De vroege olifantsrit hebben we maar laten schieten want om 8:00 uur wacht de kano al om ons naar de overkant te brengen voor het busje naar Narayanghat . Daar moet worden overgestapt op de bus naar Kathmandu. Het eerste deel verloopt volgens plan. In Narayanghat worden we op een onbestemde plek gedropt met de mededeling dat daar een bus komt. Hoe de kapokmachine op het veldje te rijmen is met een bushalte blijft verborgen maar na geduldig wachten stopt er een lijnbus.
Tot onze verrassing blijkt het all in ticket voor Chitwan inderdaad all in te zijn en kunnen we ons in de bus persen om een staanplaats te veroveren tussen de mensen en dieren van allerlei pluimage. Lijden daaronder doen we niet want het is genieten.
De busreis is een belevenis op zich. We zitten eerste rang voor het dagelijks busleven dat vanuit de privat bus slechts op afstand te zien is. Het wordt een ontspannen en redelijk vlotte reis. Bij het verlaten van de stad komen er zitplaatsen vrij en dus wordt het gehobbel beter beheersbaar. De reis verloopt redelijk vlot tot aan de rand van Kathmandu. Daar gaat het flink mis. Het checkpunt veroorzaakt een file van hier tot Tokio die zo'n twee uur tijd kost.
Als, als, dan, dan waren we maar gaan lopen om een taxi te nemen. Nu deden we dat vanaf het busstation in Kathmandu naar het Tibetan Guest House. Na dit alles waren we toch wat uitgewoond. Een lekker biertje en dito eten bracht ons er snel bovenop.