LeeuwardenHoofdstad van Friesland. Ook Lieuwewaarts, Lieuwe den waard, Lewardum [1593]algemeen-Leeuwarden ontstaat in 1435 wanneer Oldehove en Hoek stadsrechten krijgen [Oudsten47]-In 1453 zijn er drie jaarmarkten [Oudsten47]-in 1481 is de stad geheel omgracht [ter Laan, blz. 235]-In 1483 gaat door een grote brand een deel vna de stad verloren [Oudsten47]=in 1487 was er oproer [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 45]=in 1492 werd de Grote of Sint Jacobijnekerk gebouwd [ter Laan, blz. 235]=Rienk Camstra, door de Koning van Spanje aangesteld zijnde tot grietman over Leeuwarderadeel, protesteert op 29 oktober 1516 voor de Raden des Konings, dat de Raad en Burgemeesters van Leeuwarden hem verhinderen in zijn jurisdictie, aannemende om zijn recht te vervolgen, aan te geven en verdedigen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 57]. =in 1529 werd de Oldehove gebouwd [ter Laan, blz. 235]-Bij de bouw van de Oldehove in 1532 zakt de toren al scheef [Oudsten47]=op 1 februari 1570 werden op last van Alva alle kerken, kloosters en abdijen in bezit genomen [Verwoert2, blz. 10]-In 1571 wordt de kanselarij gebouwd, zetel van het Hof van Friesland [Oudsten, blz. 47]=in 1580 tot een vesting gemaakt [ter Laan, blz. 235]=Uit 1593 dateert “Civitates orbis terrarum” waarin op blz. 36 een kort verhaal in het Latijn over de stad-In 1800 behoort Leeuwarden tot één van de zeven gemeenten binnen de 2e ring van het Departement van de Eems. Er wonen 15525 personen verdeeld over 31 grondvergaderingen. Daartoe behoren de Schrans en nabijgelegen woningen die eerder tot Huizum hebben behoord [Covens, blz. 122]belastingenaccijnzen=ordonnantie van 1 mei 1584 van de heren Gedeputeerde Staten aan die van Leeuwarden, om bij provisie in hun stad iemand te gelasten tot optekening van de inkomende accijnsbare goederen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 12]. algemeen=in april 1626 waren er onlusten over de gemene middelen [Verwoert2, blz. 11]=in 1748 had Leeuwarden ook te maken met opstanden [Verwoert2, blz. 11]ambtenaren=In 1892 wordt Abraham Bouman [1851] benoemd tot inspecteur in Leeuwarden. [Wie73]=ordonnantie van 1 mei 1584 van de heren Gedeputeerde Staten aan die van Leeuwarden, om bij provisie in hun stad iemand te gelasten tot optekening van de inkomende accijnsbare goederen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 12]. =aanstelling op 9 december 1559 van tien bierdragers door de magistraat van Leeuwarden gedaan, om de fraudes in de excijs te beletten bieraccijns=publicatie van 7 september 1543 van de magistraat van Leeuwarden, nopens de biertonnen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 40]=aanstelling op 9 december 1559 van tien bierdragers door de magistraat van Leeuwarden gedaan, om de fraudes in de excijs te beletten [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 11]=plakkaat van 12 juni 1566, dat niemand de Haarlemmer biervaten onder zich mag houden, gebruiken, vermaken, breken of verbranden [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 40]=ordonnantie of reglement voor de burgerwacht van de stad Leeuwarden van 7 oktober 1581 [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 53]=resolutie van 16 december 1693 waarbij het college gelast wordt, de plakkaten tegen het bederven der biervaten te vernieuwen, en om een opzichter over dezelve aan te stellen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 40-41]=plakkaat van 5 januari 1694 tegen het aanhouden en gebruiken van brouwerstonnen en bierstekerstonnen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 41]boterwaag=Heer Jelto, prebendarius te Oldehoof , verkoopt op 12 december 1536 aan burgemeesters, schepenen en raden te Leeuwarden, het Hof, liggende naast het St. Anthonij-Gasthuis, voor twaalf gouden guldens jaarlijkse renten, te betalen uit de stadsboterwaag, in twee termijnen te ontvangen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 