=in de 13e eeuw zijn rondom het huidige Cabauw vele ontginningen afgerond. Een daartussen liggend stuk ongerept gebied, de "wilde Cabbau" genoemd, wordt dan als restontginning eveneens ontgonnen. De naam duikt voor het eerst op in 1253.
=in 1840 zijn er 11 huizen met 121 inwoners [Witkamp1, blz. 212]
=tot 1857 een zelfstandige gemeente [Meer/Boonstra, blz. 7; Witkamp1, blz. 212]=bij Wet van 13 juni 1857, Stbl 1857/78, worden de gemeenten Willige Langerak, Cabauw en Zevender =in 1860 zijn er 129 inwoners [Witkamp1, blz. 212]=in 1877 deel van de gemeente Willige Langerak [Witkamp1, blz. 212]=op 1 januari 1943 wordt Willige Langerak met daarbinnen Cabauw onderdeel van de gemeente Lopik.=in 1968 deel van de gemeente Lopik [ter Laan, blz. 72]=in september 1970 worden een stuk van Willige Langerak en het oude gerecht Zevender bij de gemeente Schoonhoven getrokken.=in 2004 zijn er 690 inwoners; in 2018 gaat het om 730 inwoners [Wikipedia]
=Uitgebreide actuele informatie over Cabauw is te vinden in de site "https://allecijfers.nl" [Wikipedia]
baljuw=besluit uit 1804 van het Departementaal Bestuur van Holland, waarbij tot baljuw van Cabauw wordt aangesteld Mr. Otto Braetburgemeester=van 1817-1835 is Mattheus Lagerwerff burgemeester, Mattheus van der Zegen Lagerwerff wordt gedoopt op 22 januari 1758 in Ridderkerk. Hij trouwt in 1803 in Krimpen aan de Lek met Maria Susanna Loncq. Ze is gedoopt in 1769 in Rotterdam. Ze overlijdt in 1809 in Schoonhoven. Mattheus overlijdt op 20 juli 1835 in Dordrecht. Hij was van ...tot.....burgemeester van Cabauw, Zevender en Willige Langerak.=van 1835 tot 1850 is Gabriel Leonard van Oosten Slingeland burgemeesterGabriel Leonard van Oosten Slingeland wordt geboren op 12 april 1806 in Schoonhoven. Blijkens de volkstelling is hij in 1830 koopman (kaaskoper) met een pakhuis in Schoonhoven. Koning Willem I benoemt Gabriël uit Schoonhoven bij koninklijk besluit van 28 oktober 1835 tot burgemeester van Cabauw. Hij is van 1837-1861 rentmeester van de Hooge Boezem achter Haastrecht. Hij trouwt in 1839 met Catharina Elisabeth Sara van Andel (1808-1859). Gabriel treedt in 1850 af als burgemeester en wordt heer van Cabauw en Zevender. Gabriel overlijdt in 1874 in Schoonhoven.
=van 1850 tot en met 7 september 1857 Sebastiaan Ignatius van Nooten.gerechtsdienaar=Pieter Kuyff wordt op 3 maart 1797 aangesteld als gerechtsdienaar door baljuw en schepenen van Zevender en Cabauw.schout=Akte van aanstelling van 3 december 1804 door het Departementaal Bestuur van Holland voor mr. Otto Braet (1760-1817) als schout van Zevender en Cabauw. secretaris=Mr. Otto Braet wordt op 3 februari 1805 aangesteld als secretaris door het gecombineerd gemeentebestuur. In 1814 is mr. Onno Braet namens het departement Zuiderzee lid van de notabelenvergadering die over de ontwerp-grondwet moet beslissen. In 1816-1817 is hij burgemeester van Schoonhoven.=Bij akte van aanstelling van 8 januari 1807 wordt Lambart van Elk als adjunct-secretaris van Zevender en Cabauw benoemd.Jan van de Lede
Ridder, zoon van Floris Herbaren van de Lede. Hij is heer van Haastrecht. Rond 1240 bouwt hij een kasteel aan het riviertje de Zevender; daar ontwikkelt zich zich in enkele decennia Schoonhoven. Zijn dochter Alverade [1222-....] trouwt met Frederik van Zevender.
