Aalst
Stad in de provincie Oost-Vlaanderen aan de Dender. Ook Alost (866; 995, 1070, 1088, 1096, 1114-1183), Alhusta (868), Alosta (868-869), Alst (1088; 1144; 1162; 1163, 1282, 1287), Alisti, Aelst, Alostum, Hlost (870).
algemeen=De stad wordt beweerdelijk gesticht door de Gothen rond 489 [Smet, Description, blz. 8-9, die dit ontleent aan Marchantii, Flandriae descriptio, 1596; Kok1, blz. 22]. =Op een eiland in de Dender, genaamd "Chipka", ingeklemd tussen de natuurlijke en de gekanaliseerde loop van de rivier wordt een kasteel, de Burgt, gebouwd. Burggraven komen uit de familie van Gerdeghem en van Liedekerke, later zijn het de prinsen van Salm-Salm. =Tussen 750 en 800 wordt het Zelhof gesticht [Wikipedia]=In 868 genoemd als een domein, villa Alost, eigendom van de abdij van Lobbes in Henegouwen. Oorspronkelijk leen van het Heilige Roomse Rijk. =In 998 erft Adelbert, de oudste zoon van Aarnout het graafschap Aalst. Aarnout is slotgraaf van Gend, heer van Aalst, van de vier Ambachten (Assenede, Bouchout, Axel en Hulst) en graaf van Holland, Zeeland, Kennemerland enz. en de graafschappen Staveren, Oostergoo, Westergoo en Islegoo [Aa,Bio1, blz. 59].=Rond 1160 verleent graaf Diederik van de Elzas aan Aalst vanwege bewezen diensten hun eerste vrijheden en verheft de plaats tot stad. =In 1200 wordt het stadhuis gebouwd. =In 1225 wordt het schepenhuis gebouwd [Vijver, Wandelingen, blz. 131]. =in 1594 het boek Civitates orbis terrarum met Alostum [DDB]=Aalst ligt in het Land van AalstbelastingenalgemeenEen' kleene stadt, doch 't hooft van een' ryke landdouw is Aalst, hebbende wel hondert en tzeeventigh dorpen onder zich, die zy strax op schattinggeld stelden [Hooft, Historien, deel 1, 1703, blz. 454]
bieraccijns =Aalst heeft in 1773 een impositie van 85 st. op het buitenbier gesteld. Hiertegen beroept Leuven zich op het economisch verdrag tussen Vlaanderen en Brabant ten tijde van Jakob van Artevelde en op de Blijde Inkomsten die sinds de Bourgondiërs de handel tussen de gewesten waarborgden. Brussel en Antwerpen gaan in op het Leuvens verzoek om gemeen front te maken tegen het Vlaamse protectionisme en de Brabantse Staten weten van de regering een ordonnantie te bekomen waarbij eens en voor goed wordt diets gemaakt dat vreemde bieren slechts zijn "celles brassées hors de notre domination" [BGN 1962, blz. 217].
