Het hoofdthema van de dag was het kloppen van de planning. Als deze goed was dan zouden wij Otto & Ton in Ngawa treffen en zou de groep weer kompleet zijn voor het nemen van de Mesokanto pas. De route was niet moeilijk met 500 m omhoog. Wel zouden we met 3700 m weer aardig op hoogte komen. De groep was intussen goed ingespeeld. Het opstaan, ontbijten, inpakken en wegwezen was dagroutine. Het vieze veld in Pisang lieten we graag achter. Ook het weer werkte mee. Een goede temperatuur en een lekker zonnetje, wat wil een mens nog meer.
De tocht was schitterend. Aanvankelijk liepen wij door een open bosachtig landschap met hier en daar een bedoening. Het pad bood prachtige uitzichten op het dal, de Annapurna en Pisang Peak. Daarna werd het even flink klimmen in een steeds kaler wordend landschap.
Ngawa lag op een soort hoogvlakte en bestond uit een rustieke verzameling van lemen huizen. De omgeving was kurkdroog en toch had Ngawa geen gebrek aan water. Het voorjaar en waterlopen vanuit de bergen doen kennelijk wonderen. Het kleurpalet van het landschap bestond uit een grote schakering van bruintinten in de felle hoogtezon. Jammer genoeg ving de camara dit maar beperkt.
Ook de kampplaats in Ngawa moesten wij delen met yaks. het verschil met Pisang was dat deze veel groter was en er dus voldoende ruimte tussen de yak kak was om de tenten op te zetten. De yaks op afstand houden is een ander probleem. Zij zijn niet agressief maar het blijven nieuwsgierige koeien en ze zijn blind voor scheerlijnen. Met behulp van de stokken en lege zakken fabriekten we wat signalen om ze iets uit de buurt te houden.
Na het opzetten van het kamp werd het met een kloppend hart afwachten of de planning ook klopte. Volgens de ploeg moest de groep O&T in de afdaling van de Kang La op de berghelling recht boven het kamp uit de bosjes komen. Wachten duurt lang en van turen worden de ogen moe maar uiteindelijk werden er stipjes waargenomen die snel groter werden. De ontmoeting was voor allemaal een geweldige opluchting. Alles weer gezond en wel bij elkaar.
Het was wel weer even wennen. De groep was meteen weer groot maar had nog geen samenhang. Mingma en Harrilal namen het heft weer in handen en Prem werd weer hulpkok en de Kippendief weer drager. Toch hield ons kleine groepje een bijzondere band met elkaar.
De dag was echter nog niet om en al bijpratend kuierden wij naar het dorp. Deze had een kleine gompa en dat is altijd een bezoek waard.
De gompa was gesloten maar gelukkig dook de sleutelbewaarster op die ons binnen liet en een rondleiding gaf. Het spirituele was echter niet het enige oogmerk. De economie mag niet vergeten worden. Goede gaven geven is een pijler van het Boeddhisme en daar weerhield zij ons niet van.
Na deze geestelijke lafenis vonden we zowaar ook nog een uitspanning waar wij onze dorst konden lessen. Wij vierden de hereniging met een enorme uitspatting. De Coca Cola wordt in Nepal namelijk duurder betaald naarmate je verder de hoogte ingaat. Alles moet namelijk op de bult van dragers of yaks omhoog gesleept worden. Een dollar is geen ongewone prijs. De prijs is echter niet gewoon want een drager verdient per dag soms niet meer. Over het geven van een rondje aan de groep moet dus even nagedacht worden.
Het napraten ging 's avond verder door. Niet alleen bij ons maar ook bij de herenigde groep. De nacht werd weer wat kouder. De slaap werd een paar keer gestoord voor acties tegen de yaks. Je hoort ze gelukkig langzaam naderen door het aanzwellend zwaar gesnuif.