De laatste loopdag zat als een simpele afdaling in onze koppies en waarschijnlijk ook in die van de ploeg. Even 1500 m in mooi weer over een duidelijk pad naar beneden met weer voldoende lucht. Er werd in de beste stemming ontbeten en opgebroken.
Het was inderdaad een makkie, behalve dan dat 1500 m dalen toch in de benen gaan zitten.
Het pad trakteerde ons doorlopend op prachtige uitzichten. In momenten van bezinning dachten we "wij daar?". Ineens werd het "hij hier!" want er kwam een inheems mens op ons pad. De beschaafde wereld naderde dus duidelijk. Dit klopte want er doken wat hutjes op ten teken dat wij de beschaafde wereld weer naderden.
Na een paar uur kregen wij zicht op Jomsom en zagen dat wij een woestijnnederzetting tegemoet gingen. Boven was het nog redelijk begroeid maar beneden was het duidelijk een kale zandbak. Daarna werd het nog behoorlijk ploeteren om in de zandbak te komen en om er doorheen te komen naar de andere oever. Daar vonden we een prima lodge met echt stromend warm water. Afzien is leuk maar een lekkere warme douche om het vuil af te spoelen is dat ook.
Herboren gingen we dus aan het avondeten, met als laatste taak het vaststellen en uitdelen van de fooien. Dat luistert nauw want de rangvolgorde moet gehandhaafd blijven. De ploeg L&S die ons over de Lamun La gebracht hadden werd echter apart bezien. Eind goed werd al goed in de laatste genoeglijke avond met goed eten en zingende dragers.