Frederik van Zevender [1253-1280]
Frederik van Zevender's schoonvader Jan van de Lede geeft op 17 maart 1253 Frederik onversterfelijk in leen goederen in Cabauw (100 morgen met tiend, cijns en gerecht), de Geer (5 morgen met tiend, cijns en gerecht) en Bonrepas [Kölker, blz. 11]. Die leen van Van Zevender, wordt later ‘Zuid Zevender’ genoemd, ter onderscheiding van het noordelijk van de Lopikerwetering gelegen Noord Zevender.
Nicolaas I van Cats sr ]1280-1283]
1280, 25 maart: Heer Herbaren van der Lede, ridder, draagt de heerlijkheid van Cabau "het land die Cabau heet" en Lopik over met tiend en gerecht aan Heer Nicolaas Van Cats (1242-1283)(Orgineel GA Schoonhoven vdB II Nr 389). Ook vermeld als Heer hiervan in 1281 24 maart (Van Bavel, Goederen Mariënweerd, pg 87/88, bron OHZ II nr 389 en resp II nr 417. CSN nr 1047). . De 100 morgen leen van Frederik van Zevender is daar geen onderdeel van. Het deel van Nicolaas van Cats droeg de naam de ‘wilden Cabbau’, een benaming waarschijnlijk stammend uit de tijd dat dit nog woeste onontgonnen grond was. 1282: In een oorkonde van 31 oktober 1282 kent Graaf Floris V aan Heer Nicolaas Van Cats ridder alle inkomsten toe uit het Gooi (Naardingerlant), Muiden, Diemen, Bijlmerbroek, Weesp en het land van Woerden, tegen afstand van Hazerwoude, het huis Rijnenburg alsmede de inkomsten uit Rijnzaterwoude, Waddingsveen, Warmond en Nieuwkoop en zegt hem bij wijze van vergoeding van de overwaarde van het door Nicolaas afgestane 5000 pond Hollands toe uit de eerst te verschijnen inkomsten uit het Sticht Utrecht (GA Schoonhoven, Inv nr 2075 pg 289/290 OHV IV Kruisheer (zie ook 1230). Vidimus in 1284. Org in GA Schoonhoven nr 5 en vd B II nr 467) . Laatse vermelding van Nicolaas is op 31 october 1282 (zie Obreen, Sticht Utrecht no. 2141). Op 23 juni ,1283 (Obreen, H. Z. II no. 483) wordt over zijn erfgenamen gesproken. In een oorkonde (V.d. Bergh, nr II nr 483) maakt Graaf Floris V de rekening op t.a.v. de erfgenamen van Nicolaas Van Cats; Hij gaf toen ook aan hem nog 1823 lb. 12s 8 d schuldig te zijn en dat hij hen nog de waarde van een rood strijdros schuldig was, blijkbaar van Nicolaas Van Cats verkregen (Wi Florens pg. 212).
Nicolaas II van Cats [1283-1304]
Nicolaas (1273-....) volgde zijn vader op, na diens dood in 1283, in zijn titels: Heer Van Cats, Catshoek, oud en nieuw Cats, Emelisse, Welle, Land van Cadzand, Duiveland, Ossendrecht, Lopik en Bonrepas. Cabouw (verlies in 1306), Heer en Burggraaf van Schoonhoven (verlies in 1300 en wederom in 1304), Heer en Burggraaf van Gouda en den lande van dien (verlies in 1309), den Bergh (Oorkondenboek II 483 (28 juni 1283)). Hij verloor veel van zijn goederen door zijn keuze om in opstand te komen tegen Floris V en Graaf Jan II en Willem III van Henegouwen en Holland. In 1304 worden de bezittingen van de gelijknamige zoon van Nicolaas van Cats, waaronder Cabauw, door de graaf van Holland verbeurd verklaard wegens landverraad, waarmee deze vervielen aan de graaf en dus aan Holland.
