Na een wat onrustige nacht kwam de gebruikelijk heldere morgen. Koud in de schaduw voordat de zon boven de bergen uitkwam maar daarna aangenaam om in te koesteren. Buiten was alles stijf bevroren en binnen dus alles vochtig van de condens. De zon loste dat in combinatie met de zeer droge lucht snel op. Het enige probleem was waar leg je de spullen neer in een stoffig veld met droge yak kak.
De yaks van de kak waren ook de oorzaak van de nachtelijke onrust. Op de een of andere wijze hadden die´s nachts nog wat te grazen kunnen nemen op de droge, bijna kale vlakte. Dat hun grazen begeleid wordt door zwaar stampen, steunen en kreunen gaat nog, erger was dat ze daarbij alles omver lopen wat hun in de weg komt.
Het ontbijt was zoals gebruikelijk (te) uitgebreid en goed. Dat laatste was ook de stemming. Alles weer bijeen, mooi weer, geen hoogteproblemen, verder dalen in het vooruitzicht, wat dorpen met bezienswaardigheden onderweg en aan het eind een makkelijke stijging. Wat zouden we nog meer willen. Maar zoals altijd ging het eerste stuk op de een of andere wijze weer omhoog. Toch is de voor de hand liggende gedachte dat dit een standaard Nepalees ochtendgrapje zou zijn denkelijk verkeerd. Waarschijnlijk liggen de goede pleisterplaatsen altijd in een kom en dat is gelet op de harde middagwind zeker geen luxe
Boven op de doorgang was het een plaatje uit een folder. Tussen wat neergestrooide Stupa´s in lag de Himal er prachtig bij in de staalblauwe ochtendlucht. Deze Nepalese benaming voor deze bergen roept overigens de vraag op of ons woord Hemel uit dit taalgebied komt. De woordgelijkenis is zo groot dat het geen toeval meer kan zijn. Het plaatje werd overigens geschoten met de ouderwetse pocket camera. De digitale camera vertoonde bij kou nog steeds kuren in de vorm van “no cf”. Wat blazen of in de handen verwarmen loste het probleem meestal maar niet altijd op.
Na de fotosessie ging het, met uitzicht op het vliegveldje van Hongde, snel omlaag langs een zanderige steile helling. Met Ton en Kami in de voorhoede rolden we met bijna jeugdige overmoed naar beneden. De rijp verdween intussen in de ochtendzon zodat, begeleid door wat smeerwerk, de lange broek weer voor de korte kon worden ingewisseld.
Naar beneden toe werd het steeds kaler. Dat is op zich vreemd want de rivier Marsyangdi is meer dan gevuld met water, de zon schijnt uitbundig en de grond is vruchtbaar zat. Toch ligt dit steppe landschap maar op een paar kilometer van het nog groene Pisang vandaan. Het moet aan de combinatie hoogte, kort zomerseizoen, veel wind, weinig neerslag en felle zon liggen..
De hoofdtrail naar Manang was goed maar niet hinderlijk druk belopen met een mengeling van toeristen en Nepali. Maar het is toch nog zo toeristisch dat wij zelfs een routebeschrijving naar het Tilicho Lake tegen kwamen.
In Braga of Braka (de naamgeving in Nepal blinkt niet uit door éénduidigheid) hielden we nog een korte fotostop bij een schilderachtig dorpje. Vlak voor Manang werden we nog even opgehouden door een onrustige kudde yaks. Het was uiteraard een stier die de herrie in de kudde trapte en niet gehinderd door het touw waarmee men hem vasthield zijn concurrenten te lijf ging.
Naarmate wij Manang naderde nam ook de wind en de kaalheid van het landschap toe. Manang zelf was niet meer dan een hoofdstraat met de bekende winkeltjes en lodges
Hoe de keukenploeg onder leiding van Harrielal het vond zullen we nooit weten maar weer belandden wij op een binnenplaats met een kookhutje voor de middagpauze. Dus voor ons weer soepie, soepie en tea Sir en voor de ploeg de bekende afgeladen borden met rijst.
