Wij kwamen fris en uitgerust uit de veren. Het uiterlijk behoefde na de reis nog wat wel wat restauratie maar daarna konden we aan het ontbijt en dat was prima. Het wachten was nu op Ton die vandaag met Kami zou arriveren. Deze wachttijd hoefde niet gedood te worden want in Kathmandu kan je dagen zonder een moment van vervelen rondzwerven. Wel is het handig om de plattegrond en een kaartje van het hotel mee te nemen want je kan er goed verdwalen.
Kathmandu was weinig veranderd in vergelijking met 2001 maar wel nog drukker geworden. Het was een middeleeuwse stad gebleven, met 500.000 voornamelijk straatarme inwoners, zonder waterleiding, riolering, vuilnisophaal en nog vele andere zaken. Maar wel gestoffeerd met ontelbare riksja's, motoren, auto's, bussen en wat nog meer kan bewegen en kwalmen. Ieder steeg en straat een tempeltje, een Internet Shop, ontelbare winkeltjes en soms een publieke waterkraan. Het sluitstuk was ons nu opviel waren de 67 TV zenders die de zegeningen van de Westerse wereld ongrijpbaar voor de bewoners van een 3e wereldland uitbaatten.
In eerste instantie stond natuurlijk Durbar Square, Thamel en Swayambonath op ons netvlies. Dit beschrijven is ondoenlijk dus de beelden moeten maar het verhaal vertellen.
Toch waren er hoogte en dieptepunten zoals: "Natuurlijk waren we even verdwaald; Bij toeval waren we getuigen bij een rituele slachting; De riksja naar Swayambonath hebben we zelf moeten duwen omdat de arme jongen zijn trappers niet meer rondkreeg." Het aanklampen voor van alles en nog wat noem ik niet want daar ben je toerist voor.