Zondag de Cross du Mont Blanc lopen, maandagmorgen met de auto van Chamonix via Bolzano naar de Karerpass en maandagmiddag omhoog naar de Rotwandhütte. Het was de aanloop voor het wandelen van een soort Dolomiti Hoogtepunten in twee aparte halfrondjes. Deze moesten ons uiteindelijk op de Passo di Falzarego brengen om met de bus terug te kunnen gaan naar de Karerpass.
Maandag De autorit van Argentiere bij Chamonix (F) naar de Karerpass (It) kostte meer tijd dan gedacht. Vooral het laatste stuk vanaf Bolzano was bewerkelijk. In Welschnofen werden nog wat laatste inkopen gedaan voor onderweg. Daarna werd een goede parkeerplaats gezocht op de Karerpass. Het eerste halfrondje begon met de klim naar de Rotwand Hütte. Deze was niet al te lastig en verwijderde de verzuring door de zware bergloop uit onze benen. Gezellig keuvelend kwamen we voor het donker, voor de opstekend storm en bijtijds voor het eten bij de hut aan. Het bleek een prima onderkomen.
Dinsdag Na een stormachtige nacht zag het weer er 's morgens prima uit en vertrokken wij vol goede moed naar de Tierser Hütte. Het lusje met de klettersteig in de Rosengarten lieten we aan ons voorbij gaan. De instap leek te sterk op de Eiger Nordwand en wij wilde de dames niet offeren. Tijdens de pauze bij de Valjolet Hütte viel het de heren in om een ommetje naar de Valjolet Turm te maken. De dames prefereerden een zonnebad.Na onze terugkomst gingen wij door en doorkruisten het maanlandschap op weg naar de Tierser Hütte. Die bereikten wij bij het vallen van de eerste regendruppels. Ook deze hut bleek een schot in de roos.
Woensdag De volgende etappe moest ons via het het Sellajoch naar Rifugio Boé brengen. Dat werd geen eitje voor wat betreft de lengte en de hoogte. Tot aan het Sellajoch is het op ongeveer gelijke hoogte nog gewoon doorstappen langs een hoogtepad door grazige weides. Op koffietijd werd de Plattkofel Hütte bereikt. Na deze hut ging het rustige pad over in de mooie maar door aardig wat wandelaars gestoffeerde Friedrich August Weg.
Door de lengte verviel het lusje naar de Langkofel en dat was maar goed ook. De instap van het pad naar de Rifugio Boé op ruim 1800 m ligt aardig wat meters onder het Sellajoch. De klim naar de refugio van nagenoeg 1000 m werd door het warme weer en de nogal steile delen een redelijk afmattende kuitenbuiter. Het gebrek aan water was daar ook debet aan. Dat raakte op en er was op wat vochtige rotswanden na geen water te vinden. Een mini mini beekje redde ons uiteindelijk. Boven de boomgrens werdt het een maanlandschap en op het kalksteen plateau van de Piz Boe groeide bijna geen grassprietje. Het was een mooi en ruig stuk. Vroeg in de avond bereikten wij de hut. Na een lekker koel biertje waren wij klaar voor een voedzame maaltijd en een goede nachtrust.
De lift dook 700 m naar beneden en voor we het wisten stonden we op de pas. Het was daar een redelijke drukte. De lift is populair maar ook de de Belvedere del Pordoi trek veel wandelaars. Na een klim van ongeveer 200 m gaat deze over in een hoogtepad met een prachtig uitzicht op de Marmolada. Boven ons doel de bushalte bij het Lago Fedaia ging het pad steil naar beneden.
De busreis naar Caprile werd een toeristisch uitje. De tocht gaat ongeveer 1000 m omlaag door valleien. In Caprile pakten we de zakken weer op de rug en gingen richting Alleghe voor onderdak. Dat vonden wij halfweg in Santa Maria delle Grazie. Voor het avondmaal zijn we naar Alleghe gewandeld als oefening voor de volgende dag.
Vrijdag De dag begon bloederig. Ik stootte mijn scheenbeen tegen een houten rand en dat werd een flink gat. Na wat moeite werd het bloeden gestelpt en gelukkig gaf het lopen geen bijzondere last. De ochtendwandeling naar Alleghe langs de rechterzijde van het meer was een niet ongevaarlijk promenade. Na Alleghe werd het ernst. De klim naar Refugio Coldai is namelijk ongeveer 1200 m. Vanuit Alleghe ging het via Casera Casamatta steil omhoog tot het pad boven op de Alta Via di Dolimiti 1 uitkwam. Het weer was betrokken en winderig maar gelukkig zonder regen en niet echt koud.
Zaterdag De tocht over de Alta Via di Dolomiti nr 1 naar Refugio Palmieri liep aanvankelijk zonder problemen. Het weer weer viel mee en het pad liep goed. Bij Palafavera belandden we in een skigebied en dat betekende van een nood een deugd maken dus koffietijd. Het betekende ook dat de heren het spoor kwijt raakten door de skihellingen. Gelukkig troffen de dames een wandelstokkenmaker/ verkoper om de weg te vragen en namen dus zo de leiding over. In de steenwoestijn op de helling van de Mont Pelmo brak een onweer los. De pijpenstelen waren niet erg maar op kaal terrein is de bliksem dat wel. We maakten er het beste van door plat op de grond onder de regencape's te duiken en rustig te wachten totdat de bui overgedreven was. Achteraf bleek er toch nog schade want Leny was bij het wegduiken haar lipstick kwijtgeraakt.
Na de bui kwamen we de Forcella Staulanza nog droog over daarna sloeg de regen weer toe. Gelukkig lag Rifugio Citta di Fiume op ons pad en daar pauzeren we op wat op te warmen en te drogen. Gelukkig stopte de regen en zonder verdere problemen bereikten we Refugio Palmiera. De hut bleek mooi gelegen aan een meertje en bood een uitstekend onderkomen.
Zondag Bij het opstaan was de Italiaanse zon weer helemaal terug. Het werd een mooie en warme tocht naar de Passo Falzarego. Aanvankelijk door bossen en later met de Cinque Torri in zicht over open terrein. Bij Refugio Scoiatolli pauzeerden we lang om in de zon van het uitzicht te genieten. Het uitzicht was zo mooi dat ik met mijn 36 mm kleinbeeld camera een poging voor een panoramafoto waagde.
Omdat de stop veel tijd had gekost besluiten we bij de refugio de lift naar de weg te nemen. Achteraf gezien schijnbaar niet handig want we moesten weer naar dezelfde hoogte terug. Schijnbaar want eenmaal op de weg werden we geanimeerd door de Dolomieten Marathon voor fietsers.
In Falzarego bleek dat de laatste busrit van de dag al vertrokken is. De oplossing was een taxi bestellen. Het duurde voor de heren lang voordat dit luktte en nog langer voordat deze kwam. De dames hadden minder problemen want er was een winkel.
De Taxi reed ons snel terug naar de Karerpass. Daarna werd iIn Welschnofen onderdak gezocht voor de laatste nacht. De avond werd doorgebracht met een tevreden terugblik op de Dolomiti Hoogtepunten.