De zon scheen s`morgens vroeg al op de “Alpine Cottage” lodge waardoor het buiten snel aangenaam werd. Iedereen voelde zich daardoor geroepen tot was- en voor zo ver van toepassing scheerbeurten. Daarna werd buiten op de bank in de zon ontbeten met de bekende muesli, porridge en toast met omelet. Intussen kregen we een mooie demonstratie van Nepalees kinderspel. Waar speelt een jongetje mee die nooit auto’s heeft gezien, geen televisie kent en niet naar groep 1 van de school kan gaan omdat die te ver weg is. Juist, met een bakolieblik aan een touwtje dat een yak moet voorstellen.In het zonnetje liepen we, na een korte stijging uit Dole, eerst fors naar beneden tot de kruising met de weg van Pheriche naar Namche Bazar. Het was een wondermooi en zeer afwisselend stuk. Bijna s´zomers warm in de zon en winters koud in de schaduw, met sneeuw op de Rododendrons, bevroren watervallen en een glad besneeuwd pad. Het was bijna niet voor te stellen, afwisselend in het T-shirt met korte broek en dan weer winters aangekleed.
Onderweg zagen we in een bergwei een kudde Tsars oftewel een bovenmaatse soort berggeiten. Ik heb in de wetenschap dat ze onzichtbaar zouden blijven op mijn foto een poging gewaagd in het vertrouwen dat Otto en/of Hub wel succes zouden hebben.Onderweg naar de kruising passeerden wij nog een soldatenkamp waar we kennelijk nog wat plichtplegingen van ons verwacht werden zonder dat het er van kwam. Pas later begreep ik dat er nog naar ons was geroepen. Opvallend was dat Nuri bij dit soort omstandigheden zeer stil werd en met de noorderzon verdwenen leek. Kennelijk was de regeringsvertegenwoordigers bij hem niet populair of omgekeerd.
Beneden op de kruising met de weg van Phortse bleek een lodge te liggen, die wij voor de lange en steile 600 m klim dankbaar bezochten. In plaats van de “big pot black tea”, die ons zo langzamerhand de neusgaten uitkwam, dronken we maar eens koffie. Voor de lodge troffen wij ook een Japanner die zo uit de 2e wereldoorlog weggelopen leek. Hij had een soort harakiri gepleegd door in één dag Dole - Gokyo Ri - Dole te doen.
Nadat Otto nog wat tervergeefs geoefend had met een draagmand trokken we verder. De klim ging goed want wat wil je met zoveel lucht in je longen. Boven hadden we een prachtig uitzicht op Portche en Tengbotche. In een van de lodges namen we een lunch in gezelschap van een paar jeugdige Amerikanen die uit verveling wat zaten te zeuren tegen de uitbaatster over Marsen, prijzen en andere zaken. Gelukkig was zij jong en aantrekkelijk zodat Nuri de zaak op zijn bekende wijze weer in evenwicht bracht
Het stuk naar Khumjung was aanvankelijk wat kaal en saai omdat we hoog langs de helling bleven. Bij de kruising Namche Bazar - Gokyo - Kala Pattar gingen we door een mooi zijdal omhoog richting Khumjung. Onderweg zagen we in wat struikgewas nog een groepje 9-kleuren fazanten en hoog in de lucht een gigantische vogel die Otto voor een gier hield. Khumjung bleek een veel leuker stadje dan wij op de heenweg in de sneeuwjacht hadden gezien.
Bij de beroemde bakkerij die mede door Nederlandse hulp was gebouwd aten we een heerlijk broodje met echte expresso. Daarna gingen we dezelfde weg terug als die we met de boer door de sneeuw hadden gelopen. Met Nuri sprak ik af dat ik bij wijze van proef de weg zou wijzen. Bij het uitgaan van het dorp bleken de schuurtjes, ommuurde veldjes en poortjes, die we eerder hadden gezien, een echte kostschool voor Sherpa-kinderen in alle leeftijden te zijn. De klaslokalen plaatsten ons ongeveer een eeuw terug. Een indruk die werd versterkt door de toezicht houdende leerkrachten. Verder speelden de kinderen zoals overal en conform de bijpassende leeftijd. De jongens vooral rennen, duwen, trekken en voetbalen. De meisjes vooral paraderend.
Het laatste stuk naar Namche Bazar was verder gesneden koek en bijna routineus rolden we naar beneden. De Kala Pattar lodge was onveranderd maar leek opeens een stuk luxer dan op de heenweg. Het enige verschil was dat er sleutels voor de toiletten waren gekomen die in de “dining room” voor het pakken opgehangen waren. Lekker handig voor het geval dat iemand ze s`nachts vergeet terug te hangen. Voor het eten gingen we allemaal uitgebreid in bad. Nou ja, een waskom met ¾ liter warm water betitelen we na al die tijd al zo. Kennelijk kwam het bewoonde wereld gevoel weer wat terug. Otto is als technoloog het meest inventief. Hij gaat er gewoon in staan en doucht via de washand-uitknijp-methode.
De lodge is s`avonds aangenaam warm maar het is dan ook niet zo koud. Het eten is onveranderd goed maar er is toch enige hunkering naar een goed stukje vlees. Het eerste biertje na lange tijd vergoedt echter veel hoewel het de stemming er niet echt inbrengt. Het besef dat de tocht ten einde loopt maakt ons wat katterig. Nuri is ook al elders met zijn gedachte. Hij fladdert met de dragers wat in en uit zonder zijn gerichte aandacht bij het gebeuren. Zijn karwei zit er bijna op en voor het eerst in maanden gat hij voor een weekje naar zijn vrouw en kinderen in Kathmandu. Eén ding is duidelijk, morgen moeten meters gemaakt want in één dag Namche - Lukla vraagt de turbo er op. Eerlijk gezegd is dit koren op mijn molen want de adem is terug en terug is toch terug.