De (vroege) morgenstond in Kathmandu is zonnig maar heerlijk fris na de kleffe hitte van Dahka. Na het ontbijt ordenen we de mee te nemen bagage, geven de overbodige spullen af, herpakken de rest in drie van onze vijf pakzakken en hijsen de rugzakken op onze schouders.
Mr. Amar heeft natuurlijk ook het vertrek naar Lukla perfect geregeld. We worden dan ook volgens afspraak stipt om 7.30 h. tijdig en snel naar het vliegveld gebracht. Het busje staat daar nog niet stil of onze bagage is al in handen van kruiers. Na gedane (minimale) arbeid gaan deze nog eens vriendelijk lachend in onderhandeling over de fooi want er blijken nog volstrekt onbekende onderaannemers in het spel te zijn. Hierna ontstaat nog wat chaos bij inchecken, bagage wegen en controle maar dank zij de goede begeleiding komen we er vlot en zonder kleerscheuren doorheen. Al moeten we ook hier wat bijsturen aan de gang van zaken om de bagage in het goede vliegtuig te krijgen.
De vertrekhal voor binnenlandse vluchten is klein en wat uitgewoond maar blijkt te zijn voorzien van een barretje met een expresso-apparaat. Voor 100 roepies in totaal drinken we een draaglijke koffie om alle opwinding weer te laten betijen. De hal is gevuld met alle soorten en maten van trekkers. Sommigen zien er al uiterst professioneel uit met vooraf gekweekte baarden en de pikkels al in de aanslag. Het is een body language die me doet denken aan de wintersport want daar bepalen de kleren en niet de prestaties de man/vrouw. Anderen lijken meer verdwaald op weg naar een zonnige zeevakantie.
Wie wanneer waarmee vertrekt is volstrekt onduidelijk dus zwaaien we bij tijd en wijle maar eens met de instapkaart naar de ambtenaar voor de uitgang. Ineens is het zover en worden we te voet dwars over de startbaan naar een heli geloodst. Deze is kennelijk door de duidelijk Russische piloot bij het uiteenvallen van de USSR op een ondernemende wijze naar Nepal afgevoerd als kapitaalinbreng bij de oprichting van de “Asian Airlines”. Binnen worden we als soldaten langs de wand geposteerd met ons trekkerstuig en allerlei handelswaren in het midden. De Russische opschriften versterken het gevoel dat we halverwege voor een militaire operatie gedropt zullen worden. Maar goed we zitten er in en verheffen ons met succes om 9.30 h.
De heli produceert werkelijk een rot herrie die door de uitgereikte oordoppen nauwelijks gedempt wordt maar vliegt verder verrassend rustig. De uitzichten zijn aan de Himalaya kant adembenemend maar ook het terrassen landschap aan de andere kant mag er best zijn. Naarmate de vlucht vordert wordt het steeds bergachtiger om ons heen. In het totaal neemt de heli drie passen waarbij hij volgens mijn hoogtemeter tot rond de 3800 m stijgt. Na ca 35 minuten vliegen herkennen we in de verte Lukla van de foto’s en prijzen ons zeer gelukkig dat ons vliegend tuig geen vliegtuig is. Het vliegveld is namelijk inderdaad gewoon een met keien geplaveid voetbalveld dat aan de ene kant begrensd wordt door een bergwand en aan de andere kant onverbiddelijk eindigt in een ravijn.
Logistiek zit er geen kop en staart aan het vliegveld. Er is geen aankomst- en vertrekhal terwijl iedereen overal rondloopt onder begeleiding van een paar doelloos op fluitjes blazende politieagenten. We vissen zelf onze bagage maar bij elkaar en stellen ons aan de rand van het vliegveld ontspannen in het zonnetje op in afwachting van onze (tijdelijke) gids Lal Baradur want pas in Namche Bazar ontmoeten we de echte gids Nuri Sherpa. Wat we ook zien en zoeken, Lal is in geen velden of wegen te zien en dus wachten we, aangeklampt door op werk beluste gidsen en dragers, met vertrouwen in het regelen van Mr. Amar, eerst maar eens rustig af. Na een tijdje besluiten Otto en ik om maar eens vragend rond te gaan, dat heeft echter ook geen resultaat.
Net nadat ik een jongetje ingehuurd heb om met een briefje rond te gaan, duikt Lal plots uit het niets op. Zijn een uur te laat komen blijkt een gevolg te zijn van een verkeerde vluchtinformatie waarover wij zeker niet meer verbaasd zijn. Hij loodst ons direct naar de Boeddha Lodge naast het vliegveld voor de lunch en de bespreking van de aanpak. De waarde van de gids wordt snel bewezen want hij tovert binnen de kortste tijd eten en drinken op tafel, dragers laat hij uit het niet verschijnen, hij regelt het conformeren van de terugreis met de lodge-uitbater en hij help met het verdelen van de bagage over de pakzakken.
Om 12.00 h. zijn we op weg voor de eerste en korte inloop-etappe naar Phakding. Dit wordt bij mooi weer een aardige kennismaking met de Himalaya-scene. Yaks, dragers, trekkers going up/down, tea houses, dorpjes, akkertjes, mani`s (links passeren), vlaggetjes, stupa`s, gompa`s en vooral mensen. Halverwege drinken we thee en zonnen rustig op het terras. Daar proberen Ton en ik ook om de last van de dragers van het opzetmuurtje te lichten, hetgeen ons nauwelijks lukt. Dat is ook geen wonder als je bekijkt wat ze allemaal hangend aan hun hoofd in hun draagmanden meeslepen.
Ruim voor het donker komenwe om 15.45 h. in Phakding aan waar Lal een lodge regelt. De “Tashi Taki Lodge” is weinig lux, hoewel we dit later anders zullen bekijken. Geen licht, (koud)water buiten, een wat ruikende inpandig hurk-WC met emmer spoeling en krakkemikkige britsen. Snel inrichten voor het slapen is het parool. We zitten dicht bij de evenaar dus de dag duurt maar ongeveer 12 uur en de nacht valt snel en met weinig schemering in. Het is dan binnen en buiten echt donker want de ene petroleumlamp met de goede oude gloeikous geeft maar bescheiden licht.
Voor de lodge ontmoeten we voor de zoveelste keer op deze dag een groep jeugdige Denen, die in één ruk naar de Kala Pattar willen lopen. Zij hebben als eerste prijs in een survival wedstrijd van de Deense TV een reis gewonnen en hebben voor dit programmadeel maar een paar dagen. Het zijn stuk voor stuk als gekken rennende “kleerkasten“. Toch zijn ze per saldo geen meter verder dan wij opgeschoten.
Het avondeten is zonder meer uitstekend. De scherpe, stevige soep en de flinke porties, lekker compacte, rijst met een pittige saus er overheen gaan er goed in. Vlees komt nauwelijks op de kaart voor. Hoewel het niet verboden door het (lama) boeddhisme, is men er kennelijk toch niet zo happig op. Na een kort maar leerzaam gesprek met een Amerikaans-Japanse damesgroep going down en een korte avondwandeling door het stikdonkere dorp is het om ongeveer half negen bekeken en zoeken we de slaapzakken op.