PijnackerPlaats in Zuid-Holland.algemeen
belastingenbezaaide landenheffingeen gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met het hoornbeestengeld, het oorgeld en het koehouderszoutgeld over Pijnacker en Ruiven verpacht voor f 3.750 aan J. Blondeyn [Eendenburg, Tax, blz. 25]
brandweerrechtStukken betreffende de vaststelling en wijziging van de verordening op de heffing van rechten voor door de gemeentelijke brandweer bewezen diensten 1976-1985 [Archief Delft archiefnr. 701, nr. 2.2.2.4., nr. 1388]grondbelastingInventaris van de archieven van de instanties belast met de schattingen voor de Grondbelasting in Zuid-Holland, Pijnacker 1873-1958 [NA 3.06.25]
haverpacht"'t Haverboeck van Pijnacker." Staatboek uit 1557 van de stad Delft van de erfhuur en de verpachting van de haver in Pijnacker [NA 3.20.01]hoornbeestengeld een gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met de bezaaide landenheffing, het oorgeld en het koehouderszoutgeld over Pijnacker en Ruiven verpacht voor f 3.750 aan J. Blondeyn [Eendenburg, Tax, blz. 25]
houtgeldAkte van belening uit 1561 waarbij Cornelis van Blijenburg Heymansz. als erfgenaam van zijn moeder met het houtgeld van Pijnacker, acht morgen in Nieuwkoop en de Puttense rente wordt beleend door Philips II als graaf van Holland en heer van Putten [NA 1.10.21]
koehouderszoutgeldeen gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met de bezaaide landenheffing, het oorgeld en het hoornbeestengeld over Pijnacker en Ruiven verpacht voor f 3.750 aan J. Blondeyn [Eendenburg, Tax, blz. 25]
morgentalenKohier uit 1579 van schotponden en morgentalen binnen en buiten het ambacht van Delft. Over Delft en aan de oostzijde: de hoefslagen Baertoutssaet, Pijnacker, Vrou-Russensloot, de Oude Laen, de Corte Hoeff, de Leehoef, alle 'staende elcke morgen op thien pont schots' [NA 3.01.29]
oorgeldeen gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met de bezaaide landenheffing, het hoornbeestengeld en het koehouderszoutgeld over Pijnacker en Ruiven verpacht voor f 3.750 aan J. Blondeyn [Eendenburg, Tax, blz. 25]
schotKohier uit 1579 van schotponden en morgentalen binnen en buiten het ambacht van Delft. Over Delft en aan de oostzijde: de hoefslagen Baertoutssaet, Pijnacker, Vrou-Russensloot, de Oude Laen, de Corte Hoeff, de Leehoef, alle 'staende elcke morgen op thien pont schots' [NA 3.01.29]
successierechtOnderhandse schuldbekentenis van 5 januari 1758 van de erfgenamen van Salomon van Groenewegen aan Frank van der Bruch, heer van Spieringshoek, voor te betalen successierechten over een perceel onvrij hofland onder de hoefslag van Pijnacker en Russensloot [NA 3.20.20]De successiebelasting werd geheven over erfenissen. Daartoe moest een memorie van successie worden opgesteld, waarin een overzicht werd gegeven van de nagelaten bezittingen (onroerend goed, inboedel, banktegoeden e.d.) en de schulden van de overledene. De Memorie vermeldt de namen van de erfgenamen en hun relatie tot de overledene, alsmede de namen van personen of instellingen aan wie c.q. aan welke bij legaat of donatie iets is nagelaten. Over ingezetenen van Pijnacker zijn memories beschikbaar over de jaren 1806-1809 [NA 3.06.05]tiende penning =heffing in 1544 [NA 3.04.22]
tol=een advies in 1930-1932 van de Tollencommissie over de opheffing van de tol op de Klapwijkseweg [NA 2.16.48]
trouwen en begraven=registers van de ontvangst van de impost op trouwen en begraven 1721-1726, 1726-1808. Tussen 1695 en 1806 werd in het gewest Holland een speciale belasting (impost) geheven op het trouwen en op het begraven. De hoogte van de aanslag was afhankelijk van de welstand van degenen die het huwelijk aangingen resp. degene die begraven werd. In deze archieven vindt men, geordend op datum van aanslag, de namen van de huwelijkspartners/overledenen en gegevens omtrent de aanslag [NA 3.04.17.089]