Graaf Willem II van Holland [1304-1310]
Jan van Henegouwen [1310-1356]
Ook Jan van Beaumont of Jan van Blois (1288-1356)an van blois. In 1309/1310 wordt Jan van Henegouwen (Heer van Beaumont) broer van Graaf Willem III, Heer van Schoonhoven en Gouda. In 1310, werd Jan van Henegouwen, heer van Beaumont, met Cabauw beleend. De graaf van Holland, Willem III (1287-1337), schonk het gebied van en rond Gouda in 1308 aan zijn broer, Jan van Beaumont (1288-1356). Het gebied van Stein ging daarna over naar diens kleinzoon Jan van Blois (-1381). Hij was graaf van Blois en Dunois (1371-1381), heer van Schoonhoven, Gouda, Beaumont, Chimay, Waarde (1356-1381) en stadhouder van Holland en Zeeland (1359-1360/1362-1363) en in 1361 begiftigd met Treslong in Henegouwen, de heerlijkheden Bentheim en Cabauw in Holland, Tholen in Zeeland, tienden in het land van Haastrecht en het land van Stein.
Jan van Blois [1356-1381]
Jan van Châtillon graaf van Blois (1342-1381) verkrijgt van zijn vader de heerlijkheid Cabbau [Gouthoeven, Chronyke]. Graven van Blois hebben tienden in Cabbau blijkens een rentmeesters rekening afgehoord in 1357. Op 4 augustus 1358 komt Jan naar Schoonhoven. Hij is ook heer van Gouda en heeft bezit op Texel en Vlieland. Jan trouwt (1) in .... met Lijsbet Aechtensdr. Hij heeft kinderen van (2) Sophia van Dalem en trouwt (3) in 1372 met de dochter van de Hertog van Gelre, Machteld (1324-1384). In de periode 1363-1372 is Gerrit Hugenz schout van Cabauw en Lopik. In de periode 1372-1373 is dat baljuw Jan van Langerak, in 1373-1374 Jan Breenink
Gwyde II van Blois Chatillon [1381-1397]
Gwijde wordt geboren rond 1345 in Avesnes. Hij is in 1383 in Beverwijk en Noordwijk. Gwijde overlijdt in 1397. De chirurgijn van Gwijde, mr. Govert Zonderdank wordt in 1397 beleend met 100 frank per jaar uit de hopaccijns van Gouda en met het bodeambacht. Een pijper van Gwijde, Hubkin van Waert wordt voor zijn leven beleend met 30 franken van de rentmeester van Gouda en Schoonhoven In de periode 1389-1390 is Coen van Damme schouw van Cabauw en Lopik. Gwyde overlijdt onder kinderen; zijn bezit vervalt aan graaf Albrecht van Beieren
Jan bastaard van Blois [1397-1435]
Jan (1360-1435) is heer van Treslong en raadsheer van Albrecht. Jan trouwt in 1386 met Maria van Heemstede. Hij is van december 1397 tot januari 1403 baljuw van Gouda en Schoonhoven met het schoutambacht Schoonhoven. 10-12-1394: Jan de bastaard van Blois, ook Jan de Karmeliet, neef van Gwijde van Châtillon, houdt het dorp Cabauw met heerlijkheid hoog en laag en tiende van Holland, in ruil voor 100 franse franken voor zijn leven, eventueel te komen aan de leenheer, 2 fol. 53 en fol. 59, LRK 52 fol. 157v nr. 675. 19-2-1395: Jan de bastaard, bevestigd door de graaf, LRK 52 fol. 157v nr. 676. 11-6-1398: Jan de bastaard van Blois, LRK 109 fol. 27. Albrecht van Beieren overlijdt in 1404. Bij een dagvaart in 1416 heet hij nog steeds alleen Heer van Treslong
Lodewijk van Treslong [1435-1447]
Ridder Lodewijck van Treslong (....-1470) wordt heer van Cabbau en Raad in het Hof van Holland. Hij is van 1440-1450 baljuw van Noordwijk. 5-12-1436: Lodewijk van Treslong bij dode van heer Jan de bastaard van Blois, zijn vader, LRK 114 fol. 52v.