lepelrechtIn 1242 stonden de schepenen van Aalst het Koornhuis aan het hospitaal af, mits eenen jaarlijkse cijns van vier deniers, Vlaamse munt, daarbij bepalende, dat er door hun opvolgers in 't magistraat nooit een dergelijk gebouw mocht worden opgericht.  Uit hoofde van deze bezitting, had het hospitaal het recht, om, uit elke zak graan, aldaar van buiten aan de markt gebracht of in de stad verkocht, een volle lepel te scheppen, wat men daarom het lepelrecht noemde. Uit een charter van 1288 volgt dat niemand op het Koornhuis een zak graan mocht ontbinden, vóordat een broeder of bode van 't hospitaal, met een hamer, op een daartoe bestemd bord, drie kloppen had gegeven, ten teken dat de markt geopend werd. De lepel ten voordele van het ziekenhuis werd geschept vóór het graan was verkocht, en dat iedereen zich daarnaar te gedragen had, op verbeuring van de gehele zak graan, die ten profijte van de vorst werd aangeslagen. Men was evenwel voor iedere zak maar éens het recht verschuldigd, zodat men, voor dezelfde partij graan, ofschoon herhaaldelijk te koop gesteld, geen tweemaal moest laten scheppen. Zie voor meer, Het Lepelrecht te Aalst, in: De Vlaamsche School 1877, blz. 36; DBNL] naturaheffing =Op 15 november 1577 wordt Aalst toegestaan voor de versterking van de stad uit ieder dorp "et enclavemens" drie personen met hun werktuigen te recruteren. De pensionaris van Ieperen moet daarvoor de benodigde brieven maken [Res. S-G, deel 1 (1576-1577), GS 26) OR, blz 409]. recognitie=de magistraat van Aalst betaalt jaarlijks een recognitie [Recueil IV]
bestuuralgemeen=het bestuur bestaat in 1785 uit een hoogbaljuw en vijf andere baljuws, twee burgemeesters [die van Aalst en Geertsbergen] en twee ontvangers  over de kwartieren van Aalst en Geertsbergen [Kok1, blz. 21]baljuw=in 1281 was Hendrik Evelbaren baljuw [DBNL]burggraaf=Boudewijn van Poperode was in de 13e eeuw burggraaf van Aalst [DBNL]

griffier=mr. Pieter Gundeele was griffier van de stad [Kok1, blz. 23]=Vanderdonck was griffier van Aalst [DBNL]
markgraaf=in 1640 was Engelbertus van Lieve, Vry Baron van Bouchoven, Markgraave van Aalst, Heere van Immersele, Wommelghem en Loon op Zandt [DBNL]raadsheer=Vanderdonck was raadsheer van Aalst [DBNL]schepenConinck, Jhr. Frederico Cornelio de [1606-1649] was schepen van Aalst [DBNL]
buitenpoorterij=op 8 juni 1592 wordt Henric van Alderwerelt buitenpoorter van Aalst. =in 1601 worden Heynrick van Alderweerelt en Mayken Verpoort die in Marienhoorenbeke wonen buitenpoorter van Aalst. =in 1602 worden ... en Janne Delcourt wonend in Berchem buitenpoorters van Aalst.economie  =De drapeniers van Aalst en Dendermonde schijnen vanwege de verlangde courtage in Brugge kort vóór 1465 de Brugse halle voor de Antwerpse foor te hebben verlaten [BGN 1950, blz. 193]. =In de 18e eeuw ontwikkelt Aalst zich tot een belangrijk brouwerijcentrum. =in 1785 verbouw granen, vlas en hop  [Kok1, blz. 20]=in 1826 beschikt Aalst over blekerijen van garens en linnen, productie van werktuigen voor fabrieken, hoedenfabriek, kantfabriek, katoen-linnendrukkerij, productie zijden kousen, leerbereiding, leerlooierij, lijnbaan, pottenbakkerij, raap-en lijnolieslagerij, productie spelden, vlasspinnerij, zadel-en tuigmakerij, zoutkeet. =in 1833 handelaars in granen, hop en linnen. Er zijn oliemolens en bierbrouwerijen =in 1835 kunnen schepen via de Dender in de stad komen. Daar zijn een katoendrukkerij, hoeden-, kousen-en tabaksfabrieken, pijpen- en pottenbakkerijen, looierijen, leertouwerijen, blekerijen en hopteelt. =in 1869 fabrieken van wollen stoffen, linnen, staalwerken, olie, tabak, hophandel, blekerijen
