385.445 aan inkomsten en f 2175,60 aan uitgaven. De opcenten op de gebouwde eigendommen zijn verhoogd naar 15%, die van de personele belasting van 3-15 naar 5-25.=in 1870 zijn er 648 inwoners [Witkamp1, blz. 212]=in 1877 groot 785 bunder [Witkamp1, blz. 212]=HR 26 november 1888, W. 5645 (Cadier en Keer-arrest)=in 1968 zijn er rond 2000 inwoners [ter Laan, blz. 72]=In 1982 Cadier en Keer worden deel van de gemeente Margraten. =In 2008 zijn er in Cadier en Keer 3667 inwoners.=Sinds 2011 deel van de gemeente Eijsden-Margraten=In 2012 heeft Cadier en Keer 4150 inwoners met 1750 huishoudens
heerlijkheidHeer en Keer=Tussen 1000 en 1200 worden achtereenvolgens Heer en Keer ontgonnen. =In die periode heeft de keizer van het Heilig Roomse Rijk de landsheerlijke rechten van een deel van het Koningsgoed, het gebied Heer, dat ook het latere Keer omvatte, in directe leen gegeven aan het kapittel van Sint-Servaas. Heer werd daarmee een rijksleen van het Heilig Roomse Rijk: de rijksheerlijkheid Heer. De oudste vermelding van Heer is in 1196. De kerktoren stamt uit de 12e eeuw.In 1204 wordt Maastricht ermee beleend door hertog Hendrik I van Brabant.=De eerste vermelding waaruit blijkt dat Heer onder het gezag van het kapittel valt is in 1281. En uit een oorkonde van 16 augustus 1292 volgt dat dit toen al lange tijd het geval was. Het kapittel was niet alleen heer over het land en de gebouwen maar had er ook het bestuur en deed er rechtspraak.=Ook onder Karel V (1515-1555) bleef het kapittel het gezag houden over de Rijksheerlijkheid. =In 1555 komt Heer en Keer te vallen onder Karels broer keizer Ferdinand, Cadier onder Karels zoon Philips II.=Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1644) blijven Heer en Keer Rijksheerlijkheid.=Heer en Keer moeten in de periode 1644-1647 behalve een zekere belasting protectiepenningen betalen aan de Staten-Generaal. In totaal 960 gulden.=De Vrede van Munster van 1648 brengt geen duidelijkheid. De inwoners zijn jarenlang verplicht om de soldaten van Willem III te onderhouden en te huisvesten. Het kapittel beriep zich tevergeefs op vrijstellingen. =In het Partage-Traktaat van 26 december 1661 worden de elf banken deel van de Republiek maar als vrije heerlijkheid onder de Duitse keizer Leopold I=Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) moesten de inwoners van Keer zgn. contributie betalen "om hunne totale ruïne van brandt of andersins voor te comen" Keer moest in 1693 een lening van f 600 tegen 5%.=In de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) betalen de inwoners van Heer en Keer aan protectiepenningen en andere belastingen f 480. =In 1753 verloren Heer en Keer niet formeel maar wel feitelijk de onafhankelijkheid tegenover de Republiek. =Tussen 1778 en 1795 is Christiaan van der Linden collecteur van belastingen in Keer=Vanaf 1 november 1785 bij het Verdrag van Fontainebleau worden de protectiepenningen niet langer aan Brussel maar aan de Staten-Generaal betaald. Keer betaalde vanaf 1786 f 256=Op 1 oktober 1795 worden Heer en Keer door de Fransen ingelijfd. Heer en Keer worden een gemeente in het arrondissement Maastricht van het departement Neder-Maas. Er wordt een grondbelasting geheven en nadere belastingen. Er komt ook een eind aan de versplintering in heerlijkheden.=Van de gemeente Heer en Keer werden omvangrijke leveringen van tarwe, rogge, vlas en daar bovenop nog een geldbedrag geëist. Bovendien moesten, voor een bedrag van 800 gulden, twee karren worden geleverd voor het vervoer van vrachten voor het leger naar Neuss of Keulen. De gemeente Heer en Keer kon dat slechts voor een deel uit de belastingen betalen en moest voor het andere deel een schuld aangaan van 10200 gulden. Het heeft tot 1811 geduurd voordat de schuld van f 10.200 kon worden afgelost.Cadier=De heerlijkheid Cadier is bekend sinds 1266. Cadier behoort tot het land van Daalhem. De heerlijkheid grenst aan de heerlijkheden Heer en Keer.=Op 4 oktober 1375 verpanden hertog Wenceslaus en hertogin Johanna Cadier en Eijsden voor 5500 zware guldens aan Jan van Gronsveld. Bij akte werd geregeld dat bij vooroverlijden van Jan het pand zou terugkeren naar de hertog en hertogin. Bij overlijden na dat van de hertog en hertogin mogen de erfgenamen het pand behouden totdat de pandsom is terugbetaald. Jan van Gronsveld wordt op 25 augustus 1386 in Aken vermoord. Johanna leeft dan nog. Niettemin verblijft het pand volgens een akte van 1 november 1386 bij de weduwe Marguerite de Merode en broer Henri van Gronsveld. Philips de Stoute, getrouwd met een nicht van Johanna loste allerlei verpandingen in. Op 19 juni 1396 draagt hertogin Johanna van Brabant de volledige souvereiniteit over de Landen van Overmaze over aan Philips de Stoute.