De volgende morgen stonden we redelijk fris op. Natuurlijk was de nachtrust voor verbetering vatbaar geweest maar niet echt slecht was deze niet. De hoogte brengt wat beklemmend dromen en af en toe wat extra adem happen maar daar kom je overheen. Op voorstel van Ton trokken wij na het ontbijt naar de Milarepa's Cave, een grot waar een befaamde monnik zodanig lang in een nauwe cel in retraite was geweest dat zijn handafdruk in de rots was geperst.
Daar komen was makkelijker gezegd dan gedaan. De chauffeur beschouwde het ritje van totaal 25 km als een scope change en vroeg daarvoor een belachelijk bedrag. Na wat onderhandelen kwamen we een bedrag van 150 Yuang overeen waarna hij ons met liefde naar de cave reed. De grot lag bij een paar huisje in het midden van niks. De entree was 30 Yuang, exclusief het fotograferen. De cave was dat geld echter best waard ondanks dat de handdruk niet echt te zien was.
Na de cave gingen wij voor een stadstoer Nyalam met picknick. De stadstoer leerde ons dat de Tibetaanse vrouwen werken en Tibetaanse mannen kaarten/dobbelen/biljarten, bedelen de grootste bron van inkomsten is en mijn en dijn een relatief begrip is. Dat laatste mag niet verbazen want de inwoners zien ons als rijkaards. De tientallen buitenlandse zenders die zij kunnen zien heeft hun beeld op de wereld wat verwrongen.
Verder werden wij de Chinese zegeningen gewaar. De enige en zeer korte straat die Nyalam telt had zowaar een betonnen wegdek, er is stroom, alle elektronische zegeningen zijn, voor ons goedkoop maar voor de bewoners zeer duur, Made in China, te kopen en je kan gewoon mobiel met Nederland bellen. De TV's in de tea-shops openen zo een ongekende wereld voor de bewoners. De skateboards, de Nike look en andere namaak merkkleding zijn in ieder geval al door de jeugd omarmd. De houten plankjes met de afgedankte kogellagers bleken een schitterde doorontwikkeling van het westerse skate materiaal en bewijzen maar eens te meer de inventieve geest van de mens.
De picknick aan de rinier was lekker luieren en werd opgevrolijkt door elegant bewegende wasmeisjes en Tibetaanse antilopen.
Voor wat betreft de meisjes hield onze aanwezigheid de opdringende heren wat in de toom. De gemzen hadden nergens een boodschap aan. Kennelijk wordt geen jacht op hun gemaakt.
Toen wij de picknick opbraken werd ons gedag beantwoord met het uitsteken van de tong. Deze schok hebben wij later pas kunnen verwerken toen wij hoorden dat het een wijze van vriendelijk groeten is.
Tibetaanse groet
Tibet heeft een paar eeuwen geleden een hele slechte koning gehad, een soort boze tovenaar. Je kon hem herkennen aan zijn zwarte tong. Het uitsteken van de tong betekent: ik kom je tegemoet met goede bedoelingen, ik heb geen zwarte tong en ben geen boze tovenaar'. En de hand achter het oor: ik kom als vriend, onbewapend. Nu raakt deze groet langzamerhand helaas in onbruik, vooral ook omdat de Tibetanen zien dat wij er om lachen!
De thee in Nyalam werd nog een hele voorstelling. Met de neus tegen het raam van het theehuis werden wij aangestaard. Geen probleem maar wel aanleiding om het omgekeerde te gaan doen. Vreemd genoeg stoven de staarders dan weg.
Na het avondmaal van Sonam en het natafelen was het inpakken geblazen. Wij begrepen van de gids dat wij de andere dag met yaks naar Drachpoche verder zouden trekken. Tussen het kaarten door had hij zich kennelijk ingespannen voor ons.