veertigste penning=registers van de ontvangst van de impost op trouwen en begraven 1721-1726 bevat de registratie van de incasso van de 40e penning [NA 3.04.17.089]
verponding=stukken betreffende de aanslag in de verponding van landen onder Pijnacker over de jaren 1768 -1791 [NA 3.01.29]=rekest uit 1740 van de schout en het gerecht van het dorp en het ambacht van Pijnacker aan de Staten van Holland om remissie van de verpondingen [NA 3.01.09]
zeepgeldeen gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met het zoutgeld over Akkersdyk, Pijnacker, Hoogeveen, Nieuweveen, Nootdorp, Berkel, Ruiven, Tempel, Overschie, Beukelsdijk en Schiebroek verpacht voor f 2800 aan A. Brederode [Eendenburg, Tax, blz. 25]
zoutgeldeen gemenelandsmiddel in maart 1747 tezamen met het zeepgeld over Akkersdyk, Pijnacker, Hoogeveen, Nieuweveen, Nootdorp, Berkel, Ruiven, Tempel, Overschie, Beukelsdijk en Schiebroek verpacht voor f 2800 aan A. Brederode [Eendenburg, Tax, blz. 25]
bestuuralgemeenprovisionele representanten=Inventaris van het archief van de Provisionele Representanten van het Volk van Holland met Pijnacker in 1795 [NA 3.02.01]schout=in het schoutambacht van Hof van Delft, Pijnacker en Nootdorp waren schout:=Johan van Roedegem vanaf 14 februari 1558 [NA 3.01.27.07]=Adriaen van der Does vanaf 4 november 1562 [NA 3.01.27.07]=in 1611 was Adriaen Huijge schout in Pijnacker [NA 3.20.41]=in het archief van Gaspar Fagel, raadpensionaris van Holland over de jaren 1672-1688 is m.b.t. 1683 informatie over schout en gerecht van Pijnacker [NA 3.01.18]domein=Willelmus, graaf van Holland, schenkt in 1222 aan de kerk van S. Marie in Rinsburg 100 £. uit zijn renten in Delf, Pinacker, Maslant en Flerdino, waarmede de abdis 's-graven goederen in Buckeskop van heer Giselbertus van Amestel koopen zal, en 50 £. betalen aan de kinderen van Ecbertus van Amestel. Voor deze giften zal de abdis een priester aanstellen om aan een speciaal altaar de memorie te houden van de graaf, van zijn gemalin Aleidis en van hun voorouders [NA 3.18.20]=Giftbrief uit 1236 van Willem, voogd van Holland, van de tienden in Rottenvlet tegen afstand van renten in Pijnacker en Haarlem [NA 3.18.20]=Kwitantie van 4 mei 1487 van Willem Willemsz. van Vrijlant, alias Willem Piersz., voor Jan van Nairden, voorheen klerk en rekeninghouder van het rentmeesterschap van Noordholland, voor de ontvangst van 25 pond die hij nog tegoed had uit de baljuwschappen van Vlaardingen, Schiedam en Bleiswijk en de schoutambten van Benthoorn, Maasland, Pijnacker, Rotterdam, Moordrecht en Bergambacht [NA 3.01.27.07]=Rekeningen van de stad Delft van de lijfrenten, verkocht in 1449, en losrenten, verkocht in 1472, 1478, 1479 en 1505, door deze stad ten behoeve van de grafelijkheid. 1522-1536 waarvoor tot onderpand werden verstrekt domein-inkomsten in Noord-Holland, als schot-, herfst- en meischot, pachten en tienden in Pijnacker en andere dorpen in de omgeving gegeven [NA 3.01.27.02]=Jan Dircxz. van Pijnacker, molenaar, poorter van Delft beloofde op 30 juni 1548 vijf schellingen per jaar te zullen betalen aan de rentmeester van Noordholland voor het recht een windkorenmolen te bouwen in Pijnacker, met de molen als onderpand [NA 3.01.27.07]financiëngemeenterekeningen=Inventaris van het archief van het Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland, Gemeenterekeningen, Pijnacker 1811-1844 [NA 3.02.20.04]
