Een heldere en behoorlijk koude nacht bleek de voorbode van een stralende morgen want als de zon in de bergkom glijdt is het plots heerlijk warm. De befaamde Bazar = markt waar Namche Bazar zijn naam aan dankt = is vandaag ons eerste doel. Na het ontbijt zwerven we met geld en fototoestellen uit naar dit gebeuren.
De markt ligt op een aantal smalle terrassen bij de ingang van het dorp. De platgetrapte sneeuw is door de vorst in ijs veranderd waardoor het lopen over de markt ontaardt in een grote en door iedereen als komisch ervaren glijpartij van kopers, verkopers en dragers die nog van alles aansjouwen. De waar komt kennelijk van heinde en ver want het dorp is overstroomd met yak-karavanen in alle soorten en maten. Op de markt is werkelijk alles te koop wat Namche Bazar kon bereiken. Meel, kruiden, linzen, groente, flesjes cola, kleding, kookgerij, je kan het zo gek niet opnoemen. Het is razend druk met enerzijds de vooral kijkende toeristen en anderzijds het serieuze lokale marktgebeuren.
Jammer genoeg is het zo glad dat niet alles goed te bekijken is en na wat handelen rond mutsen wandelen we richting van de Stupavoor een fotosessie in de intussen warme sneeuw. In het veld bij de Stupa schaatsen wat jongetjes op rubberstrips onder hun schoenen. Onze drie profi’s schieten er intussen lustig op los en nemen de heiligdommen van alle kanten onder vuur, inclusief de aanpalende yaks en Nepali. Het Zweedse stel uit de lodge is hier ook goed bezig en doen niet onder voor het “Hollandse” fotogeweld. Daarna drinken we op een zonnig terras koffie waar het zo warm is dat de T-shirt uit kunnen.
Op het terras ontmoeten we naast onze Zweden, een vader (advocaat) en dochter (studerend daarvoor) uit Israël. Zij hebben ongeveer dezelfde route gedaan die wij van plan en vooral over de Cho La pas vindt intensieve uitwisseling plaats. Daarnaast krijgen we op een Mr.-wijze humoristische inside information over de politiek in het algemeen en Nethanyahue in het bijzonder.
Intussen biedt het terras prachtig uitzicht op het straatgebeuren van Namche Bazar. De drie generaties galariehoudersters stelen daar de show met hun verkoopactiviteiten en het ontstoppen van de “straatriolering”. Dit alles tegen de achtergrond van de huiswaarts trekkende yak-karavanen.
Als het wat begint te bewolken besluiten we naar het vliegveld van Syamboche te klimmen om weer wat hoogte te snuiven. Dit ligt op ongeveer 3900 m en wordt volgens zeggen niet meer gebruikt omdat het een te grote concurrentie zou zijn voor de lodge-uitbaters langs de weg van Lukla naar Namche Bazar. Daarnaast is het nog een vraag of het invliegen op deze hoogte niet om problemen met hoogteziekte vraagt want er zullen altijd malloten zijn die gelijk maar doorhollen.
De klim uit Namche Bazar is stijl maar aangenaam in dit weer. Onderweg kijken we onze ogen uit en leren in het voorbijgaan nog even hoe je de yak-plaks voor de kachel moet aanlengen, mengen, kneden en modelleren.
We komen eerst uit in een leuk, stil, dorpje wat mooi verscholen in de buurt van het vliegveld ligt en waar het vliegveld denkelijk zijn naam aan ontleent. Het vliegveld zelf is wat groter dan dat van Lukla maar is verder hetzelfde. Dat wil zeggen kiezel, wat losse gebouwen en verder niets. Het is inderdaad vrijwel verlaten wat op zich ook wel jammer is want het ligt goed.Vanaf het vliegveld zien we hogerop nog een hotel liggen dat we verslijten voor het bekende en befaamde Himalaya View dat zijn naam eer aan doet. Na een korte, felle klim blijkt het Panorama View te heten en Himalaya View nog een half uurtje verder te liggen. Het is groot en doet zijn naam eer aan maar is bijna verlaten. Kennelijk is het samen met het vliegveld geslachtofferd.
Gezien de tijd besluiten we na een kop thee terug te gaan. Langs een stijl, soms glad en glibberig pad, laten we ons onder de bezielende aanvoering van Leny, naar beneden rollen en komen zo juist voor het donker terug in de “Kala Pattar Lodge”.