11]contributie=verzoek van 1 juni 1585 van de magistraat van Leeuwarden aan de stadhouder en gedeputeerden om opheldering van de instructie en obligatie inzake de vrijwillige contributie , met presentatie, om in plaats daarvan een extraordinaire maandelijkse omslag op de floreen dadelijk op te schieten [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 27]=plechtig antwoord op 2 juni 1585 van de stadhouder en gedeputeerde staten op het verzoek van de magistraat van Leeuwarden tot opheldering van de instructie en obligatie inzake de vrijwillige contributie [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 27]=missive van 14 juni 1585 van de stadhouder en gedeputeerden aan die van Leeuwarden, hen nogmaals ernstig vermanende, om nopens de vrijwillige contributie tot ontzet van Antwerpen en Mechelen, hun uiterste naarstigheid aan te wenden [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 27]reëelcohieren=over de jaren 1723 en 1725 [Kastra, blz. 143]schoorsteengeld=er is voorhanden een schoorsteengeldregister uit 1698 [Schellekens, Familie, blz. 336, 344; https://www.mpaginae.nl/Schoorsteengeld/1698ME.htm]bestuuralgemeen=resolutie van 15 augustus 1616 van de Heren Gedeputeerden, rakende de verkiezing van nieuwe bevelhebbers, en goedkeuring van de verandering van dezelve binnen Leeuwarden [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 39]=De magistraat is hier niet de schepenbank, maar het gerecht. Het bestaat geruime tijd uit vier burgemeesters, zes schepenen en twee bouwmeesters. Tesamen met een vroedschap van 13 personen, de gemeensluiden vormen ze het stadsbestuur [ANF1888, blz. 42burgemeester=Pieter Auckema [1440-1487] is burgemeester van Leeuwarden [Kobus/Rivecourt.66]=in 1520 waren Goslick van Jongema en Tjalling van Botnia raadsheren [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 96]=in 1578 werd Adtje Lammerts [1497-1583] burgemeester [Verwoert2, blz. 4]=Rombertus Uilenburgh, schoonvader van Rembrandt was burgemeester van Leeuwarden [Leeuw1884, blz 30]=Jacob Boerboom was burgemeester [Gens Nostra 1948/4, blz. 58]=In 1786 is Jan Otto Faber raad in de vroedschap en regerend burgemeester [Chalmot1, blz. IV]=Rienk Aitzema is burgemeester van Leeuwarden [Kobus/Rivecourt1.21; Kok2, blz. 416;Verwoert, Handwoordenboek 1, blz. 9]=Willem Coulon [...-1782] was burgemeester [Leeuw1884, blz. 56]=Bern. Dorhout [.....-1789] was burgemeester [Leeuw1884, blz. 56]=Vaandrik Auke de Vries [...-1800] was burgemeester [Leeuw1884, blz. 56]=in 1805 was J.O.. Faber [....-1811] burgemeester [Leeuw1884, blz. 56]commies=in 1773 was H.J. van Vierssen commies [Leeuw1884, blz. 55]griffier=van Glinstra was in 1773 griffier [Leeuw1884, blz. 55]=Pieter Teding van Berkhout [1688-1729] is griffier [Leeuw1883, blz. 36]=Hendrik van der Haar [...-1811] was griffier [Leeuw1884, blz. 56]ontvangerJ.B. van Haersma [....-1805] was ontvanger [Leeuw1884, blz. 56]raad=In 1786 is Tjeerd Nikolaas Suringar raad in de vroedschap en oud schepen [Chalmot1, blz. VIII]schepen=Vanaf 1564 is Fokke van Aysma schepen van Leeuwarden=Hendrik Allart was schepen [Kok2, blz. 662]=Horatius Boetius Hanenburg was schepen in Leeuwarden [Kaastra, blz. 133]=Jan Hendrik Berghuis [...-1782] was schepen in Leeuwarden [Leeuw1884, blz. 55-56]=In .....is Tjeerd Nikolaas Suringar schepen [Chalmot1, blz. VIII]=Louis le Maire [...-1796] was schepen [Leeuw1884, blz. 56]secretaris=Jetze van Sminia [...-1771] was secretaris [Leeuw1884, blz. 55]=Everh. Bourboom [...-1780] was secretaris [Leeuw1884, blz. 56]=Gellius Hillema was secretaris van de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 308]vroedschap= de Friese stadhouder verzette zicb in 1591 tegen een vrijer verkiezing der magistraten van Leeuwarden en Franeker; want (schreef hij aan de Staten-Generaal) ‘ik vreeze dat allerlei personen, de gemeene zaak des vaderlands en der religie weinig toegedaan, maar veelmeer daarvan een afkeer hebbende, libertijnen en Spaanschgezinden, in de magistratuur en de regeering van de steden komen zullen" [Fruin, Tien, blz. 43]=mr. Hanso Acronius [....