De stop was verder een uitgelezen moment voor de haarverzorging. Ik met de krabber en zij gewoon met het kale scheermesje en een Blokker schaar. Intussen vermaakte één van de dragers ons met een parodie op ons strompelen met stokken dat in vergelijking met hun evenwichtskunsten inderdaad wel vermakelijk moet zijn.
Manang was ook een sataliet telefoon rijk dus was het voor Otto en mij een kans om omringt door andere bellers voor het bedrag van fl. 10,- per minuut nog even contact met de bewoonde wereld te hebben. Een contact wat mij bijna de kop kostte want ik donderde bijna, op weg naar de ontvanger, van het steile talud af. Alles goed, en Amerika is Afghanistan binnengevallen, was de hoofdboodschap. In Nepal was dit gebeuren nauwelijks een item. Zonder kranten, radio en televisie is er nauwelijks een beeld van de wereld elders. Bovendien eist het verkrijgen van het dagelijks brood alle aandacht op.
Na de stop lieten wij Manang achter ons om eerst boven en later in het bed van de Khangsar Khola, een zijrivier van de Marsyangdi, richting Khangsar te lopen. Hiermee verlieten we de hoofdroute naar Jomsom via de Thorung La pas en daarmee praktisch gezien de bewoonde wereld.
Het was wat voortworstelen door de steenwoestijn van de bedding. Natuurlijk kwam er op een goed moment een eind aan en moesten we toch nog even een venijnige bult nemen om op plateauhoogte te komen. Daarna werd het een ontspannen wandeling in de zon door een weer meer begroeid landschap.
Als enige minpuntje was de wind te noemen die, naarmate we Khangsar naderden, steeds harder op de kop ging blazen. Later in het dorp begrepen we dat deze wind elke dag standaard opstak en de bewoners nooit rust gunde.
Khangsar was een prachtig gelegen authentiek dorp. Bij de ingang van het dorp werden we opgewacht door een alleraardigste dame. Zij bleek de ondernemende, alleenstaande eigenaresse van één van de twee lodges te zijn die het dorp rijk was. Zij overtuigde ons er van dat we aan cola bij haar toe waren en bracht ons ergens op het dak naar een heerlijk plekje uit de wind en in de zon. Het werd het, onder de toeziende en voor wat betreft Otto´s ontblote torso verbaasde ogen van de ploeg, een lekker wegsoezen in het middagzonnetje dat ons alle lust tot verder lopen ontnam.
Het kwam dus goed uit dat de combinatie Mingma, Kami en Harrielal na enige richting gevende woorden van ons besloten om maar in de lodge te overnachten. Dus dan maar iets korter vandaag en iets langer morgen. Tenslotte loop je voor je plezier. Niemand was daar rouwig om en zodoende werd het een gezellige namiddag die een uitstekende gelegenheid bood voor een groepsfoto van de verbaasde toeschouwers. De zon volgde in zijn baan een tijdje het profiel van de berghelling. Het feit dat hierbij wij en het dorp mooi in de zon bleven, bewees dat deze dorpen met overleg zijn gesitueerd.
Dat zou ook moeten gelden voor manier van bouwen maar de logica hierachter konden we niet vinden. De huizen zijn gebouwd rond een open trappenhuis naar het dak. De keuken en de eetruimte waren verrassend genoeg op de bovenste verdieping. De open slaapruimtes lagen hieronder. Het toilet en de wasruimte lagen gelijkvloers. De benaming doet meer vermoeden dan het was. In de duistere gang was een mini kraantje en in een donker stinkend hok een gat in de vloer.
Dat werd overigens nog een heel getob over de hoge of de lage route voor morgen. De lage route zou makkelijker zijn maar was berucht door de landslides. Mingma bleef wat vaag hierover en ook navraag leverde geen duidelijkheid over de in de boeken vermelde onveiligheid. De keuze bleef dus bij het slapen gaan open.