Het daglicht was voor mij een verlossing van de koude nacht, vooral toen de zon boven de bergen uitkwam en warmte bracht. Voor het ontbijt trok bijna iedereen naar de dienst in het klooster maar na het gezeur van gistermiddag trok een lange sessie mij niet erg meer aan. Achteraf wel jammer maar toch goed want de ceremonie was mooi maar inderdaad koud en lang. Tijdens het intussen bekende ontbijt droogde ik mijn natte slaapzak. Het vertrek uit de drek tegen half tien, na het ontbijt en het inpakken, was voor mij, een opluchting.
Het eerste stuk ging redelijk stijl naar beneden door een mooi Rododendronbos. Door de bevroren sneeuw was het pad echter veranderd een ijsbaan en met veel vallen en opstaan kwamen we beneden. Nuri en de dragers op hun teenslippertjes waren veel handiger in het dalen en hielpen ons zowaar nog naar beneden.
Verder was de tocht niet te moeilijk hoewel we de klimmen wel rustig moesten nemen. Bij 4000 m raakte mijn hoogtemeter out of range en nulpunt verstellen bracht maar een paar honderd meter soelaas. Jammer, maar bij het kopen, een aantal jaren geleden, vermoedde ik absoluut niet ooit zo hoog te komen.
De lunch brachten nog heerlijk in het zonnetje door op het “terras” voor een lodge door. Daar bleek ook een mini-schoolklasje bij de les te zijn. Wat ze leerde was niet duidelijk, maar wel duidelijk was dat het probleem van orde houden in de klas overal het zelfde is.
Verder lopend werd het landschap steeds kaler en aan de schaduwzijde steeds meer besneeuwd. Doordat de lucht dicht trok kreeg het geheel een wat desolate aanblik. Na de laatste klim, kort na de afslag richting Gokyo, bleek Dingboche toch nog lieflijk in het kale berglandschap te liggen. Bij de aankomst om 15.30 h. bleek De “Tashi Lodge” er goed uit te zien en het was er door de snorrende kachel in ieder geval warm. De vrees voor de kou zat er echter goed bij mij in in zodat ik een deken vroeg en kreeg. Later bleek dat een drager zijn deken voor mij had opgeofferd. Daarom, maar vooral vanwege de nogal penetrante geur, heb ik die de volgende dag maar terug gegeven. Aan ongedierte heb ik maar niet gedacht want daar krijg je jeuk van. De avond werd genoeglijk doorgebracht met allerlei gesprekken en het op gang houden van de langzamerhand in de as stikkende kachel. Oma “Heks” vormde daarbij een vrolijke noot door al mummelend de brandstof aan te slepen.