Na het gebruikelijke prima ontbijt stonden wij snel gepakt en gezakt klaar voor de start. De achterblijvende spullen stonden veilig in de opslagruimte van Hotel Amar. De dagrugzakken waren ingepakt en de plunjezakken stonden klaar voor de dragers. De laatste geneugten van de bewoonde wereld konden dus rustig achtergelaten worden. De privat bus kon de smalle straat naar Hotel Amar niet in en zo gingen wij in optocht naar de hoofdstraat waar het tranportwonder geparkeerd stond. Een ongelofelijk vehikel van een middelgrote bus met chauffeur.
In ieder geval konden we er allemaal in maar de bagage moest wel deels op het dak. Het hele hebben en houwen van tenten, rijst, aardappelen e.d. vond daar een plek. De tray´s met eieren waren een verhaal apart want die stonden onder het wakend oog van de kok op het dashboard naast de chauffeur. Dit bleek de maat voor het rijden want wat er ook gebeurde de eieren moesten heel blijven. Het betekende echter geen rustige rit want eieren kunnen heel wat hebben, zo ervaarden wij.
Kathmandu werd verlaten via een goedbewaakte pas door de bergen die de vallei omsluiten. Op strategische punten wordt namelijk overal op onduidelijke zaken gecontroleerd. De achtergrond is de onrust vanwege de Maoisten die in andere delen van het land heerst. Eenmaal boven gaat het weer rap even ver naar beneden. De verdere tocht loop hoofdzakelijk langs de rivier en is een echte touristische toer. Een ritje van maar ca 200 km dat uiteindelijk op een forse dagtocht uitliep. De hoofdweg is naast gaan vliegen de enige verbinding. Deze is niet meer dan een smalle provinciale weg waar alles en iedereen in wat voor vehikels dan ook overheen gaat. Aanvankelijk is het een keurige asfaltweg maar met de afgelegde kilometers nam ook het aantal aardverschuivingen toe. Deze worden niet opgeruimd zodat al het verkeer zich hierlangs moet wurmen. Het gedoe en getoeter vergoed echter veel van de wachttijd.
Naar mate Pokhara dichterbij komt, wordt de weg steeds slechter en ontaardt in een veredeld keienpad. Inhalen op deze weg is een nationale sport. Met veel getoeter wordt gepasseerd en meestal gaat dat kennelijk goed. Langs en naast de weg liggen echter verspreid wat restanten van missers. De rit gaat door een bijna tropisch landschap. Een vruchtbaar rivierklei gebied met akkertjes, boomgaarden en weelderige begroeiing. Maar het was ook bloedheet en vochtig warm zodat al spoedig iedereen wegdommelde in de hitte.
De reiziger hoeft echter niet van honger of dorst om te komen want langs de weg duiken steeds schilderachtige dorpjes als pleisterplaatsen op. Deze bestaan voornamelijk uit een verzameling van uitspanningen, autoreparateurs, een enkele benzinepomp, winkels, kraamjes en een ambulante markt. Zodra een auto stopt voor een pauze of om te tanken duiken de kooplui met hun ambulante handel op.
De handel wordt van het hoofd op een schraag gezet en het feest kan beginnen. Ja, feest want handel is onderhandelen. Ook al gaat het over een tros bananen, een zak sinasappels of een beker pinda’s, de prijs ligt niet bij voorbaat vast en daar ben je een tijdje zoet mee. Met iets direct kopen sla je niet alleen een modderfiguur maar je bederft ook de pret.
Het eten en drinken in de uitspanningen was prima. De toiletvoorzieningen waren weer wennen en noopten tot een knijper op de neus. De veelal langgerokte vrouwen hadden het wat makkelijker. Ze zakten even in de berm door de knieën en klaar waren de Cornelia's.
Een privat bus betekent niet dat de chauffeur geen passagiers meeneemt. Steeds doken op de vreemste plaatsen lifters de bus in met wat geld in hand. Gezellig keuvelend werd dan een stukje meegereden. Ondernemerschap hoeft daar niet in het lesrooster opgenomen te worden.
In de loop van de middag naderde de bus vlak voor Pokhara de plek waar de afslag naar Kalika werd vermoed. Borden waren in geen velden of wegen te zien en kaarten waren de chauffeur en de gids vreemd. Het was dus putten uit het geheugen en veel vragen. Na veel gezoek draaiden we uiteindelijk op een onvermoede plek het kennelijk goede pad op dt er slecht uitzag..
Autoverkeer lag daar niet in het vermoeden maar aan de diepe sporen in de leem te zien vond dat wel plaats. Hoger en hoger ronkte de bus en dieper en dieper werden de sporen. Het kon dan ook niet uitblijven dat wij vastliepen in de rode leem. Gelukkig was het droog want anders was de ellende niet te overzien geweest.
Onder de bezielende leiding van Leny, die zich ter plaatse ontwikkelde tot professionele wielstandaanwijster, kwamen we er gelukkig uit en kon verder omhoog geworsteld worden. Op een volstrekt onduidelijke plek met wat huisjes was het over en uit met de pret en bleken wij in Kalika aangeland te zijn voor de 1e overnachting met de ploeg.
Het hoe en wat was allemaal nog wat wennen. De bus werd onder grote belangstelling van het dorp uitgeladen en de dragers begonnen alles over de top van een heuvel te slepen dus wij er maar achteraan. Daar bleken prachtige grashellingen te liggen met een wijds uitzicht op de bergen en Pokhara.
Het lijkt primitief maar een trektocht met tenten, keuken en tent-WC is uitermate confortabel en vooral heel schoon. Het is wat prijziger maar verreweg te prefereren boven de over het geheel genomen smerige en tochtige lodges.
De ploeg leek een verzameling ongeregeld, maar het bleek een leuk stel te zijn. Vriendelijk, zorgzaam en met veel lichaamstaal en humor werd al snel een band gelegd. Hun taken zijn onderling goed verdeeld. De gids, de kok en de cheddar (de verzorger) spelen de hoofdrol in de groep. De anderen dragen, slepen en doen.
Het avondeten was smakelijk en het natafelen met de lichtjes van Pokhara in de verte was bijna feestelijk. Bij het slapen gaan bleek dat het kamperen niet helemaal over rozen ging. Het subtropische grasland zat vol bloedzuigers. Je voelt ze niet en je hebt er geen last van maar uitgezogen worden is een smerig idee. Nog smeriger is het verwijderen van die beesten. Het zijn net vastgeplakte hardrubberen bloedballonen die behoorlijk wat rotzooi geven bij het openspringen.