BIJ DE KONIJNEN AF
Je hebt zo van die dieren
met christ’lijke moraal;
‘Gaat heen, vermenigvuldigt u’
en zulk soort voze taal.
Ze fucken en ze fokken,
maar blijven zedig rein;
ze volgen enkel Gods gebod.
Zo is daar het konijn.
Vanaf de dag der schepping is dat beest niet meer te stuiten,
gaat grasvelden en perken in en daarna weer te buiten.
Gans de aardkloot is vergeven van zijn vuig en vroom gevuns,
het dier verheft het Woord met vlijt tot erogene kunst.
Daarmee is nog niet eens, helaas, het dieptepunt besproken;
er is nog een familielid dat dieper is gedoken.
Gelazerd van de ladder van het zedelijk verval,
doet haas het niet alleen te kust, te keur en overal,
maar is hij bovendien onwederlegbaar promiscue;
waar neef konijn zich limiteert tot monogaam menu,
daar bagatelliseert dit schepsel doemenis en hel,
en geeft zich vrolijk over aan het haasje-overspel.
© Vin 2004