De nacht gaf afgezien van wat plaspauzes geen problemen. Iedereen had goed geslapen behalve Leny. Zij had s’nacht last van zenuwpijn rond de onwillige aanhechting gekregen die haar noopte tot nachtelijke rek- en strekoefeningen en extra rondjes lopen. Het “auw”, “auw” was dan ook goed te horen geweest. Ik heb van deze blessure bijna twee jaar last gehad en weet dus wat voor zenuwe pijn het is.
Bij het licht worden begonnen de eerste oefening in het wassen en pakken onder Himalaya condities. Dat wil zeggen koud water in de ogen, neus doorblazen, tanden poetsen met gekookt of gezuiverd water, kleding voor de dag bepalen, het inpakken van de dagrugzakken en het vullen van de pakzakken met de rest. Dit alles met het ontbijt en de thee er tussendoor. Na ons 1e echte Nepalese ontbijt met muesli, Tibetaans brood en de intussen al bekend wordende “big pot black tea” gaan we om 8.00 h. met een beetje zon, in T-shirt, op weg naar Namche Bazar.
Lal loopt ontspannen voorop en leert ons hoe we met yak-karavanen moeten omgaan (stil staan aan de bergkant) en de hangbruggen het beste kunnen overwinnen. Verder is het eerste deel van de etappe nagenoeg vlak en dus simpel. Alles wordt langs deze route naar Namche Bazar en verder getransporteerd. Het is ook de al eeuwen oude route van India naar Tibet v.v. De gezichten van de mensen variëren van donker naar licht en van plat naar bol. maar allemaal zijn ze klein, armelijk gekleed en het schoeisel varieert van blote voeten, gympies en vooral teenslippers. De “porters” dragen hangend aan het hoofd volgens Lal een vracht van 25 tot 40 kg.
Desondanks blijven wij ze nauwelijks voor. Af en toe rusten zij op een lange T-vormige stok of zetten hun vracht even af op de speciale verhogingen langs de weg. Het lijkt en is slavenarbeid maar ze hebben werk, verdienen geld en wat belangrijker is ze zijn en blijven opgewekt.
Lal regelt alles met onze twee dragers. Het is kennelijk niet de bedoeling dat wij ons daarmee bemoeien. Verder zorgt hij voor ons natje en droogje. Thee, het eten opnemen en waar we slapen. HT betaalt de overnachtingen en wij de rekening voor het eten en drinken. Deze moeten wij overigens zelf opstellen want lezen en schrijven gaat de mensen slecht af. De thee is overigens heel belangrijk. Het is gevaarloos voor Diarree in grote hoeveelheden te drinken waardoor de voor het voorkomen van hoogteziekte zo belangrijke “pipi” in aanzienlijke hoeveelheden geproduceerd kan worden.
En route komen wij het park binnen en moeten aan de wachthoudende soldaten niet alleen de permits tonen maar ook nog een registratieboek invullen met als mooiste vraag hoe oud we dan wel zijn. De soldaten zitten er ambtelijk onbewogen en ongeïnteresseerd bij maar vinden het wel komisch dat Leny de boekhouding bijhoudt.
Onderweg leren we van Lal ook het een en ander over de omgeving. Honing van wilde bijen, langs de steile rotsen. Boekweit, maïs, aardappelen, dahl, wortels, uien, bonen en appels. Dat alles van tuinachtige akkertjes. Alles ziet er goed en welvoorzien uit. Het lijkt wat op de Alpendalen maar de begroeiing verschilt, het ruikt anders en de sfeer is niet vergelijkbaar. De lunch is goed, we eten knoflook soep (goed voor de hoogteziekte), iets scherps met rijst en spoelen het met veel thee weg. De prijzen zijn belachelijk laag. Alleen de artikelen die aangedragen moeten worden zijn wat prijziger en worden naar we later tot de ontdekking komen per hoogtemeter duurder.
