HeusdenStad in Noord-Brabantalgemeen=op 14 juli 1680 is het kasteel opgeblazen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].=zo verderfelijk was in 1740 de overstroming, dat Hunne Edele Groot Mogende zich genoopt vonden, van tijd tot tijd, in het begin van het jaar 1741, aan de noodlijdenden in de Alblasserwaard, in het Land van Arkel, binnen de Stad en het Land van Heusden, aan die van Woudrichem, en het Land van Altena, alsmede aan die van Heukelum , voor de meest drukkendenoodwendigheden , toe te staan een somma van 18860 guldens [Kok2, blz. 519] belastingenbede=In de rekening van 1521 staat aan de inkomstenkant een overzicht van de stedelingen die geacht worden een bijdrage te leveren aan de betaling van ‘sheeren penningen in Hollant". Aldus is kenbaar hoe het door Heusden verschuldigde bedrag werd omgeslagen over personen en instellingen. Heusden had grote moeite om te voldoen aan deze bede en ook aan een bovendien gevraagde extra-ordinaris bede. Twee tresoriers, Ghijsbert Henricxzoon en Claes Buijs slaagden er niet in het bedrag in te zamelen. Uit de rekening blijkt dat 14 personen hun portie niet (geheel) betaalden. Ze verzochten in Den Haag om uitstel. Ze werden wekenlang in Den Haag gegijzeld, wat voor Heusden een kostbare zaak. In overleg met de stadsheer Hendrik III van Nassau, heer van Breda, mocht worden berust in de niet-betaling door 5 personen, onder wie de stadschirurgijn en de stadsbode die meenden daarvan exempt te zijn. Er waren 260 contribuanten, die naar vermogen moeten bijdragen. Het progressieve tarief start met 5 stuivers en eindigt met 31 Rijnsguldens. Het gaat niet alleen om mannen, Onder de contribuanten zijn 40 vrouwen en in 26 gevallen is sprake van een onverdeelde boedel. De armsten zullen vrijgesteld zijn geweest. Geestelijke instellingen genieten vrijdom, maar het Goudse Margarethaconvent draagt in het door Heusden te betalen bedebedrag bij met 23 stuivers. De heer van Oudheusden betaalde 4 Rijnsguldens. Het totaalbedrag is 608 Rijnsguldens en vier stuivers. De kwade posten zijn bij elkaar 4 Rijnsguldens 18 stuivers en 3 oortjes. Rest 603 Rijnsguldens 5 stuivers en 1 oortje [Engen, blz. 391, 396]convoyen en licenten=in 1673-1674 is N. Griethuijsen commies van de rechergie ter recherche van de convoyen en licenten te Rotterdam [Stasse, blz. 486]=in 1673-1674 is Johan Slingerlandt commies van de recherge [Stasse, blz. 487]=Johan Olis is in 1673-1674 convooimeester [Stasse, blz. 488] =Jan Esdré [1748-1823] is ontvanger der convoyen en licenten te Heusden. Deze functie is hem in 1795 ontnomen [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 192]familiegeld=Wordt naar het toegepaste tarief vaak tweehonderdste penning genoemd. Het is een inkomstenbelasting voor inkomens boven de 500 gulden, geheven van "de middelen en tractementen der stadt Heusden". De inkomens worden in negen klassen ingedeeld. In 1673 en 1674 geheven. De opbrengst is berekend op 5213 ponden, 11 schellingen en 11 deniers [Stasse, blz. 485, 491]=Het “ontfangerschap” van de 200e penning staat in het familiegeld van 1673-1674 op 11 ponden 12 schellingen en 10 deniers [Stasse, blz 489]; het “ castelijnschap, drostampt en dijckgraeffschap” van de stad en landen van Heusden staat op 36 gulden 16 stuiver [Stasse, blz. 490]=Opgenomen als belastingplichtigen zijn ook de niet-inwoners die in Heusden gegoed zijn [Stasse, blz. 490]. Verondersteld mag worden dat, ter