De zon ging ook in Portche stralend op. Kennelijk was de sneeuw achter de rug en had het Himalaya hogedruk zich eindelijk geïnstalleerd. Na een was-, scheer- en neussnuitbeurt in het zonnetje voor de lodge, gevolg door een goed ontbijt, namen we afscheid van Ton en Kamei. We vonden het allemaal jammer voor Ton dat juist hij, als onze oudste en meest ervaren bergbok, moest afhaken.
Na dit gebeuren trokken we door de kale akkertjes van Portsche omhoog naar het pad richting Na. Eenmaal op het pad stootten we op een kudde yaks onder begeleiding van een aller charmantst meisje. Nou dat vond Nuri ook, zodat we lange tijd achter, tussen en voor de kudde bleven, terwijl Nuri met fluiten, roepen en stenen gooien ijverig hielp bij het drijven. Later bleek het meisje de kudde naar haar tea house gedreven te hebben waar zij inderdaad slechts tea verkocht voor 20 roepies per kop. Kennelijk leverden de ongeveer 10 klanten per dag haar een dagloon op.
Het pad was nog stiller maar wel wat gevarieerder dan gisteren, vooral door de uitzichten en de bedrieglijk gladde stukken in de schaduw. De stilte werd doorbroken bij de enige lodge die wij tegen de lunch tegenkwamen. Vóór de lodge had zich in het zonnetje een (uiteraard) groot Italiaans gezelschap uit de omgeving van Milano geïnstalleerd. Palare, cantare, wat een heerlijk extrovert volk is dat toch. Leny meende in één van hen de Italiaanse presentator van een Duits bergsport programma te herkennen. Aan hun plannen aangaande de Island Peak zou het best kunnen.
De lunch bestond uit pannenkoeken die zo goed smaakten dat we nog een tweede portie bestelden. De twee kraaien op de nok van het dak waren wat mij betreft achteraf gezien een kwaad voorteken. De pannenkoeken lagen als een steen op de maag en gasten zodanig dat ik verder met turbo aandrijving liep. Dat gassen is overigens niet zo vreemd. Door de lagere luchtdruk ontwikkelen en ontsnappen de darmgassen aanzienlijk spontaner dan op zeehoogte. Na de lunch trok de lucht langzaam dicht en leidde het pad door de rivierbedding. Het deed mij denken aan de bedding waar we een aantal jaren geleden in Gran Paradiso mee geworsteld hadden, alleen wat minder warm. Uiteindelijk kwam Na is zicht. Wel, Na was niets meer dan twee vage hutten en wat tenten.
De “Chola Veli Lodge” in Nha was een stal met daaronder de camping keuken. Naar buiten en naar onder was het uitzicht uitstekend zodat de koude nacht zijn rillingen vooruit wierp en de zorg dat spullen door de vloer naar beneden zouden vallen niet overdreven was. Voor de kou werd de regencape als extra hoes ingezet en dat bleek later een goede, zij het op den duur wat vochtig wordende greep.
Naast ons installeerden zich de twee trekkers die de hele dag voor ons hadden geschraveld. Eén van hen had een ongelofelijke droge hoest en deed ons het ergste vrezen. Zijn tochtgenoot zag er echter geen problemen in, alleen wat moe was zijn reactie. Later kwam ook de groep Tsjechen die we in Chukung hadden getroffen nog binnen. Zij waren nu meer dan uitgewoond en zeker de dames onder hen hadden veel aan schoonheid ingeboet
De keuken/dining moet je gezien hebben. Een soort hol met wat banken langs de wand en een nagenoeg open houtvuur waar Didi vaardig op kookte. Haar antwoord op de vraag naar sanitaire voorzieningen zal ik niet licht vergeten. Toilet Sir?, every where! Didi was overigens alweer jong en charmant onder haar wat beroete verschijning zodat Nuri alweer een taak had. Hij vloog dan ook heen en weer om bij haar alles en voor iedereen in goede banen te leiden. Zijn bijdrage aan het stoken voor het koken wierp weinig vruchten af. Mijn “Hash Brown Potato” was zo goed als rauw, wat niet zo verbazingwekkend was gezien haar mini koekenpan waarin deze gebakken was. Wel dat hebben Hub en ik s`nachts geweten. Geen “pipi” maar een schot in de eerder aangeduide “every where” pot.Over de avond in Na valt weinig te vertellen na de keuken in Na, We worstelden nog wat met de kachel die het gelukkig een tijdje deed. Althans dat kon je merken als je er boven op ging zitten. Daarna zochten we snel de slaapzakken op.