's Morgens nemen we eerst afscheid van Lal en de twee ijverige drager die ons tot hier gebracht hebben. We geven eerst de dragers en later Lal een naar ons idee goede fooi en aan hun reactie te zien was dat ook zo. Volgens Nuri zijn deze dragers niet geschikt voor de hoogte die wij willen bereiken en hij heeft dan ook twee Sherpa familieleden Kamei en Rinji als drager gecharterd. Op het laatste moment huurt hij nog een derde drager met de naam Nima Sherpa in omdat hij de pakzakken samen met de eigen bagage iets te zwaar voor twee man vindt. Later blijkt dit een gelukkige beslissing te zijn. Verder huurt Hub voor de zekerheid alsnog een stok. Andere materiaal hebben we volgens Nuri nu echt niet nodig en voor de Cho La kunnen we de zaken later nog bekijken. Met het mooiste weer van de wereld gaan we om 9.00 h. nu echt op weg. Eerst gaat het stijl omhoog langs het half ontdooide en hier en daar spekgladde pad. Halverwege de helling moeten we weer wat onduidelijke formaliteiten plegen bij een politiepost die we eergisteren door de sneeuw niet eens gezien hadden. Zij (en wij) laten Leny weer ijverig schrijven maar dat ze er ooit iets mee zullen doen lijkt erg onwaarschijnlijk. Het is bijna niet voor te stellen dat we een paar dagen geleden dit stuk in de jagende sneeuw hebben gelopen. Het weer is nu “indian summer” en we lopen dan ook in korte broek en T-shirt.
Na een tijdje krijgen we de drie musketiers Everest (L), Lhotse (M) en Ama Blaman (R) rokend en wel in de blauwe lucht te zien. Dit leidt tot een lange fotosessie van Otto, Ton en Hub. Zelf concentreer ik mij maar op de familiekiekjes.
We hoeven eigenlijk niet veel te lopen want het gaat meer om hoogte te winnen. Er wordt dus onderweg rustig thee gedronken ter hoogte van de ons intussen bekende afslag naar Khumjung. Met uitzicht op de Ama Dablam hebben we daar een leuke foto-sessie met een aantal vrouwen en kinderen met een fascinerend uiterlijk.
Daarna duikt het goed naar beneden als voorspel op de steile klim naar Tengboche. Ongeveer op het laagste punt net na het oversteken van de “Melkrivier”, lunchen we naast een serie gebedswatermolens waar we een schitterend staaltje van afwas zien in de beek, met stroomopwaarts een horde yaks daarin staande.
De klim gaat goed, het lijkt wel een ontspannen zonnige zondagmiddag wandeling. Toch krijgt Nuri wat haast want hij wil voor vieren aankomen vanwege het bezoek aan het befaamde klooster van Tengboche. Bij de aankomst rond half vier blijkt deze plaats een vieze modderige plek in de smeltende sneeuw te zijn. In de modderpoel staan yaks, tenten en wat schamele lodges. De dichttrekkende lucht maakt het beeld niet vrolijker.
Onze lodge, het “Thyanboche Guest House” blijkt een regelrechte ramp. Een schamel één planks kierend hutje. Water is er niet in of rond de hut en de wat verder weg staande WC is onbeschrijfelijk. Een houten plankier met een gat erin waardoor een gele brei te zien is die stroperig de berg afstroomt. De misgemikte bolussen bakenen het kakgat af en roepen visioenen op over de gevolgen van misstappen. Het enige positieve is een goed brandende kachel.
Na de bekende “big pot black tea” te hebben gedronken snellen we naar het klooster. Zoals Nuri had aangekondigd vertelt daar een Duitser in goed Engels een vreselijk “gründlich” dus Duits langdradig verhaal dat nog slecht te verstaan is ook. Iedereen staat er langzaam stervend van de kou bij, al biddend voor een snelle rondleidng in het klooster. Na bijna een uur is mijn geduld op en ga ik terug naar de lodge. Kerkachtig gezeur werkt op mij nog altijd als de bekende lap op de bekende stier.
Het eten in de lodge is goed en we genieten van het toetje van aardappelen in de schil, ter afwisseling begoten met chocolademelk (poeder en water). We praten met een leuk jong Duits stel uit München aan de ene kant van de tafel en een 2e generatie “flower power” (zij breiend) stel uit Californië aan de andere. Going up, going down zijn de ingangen en de rest volgt vanzelf. Wat later wordt de lodge ineens bezet door een kok met zijn keukenhulpen die voortvarend de tafel beginnen te dekken voor een trekkersgroep die in tenten rondt de lodge huist. Dit is voor ons een teken en een goede reden om in de slaapzakken te kruipen.
Het slapen wordt een ramp. De -4°C slaapzak is duidelijk veel te dun voor de behoorlijke vrieskou onder een heldere sterrenhemel, zoals ik die lang niet gezien had. Na een “pipi” trek ik de dikke fleece en de trainingsbroek aan en doe de plastic hoes om de slaapzak en krijg het zo enigzins warm. Tegen de morgen wordt de slaapzak echter nat door de condens zodat de kou er weer insluipt. Al met al gaat het slapen redelijk ondanks de verder de harde brits en het flinterdunne matras. Ik mis een dikke slaapzak en m’n matje.