Jan van Blois [1447-1463]
6-8-1447: Heer Jan van Blois, geestelijke, bij opdracht door Lodewijk van Treslong, zijn broer, op die te komen, LRK 116 c. Zd.-Holland fol. 2v-3.
Lodewijk van Treslong [1463-1466]
7-11-1463: Lodewijk van Treslong, raad en ridder, bij dode van heer Jan van Blois, kanunnik van Oudmunster te Utrecht, zijn broer, LRK 117 c. Nd.-Holland fol. 20. Hij overlijdt in 1470. Gezin van Louis de Blois de Treslong Hij is getrouwd met Marie van Haemstede
Gijsbrecht van Hemerden [1466-1501]
28-2-1466: Gijsbert van Hemert (1430-1503) bij overdracht door Lodewijk van Treslong, LRK 117 c. Nd.Holland fol. 24v. 1466 Februari 28. Gijsbrecht van Hemerten, beleend met de heerlijkheid van Cabbau bij opdracht van heer Lodewijc van Treslong, ridder (Holl. leenkamer n° 117,' N.-Holl. fol. 24™>). 1476 October 17. Ghijsbert van Hemerden, heer van Cabbau, „onse neve", beleend met 10 morgen in het goed ter Loe, geheeten Cleyn Loe 1 ), bij opdracht van Juffr. Agnieze van Rijn, „onse nicht", met haren man Jan heer in Noirtwijck en van Noirtwikerhout (Leenboek E , fol. 150). 21-12-1498: Belast voor Jan en Daniel van Zijl metf 47.- rijns door Gijsbert van Hemert ook op Nederslingeland, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 11v-12v.
Jan van Hemert [1501-1504]
10-11-1501: Jan van Hemert bij dode van Gijsbert, zijn vader, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 23.
Steven van Ruijtenberg [1504-1524]
Steven van Ruijtenberg leeft van 1475-1524 10-4-1504: Steven van Ruitenberg bij overdracht door Jan van Hemert, LRJS 122 c. Zd.-Holland fol. 40v. 23-8-1505: Jan van Zijl, wonend in een huis in de Leeuwerikstraat in Oudewater, en Daniel, zijn broer, te Oudewater zijn gelost door Steven van Ruitenberg en omdat hun akte ontvreemd was door Jan Jorisz., hun neef, stelt hij zijn huis als zekerheid, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 47. Αnthoni van Αemstel van Μijnden Heer van Κroonenburg trouwde Jouffrouw..... Dochter van Steven υan Ruytenberg Heer van Cabbau ende van Jouffrouw Hadewich van Lantskroon. Steven van Ruytenbergh is heer van Cabbau Grafsteen van Steven van Ruitenberg van Cabauw and Hadewich van Lanscroon in de St. Jacobikerk in Utrecht
https://memodatabase.hum.uu.nl/memo-is/detail/index detailId=2601&detailType=MemorialObject
Johan van Ruitenberg [1524-1530]
13-2-1524: Johan van Ruitenberg bij dode van Steven van Ruitenberg Adolfsz., zijn vader, LRK 124 c. Sticht fol. 19.