-1730] is van 1695-1730 lid van de vroedschap [Repertorium]=mr. Jacobus Adius [1622-1692] is lid van de vroedschap van 1679-1692 [Repertorium]=Horatius Boetius Hanenburg was lid van de vroedschap in Leeuwarden [Kaastra, blz. 133]economie=in de 11e eeuw al handelscentrum [ter Laan, blz. 235]=appointement van het Hof van 16 februari 1572 op het rekest van de Magistraat van Leeuwarden, waarbij de ingezetenen, uit hoofde van de duurte van granen, geaccordeerd wordt hun eigen brood in huis te bakken [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 52]. financiënBank van LeningBartholomeus Doessen is in 1634 mede-eigenaar en tafelhouder van de bank. Robert van Beel is sinds 1628 mede-eigenaar en tafelhouder [Hoogerbrugge/Slootweg, blz. 544]kistgeld=een uitkering bij overlijden door een fonds, als bijvoorbeeld "It Gild" [Schellekens, Familie, blz. 337]gemeentealgemeen=op 1 januari 2014 is een gedeelte van Boarnsterhim aan de stad toegevoegd [GenVer]=in 1910 waren er 36.511 inwoners [Wink, blz. 732]=in 1968 waren er 88.000 inwoners; de gemeente omvat Goutum, Hempens, Huizum, Kleinedrieromers, Lekkum, Miedum, Snakkerburen, Swichum, Teerns, Wilaard, Wirdum, Wijtgaard [ter Laan, blz. 235]burgemeester=Johan Henricus Beucker Andreae[1811-1865] is van 1851-1865 burgemeester [Leeuw1886, blz. 32; NNBW 1911, blz. 136; Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 581]=mr. Jan Bieruma Oosting [1816-1885] was burgemeester in Leeuwarden, kantonrechter te Heerenveen, lid der provinciale staten van Friesland en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal [Leeuw1885, blz. 76]raadslidDaniel Hermannus Beucker Andreae [1772-1828] wordt in 1821 lid [NNBW 1911. blz.136] wethoudermr. Henri Wiersma [1842-1886] was wethouder [Leeuw1886, blz. 53]heerlijkheid=Hertog Aalbrecht van B eijeren schonk op 18 juni 1399, aan Gerrolt van Cammingha de stad Leeuwarden, benevens de dorpen Stiens Wirdum en Ferwerd, met al hun toebehoren, als een volkomen leen, naar Hollands recht en onder de voorwaarde, dat hij ten dienste van de Hertog, op zijn eigen kosten, altijd gereed zou hebben, en voeden 20 paarden, ter verdediging van het Vaderland, doch indien men buiten het land oorlog voerde, en ook wanneer het de zaak het om andere redenen vereiste, op kosten van de Hertog. Na het afschudden van het juk van de Hollanders verviel het leen [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 43; Kobus/Rivecourt1.314]maatschappelijke hulpverlening=rekest van 12 december 1579 over het onderhoud van de armen in Leeuwarden [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 28]=publicatie van 22 december 1579 over het onderhoud van de armen en het verbod om kamers of woningen aan mensen van buiten inkomende, te verhuren, buiten consent van de magistraat, op boete van drie Caroli-gulden [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 28-29]=open brieven van 4 april 1582 en 18 mei 1582 door de Hertog van Anjou gegeven met daarin toestemming voor de wijze van verdeling van de landhuren en eeuwige renten van de drie kloosters binnen Leeuwarden, door de magistraat, op verzoek van de voogden van het St. Anthonij-Gasthuis, huisarmen en weesmeesters aldaar, tussen hen gemaakt, tot onderhoud van de arme en noodlijdende weduwen en wezen en andere ongelukkige personen [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 26]=extract-resolutie van 8 augustus 1582 van de magistraat van Leeuwarden, dat gealimenteerde personen, zonder kinderen verstervende, hun nagelaten goederen niet zullen erven, of gemaakt mogen worden aan hun naastbestaanden of andere vrienden, maar komen tot profijt van de Armenstaat [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 29]oorlog=in 1392 door de Schieringers ingenomen en deels in brand gezet [Verwoert2, blz. 10]=in 1420 werd de stad opnieuw overvallen door Schieringers