Op de WC na was de nacht in het Gokyo Ressort comfortabel. De WC lag namelijk op een glad hellend pad dat je er toe noopt om de blaas wat eerder te ledigen. Het overige kwam gelukkig niet meer aan de orde want de Lopemide had zijn werk goed gedaan. Doordat de samentrekkende bewegingen van de darmen tot normale proporties waren teruggebracht bleven de plekken in de sneeuw dus beperkt tot geelgekleurde gaatjes (don’t eat yellow snow!). Voor de goede orde zij gezegd dat ik zeker niet de enige was met deze overwegingen.
Het plan om bij helder weer s`morgens vroeg naar de Gokyo Ri te klimmen konden we dank zij het stralende weer goed uitvoeren. Na het ontbijt om 6.00 h. gingen we onder leiding van Nuri en de drager Rani als hulpgids op weg. Hoewel weer fit, kostte het veel moeite omdat elke inspanning leidde tot vreselijke hoestbuien. Iets langzamer dan Otto en Hub klommen we toch binnen twee uur naar boven in het veld van vele gelijkgestemden of beter gezegd gelijksteunenden. Toch waren er wat uitschieters in de vorm van een rokende gids die zijn klant bijna niet bij kon houden, de stervende snelstarters, de buffels met eindsprint, enzovoort.De laatste loodjes vielen mee maar het uitzichtloze middenstuk vereiste wat moraal. Langzaam maar zeker kwamen we er toch en het loonde de moeite. Nuri pleegde op de top de gebruikelijke omhelzingen die wij meer op zijn plaats vinden tussen de seksen. Daarna was het in het warme zonnetje fotograferende genieten of voor wat betreft Otto en Hub genietend fotograferen geblazen.
Vanaf de Gokyo Ri heb je namelijk een prachtig uitzicht op de Himalaya, de Lhotse,, Nupsche, Pumuri en hoe ze al niet heten. Het is onvoorstelbaar dat je als mens nog een paar duizend meter hoger kunt komen. Buiten de toppen was ook het uitzicht naar beneden op Gokyo, de meren en de gletsjer wonderschoon.
De afdaling was een fluitje van een cent en kostte een uur. Daarna was het wintersport uit de boekjes in de zon voor de lodge, wachtend op onze fotografen die nu eenmaal dubbel zoveel tijd nodig hadden met één keer kijken en één keer knippen. In het “green house” droogden we intussen met vele anderen de natte spullen Dat is overigens wel oppassen geblazen want ik was bijna met één thermohemd meer teruggekomen. Verder werd er nog wat gewinkeld want de uitbater had als een Mr. Amar II ongeveer alles in huis tot de felbegeerde pure chocola toe. Over de prijs viel echter niet te twisten, die was puur hoog. Na de terugkomst van Otto, Hub en Nuri werd er wat gegeten en ingepakt voor de tocht richting Dole.
Vergeleken met gisteren liep het voor het grootste gedeelte heerlijk bergaf . We liepen nu aan de rechterkant van het dal in plaats van de linker, zoals op weg naar Nha. Deze kant was duidelijk vriendelijker en wat minder verlaten dan de andere kant. Het was echter met de klim mee een dubbele dagtocht zodat er flink aan getrokken moest worden en er weinig tijd bleef om wat in één van de mooie dorpjes te pauzeren. Uiteindelijk kwamen we juist voor donker in Dole aan en troffen daar één in de vorm van “Alpine Cottage” één van de beste hutten van de tocht aan. Een goed brandende kachel, een goede keuken en goede slaapplaatsen.
De avond in de hut was genoeglijk. Het was niet druk want behalve ons zat er slechts een eenzame Drent uit Emmen going up en een Duitse wereldverbeteraar going down. De lodge-uitbaatster had wellicht daardoor tijd en zin om de hele avond met Nuri en de dragers te kletsen en te lachen. Op het laatst ging men zelfs over op het rijstbier dat wij niet kregen/namen omdat het aanmaakwater niet zuiver was. Bij dit alles opende de Duitser een vraaggesprek met de lodge-uitbaatster en Nuri over de kenmerken van Sherpa cultuur. Hij wilde daar zoiets als een film van maken, zo begreep ik op afstand. Vanwege de taalbarriëre kreeg hij niet veel respons. Waarschijnlijk omdat de Sherpa’s vooral bezig zijn met het overleven met behulp van het tourisme en weinig stil staan bij de effecten hiervan op de cultuur. Ongewoon laat op de avond zochten we om half tien! de slaapzakken op voor een goede en warme nachtrust.