De dag begon weer stralend en na het ontbijt hielden we voor de lodge langs de hoofdweg samen met de Nuri en de dragers een uitgebreide tandenpoets-, was- en scheerbeurt. Hoewel van het laatste hebben de Nepali weinig last want de evolutie heeft hun gezegend met weinig of geen baardgroei. Af en toe zit er wel een mutatie bij zoals onze drager Nima met één haarpluk ergens op zijn wang.Bij het vertrek spraken we nog met de Japanner en zijn vriendin en probeerde hem aan het verstand te brengen om voor het verdergaand eerst een bezoek aan Dr. Jacobs te brengen. Helaas verstond hij geen andere taal dan Japans en bovendien kregen we de indruk dat hij zijn gezicht tegenover zijn vriendin niet wilde verliezen.De tocht was mooi maar voor wat betreft het lopen weinig gevarieerd. Een beetje op, een ietsje meer af en steeds maar nieuwe kronkels in het optisch rechte langs de berghelling lopend pad. De enige boeiende afwisseling was “hoog” Tengboche, een prachtig dorpje op een bergplateau. Bij het dalen kwam mijn hoogtemeter gelukkig weer “within range” zodat onze prestaties weer meetbaar werden.
De lunch in “hoog” Dingboche in de nette lodge naast de Gompa was prima. Leny greep daar haar kans toen in de bijbehorende winkel een prima maar zeer gebruikte warmwaterzak te koop bleek die de lektest glansrijk doorstond. Voorwaar een souvenir pur sang voor koude voeten. Na de lunch bezochten we uitgebreid de plaatselijke Gompa die werkelijk uniek was in soorten Boeddha’s, gebedsboeken en ceremoniële voorwerpen. Zelfs ik schoot er lustig op los ondanks de wetenschap dat de profi’s mij zouden verbeteren. In de Gompa waren ansichtkaarten met de foto’s van de primitieven voorstellingen van de rokende bergen, zoals ik ze van internet had gehaald, te koop. Een koop die Hub en Leny niet konden weerstaan. De monnik maakte met het roepie teken in zijn ogen dan ook geen enkel bezwaar tegen het fotograferen. Kortom, ook elke religie heeft zijn prijs.
Bij het vervolgen van de tocht kreeg Ton bij zelfs maar de geringste stijging meer en meer moeite met zijn ademhaling Zijn voeten liepen ondanks dat echter weer vast en zeker op moeder aarde. Een teken dat de “oude” Ton weer aan het terugkomen was. De tocht eindigde na de zoveelste kronkel toch nog onverwachts boven Phortse. De afdaling daarna was een makkie en werd nog opgeluisterd door 9-kleuren fazanten in het struikgewas naast de helling. De “Phortse Lodge” was netjes en goed met een blad-doorgooi toilet maar weer zonder kachel. De ergste kou was echter uit de lucht zodat dit geen zorg meer was, zeker toen er een deken te organiseren bleek..
De man van de lodge-uitbaatster had met een Japanse expeditie de Mount Everest beklommen en daaraan kennelijk het etablissement aan over gehouden. Hij was overigens één van de weinige lodge-uitbaters die wij troffen. De meeste mannen zijn namelijk gidsend en dragend onderweg.
Gestimuleerd door de hogere temperatuur en de meer adem door de lagere hoogte kregen wij allemaal was was nijgingen waaraan wij via waskommen met warmwater toegaven. De aanwezigheid van dekens en extra matrassen leken de voorboden van een heerlijke nacht totdat ik door mijn bed zakte omdat een plank het begaf. Met behulp van wat doe het zelf hout van de uitbater kon ik het in de korte schemering nog verhelpen zodat de nacht bracht wat ik had gedacht. Voor het slapen gaan was er natuurlijk nog uitgebreid gesproken over het vervolg van de tocht. Waarbij speciaal het tijdelijk afscheid van Ton en Kamei nog eens werd doorgenomen.