met veel schade [Verwoert2, blz. 10]=in 1516 verdedigen de stedelingen zich met succes tegen de Geldersgezinde Friezen [Verwoert2, blz.10]=in 1524 vrede [Verwoert2, blz. 10]=ordonnantie van 2 september 1580 aan de magistraat van Leeuwarden om 3000 pond buskruid in te kopen, aan de burgers uit te delen en te doen betalen; insgelijks een goede kwantiteit lonten en 500 korte spiesen onder dezelve te distribueren en daar benevens de stad met genoegzame levensmiddelen op ' t spoedigste te voorzien [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 54]=op 27 september 1672 was er een hevig oproer. De rust keerde eerst in februari 1673 terug [Verwoert2,, blz. 11]rechtspraakalgemeenGrietman en Rechters van Leeuwarden, Opsterland en Smallingerland ontbieden op 8 april 1439 Aesga, te Hoxwier, voor hun gerecht, om zich te verantwoorden wegens de klachten, door die van Opsterland tegen hem gedaan; gevende hem te dien einde vrijgeleide [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 17]. gerechtshofgriffier=mr. Evert Godfried Colson Aberson [1824-...] was griffier [Leeuw1887, blz. 21]procureur-generaal=mr. Petrus Hofstede [....-1885] was procureur-generaal [Leeuw1886, blz. 7]raadsheer=mr. Jeremias Frederik Abresch [1816-1885] was raadsheer in het gerechtshof te Leeuwarden [Leeuw1885, blz. 43]rechtbankgriffierDaniel Hermannus Beucker Andreae [1772-1828] is griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te Leeuwarden [Aa, Aard1, blz. 278; Kobus/Rivecourt1.42; Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. VIII; Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 581]substituut-griffiermr. Helenus Marinus de Wendt [1843-1886] was substituut-griffier [Leeuw1886, blz. 7]vice-president=mr. Jan Gerard de Witt Hamer werd in 1850 kantonrechter te Oostburg , bij Z. M . besluit van 11 maart 1856 werd hij benoemd tot president bij de arrondissementsrechtbank te Deventer en bij opheffing van die rechtbank, in 1877 benoemd tot vice-president bij de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden [Leeuw1885, blz. 65]. Hij werd als vice-president bij de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden op zijn verzoek eervol ontslagen bij Z. M . besluit van 1 oktober 1884 [Leeuw1885, blz. 95]BRONNENgeraadpleegde bronnenGenVer; Navorscher 1851-1852internetBibliografie van Leeuwarden januari 2012literatuurANF 1889, p. 94 (1566)Becht, Statistische, pp. 115 (1580), 142 (id)Braun, Georg/Hogenberg, Franz, Civitates orbis terrarvm: Vrbivm Praecipvarvm Totivs Mvndi Liber Tertius, Coloniae Ubiorum, 1593, blz. 36Eekhoff, W., Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, twee delen, Leeuwarden 1846, besproken in : BVGO 1859, blz. 28-29 Eekhoff. W., Oorkonden der Geschiedenis van het Sint Anthony Gasthuis te Leeuwarden, 2 delen , 1876Faber, Drie I, pp. 45 (1606-1840), 250 (1691), 361 (1672)Gabbema, S., Verhaal van de stad LeeuwaardenHaan Hettema, M. de, Leeuwarden na en voor hare wording als stad. En in hare betrekking tot de Leppa, in: BVGO 1850, blz. 30-32Hoogerbrugge, Peter/Slootweg, Conny, Een familie Conincxbrugge(Doessen) uit Hazerswoude in: Ons Voorgeslacht 2019, blz. 517-562Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Biographisch Handwoordenboek van Nederland, deel 1 [A t/m H], blz. 21, 42, 66, 314Navorscher 1852, blz. 126; VI, p. 335 (1748); VII, p. 175 (1748)Neve, Rijkskamergerecht, p. 141 (1495)Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen deel 1, A-B, Thieme, Zutphen 1820, blz. VIIIOudsten, Bas den, Friesland. It bêste Lân fan d'Ierde, Haren 1972, blz.47Schellekens, Job, Tielenburg: Een familie van Jansenisten in Leeuwarden, in: Gen Nostra 2024, nr. 6, blz. 323-332Schoof, S., Thijs Feenstra, van revolutionair tot burgemeester [1765-1840], in: De Sneuper2024/153Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 9W.D.B.I.U.A. 1873, 13 december, p. 2; 1874, 4 april, p. 2Wie is dat, blz. 73 Wijnpersse, Statistiek, pp. 383 (1854), 395 (1853)