Verder wordt alles op houtvuur of op petroleumbranders klaargemaakt in geblakerde aluminium pannen die in de beek worden schoongemaakt. Zorgen over de hygiëne maken we ons toch maar niet zolang het maar heet op tafel komt. Ton, Otto en Hub fotograferen er al lopend goed op los. Ik dacht met 6 rolletjes al heel wat mee te hebben maar zij denken in meer dan het dubbele. Deels zijn het diarolletjes omdat de kwaliteit daarvan beter is.
In het totaal moeten we voor de stijging naar Namche Bazar zo’n 5 hangbruggen oversteken. Een aantal daarvan hebben geen zijtuien en zijn uitgerust met een brugdek van deels losliggende planken met stenen op de gaten. De rest is gemoderniseerd met zijtuien en een aluminium platen wegdek. Het belopen vraagt enige oefening en concentratie maar blijkt uiteindelijk redelijk makkelijk. Ondanks de drukte en soms wat onwillige yaks wordt er goed afwisselend overgestoken. De laatste hangbrug vormt tevens het begin van de klim naar Namche Bazar. Het dal van de zogenaamde “melkrivier” wordt namelijk zo smal dat verder boven langs gelopen moet worden.
De klim is ongeveer 600 m over een naar verhouding kort stuk. Voor de klim krijg ik de wacht aangezegd met een passeerverbod maar eenmaal op de helling zet Leny en later Hub de turbo er op en lopen moeiteloos vele groepen, waaronder onze bespeckte Beierse vrienden die we in de heli troffen, achteloos voorbij. De vraag over het uitblijven van de “Wanderliedern” werd hijgend genegeerd. Over de jonge en dynamische Denen spreken we maar niet meer want die waren kennelijk behoorlijk terug gevallen. Goed bekeken gaat het eigenlijk redelijk makkelijk, een goede conditie is toch niet weg. In de klim betrekt de lucht en wordt het voelbaar frisser.
Sneller dan gedacht krijgen we tegen 14.00 h. Namche Bazaar in zicht. De Sherpa hoofdstad die mooi op een plateau in een bergkom ligt ziet er leuk uit. De stad is voornamelijk gevuld met veel, (van buiten) netjes uitziende lodges en rijen souvenirwinkels. Deze staan langs een soort een soort bestraatte goot die ook de hoofdstraat is.
De Kala Pattar Lodge is ons verblijf voor enkele dagen. De eet/verblijfsruimte ziet er netjes uit met banken tegen de wanden en typische sherpa-tafeltjes daarvoor. De verwarming bestaat uit een petroleumkachel. De ruimte hangt vol met een handel aan Tibetaanse tapijten die de afkomst verraden van de uitbater. De rest van de lodge is van het zelfde kaliber als in Phakding, behalve het elektrische licht dat te danken is aan een nabij gelegen waterkrachtcentrale.
In de lodge verblijft een keur van going up/down, sherpa’s en dragers. Voor, tijdens en na het eten wordt er informerend gekletst. Een Zweeds stel, een groep Italianen, twee uitgewoonde Duitse jongens die buiten in tenten met hun gids, dragers en keukenbrigade kamperen, een Engelsman die zich verontschuldigt voor zijn stinken, allemaal boeiend en leuk.
Verder overleggen we nog wat over de dag van morgen en over de verdere route. De Cho La pas houdt met name Otto voortdurend bezig. Mijn instelling is om er eerst maar eens in de buurt te komen en dan verder te zien. Er kan immers nog zoveel gebeuren met het weer en onze gezondheid. Al met al stappen we weer vroeg in de slaapzakken. Uit voorzorg heb ik maar een deken gevraagd en gekregen want de nacht in Phakding was niet overdreven warm. Mijn uitgangspunt dat lodges net als de hutten in de Alpen standaard dekens hebben blijkt echter niet juist. Gelukkig voelt iedereen zich goed alhoewel ik de hoogte is toch wel goed merkbaar vind aan een vaag gevoel van toch niet geheel wel zijn.