Vincent Cornelisz van Mierop [1530-1550]
In 1526 koopt Vincent Cornelisz van Mierop, heer van Cabauw, Kethel, Spierincxhouck het huis Polderburgh bij Delft van Jacob, graaf de Ligne [ANF deel 1, 1883-1884, nr. 2, 5 juli 1883, blz. 2]30-8-1530: Mr. Vincent Cornelisz., raad en eerste meester van de rekeningen van den Haag, bij overdracht door Johan van Ruitenberg, nadat deze 26-8-1530 een rente van 60 gouden karolusguldens voor Vincent had gevestigd, geroyeerd 24-7-1535, LRK 125 c. Sticht fol. 3v-5. Vincent Cornelisz van Mierop is heer van Cabbau. 1539 een oud register van de hand van Vincent [Navorscher1853, blz. 99]1540 Volgens GoUDHOEVEN bl 105 en 619 behoorde Heer VINCENT CoRNElisz VAN MIEROP Heer van Cabbau en Thesaurier generaal van des Keizers domeinen in de met JAcoB Heer van Cabbau en Heer CoRNELIs VAN MIERoP Domproost te Utrecht zijne zonen tot de Edelen die ten tijde van Keizer KAREL V in 1540 en van Koning Philips in 1549 leefden 1550 Vincent, ook genaamd de grote Vincent, stierf te Brussel en is aldaar bij de Augustijnen begravenJacob van Mierop [1550-......]
6-10-1550: Jacob Vincentsz. van Cabauw bij dode van mr. Vincent, raad en tresorier van de domeinen en financiën van herwaartsover, LRK 127 c. Sticht fol. 9.Heyman van den Ketel [....-1560]
Sebastiaen van den Ketel [1560-1567]
13-5-1560: Sebastiaen van den Ketel bij dode van zijn vader Heyman van den Ketel (L.H. 129, cap. N.H., fol. 10v).
Jan Heymansz van den Ketel [1567-1570]
15-7-1567: Jan Heymansz. van den Ketel, ambachtsheer van ‘s-Gravenambacht, bij dode van zijn broer Sebastiaen van den Ketel (L.H. 131, cap. N.H., fol. 23).
Cornelis van Mierop [1570-1573]
28-5-1570: Heer Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht, bij dode van zijn neef Jan Heymansz. van den Ketel, hulde door meester Witte Wittensz., raad in het Hof van Holland, hiertoe d.d. 27-5-1570 gemachtigd (L.H. 131, cap. N.H., fol. 58).
Jacob van Cabau [1573-......]
3-8-1573 Meester Jacob van Cabau bij dode van zijn broer meester Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht (L.H. 132, cap. N.H., fol. 7v). 7-12-1592: Jacob, heer van Cabau, tocht zijn vrouw jonkvrouwe Catherina d’Oosterlinor (L.H. 135, fol. 113v). 10-4-1593: Adriaen van Ylen Rutgertsz. namens de erfgenamen van Jacob van Mierop, heer van Cabau, zijnde de kinderen en kleinkinderen van diens zuster Margaretha, Eva, Maddelena en Martha, volgens diens testament d.d. 3-3-1593 en behoudens de lijftocht, volgens octrooi d.d. 6-12-1581, van diens weduwe en volgens procuratie d.d. 5-4-1593 verleend door meester Jan Stalpert, Cornelis van Bleyenburch, jonkheer Jan van der Mijle namens zijn vrouw, Philips van Gindertalen en meester Quirijn Jacob Wittensz. (L.H. 138, fol. 122-130). Jacob van Mierop, heer van Cabbau, geboren 1500, overlijdt kinderloos in 1593. Jacob Vincentsz van Myerop, Heer van Cabbau Kethel Spalant en Ruyven Rentmeester van Zijne Co Mats Espargnes naderhand Raad in den Hove van te Gent Geb 15oo overl 1593 Was gehuwd met Catharina Oosterling maar stierf zonder kinderen VAN LEEUwEN Bat Ill 1 o78
Cornelis Theeusz
9-7-1609: Cornelis Theeusz., LRK 194 fol. 79v.
Willem Theus
11-7-1633: Willem Theus bij dode van Cornelis, zijn vader, LRK 146 c. Nd.-Holland fol. 64v.
