Na de mist van gisteravond was de nacht helder en koud terwijl in het dal het onweer zichtbaar was. De morgen begon ook koud maar zonnig met nog een wit bevroren grond. In de zon verdween het wit snel en dus gingen de spullen direct naar buiten om te drogen. De rustdag was hard nodig want de hoogte liet zich goed voelen. De adem korter, een beetje hoofdpijn, onrustig slapen met veel verwarrende dromen en natuurlijk mijn standaard bloedneus. Otto en Ton hadden kennelijk minder last. Ton was ingelopen en Otto lijkt wel onaantastbaar voor de hoogte. Zij benutten het mooie weer voor een fotosessie op een wat hoger punt. Leny voelde zich wat minder maar weet dat aan een opkomende verkoudheid.
Wij bleven dus rustig in het kamp zitten genieten van het zonnetje in afwisseling met wat verzorgende bezigheden zoals scheren, “in bad”, manicuren en wat wasjes. Het verging de ploeg ook zo. Iedereen klooide wat in het rond met dit soort bezigheden en dus kwam er verder contact door het uitlenen van gereedschap. Het kostte door oneigenlijk gebruik wel een krom nagelschaartje. Overigens speelde het scheren en in bad zich af rond een beker en één bekken met warm water als materiaal.
De bergweide was overigens best aangenaam. Er groeide wat lage struiken en we konden zelfs de laatste rozenbottels oogsten. Vreemd genoeg was water een probleen en dus waren de dragers steeds in de weer om hogerop wat te vinden. Ook werden takken verzameld om hoger op nog wat vuur te kunnen stoken. Na tienen begonnen de wolkenflarden alweer uit het dal omhoog te stijgen en rond elf uur was de zon verdwenen. Otto en Ton kwamen voor de lunch terug. De fotosessie was door de bewolking wreed verstoord. De rest van de dag verging verder zoals het lichaam dat uitdrukkelijk vroeg, wat eten, dommelen en rondhangen.