gemeentealgemeen=in 1968 een gemeente et 12.500 inwoners;de gemeente omvat Delfgauw, Dwarskade, Katwijkerlaan, Noukoop, Oude Leede, Vlieland [ter Laan, blz. 344]=in 2002 deel van de gemeente Pijnacker-Nootdorp [NA 3.171.08]burgerlijke stand=Inventaris van de Dubbelen Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: registers van geboorten1811-1842.Bevat de geboorteakten van de Burgerlijke Stand van de gemeente Pijnacker, opgemaakt tussen 1811 en 1842. Hierin zijn geregistreerd de geboorteplaats, het geslacht en de voornaam / voornamen van het geboren kind, de volledige namen van de ouders, hun adres en beroep, alsmede de volledige namen en beroepen van de aangevers. [NA 3.171.01]=Inventaris van de Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: huwelijksafkondigingen. Bevat de huwelijksafkondigingen van de Burgerlijke Stand van de gemeente Pijnacker, opgemaakt tussen 1811 en 1838. De voorgenomen huwelijken werden afgekondigd in de woonplaats van de bruid en van de bruidegom. In de afkondigingen zijn geregistreerd de plaats waar het huwelijk plaats zal vinden, de volledige namen, leeftijd, beroep en woonplaats van de toekomstige echtgenoten alsmede de namen van de ouders hun woonplaats en beroep [NA 3.171.07]=Inventaris van de Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: huwelijksaangiften. Bevat de huwelijksaangiften van de Burgerlijke Stand van de gemeente Pijnacker, opgemaakt tussen 1811 en 1838. Hierin zijn geregistreerd de volledige namen, de leeftijd, beroep en woonplaats van de toekomstige echtgenoten, en de verklaring dat zij voornemens zijn met elkaar in de echt te treden [NA 3.171.06] =Inventaris van de Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: huwelijksaangiften en -afkondigingen, 1839-1840 [NA 3.171.05]=Doopboeken gereformeerd 1612-1812, trouwboeken gereformeerd 1669-1811, registers incasso grafrechten gereformeerd 1725-1811; doopboeken katholiek 1710-1812; trouwinschrijvingen 1652-1693; trouwboek 1721-1810; ondertrouwboeken 1760-1811; overlijdensaangiften 1806-1808 [NA 3.04.16.117]=Inventaris van de Dubbelen Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: registers van overlijden, 1811-1842 [NA 3.171.04]=Inventaris van de Dubbelen Burgerlijke Stand der gemeente Pijnacker: registers van huwelijksakten, 1811-1842 [NA 3.171.02]=Tien- en Achtjarentafels van de Burgerlijke Stand van Pijnacker, 1811-1842 [NA 3.300.01, nr. 192]
godsdienst=Florentius, voogd van Hollandia, schenkt op 22 februari 1258 het patronaatsrecht der kerk van Pijnacker en de kerk zelf, bij afstand of overlijden van Wilhelmus, rector dier kerk, aan het klooster Coningesfelt [NA 3.18.07]=Henricus, bisschop van Trajectum, bevestigt op 1 juli 1259 de schenking van het patronaatsrecht over de kerk van Pijnacker en van de kerk zelf, door Florentius, voogd van Hollandia, gedaan aan het klooster Cuningesfelt, en gelast Jacobus, deken van St. Johannes te Trajectum, te zorgen, dat het klooster in dat bezit niet gestoord wordt [NA 3.18.07]=De officiaal van de aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast op 14 juli 1321 den priester te Noetdorp op drie Zon- of feestdagen Alvaldus de Doesburgh, kanunnik van Insula beate Marie, hem door Arnoldus, proost van Campus Regis, voorgedragen tot pastoor der kerk te Pijnacker, vacant door den dood van Remboldus, in die kerk af te kondigen [NA 3.18.07]=De officiaal van den aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast op 9 januari 1326 Johannes, investitus in de kerk te Berkel, en Cristianus, kapelaan te Delf, priesters, om Arnoldus de Herenthals, kanunnik van Insula beate Marie, door den proost van Campus Regis voorgedragen tot pastoor der kerk te Pijnacker, vacant door afstand van Johannes de Beke, in het bezit dier kerk te stellen [NA 3.18.07]=De officiaal van den aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast Johannes, investitus der kerk te Berkel, en Johannes, cureit te Notorp, priesters, om broeder Gerardus, kanunnik van Insula Sancte Marie, door Nychelaus, proost van Campus Regis voorgedragen tot pastoor der kerk te Pijnacker, vacant door den dood van broeder Theodericus, in het bezit dier kerk te stellen [NA 3.18.07]=De officiaal van den aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast op 6 december 1337 priesters en kapelaans, die dezen brief zullen ontvangen, broeder Ghoswinus de Loede, door Fredericus, proost van Campus Regis, voorgedragen tot de kerk van Pijnacker, in het bezit dier kerk te stellen [NA 3.18.07]=De officiaal van den aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast op 29 december 1350 den priesters in het dekanaat van Rijnlant om Aelwinus Vriman, door den proost van Campus Regis voorgedragen tot pastoor der kerk te Pijnacker, vacant door den dood van Goeswinus, in die kerk op drie Zon- of feestdagen af te kondigen [NA 3.18.07]=Broeder Johannes de Tongherloe, kanunnik der abdij te Bern, bericht op 20 oktober 1353 den proost van Campus Regis, dat hij om gezondheidsredenen afstand doet van de voorstelling tot pastoor der kerk te Pijnacker [NA 3.18.07]=Op 19 november 1547 was Jan Tue pastoor in Pijnacker [Hogenda]De officiaal van den aartsdiaken ten Dom te Trajectum gelast op 24 juli 1559 priesters, klerken en notarissen om Johannes, zoon van Gijsbertus Lap, hem door de fabriekmeesters van de kerk te Pijnacker als collators voorgedragen voor de vaceerende vicarie van de H. Maria in genoemde kerk, in het bezit van die vicarie te stellen [NA 3.18.07]=In de protestantse kerk van Pijnacker is slechts een wapen met kleuren op een zwart ruitvormig bord geschilderd en hangt aan een pilaar links van de predikstoel. Het wapen is gedeeld : [1] in goud drie liggende zwarte wassenaars; [2] in zwart drie gouden sterren, in het midden vergezeld van een zilveren afgerukte leeuwenkop. Het schild is gedekt met een half aanziende helm. Helmteken een vlucht. Boven de bank van de burgemeester en boven een particuliere ronde bank staat een wapenschild in eikenhout gesneden, gedekt door een kroon van drie bladeren; het figuur in het schild is een Sint Andrieskruis. Onder het orgel staat op een wit marmeren steen: "Het orgel gesticht in 't jaar 1830 onder het bestuur van de heeren: Johannes de Jong , predikant, C. Reytenbach, G. de Vries , A . de Kok , A . van der Kaaden, I . P. Termaten, W. van Kralingen; op den 1en Augustus godsdienstig ingewijd.''' Volgens de mededeling van den koster van de kerk was Breytenbach de notaris en Termaten de chirurgijn. De banken in het schip van de kerk staan op de met namen voorziene grafzerken , die daarom niet konden nagezien worden. Op de niet bedekte grafzerken staat: A . Christus — Mijn lot. Hier leit begraven Antonis Cornelisz van Delf, dienaar des woords-gods ende starf A ° XVIc II op den XXVI Oct. oud LII jaar I X maanden en de kerken te Pijnacker bediend hebbende XIX jaar V maanden. Maritjen Starcks van den Bosch, huysvrouw van Tonis Cornelisz ende starf XVIc II op den XVII September. B. Een wapenschild waarop een Sint Andrieskruis met klavervormige uiteinden vergezeld van vier klaverbladen en boven het bovenste klaverblad een vogeltje. Half aanziende helm. Helmteken: een vogel met uitgespreide vlucht. Onder dit schild het navolgende grafschrift: -Clasina Pijnacker, huysvrouw van Isaac Brant, geb. 1 Dec. 1684 , st...... 1740. -Isaac Brant, schout van Pijnacker, geb. 3 Aug . 