economie=er is hopteelt [Wikipedia]=in 1878 zijn er olieslagerijen, tricotage, een linnenfabriek en katoenfabriek [Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6]
financiënlosgeld =op 26 oktober 1579 wordt een brief van de monster-commissaris Laurens de Blioul ontvangen om geld voor zijn bevrijding uit zijn gevangenschap in Aalst; S-G delen mee aan Mattlhias, Oranje en den Raad van State, om er in te voorzien [Res. S-G, deel 2 (1578-1579), GS 33) OR, blz 553]. =in de 17e eeuw wordt een landdijk opgeworpen in Asper en Zingem. De kosten belopen f 1249. 4 st. 6 d. voor de helft betaald door het land van Aalst.geestelijkheid=in 1122 schenkt Karel, graaf van Vlaanderen, enige eigendommen onder Aalst aan de St-Pietersabdij.=in 1498 wordt de Stiftkerk van St. Martin gesticht. gemeentealgemeen=vanaf 1836 zijn de kranten gedigitaliseerd http://aalst.courant.nu/    =foto's van het Raadhuis en de Belfried in DDBinwonersdistrict Aalst=in 1826 is Aalst behalve een stad ook een plattelandsdistrict met die naam. Het district bestaat uit 79 plattelandsgemeenten met 94.135 inwoners [Gosselin, blz. XXXVII]. =in 1869 waren er 18.000 inwoners [Bruin Historisch1, blz. 4]=in 2006 leven in het district Aalst 77.372 inwoners =in 2006 wonen in Groot Aalst, dat is inclusief Baardegem, Erembodegem, Gijzegem, Herdersem, Hofstade, Meldert, Moorsel, Nieuwerkerken 80.035 inwoners. =op 1 januari 2014 is het aantal inwoners van de stad 83.347 op 78,12 km2 [Wikipedia].=in 2023 telt A. 90.068 inwoners [Wikipedia]deelgemeente Aalst1806  12.151. 1816  12.221 1826  12.476 1831 14.844 1835 14.791 1846 17.226 1866 18.581875 16.000 [Kan, blz. 2]1878 21.400 1880 20.6791890 25.5441900 29.2031906 32.741 [Wink, blz. 21910 35.1251920 34.5811930 38.4291947 41.9601961 45.0921970 46.6591976 44.6772002 39.5242006 40.250   2010 42.204 2020 46.821[de cijfers zijn ontleend aan Gosselin, blz. 2; Wikipedia, Winkler Prins 1884]      omvang=het district omvat in 1826 7811 hectare en Aalst zelf 1896 hectare [Gosselin, blz. XXXVII]. heerlijkheid=in 998 erft Adelbert, de oudste zoon van Aarnout het graafschap Aalst. Aarnout is slotgraaf van Gend, heer van Aalst, van de vier Ambachten (Assenede, Bouchout, Axel en Hulst) en graaf van Holland, Zeeland, Kennemerland enz. en de graafschappen Staveren, Oostergoo, Westergoo en Islegoo [AaBio1, bz. 59; AaBio11, blz. 708]. =Ludolf, graaf van Brunswijk, wordt heer van Aalst door zijn huwelijk in 1003 met Geertruida, dochter van Aarnoud [Aa,Bio11, blz. 708]. =Ludolf sterft op 23 april 1038 en wordt door zijnen zoon Bruno III als graaf van Brunswijk enz. opgevolgd [Aa,Bio 8, blz. 218; Aa,Bio11, blz. 708] =Boudewijn I (1030-1084) is vanaf 1046 heer van Aalst. Hij werd de eerste graaf van Aalst en peer van de graaf van Vlaanderen. Hij is een zoon van Rudolf van Gent en Gisela, dochter van Frederik van Luxemburg. Boudewijn is voogd van de Gentse Sint Pietersabdij, heer van Waas, Drongen en Ruiselede. Hij verkrijgt Waas en de Vier Ambachten van Robbert de Fries [Kok1, blz. 21; Wikipedia]=vanaf 1050 deel van het graafschap Vlaanderen. Geertruid, Graaf Diederiks wedúwe, huwde in 1063 aan Robert, de jongere zoon van Graaf Boudewijn V van Vlaanderen, die men, omdat hij de weduwe van de Friese graaf Floris trouwde, den