Cornelis van Teilingen
4-3-1636: Cornelis van Teilingen voor Berta Theus van Cabauw, zijn vrouw, bij dode van Willem, haar vader, LRK 147 c. Nd.-Holland fol. 43.
Cornelis Nobelaar
8-11-1645: Cornelis Nobelaar voor Berta Theus, zijn vrouw, bij dode van haar eerste man, LRK 107 c. Nd.-Holland fol. 43v. 197. In 1646 schrijft schilder Adriaan van Utrecht aan Huygens (Briefwisseling deel 4, blz. 293, nr 4306) over wsch een stilleven met fruit waarvoor hij f 100 wil hebben. Hij krijgt tot dit bedrag konijnen "Had' ick t willen aen andere vercoopen, daer is my 120 guld. voor geboden. Off U. Ed. de 100 gul. te veel waer, ben wel gecontenteert U. Ed. het stuxsken van fruytasie [te] doe[n] behandigen ten huyse van den heer van Cabbau, alwaer de connijnen noch tegenwoordich syn".
Leenbrief Cabauw Justus de Nobelaer, 1682 nov. 1
Justus de Nobelaer
Diderik Ramp
Diderik Ramp heer van Cabau 1711 Advys in schuldzaak
Jodocus van Wijngaarden
Leenbrief Cabauw Jodocus van Wijngaarden, 1719 okt. 18 Notariële akte, waarbij Jonker Diderick Ramp erkent te hebben verkocht en te zullen overdragen aan Judocus van Wijngaarden de heerlijkheid Cabauw, 1719 Akte, waarbij Judocus van Wijngaarden, heer van Cabauw, de baljuw-schout en secretarisambten alsmede de vrije jacht en visserij van Cabauw verkoopt aan Johan Faassen, 1721
Johannes van Wijngaarden
Vrye Heerlykheid van ten Noorden aan Lopik en ten Zui aan de Willige Langerak beide in Provincie van Utrecht ten Oosten Jaarsveld en ten Westen aan Zevender In de Quohieren bedraagen de 248 Morgen en 275 Roeden Lands en in beide de Lysten vindt men er 17 Huizen voor aangetekend In het behoort Kabaauw onder Lopik waar mede het als een vereenigde wordt aangemerkt en tot de Klassis van Utrecht De Roomschgezinden hebben hier eene Statie die door een Wereldsch Priester bediend wordt De Heer Johannes van Wyngaarden enz is Vryheer van Kabaauw 1749
Jan Braet
Leenbrief Cabauw Jan Braet, 1751 sept. 1 Onderhandse akte, waarbij Johannes van Wijngaarden erkent verkocht te hebben aan Jan Braet de heerlijkheid Cabauw, 1751. Met kopie, en een missive van D. Bispenk aan Braet over deze koop, 1751 Vonnis van het Hof van Holland, waarbij aan Johannes van Wijngaarden, eiser, wordt ontzegd zijn eisen van naasting van de heerlijkheid Cabauw, ingesteld tegen Jan Braet d.d. 6 mei 1757. Met kopie; en twee kopieën van de leenbrief van die heerlijkheid d.d. 1 september 1751; alsmede verklaringen van de secretaris van Schoonhoven en anderen dat in Zevender en Cabauw en in de Hollandse dorpen van de Lopikerwaard het recht van naasting geen plaats heeft, noch nooit is geoefend, 1752 In 1758 is Jan Braet (1722-1802) vrijheer van Cabauw en Zevender Staat van hetgeen de schout en secretaris jaarlijks trekken uit de dorpsrekening van Cabauw, volgens besluit van het gerecht en de ingelanden van 1 november 1771 In december 1787 wordt de regering van Schoonhoven gewijzigd. Jan Braet wordt nog genoemd als vrijheer van Zevender en Cabauw. Ook nog in 1790 Onderhandse akte van de overeenkomst tussen de gemachtigden van de ingelanden van Zevender en Cabauw en de executeurs-testamentair van Jan Braet, in leven heer van die heerlijkheden, aangegaan betreffende:De recognitiegelden, wegens de posten van baljuw, schout en secretaris van die heerlijkheden, over 1806 aan de rechtverkrijgenden van Braet toekomende en door de