De geschiedenis van de “pipi” en de sneeuw in de nacht blijft zich herhalen. 's Morgens is het weer goed wit buiten en het sneeuwt nog steeds. Ton blijkt zijn verkoudheid goed verspreid te hebben want ik ben nu het volgende slachtoffer. Schuurpapier in de keel, tranende ogen en een lopende neus. Het vervolg kan ik al raden want dat is gewoonlijk hoesten en rochelen vanuit de bronchiën als uitvloeisel van een jeugdbronchitis. Ondanks het voorzichtig neusdoorblazen stroomt het bloed weer mooi rood uit één van mijn neusgaten. Weer brengt de “Nasivin” de oplossing.
Het wordt in afwachting van beter weer rustig ontbijten. Wat eten, sloten thee, praten met elkaar en met lodge-genoten en vooral vinden dat het al wat opklaart. Otto komt plots op het idee om ons in de DSM Special Products outfit bij een stel ondergesneeuwde bivaktentjes te fotograferen voor het SP Nieuws. Willig poseren wij gehurkt naast de tentjes maar ik heb vanwege mijn meniscus knie wat problemen om echt diep te gaan. Hopelijk komt het sfeerbeeld ondanks mijn kak-houding goed over.
In de loop van de morgen klaart het inderdaad zodanig op dat we besluiten om toch de Chukung Ri maar te gaan doen. Na wat dagpakken en even zoeken vinden we het pad naar boven en blijkt dat een paar man/vouw ons al zijn voorgegaan. Het eerste stuk gaat simpel slingerend door de lage coniferen omhoog. Daarna belanden we in een lichtstijgend sneeuwveld wat deed denken aan de tocht afgelopen zomer in de Alpen. Daarna werd het minder simpel of beter gezegd behoorlijk afzien op laatste 500 m hoge steile, gladde helling. Toch ging het net als de dag ervoor naar verhouding makkelijk, zeker toen we boven ons een groepje zagen tegen de blauwe lucht zagen afsteken.
Intussen was het weer verbeterd, dat wil zeggen dat felle opklaringen en mist elkaar afwisselden waardoor de Lhotse er prachtig bijlag. Bovengekomen omhelsde Nuri ons allemaal hartelijk. Onder mannen is dat in Nepal normaal, maar ik vond het even wennen. De top bleek een soort pas van 5350 m te zijn tussen de “lage” top van 5417 m en de hoge top van meer dan 5600 m.
Dat de laatste een lastige rotsklim was werd bevestigd door de solo lopende Amerikaanse Kathy, die we samen met haar vriend gisteravond in de lodge spraken. Dat zij alleen was bevestigde dat haar vriend er na een lang verblijf in de bergen er genoeg van had. Terwijl Otto fotografeerde besloten Leny en ik, aanvankelijk tegen de zin van Nuri in, de lage top te doen. Dit bleek eenvoudig en zeer de moeite waard vanwege het verre uitzicht op Dingboche en verder. We voelden ons in de dikke sneeuw en met de mistflarden rond de Lhotse op de achtergrond bijna professionals. Een gevoel wat je moeilijk kan overbrengen maar wat je wel bijblijft. Gelokt door het uitzicht deed Otto later de klim ook maar helaas trok toen de lucht weer helemaal dicht zonder uitzicht op verbetering. Daarna lieten we ons met veel glibberen naar beneden vallen over het intussen modderig geworden pad.
De thee en het eten na de terugkomst in de lodge smaakten als een met goede wijnen besproeit vijfgangen diner. Otto had echter geen rust want de combinatie van de helder geworden lucht en de ondergaande zon op de bergen bracht hem in een fotografische trance waaruit hij pas na het donker worden ontwaakte. De avond was verder een herhaling van de vorige met vrijwel dezelfde hoofdrolspelers. Dit afgezien van onze positieve speculaties over de gezondheidstoestand van Hub en Ton bij het weerzien morgen.