Fries noemde, 't geen in Vlaanderen nog synonym van den Hollander was. Dit huwelijk was zo zeer ten genoegen van zijn vader, dat deze hem 't Wester-Zeeland met Aalst en de vier Ambachten geheel overgaf [Bilderdijk, Geschiedenis2, blz. 27]=Boudewijn wordt opgevolgd door zijn zoon Boudewijn II, Boudewijn de Grote. Die overlijdt in 1097 in Nicea tijdens een kruistocht [Kok1, blz. 21]. =Boudewijn II wordt opgevolgd door Boudewijn III (1097-1127), Boudewijn de Schele. Deze overlijdt in 1127 [Kok1, blz. 21] =Dochter Beatrix, getrouwd met Hendrik, burggraaf van Bourbourg,  komt vervolgens door toedoen van haar oom Isvain niet als opvolgster in beeld. =Isvain van Aalst (ca. 1105, + 1145) volgde in 1127 zijn overleden broer Boudewijn III op als heer van Aalst, Waas en Drongen [Wikipedia]. =Galbert van Brugge, secretaris van de in 1127 vermoorde graaf van Vlaanderen Karel de Goede, vermeldt in 1128 Aalst als plaats liggend buiten Vlaanderen. =Galbert wil de schuld van de Vlamingen aan de dood bij het beleg van Aalst op 28 juli 1128 van Willem Clito, sinds een jaar hun graaf, verminderen door dit beleg voor te stellen als een onderneming, niet van Willem, maar van de hertog van Brabant, in een gebied (Rijksvlaanderen), dat niet het eigenlijke Vlaanderen was, waar daarentegen de hertog van Brabant toen nog als hertog van Neder-Lotharingen kon optreden [BGN 1952, blz. 251]. =Isvain's zoon Dirk volgt op [Kok1, blz. 21]=Beatrix  overlijdt in 1155 [Kok1, blz. 21]. =in 1166 overlijdt graaf Dirk van Aalst, zonder kinderen na te laten. Hij heeft Filip van der Elzas, graaf van Vlaanderen als erfgenaam aangewezen. Deze overlijdt kinderloos en wordt opgevolgd door zijn zus Margareet. Ze is de echtgenote van Boudewijn, graaf van Henegouwen [Kok1, blz. 21]=in die tijd is Vlaanderen in de macht van de hertog van Brabant, Hendrik. Boudewijn moet hulde doen. Hij doet dat niet, maar stelt zijn zoon Filips, markgraaf van Namen, in het bezit van Aalst. Na de dood van Filips vervalt Aalst aan zijn nicht Johanna, gravin van Vlaanderen, en haar man Ferdinand van Portugal [Kok1, blz. 21]=een erfgenaam van Beatrix, Boudewijn, graaf van Guines, meent recht te hebben op het land van Aalst. Het geschil dat daarover ontstaat wordt in 1231 bij verdrag bijgelegd. Ferdinand behield het bezit.=Graaf Willem II verklaart 11 juli 1252 het leen vervallen omdat het leen niet binnen een jaar en een dag is verheven. Hij geeft Zeeland, Aalst, Waas en de Vier Ambachten aan Jan van Avennes, allemaal lenen die van het Duitse Rijk gehouden worden. Deze Jan van Henegouwen krijgt bij brief van de keizer van 5 augustus 1281 uit Neurenberg in bezit de landen van Aalst en Waas met de Vier Ambachten, het land van Geraardsbergen en Bewestenschelde (Bilderdijk, Geschiedenis2,, blz. 148; Kok1, blz.21; Wagenaar, Vaderlandsche, deel 3, 1256-1442, blz. 28]=er is een lijst van 87 uitnodigingen uit naam van Rooms-koning Hendrik VII gericht tot de Lombarden van Brabant, Henegouwen, het Kamerijkse, Namen, het Land van Aalst en Loon, om uiterlijk op Kerstmis 1309 te Keulen voor hem te verschijnen (blijkbaar om hem een lening toe te staan) [BGN 1953, blz. 94]. =in 1323 sluit Willem de Goede een verdrag met de graaf van Vlaanderen, Lodewijk I van Nevers. Willem belooft dat hij geen aanspraak meer zal maken op het land van Aalst, Geertsbergen, Waas en de Vier Ambachten . Lodewijk ziet af van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde [Aa,Bio20, blz. 225-226]. Oorlogen en de pestepidemieën brengen Aalst in 1400 op een dieptepunt. =in 1433 behoort de heerlijkheid Baudriesch (Boudry) aan Elisabeth Sloofs of Sloven, echtgenote van ridder Jan Tollin, burchtgraaf van Aalst. Joanna Tollin is burggravin van Aalst. Ze is de echtgenote van Jan van Liere, heer van Immerzeel, Wommelgem en Utegem, raadsheer en kamerling van Philips de Schone. Josina Tollinck is burggravin van Aalst [Aa,Bio17-2, blz. 883] =het grootste deel van Vlaanderen hangt leenrechtelijk af van de Franse kroon (Kroonvlaanderen), doch een kleiner deel, inzonderheid het Land van Aalst, is een leen van het keizerrijk (Rijksvlaanderen). =in de 16e eeuw schenkt Anjou aan de prins van Oranje het graafschap Aalst.=op 1 juni 1581 wordt de heerlijkheid van Rode uit het rechtsgebied van Aalst gehaald en gebracht onder het rechtsgebied van Gent. =akte 7 september 1582 betreffende de schenking door de hertog van Anjou aan prins Willem I van de stad en het graafschap Aalst [NA]=in 1740 overlijdt Carel van Immerseel. Hij is graaf van Borchhoven en burggraaf van Aalst [Aa,Bio11, blz. 424].=in 1769 behoort Aalst tot Oostenrijks Vlaanderen. We denken hierbij aan het feit dat in een bepaalde streek van het graafschap Vlaanderen (dat nochtans op sociaal gebied behoorde tot de meest "vooruitstrevende" vorstendommen van West-Europa), en met name in het land van Aalst, de lijfeigenschap haar bestaan heeft weten te rekken tot aan de Franse Omwenteling [BGN 1957, blz 52]. =het land van Aalst omvat 3 steden [Aalst, Nineve en Geertsbergen] en 272 dorpen  [Kok1, blz. 20]=in 1808 is Ludwig Carel Otto aftergrave van Alost. oorlog=Diederik IV was in 1045 door aandrijven van Hertog Godfried, die tegen den Keizer was opgestaan, in dien krijg gewikkeld, en had het land van Aalst overrompeld. De Keizer viel daarop in zijn landen uit hoofde van felonie. Zijn zoon, Robert de Vries, viel gelijktijdig, of wat vroeger, in Walcheren, maar trok terug tot zijn vaders hulp [Bilderdijk, Geschiedenis2, blz. 17]=Op 2 oktober 1346 trokken Sint-Truidenaren naar Aalst en staken er 7 woningen van vooraanstaanden in brand, omdat zij te Vottem de bisschop hadden gesteund tegen Luikenaren en Hoeienaren [Lavigne, Kroniek2, blz. 173]=Aalst werd in de periode 1380-1385 belegerd en verwoest door de Gentenaars [Wikipedia]. =op 26 juli 1576 vallen muitende Spanjaarden Aalst binnen en stellen 170 dorpen in de buurt onder brandschatting [Brugmans, Kroniek, blz. 254; Kok1, blz. 23]. Jacques de Hennin-Lietard is bevelhebber van de stad [Aa,Bio8.1, blz. 609]=in september 1576 zitten de Spanjaarden nog in Aalst. De Staten zenden op 27 en 28 september 1576 brieven aan Everstein, aan de Spaanse soldaten te Aalst en aan de magistraat van de stad. De brief aan Everstein geeft kennis van het doel, waarmee de Staten zijn samengekomen en verzoekt zijn hulp tegen de Spaansche muiters; al de gages en achterstallen "tant du passé que à venir" zullen aan zijn regiment betaald worden, "ayant prins la monstre et faict les descomptes soit d'argent comptant, atterminations asseurées et autrement, comme sera trouvé le plus convenable" [Res. S-G, Deel 1 (1576-1577, GS 26) OR p. 49.] =op 19 maart 1577 wordt gereageerd op een verzoek om vermindering van lasten door het garnizoen te verkleinen. De staten zullen er op letten [Res. S-G, deel 1 (1576-1577), GS 26) OR, blz. 475]. =op 4 oktober 1577 wordt geadviseerd de compagnie van La Motte in