ingelanden te betalen en De voet, waarop deze recognitie voortaan zal worden geheven, d.d. 14 augustus 1807.Met vroegere stukken betreffende de voldoening van deze recognities over, 1796-1806 Akte van de overeenkomst, aangegaan tussen de executeurstestamentair van Mr. Jan Braat, in leven heer van Zevender en Cabauw, en de gevolmachtigden van de ingelanden van deze heerlijkheden, ten aanzien van de recognitiegelden, wegens de posten van baljuw, schout en secretaris aan de ambachtsheer toekomende, 1807 Brieven van W.J. Goudriaan, notaris te Haastrecht, executeur-testamentair van de boedel van Mr. Jan Braet, aan Mr. Carel Frederik Brand over een door diens mede-erfgenamen gedaan voorstel om uit de gemeenschap te treden van de gezamenlijk door hen bezeten heerlijkheden Zevender en Cabauw. Met sommige minuut-antwoorden van de laatstgenoemde, 1814-1815
Otto Braet
Otto Braets vader was landeigenaar, vrijheer van Zevender en Cabauw, en baljuw van Schoonhoven. De heerlijkheden werden na diens dood verkocht aan Mr. C.F. Brand, zwager van Otto. Otto Braet Vrijheer van Zevender en Cabauw geb 4 Aug 1760 overl 7 Juli 1817 burgemeester Schoonhoven Huwt te Purmerend Aug 1786 Wïl helmina Peereboom Na zijn dood werden de Heerlijkheden van Zevender en Cabauw verkocht en werden toen eigenaar zijn zwager en diens zoon zijnde Mr Frederik Brand In 1785 wordt Otto Braet schout en secretaris van Cabauw en ZevenderMemorie van leges,ingevolge Reglement bij Ingelanden geformeert anno 1796. Met Memoriën en Bijlagen, waaruyt de Revenuen en Regalia van de Hooge en vrije Heerlijkheden Zevender en Cabauw kunnen worden nagegaan, door Mr. Otto Braet Brieven van Otto Braet (1760-1823) aan zijn zwager Carel Frederik Brand van Willige Langerak over de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw, 1804-1807 Verantwoording van de inkomsten van de heerlijkheden Zevender en Cabauw aan de gezamenlijke geïnteresseerdens in dezelve over 1806, 1807, 1809, 1810, door de baljuw, schout en secretaris Otto Braet aan C. Baet wed. Hondorff Block, B.H. Brand geb. Braat, A.R.C. von Uberfeldt en J. Braat. Minuten (?). Met rekeningen van de laatstgenoemde en van zijn executeur-testamentair W.J. Goudriaan wegens de helft van hetgeen bij heeft genoten aan leges van de door hem beklede betrekking van polderschout, secretaris en gadermeester over 1814, 1816, 1817. Minuten (?) Lijsten van door de ingelanden betaalde tijns, 1785-1804
Carel Frederik Brand
Carel Frederik Brand Heer van Willige Langerak overl te s Gravenhage 16 Dec 1834 Huwt in 1785 met Bartholomea Hermanna Braet van Zevender geb 5 Sept 1763 Zij overl 20 Aug 1830 op den huize Treck vliet onder Voorburg Stukken betreffende de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw en de aankoop daarvan gedaan door Mr. Carel Frederik Brand, 1818 Aanschrijving van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan de ambachtsheer van Cabauw tot het doen van een opgave omtrent de aard en omvang van de geldelijke voordelen aan die heerlijkheid verbonden, 1818. Met concept-antwoord van de ambachtsheer, 1818 Brief van ds. T.C. Everaars, predikant te Lopik, aan Mr. Carel Frederik Brand, heer van Cabauw, houdende verzoek om in de kapel van Cabauw in plaats van voormiddags na de middag te mogen preken, 1818 Brief van Lambert van Elk te Schoonhoven aan Carel Frederik Brand, ambachtsheer van Zevender, houdende aanbeveling van Teunis van As voor de vacante post van veeschipper tussen Cabauw en Utrecht, 1821