voorkoming van dubbele heffing, de woonplaats van deze personen afziet van heffing over dit buitenbezit. omslagZie bij Bede. Ook ommeslachtol=In 1252 treedt bij de uitspraak van Floris den Voogd in het geschil tussen de heer van Heusden en de stad Dordrecht over de Heusdense tollen onder de getuigen, ,,qui huic condicioni personaliter interfuerunt", één, de baljuw van geheel Holland Hugo van Cralingen, naar voren als de man, ,,cujus consilio ista omnia sunt ordinata" [Enklaar, D.Th., De opkomst van den grafelijken raad in Holland, in: BGN 1946, deel 1, blz. 20]=Menigvuldige tollen gaven ook dikwijls aanleiding tot verschil; zoo leest men van eene uitspraak van Floris van Holland, broeder van den Roomse Koning Willem, in 1252 over de verschillen van den tol tusschen den Heer van Heusden en die van Dordrecht [Engels, Geschiedenis, blz. 21]=Willem VI gelast in 1412 de tollenaars van Woudrichem en Heusden de Hoornse poorters ongemoeid te laten. Met vidimus van die akte door de Prins van Oranje in 1563 [Gonnet, Inventaris, blz. 66]verponding=van 1616-1618 is Claes Claesz van der Steeghen (den Jonge) collecteur van de verponding [Heuvel, Oudste, blz. 165]
bestuuralgemeenEen nieuw regeringsreglement voor Heusden werd in 1787 door Gecommitteerde Raden in naam van de Staten [Rijpperda, Politie38]burgemeester=in 1673-1674 is Adriaen Boxtel burgemeester [Stasse, blz. 486]=Jochum de Bruijn was burgemeester [Stasse, blz. 487]=Willem van Hobroek was burgemeester [Stasse, blz. 487]=Willem van Strijp was burgemeester [Stasse, blz. 488]=Daniel Adriaensz van Berlicom was burgemeester [Stasse, blz. 487]gouverneur=Christoffel van Egmond van IJsselstein was gouverneur van Heusden, Venlo en Geertruidenberg [Kok2, blz. 578]=in 1623 is Willem Adriaan van Hoorne gouverneur [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].schepen=in ….is Isac van Burderen schepen van Heusden [Heuvel, Oudste, blz. 165]=in 1673-1674 is Johan van Schaekenraet schepen [Stasse, blz, 486]=Hendr. van Druijnen is in 1673-1674 schepen [Stasse, blz. 486]=in 1673-1674 is Hendr. Leendertz van Herpt schepen [Stasse, blz, 487]=Daniel Boxtel was schepen [Stasse, blz. 488]slotvoogd=Jonkheer Johan Bax is slotvoogd van Heusden [Navorscher 1853, blz. 56]
economie
geestelijkheidHohowart geeft op 25 augustus 772 een hoeve land en een horige in de villa „Hunsetti" (Heusden) en in de villa Buren in de gouw Teisterbant, aan het klooster te Lorsch [Muller/Bouman, Oorkondenboek I. nr. 46, blz. 39].
gemeentealgemeen=In 1910 groot 104 hectare met 1851 inwoners [Wink, blz. 577]=in 1968 waren er 4400 inwoners; de gemeente omvat mede Hedikhuizen, Herpt, Hoeve, Lutelherpt en Oudheusden [Ter Laan, blz. 175]burgemeester=in 1886 was J. C. M. Pompe, burgemeester van Asperen en Heukelom [Leeuw1886, blz. 95]raadslid=Carel Frederik Pape [1835-1886] was raadslid [Leeuw1886, blz. 53]
heerlijkheid=in de 9e eeuw wordt het kasteel te Brakel gesticht door Boudewijn II, heer van Heusden [Navorscher 1851, blz. 316]=Jan, heer van Heusden, is heer van Heusden in de 12e eeuw. Hij is de zoon van Jan van Arkel (Aa, Bio I, blz. 354)=In 1295 is er een brief van de heer van Heusden [Regt, blz. 23].=Jan de 7e, heer van Heusden [....-1303] is betrokken bij de moord op Floris V [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].=de familie Heusden van Elshout stamt af van de heren van Heusden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].