Dendermonde en Aalst te houden [Res. S-G, deel 1 (1576-1577), GS 26) OR, blz 390]. =op 15 september 1578 confirmeren de S-G zich aan het advies van de Kamer der Beden dat de bewoners van Aalst aan alle daar in garnizoen zijnde kapiteins van de compagnieën 16 st., aan de vendrigs 16 st., aan de luitenants 12 st., aan de sergeanten 10 st. aan de gentilhommes 10 st per week zullen betalen via de waard of de stad. De betalingen zullen verrekend worden met de quote [Res. S-G, deel 2 (1578-1579), GS 33) OR, blz .222]. =Jacob de Hennin was bevelhebber van de stad Aalst [AaBio8-1, blz. 609]=in de nacht van 23 april 1582 wordt Aalst door de Staatsen [de Merode en van den Tempel] veroverd met verlies van maar 25 man. Aan de zijde van de vijand worden 200 man gedood en 100 gevangen genomen. Bevelhebber van Aalst is A. Mukron [AaBio1, blz. 167; AaBio12-2, blz. 860]. In 1582 was Frederik van Dorp bij de verovering van Aalst [AaBio4, blz. 283]. De la Garde, in dienst van de Staten, hielp in 1582 de stad Aalst te veroveren [AaBio7, blz. 41]=in 1584 gaf de Engelse bezetting, na wegens gebrek aan betaling opstand te hebben verwekt, de stad over aan Parma tegen betaling van 30.000 dukaten [AaBio1, blz. 169; Kok1, blz. 25; Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6]=Robbrecht van Merode werd bevelhebber van de stad [AaBio12-1, blz. 664] =in 1667 nemen de Fransen  onder Turenne de stad in en verwoesten de vestingwerken [Swildens, Handboek, onder Aalst; Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6] =in mei 1676 lijdt de stad onder de oorlog met Lodewijk XVI [Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6; Kok1, blz. 22]=in 1734 door de Fransen bezet [Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6]=In de slag bij Fontenoi, die op 11 mei 1745 met de Fransen geleverd werd, was Matthias Hayko Appius bevelvoerend kolonel over een regiment ruiterij van de Prins van Hessen-Homburg. Toen hij zag, dat zijn volk begon te wijken, rende hij ze achterna, onder het roepen van: sta die van Homburg! sta! en bracht ze dus een en andermaal tot stilstand. Doch, toen zij voor de derde keer aan het vluchten geslagen waren, volgde hij ze eindelijk zelf en kwam er tegen de avond mee te Aalst [AaBio1, blz. 339] =op 14 december 1813 verdrijven de Pruisers de Fransen [Winkler Prins, Geïllustreerde, 1884, blz. 6]
tienden =begin 18e eeuw behoort de Vrekhemsche tiende aan David-Frans van den Abeele in Aalst.BRONNENgeraadpleegde bronnenAaBioalle; BMHGalle; DDB; GenVer; Gosselin;  Kan; ter Laan; Nationaal Archief; Navorscher 1; NNBW1911; Wikipediainternethttp://www.madeinaalst.be/ http://www.hetlandvanaalst.be/ literatuurAa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, delen 1-19, J.J. van Brederode, Haarlem 1852-1876Arnouts, Lieve, Waar is de tijd: 1000 jaar Aalst, Waanders 2004Baelde, Domeingoederen, blz. 50 (1556), 155 (1551), 157 (id)Bonenfant, P., La dépendance du château d'Alost au XIIe siècle, in: Album Dr Jan Lindemans, 1951 [BGN 1952, blz. 251]Boon, Louis Paul, Pieter Daens: of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht (Amsterdam 1971). Broeckaert, Geschiedenis der stad Aalst Brouwer, J. de, Pachthoven in het Land van Aalst volgens de penningkohieren, 1954Brouwer, J. de, Demografische evolutie van het Land van Aalst, 1570-1800, Brussel, Gemeentekrediet van België 1968Brugmans, H., Utrechtsche Kroniek over 1566-1576, in: BMHG 1904, blz. 1-259Chijs, Munten, blz. 14 (m.e.)Civitates orbis terrarum [DDB]Costumen van de twee steden ende lande van Aelst by huerlieder Duerluchtichste Hoocheden, Ghedecreteert den Xii en May  XV1c Achtiene, Gendt 1618Dauwe, Jozef Maria, Heireman, K., Baert, Karel, Aalst in kaart, beeld prent; vijf eeuwen iconografie en cartografie van Aalst. Catalogus van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum-Oud Hospitaal te Aalst, 23 oktober 1976 - 28 november 1976, Dirk Martenscomité 1976Deschamps, J.B., Reise durch Flandern und Brabant, in Absicht auf die Malerey, Alost 1852 [DDB]Ghysens, Jos, Aalst tussen de beide wereldoorlogen 1920-1940, 1972Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XXXVII; blz. 2;Henne, Histoire II, blz. 127 (1517); VI, blz. 240 (1537); VII, blz. 162 (1526).......Dissertation Historique sur le comté d'Alost, jusqu'à l'époque de sa réunion au comté de Flandre.Nouveaux mémoires de l'Académie Royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles / Zeitschriftenband (1820) / Zeitschriftenteil / Artikel / 323 - 240Heuverswyn, A. van, Een Gouden Blad uit de geschiedenis van Aalst 1879-1884, Aalst 1906. Houtman, Erik, Inventaris van het oud archief van de stad Aalst, Archief- en Bilbiotheekwezen in België 1974Isterdaal, H. van, Belastingen en belastingdruk: het Land van Aalst (17de-18de eeuw), VU Brussel 1983Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 22-25Langenhoven, Roger van,  Het Brabants geslacht Linthout drie eeuwen te Aalst.Liebaut, Hilaire,  De gezagsconcentratie in het arrondissement Aalst tijdens de 19e eeuw (Hand. Mij. Gesch. Oudh. Gent, xxii, 1968, blz. 3-108 Limburg Stirum, Th. de, Coutumes des deux villes  et Pays d'Alost,, Brussel 1878Lyon/Verhulst, Medieval, blz. 31 (1187), 33 (id)Nuffel, Petrus van, De geschiedenis van het Begijnhof van Sinte Katharina op den Zavel te Aalst, De Volksstam 1916Potter, Frans de/Broeckaert, Jan, Geschiedenis der stad Aalst voorgegaan van eene historische schets van 't voormalige Land van Aalst, 6 delen, 1873-1876Prevenier, Maatregel, blz. 400 (12e-13e e)Prevenier, W., De repartitie der beden van 1394 en 1396 in het Land van Aalst; een kartografische bronPrevenier, W., De beden in het graafschap Vlaanderen onder Filips de Stoute 1384-1404Recueil des ordonnances des Pays-Bas autrichiens, Tome IV, Brussel 1877Ryck, L. de, Kenmerken van de industriële ontwikkeling te Aalst 1795-1875Smet, Francois Joseph de, Description de la ville et du comté d'Alost depuis son origine jusqu'à l'entrée des armées francaises en Belgique, 1794, Alost 1852, 165 blz. [zie DDB]Smet, J.J. de, Mémoire historique et critique sur la seigneurie ou comté d'Alost, in: Mémoires de l'Academie Royale des Sciences, des lettres et des beaux arts de Belgique nr. 34Smidt/Rompaey, Chronologische III, blz. 234 (1536), 314 (1537), 382 (1539)Smidt/Strubbe, Chronologische I, blz. 298 (1496), 347 (1500)Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, blz. 99 (1511), 266 (1522)Verheyden, A.L.E., La Réforme à Alost pendant le XVIe siècle [BGN 1953, blz. XVII]Vijver, Cornelis van der, Wandelingen in en om Brussel benevens een uitstapje  maar Gent en Brugge in den jare 1823, Amsterdam 1823overige bronnenAa, Aard1; DDB; Google boeken; Google Search plaats; De Nederlandsche Leeuw 1883-1932; BMHG; Histopo; IJzerman; van Hiele; Halma; Navorscher 1851; Bergh; ANF; archieven.nl; Delpher Boeken; KB Catalogus; SG Digitaal; metatopos; Gahetna; Gijsseling; de Bouge; Goes1; de Vries