1685 , obiit 30 Maart 174-. -Petronella Pijnacker, huysvrouw van Pieter Post, schout van Pijnacker, geb. 28 Juny 1706, obiit 9 Mei 1765 , alsmede Pieter Post geb. 9 Dec. 1692 , obiit 1 Febr. 1776. C. Een in vierkanten verdeeld wapenschild, van acht reien, iedere rei zeven vierkanten. Half aanziende helm. Helmteken: een vlucht, en daaronder: Jan Daniël van Vreeswijck, schout van Pijnacker..... D . In een cirkel een uitgesleten wapenschild, waaronder de navolgende opschriften: -Catharina Swalmius, huysvrouw van Pieter Claesz. Brants, schout van Pijnacker en Nootdorp, obiit 10 Nov. 1661 , ende dè schout starf 16 Aug . 1666. -Volkera van der Meyde, huysvrouw van Jacobus Brants, schout als boven, obiit 7 Nov 1685 en Catharina Pijnacker, tweede vrouw als boven, obiit den 13 April 1718. -Jacobus Brants voornoemd, obiit den 5 Aug..l727 , oud 84 jaren, 9 maanden en 28 dagen sijnde [Leeuw1884, blz. 37-38]
onroerend goed=schout en gezworenen van Pijnacker oorkonden op 20 oktober 1314, dat Jan Bochghe aan het klooster Conincsvelt heeft gegeven voor pitancie een rente van 1 pond Hollandsch uit 6 morgen land in Pijnacker [NA 3.18.07]=Vidimus van 3 juli 1355 door Claes Gheyneven zoon, priester, van de scheidsrechterlijke uitspraak van 8 november 1339 over twee stukken land te Pijnacker [NA 3.18.17.02]=schout en gezworenen van Pijnacker oorkonden op 4 juli 1544 dat Cornelis Jan Pietersz. verkocht heeft aan heer Dirck Claesz., priester, pater van St. Ursula te Delft, een rente van 6 carolusguldens jaarlijks, losbaar met den penning 16 of 16 pond Vlaamsch, waarvoor hij verbindt zijn woning en een derde van 10 morgen land met woning in Pijnacker [NA 3.18.09]=schout en gezworenen van Pijnacker oorkonden op 11 februari 1545 dat Lyedewy Hillebrant Ghybensz. wed. heeft verkocht aan heer Dirck Claesz., priester, pater van het klooster St. Ursula te Delft, een rente van 6 carolusguldens jaarlijks, losbaar met den penning 16, waarvoor zij twee percelen land in Pijnacker, groot 8 en 42½ morgen, verbindt [NA 3.18.09]=schout en gezworens van Pijnacker oorkonden op 22 augustus 1564, dat Vranck. Adriaensz. heeft verkocht aan de Carthuysers van het klooster van de heilige Bartholomeus in Jeruzalem buiten Delft een rente van 25 schellingen Vlaams jaarlijks, losbaar met de penning 16 en verzekerd op 2 morgen weiland in Pijnacker [NA 3.18.05]=schout en gezworenen van Pijnacker oorkonden op 8 november 1567, dat Adriaen Harmansz., wonende in den Hoff van Delft, aan het klooster St. Agniet heeft verkocht een rente van 36 carolusguldens jaarlijks, losbaar met den penning 16 en verzekerd op 12 morgen land in Pijnakker [NA 3.18.03]=Voor schout en gezworenen van Pijnacker vond op 21 april 1595 het transport plaats van zeven hont land in twee percelen in Pijnacker door de Staten van Holland aan Neeltje Floresdr., weduwe van Pieter Willemsz. Schouten; met akte van verkoop van 1 februari 1595 van dit land door de Staten van Holland aan Pieter Willemsz. Schouten [NA 3.01.27.07]=akten van verpachting door Johan van Duvenvoorde van 22 morgen in Pijnacker aan Maarten Jacobsz., 1599-1600 [NA 3.20.87, nr. 473]=akte van overdracht uit 1614 van 3 1/2 morgen land te Pijnacker door Jacob Claesz., buurman te Pijnacker, aan Sybrand van Alckemade [NA 3.20.09]=akte van 23 december 1619, houdende de overdracht van vijf morgen weiland in Pijnacker, genaamd Vlielant, door Gerrit Anthoniszoon en Pauwels van Beresteyn aan Jacob, ridder van Delfgouw, ten overstaan van Pieter de Handschoewercker, notaris te Den Haag [NA 2.21.018]=onderhandse akte van 30 oktober 1620, houdende de overdracht van zeven morgen weiland in de ambachten Zegwaerd en Pijnacker, genaamd "Het Schije" door Jan Corneliszoon Spit aan Pauwels van Beresteyn [NA 2.21.018]=akte van 1673-1680, houdende de verkoop van een perceel hooiland in de Zuidpolder onder Pijnacker door Gijsbrecht van Beresteyn aan David van Mierop, met kwitanties voor