Hoogteziekte is en blijft een merkwaardig fenomeen. Na een goede nachtrust en een rustig ontbijt in het zonnetje bleek er ook figuurlijk geen wolkje meer aan de lucht te zijn. Leny zat er fris, vrolijk en fit bij alsof er niets gebeurd was, Even kregen wij nog visioenen over het weer bijeenbrengen van de groep met het inlopen van Otto & Ton. Maar met de hoogte valt absoluut niet te spotten en we besloten de rustdag te nemen en, via een ontspannen wandeling omhoog, de hoogtebestendigheid te testen.Na het ontbijt trokken wij in een rustig tempo omhoog. het pad voerde aanvankelijk door laag dicht kreupelhout, afgewisseld met open bergweiden. De uitzichten op de Annapourna waren overweldigend en was beslist deze foto waard.
Wat hoger verdween het kreupelhout en kregen wij uitzicht op de vermoedelijke route. Allereerst was een soort pad te zien maar verderop verdween dat in het niets. Dit bracht extra zorg voor het vinden van de weg. Zou dat zonder Mingma wel lukken want de "Gele Jas" had de route slechts een keer als drager gelopen. Genoeg gedachten om in stilte over te tobben maar wel onder het motto dat omkeren altijd nog kon.
In de loop van de morgen trok de lucht zoals gewoonlijk weer dicht en werd het tamelijk fris. Om het middagmaal niet te missen keerden wij daarom vol zelfvertrouwen van de testklim terug. In het kamp wachtte de ploeg ons hartelijk op met soep, snacks en thee. Prem bleek een prima combinatie van kok en cheddar te zijn. Zijn "lekker toetje Sir" zal ons altijd bijblijven. Dat "lekker toetje" ook nog wat anders betekent bouwde hij snel in.
De middag werd weer doorgebracht met verzorgende huishoudelijke zaken en voor wat betreft de groep kaarten. Dit gaf ons een mooi aanknopingspunt om in de nieuwe setting wat verder in contact te komen. Mingma en Harrilal hadden de setting bepaald. Het was een guldensnede voor wat betreft het materiaal en het eten. Zelfs de tafel was in tweeën gedeeld.
Slechts de WC tent moesten wij missen maar dat was geen gemis "the toilet was everywhere". De ratio achter de personele opsplitsing was minder duidelijk. Het had in ieder geval te maken met het koken, de weg vinden en naar later bleek de familiebanden van de dragers.
De verdeling was wat onevenredig maar het realisme was dat de ploeg O & T natuurlijk de zwaarste trip zouden maken. Verder had het inschatten van onze kansen denkelijk een rol gespeeld. Deze waren natuurlijk vanuit het perspectief van hoogteziekte beperkt.
Later op de middag bleek dat Puntmuts nog even vele honderden meters naar wat warmere oorden was afgedaald om bamboe te snijden voor een nieuwe draagmand. Wij kregen zo, in de steeds killer wordende bergweide, een indrukwekkende demonstratie van het oude ambacht rietvlechten. Hij was duidelijk de techneut van de ploeg. Het is verbazingwekkend wat iemand met twee handen, een mes en bamboestokken in elkaar kan zetten. Dat het draagvermogen ca. 40 kg is, kwam op ons over als een wonder. Waar blijven wij met onze moderne technologie in de berggwildernis?
Het Jongetje was de leergierige assistent van Prem. Hij was niet bij mijn GPS, camera en PC weg te slaan. Ook probeerde hij wat Engels onder de knie te krijgen. Broertje was onzichtbaar. Hij hield zich stilletjes op de achtergrond. Uiteindelijk bleek de reden. Hij was met een zwaar of beter gezegd smerig ontstoken hand op pad gegaan. Zelfs onze verbanddoos en pijnstillers schoten te kort.
Oom was een wat oudere en rustige man die ondanks zijn wat gevorderde jaren veel op zijn bult nam. Het kaarten deelden zij als hun grote passie. Het was een soort klaverjassen en werd zeker niet om des keizers baard gespeeld. Ondanks de vele smoezelige bankbiljetten die heen en weer schoven verliep alles in goede harmonie.
Die avond zagen wij af van het buiten eten. Dit gaf nog wat zoeken naar de verhoudingen. De keukentent was namelijk ook de slaap- en eettent voor de dragers. Geen probleem voor ons maar samen eten was voor Prem onbespreekbaar. Het decorum moest gehandhaafd blijven ondanks de prima verhoudingen. Het vroeg donker worden, de vrieskou, de volle maag en het beproefde lichaam lonkten ons vroeg in het warme dons. Het slapen lukte mij echter niet zo goed. Het piekeren over hoe het verder moest gaan hield mij weer wakker. Bij het toch wegdommelen speelde vervolgens de hoogte nog parten. In de slaap schakelt de ademhaling om naar het autonome ritme. Door ademgebrek schrik je steeds met een diepe hijs wakker en kan je dus weer van voren af aan gaan beginnen. Daarnaast joeg de vele thee ons die nacht meerdere male in de vrieskou naar buiten. De schitterende sterrenhemel vergoedde dat volledig. Wij zijn in onze verlichte wereld vergeten hoe de nachthemel er echt uit ziet.