=Ruim een jaar later, op 2 juli 1397, meenden de raadgevers van de hertog van Bourgondië dat het nog steeds verpande Eijsen en Cadier retour moesten gaan naar de pandgever vanwege de dood van Wenceslaus en Jan van Gronsveld, maar in 1399 traden Henri, heer van Gronsveld, en de weduwe van Jan van Gronsveld nog op (...). Uit een aanta akten uit de daaropvolgende jaren (1404, 1405, 1408) blijkt dat toch telkens, voor een korte periode ofwel tot herroeping het genot van de dorpen Eijsden en Cadier aan de erfgenamen van Jan van Gronsveld werd toegestaan. Dat gebeurde ook door Anthonis, zoon van Philipsd de Stoute. Deze had in 1404 het recht op de titel hertog van Limburg ontvangen en was in 1406 Johanna in Brabant opgevolgd [Hall, Eijsden, par. 1.14]=Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1644) valt Cadier onder het hertogdom Brabant. Cadier valt vanaf 1632 onder de Staten-Generaal.=De heerlijkheid Cadier wordt op 24 augustus 1644 verpand voor 1400 gulden aan de heer van Hoensbroek-Geul=In 1661 wordt een verdrag gesloten tussen de Staten-Generaal en Spanje.=Na de Vrede van Utrecht in 1713 berust de souvereiniteit over Cadier bij de Republiek. Cadier behoort dan tot het gewest partage Landen van Overmaas.=Op 3 augustus 1768 wordt een overeenkomst gesloten tusschen 't Kapittel en Christiaen van Eyck pastoor van Cadier waarbij ter voorkoming van het geding dat de pastoor tegen het kapittel voor Commissarissen instructeurs van HH MM wilde instellen ten einde een supplement van deszelfs pastorale competentie ofte portio congrua uijt de thiendens van Cadier te verkrijgen bepaald wordt dat het Kapittel jaarlijks aan den pastoor en zijne opvolgers tot supplement hunner portio zal betalen de som van 250 gulden bb. en eene toelage van 15 gulden voor kerkornamenten en verdere benoodigdheden onder expresse reserve dat het voors Capittel zoo uijt kragte van de Erectie der Capelle van Cadier des jaars 1266 als uijt hoofde van desselfs verdere bescheijden tegens de ingesetene off gemeentenaren aldaer en tegens alle andere ten einde van regres in 't geheel sal blijven [Franquinet, Beredeneerde, blz. 367]=In 1784 wordt mr. Jacob Hakstein heer van Cadier en Blankenburg één van de burgemeesters van Rheene=Op 8 november 1785 wordt in Fontainebleau een verdrag gesloten waarin De Staten aan de keizer afstaan: Olne , de heerlijkheid van Blegny le Trembleur met Sint Andries, de Ban en de heerlijkheid van Teneur, de heerlijkheid Daalhem met hare dependentien, behalve Oost en Cadier.=In 1799 is de heerlijkheid Cadier in bezit van mr. W.F. Jacobi, vice-hoogschout van Maastricht
BRONNENliteratuurBeckers, Harry, Cadier en Keer, Honthem & 't Rooth in woord en beeld, Stichting Historische Kring Cadier en Keer, 2011.Boels, H., Overheidsfinanciën tijdens de Republiek en het Koninkrijk, 1600-1850, Hilversum Verloren 2012, blz. 92, 99, 109.Eversen, Bijdragen, p. 169 (Rep)Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. 82 Hackeng, Rolf, Het middeleeuwse grondbezit van het Sint Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn, 2006Habets, Jos., Notice sur la ci-devant seigneurie de Cadier et le chateau de Blankenberg, in: Publ. Soc. Limb. XIII, 1876, blz. 133, 553Haesen, Lei/Peters, Simon, De pastoors van Cadier (en Keer): deel 2. Keerder Kroniek , Jaarboek 2008Instructie voor de boden der heerlijkheid Cadier, Maastricht 1777Jaarboek Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap volume 131, 1995 (tiendrecht)Maasgouw 1879-1881, p. 486 (17e e)Meijers, Fons, De ontstaansgeschiedenis van Keer, deel I. Keerder Kroniek. Jaarboek 2008Monumentenraad, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst; geïllustreerde beschrijving, volume 5, deel 3, nr. 1, blz. 5, 94-96Overhof, Servé, 150 jaar Cadier en Keer: een blik in verleden en heden, 1978Reglement over het Landt van Daelhem van de Staten-Generaal 15 oktober 1663Stuffken, J.H., Bijdrage tot de kennis der geldmiddelen van de gemeenten in de provincie Limburg, Leiden 1858Venne, J.M. van de, Geschiedenis van Heer