Jan Brand
Jean Brand was heer van Langerak en Cabauw Hun zoon Mr Jean Brand van Cabauw lid van de rechtbank van le aanleg te Amsterdam overleed 24 Juni 1847 oud 59 jaar 1 Onderhandse akte van overeenkomst, aangegaan door Jean Brand, heer van Cabauw, en Lambert van Elk, betreffende de voordracht van Van Elk als schout, secretaris en Gadermeester van de polder van Cabauw. Met brieven van Van Elk over hetzelfde onderwerp, 1818 Brieven van verschillende personen aan Jean Brand, heer van Cabauw, over personen, voor te dragen als burgemeester, raadslid, secretaris en ontvanger van de gemeente, 1818-1839 Brief van J. Brand, heer van Cabauw, aan de Minister van de Hervormde Eredienst, houdende verzoek dat een eventuele vacature van de predikdienst van Lopik en Cabauw gelet moge worden op zijn recht van Collatie, voor zover de kapel van Cabauw aangaat, wat hij door het optreden van ds. J.J. Neuman, predikant van Lopik, verkort acht, 1819 Afrekeningen van L. van Elk met J. Brand, heer van Cabauw, wegens de inkomsten van de ambachtsheerlijkheid gedaan heeft over de jaren, 1819, 1820, 1822 en 1823 In 1835 was heer in Cabauw en Zevender mr. Jan Brand van Cabauw te Amsterdam. Aanschrijving van de Gouverneur van Utrecht aan de ambachtsheer van Cabauw, om een voordracht te doen voor het vacerende burgemeesterambt, met een brief van de eerste assesser van die gemeente aan hem tot geleide en een concept-voordracht van de ambachtsheer aan de koning, 1835 In 1824 verschijnt in Amsterdam bij Johannes van der Hey en Zoon het boek "Dichtstukjes van mr. J. Brand van Cabauw"
Gabriel Leonard van Oosten Slingeland
Na de dood van Jan Brand is de Heerlijkheid verkocht ian den Heer Gabriel Leonard van Oosten Slingeland Heer van Cabauw wonende te Schoonhoven en alwaar hij stierf 6 April 1874 Stukken betreffende de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw aan Gabriël Leonard van Oosten Slingeland, 1848 Broer Gabriël Leonard werd rond 1850 de nieuwe heer van Cabauw en Zevender. dichter Jan Brand van Cabauw (1785-1847), heer van Cabauw en twee andere dorpen in de buurt van Schoonhoven, voor wie grootvader Slingeland werkte als steward en trustee. Oudoom Gabriël Leonard van Oosten Slingeland was opvolger van Brand's als heerschappij van de dorpen Cabauw en Zevender . De heren van Cabauw wensten hun rechten te handhaven. Op 31 januari 1877 worden bij vonnis van het kantongerecht te IJsselstein C.A. Dorrestein en J. Verkley veroordeeld wegens schending van het heerlijke jachtrecht van G. van Oosten Slingeland in de heerlijkheid Cabauw. In 1857 is deze heerlijkheid vereenigd met de gemeente Willige Langerak
Mr. Leendert Slingeland is in de jaren 1840 rentmeester van de heerlijkheden Willige-Langerak, Cabauw en Zevender .
waterstaatAl sinds 1554 waren er molens. De eerste en de derde molen zijn gesloopt. De tweede uit 1773 daterende wipwatermolen (De Middelste Molen) bemaalt sindsdien het gebied van het huidige waterschap "Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven"BRONNEN
archieven
Utrechts Archief 481 Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, 3. Registers van overlijdens, 1089-6 t/m 1089-34
internet
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-driessen/I73353248.php