de betaalde gelden [NA 2.21.018]=akte van schuldbekentenis uit 1678 door Jan Cornelisz. van der Lede te Pijnacker aan mr. Pieter Tedingh Berchout, als mede-erfgenaam van Margareta van der Vorst, weduwe van Everard van Lodestein, van ƒ287 wegens huurpenningen van 3 ½ morgen land op de Lede te Pijnacker onder verband van zijn huis c.a. op de Lede [NA 3.20.59]=Aanstellingsakte uit 1720 van Cornelis Backer, bode van de Driemanspolder, als administrateur van de onroerende goederen van de erfgenamen van Margareta van Sonnevelt, weduwe van Johan Thierens gelegen in die polder en onder Pijnacker en Ruijven, 1720 [NA 2.21.085]=Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck bezat in 1721-1726 onroerend goed in Pijnacker [NA 3.20.23, nr. 1232]=Akte van overdracht uit 1767 van 3 morgen en 3 hont land te Pijnacker door Clazina Hogeveen te Schiedam aan Floris Cousebant [NA 3.20.09]=Akte van overdracht uit 1767 van 3 morgen en 3 hont land te Pijnacker door A. van Schaak, koopman te Schiedam, aan Floris Cousebant [NA 3.20.09]=Overname door Dirck Duijst Hendricxz. uit Delft op 12 mei 1534 van de vordering van 400 pond die Pieter Bol had op de Karel V als koning van Castilië, met als onderpand drie percelen land in Pijnacker, en verhoging daarvan met 100 pond [NA 3.01.27.07]
rechtspraakAkte uit 1602 waarbij de welgeboren mannen, gerechten, ambachtsbewaarders en enkele inwoners van de ambachten van Berkel, Pijnacker en Nootdorp op 24 mei 1602 op verzoek van Adriaen van der Waes, stadhouder van Aelbrecht Storm van Wena, baljuw van Delfland, verklaren dat tien weken daarvoor vijf dieven zijn gearresteerd en naar de galijen zijn verbannen [NA 3.20.41]
tienden=Akte uit 1350, waarbij Willem van Duvenvoorde Gerrit van Polanen het goed te Berkel, 100 pond holl. jaarlijks ten laste van de grafelijkheid, de tienden van acht hoeven moer bij Nootdorp en Pijnakker, en nog een zekere tiende geeft [NA 1.08.01]
BRONNENliteratuurAart, Q.J.M. van der/Faas, T.C.M., Soeterbroek, Huis- en Rijtuigschilders, Pijnacker 2023, 490 blz.ANF 1883, 23 augustus, pp. 1 (1625), 3 (17e-18e e); 8 november, p. 5 (1586); 1884, 5 juni, p. 7 (1622); 1889, pp. 61 (1269), 167 (1826) Bergh, Handboek, pp. 196 (15e e), 208 (m.e.) Blécourt, Heerlijkheden, p. 66 (1294) Blécourt, Welgeborenen, pp. 333 (m.e.), 335 (id) Blink, Geschiedenis I,p. 175 (1514) Blok, Aasdom, pp. 257 (1514), 268 (1314) Blok, Holl. stad Bourg., p. 31 Dekker, Aanstelling, pp. 51 (1445), 58 (16e e), 60(1677), 62(1463), 65(1562) Diepeveen, Vervening, pp. 6 (1281), 15 (m.e.), 40 (1457), 48-49 (16e e), 51 (1514-16; 1553; 1561; 19e e), 54 (1553), 56 (1543), 61 (1514), 63 (16e e), 66-67, 82-83 (16e e), 91(1537), 157 (1517) Dillen, Summiere, p. 175 (1622) Doorninck/Uitterdijk, Bijdragen VI, p. 222 (1570) Fruin, Informacie, pp. 303 (1514), 352 (id), 357-359 (id), 366 (id) Gosses, Stadsbezit, p. 25 (m.e.) Gosses, Vorming, pp. 300 e.v. (m.e.), 303e.v. (id),317 (id) Gosses, Welgeborenen, pp. 131 (13e e), 134(m.e.), 139 (id), 147 (id) Halma, Tooneel I, p. 11; II, pp. 15, 39, 145, 150, 181,271 Hugenholtz, Graafschappen, pp. 7-9, 12, 14 Kosters, Oude, p. 51(1258) Kruisheer, Oorkonden, pp. 302 (1258), 306 (1261), 308-309 (1264), 383 (1292) Navorscher I, p. 158; II, pp. 255, 319; Bijbl. II, p. XLVII; Bijbl. III, pp. CLXXII-CLXXV; VI, p. 68 (Rep); IX, p. 189 (1351); XI, p. 37 (1636); XIV, p. 246 (19e e); XL,pp. 117 (18e e), 182 (1804), 402 (1880-88); XLI,p. 198(1671) Smidt/Rompaey, Chronologische III, pp. 93 (1533), 114 (1534), 163 (1535), 216 (1536), 293(1537) Smidt/Strubbe, Chronologische I, p. 448 (1496) Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, pp. 236 (1520), 535 (1531)Vliet, Bespr. Winsemius, Zeven, p. 462 (m.e.)