markiezaatBij KB 8 juli 1815, nr. 14 wordt Richard Trench le Poer, second earl of Clancarty, verheven tot markies van Heusden met recht van overgang bij eerstgeboorte [Adel1925, blz. 222]oorlogin 839 door Noormannen en Denen verwoest [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1184 bevochten de Heusdenaren de Bossenaren [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305]. in 1314 wordt het kasteel door Willem III belegerd [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].in 1359 overmeestert Gijsbrecht van Nijenrode met de Kabeljauwsen het kasteel [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306]. in 1497 weerstaan ze de Geldersen en verslaan deze bij Hedikhuizen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1542 geven ze toe aan Maarten van Rossum om brandstichting te voorkomen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1569 worden de Spanjaarden verslagen maar die keren vrij spoedig weer terug [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1577 komt Heusden onder de bescherming van de Staten-Generaal [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1579 mislukte een Spaanse aanval door de bevelhebber Baldeus [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1589 tracht tevergeefs de graaf van Mansfeld de stad te veroveren [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1623 proberen de Spanjaarden door omkoping de stand te winnen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 305].in 1672 worden de Fransen buiten de stad gehouden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].op 5 januari 1794 vallen de Fransen binnen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].in 1813 is Heusden het hoofdkwartier van de Pruissische generaal [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].waterstaat=in 1309 geeft Graaf Willem III aan die van Heusden een handvest over het waterpeil [Regt, blz. 24]=in 1627-1639 is Dirck Willemsz Kuijst Poorter hoogheemraad van stad en land van Heusden [Heuvel, Oudste, blz. 164]=in 1614, 1676, 1740, 1795, 1799 en 1809 zijn er watervloeden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 306].
BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1853literatuurAa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel I, Haarlem 1852, blz. 354ANF 1884, 8 april, p. 6 (18e e); 27 mei, p. 2 (id)
Baelde, Domeingoederen, pp. 292-294 (1551)Becht, Statistische, p. 140 (1587) Blécourt, Heerlijkheden, p. 500 (1795) Boer, Rekeningen, p. XXIII (1392)
Donker, Iets, p. 6 (1272)
Engen, Hildo van, De Heusdense “ommeslach” van 1521, in: Ons Voorgeslacht 2022, blz. 390-396Engels, Geschiedenis, pp. 21 (1252), 25 (1414), 51 (1553) Enklaar, Opkomst, p. 20
Fruin, Informacie, pp. 427-433 (1514)
Goes, Register IV, pp. 20 (1555), 30 (id), 34 (id), 74 (id); V, pp. 93 (1557), 126 (id) Gosses, Welgeborenen, p. 55 (m.e.) Groot, Zweder, p. 47 (14e e)
Heuvel, Remco van den, De oudste generaties van de Wijkse familie de Poorter herzien, in: Ons Voorgeslacht, jrg 79, april 2024, blz. 153-168
Kruisheer, Oorkonden, pp. 289 (1252), 374 (1290)
Meyroos,Onze,pp. 11(1515), 13 (id), 14 (id)
Navorscher 1853, blz. 56; VI, pp. 204 (1334), 390 (id); XIV, p.3 (1574); XL, p.668 (16e e) Nijenhuis, Bibliographie (Toevoegsel), p. 21 Nijhoff, Oud,p. 25 (14e e)
Rees, Geschiedenis I, p. 48 (1357)
Siccama, Over, p. 2 U399) Smidt/Strubbe, Chronologische I, pp. 129 (1476), 191(1481) Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, p.360 (1525) Stasse, Arie Jan, Het familiegeld van Heusden, in: Ons Voorgeslacht 2023, blz. 485-491T.S. Zeeland I, p. 150 (1407); II, p. 54 (1413) Taxandria XI, p. 192(1765)
Voorthuysen, Mercantilisme, p. 34
Wijnpersse, Statistiek, p. 380 (1854)
Zuylen, Inventaris I, p. 698