De regen was deze nacht uitgebleven dus de vlijtig gegraven afvoergreppels waren tevergeefs aangelegd. Wel was alles nat en klam geworden in deze wat sompige en met koeienflatsen geplaveide bergweide. Gelukkig kwam de zon al voor het ontbijt boven de omringende bomen door de ochtendmist heen zodat de toch vochtig geworden slaapzakken voor het inpakken konden drogen.
Iets hoger in een vergelijkbare bergweide kwamen we, naar later bleek, de laatste mens tegen voor vele dagen. Het was een herdertje met het lammetje in de armen. Een bijna sacraal tafereel.
Daarna was het uit met de pret. Het was zonder uitzicht eindeloos klimmen en klimmen over de dicht beboste en vochtige graat. In die omstandigheden is Ton in zijn element. Hoezo, zig zaggen, steil recht omhoog over de stenen zal je bedoelen. Leny liet zich daarbij niet onbetuigd en klom ijzersterk mee. Onderweg kwamen we met regelmaat wat verlaten zomerhutjes van takken en plaggen tegen. Verder zagen we letterlijk geen kip meer.
Het bleef klam warm en zweterig weer en zo schoffelden wij verder tot de lunch. Deze werd gebruikt in een bergweide bij zo’n hutje. De bloedzuigers hadden nu plaats gemaakt voor een regiment aan vliegen en al snel vluchtten we verder omhoog. Na de lunch begon het te waaien en werd het kouder. De lucht trok zoals gewoonlijk weer dicht terwijl de begroeiing open werd. Sneller dan gedacht stonden wij plots in een grote, open bergweide met een stenen huisje dat samen Taiza vormde.
De hoogte van intussen 3500 m was intussen in het hoofd goed merkbaar geworden en de klim van ruim 1000 m evenzeer in de benen. Onze toestand was te beschrijven als zwaar hoofd hoofd, moe, lusteloos, onaangenaam gevoel en koud. Het buiten eten werd snel afgeraffeld en snel werd de warme slaapzak in de tent opgezocht. De crew zocht de beschutting op in de smeerboel van het stenen hutje.
De gebruikelijke avondregen bleek nu wit te zijn. Later in de nacht werd het helder maar vinnig koud. De nachtelijke pie pies door het vele en zo noodzakelijke drinken zijn sowieso geen pretje maar onder de ijskoude sterrenhemel op die hoogte is alle vreugde weg.