Om 7.00 h moest de bagage voor de weging afgeleverd worden bij de vertrekhal. Een groot woord voor een loods waar iedereen in, door en uit kan lopen. Gelukkig reisden Nuri, Kamei en Rinji met ons mee terug naar Kathmandu en dus zorgden zij perfect voor de afhandeling, zodat wij alleen de draagzakken hoefden in te pakken. Alleen over de dagrugzakken mochten wij ons opwinden. Even dreigde dat nog mis te gaan toen na het inchecken bleek dat Kamei onze rugzakken in de lodge had achtergelaten. Maar ze mochten, hoe kan het ook anders, als handbagage mee. Bleef dus nog ons laatste lodge ontbijt met de “big pot black tea”, porridge en een ommelette toast. Daarna begon het grote wachten. Eerst in de lodge, daarna in het restaurant en later, toen de zon boven de bergen uitkwam, op het terras met uitzicht op het vliegveld. Daar dronken we koffie in gezelschap van ongeveer 15 wachtende Nederlandse mannen/vrouwen die gepoogd hebben om de Island Peak te beklimmen na alle sneeuwval. Alleen Klaas had het, met behulp van drie sherpa’s gehaald en dat wilde (en mocht) deze kloon van Rijk de Gooyer best weten.
De anderen waren wat teleurgesteld en hadden daarnaast nog een brandende “Vraag Onderweg Probleem”. Het resultaat van één van de vele bezigheidstherapieën in lodges. Zo hadden wij geprobeerd om de regels voor het rikken op te stellen, hetgeen redelijk lukte, behalve natuurlijk een paar tergend onbeantwoord blijvende brandende vragen. Zij hadden iets gelijks maar veel intellectueler gedaan want men vroeg: “Wie regisseerde Apocalypse Now” en wie was de componist van “Also sprach Zarazustra” . Als dan naar hun weken van tobben jij in een primaire reactie de goede antwoorden geeft (Coppola en Mendelsohn) dan heeft dat wel wat.
Het tijdstip van de vlucht bleef onduidelijk zodat het gonsden de geruchten. Mist in Kathmandu en motorstoring werden expliciet genoemd. Ton kon het echter van gisteren weten toen hij hier al was. Hij voorspelde in alle nuchterheid dat de 1e helikopter rond 9.00 h. zou komen en vanwege het goede weer veel vluchten zouden volgen. Hij leek en bleek de meest betrouwbare bron en wie had anders verwacht. Rond half negen landden er eerst twee kleine vliegtuigjes vlak achter elkaar op het met keien bedekte voetbalveld. Eén daarvan had zelfs het registratienummer ADB. Daarna werden helikopters gehoord maar die schenen op weg naar Syamboche.
Tegen negen uur landde echter onze helikopter en na de gebruikelijke verwarring over de bagage zaten we er, tot onze eigen verrassing, vlot en compleet in. De terugvlucht was even comfortabel als de heen vlucht, hoewel Leny er een ietsje grauwer van werd. Keurig landden we, na iets meer dan een half uur, in een behaaglijk warm Kathmandu. Bij het lopen naar de aankomsthal moesten we nog wel even rennen omdat een landend vliegtuig onze weg kruiste. In de aankomsthal hield Nuri en de twee overgebleven dragers ons uit de wind voor wat betreft de bagage en het vervoer. Het was weer even wennen al die mensen en al die drukte. Zelfs Nuri had wat moeite om zijn leiderschap daar waar te maken.
De terugkomst bij Mr. Amar was een absolute weelde. Douches, goede bedden, een geriefelijk terras en alles is weer te krijgen. Iedereen begon gelijk met douchen en andere, zelfverzorgende, bezigheden zoals het bij elkaar halen van de spullen. Daarna werd er heerlijk in het zonnetje gegeten en gedronken. Slechts de reuk van de uitgehangen spullen en de intussen toch wel erg woeste baard van Otto deden nog aan de tocht herinneren.
Later op de dag trokken we, via de groentemarkt, naar het centrum voor de eerste schermutselingen op het gebied van winkelen. We keken lang rond en belanden tegen het eind van de middag met bijna nog niets gekocht op een dakterras om wat te drinken. Het uitzicht over Kathmandu was prachtig maar toen de avond begon te vallen werd het fris en gingen we terug. Snel doolden we door wat steegjes en straten in het halfduister naar het hotel toe.
We besloten na een opknapbeurt een taxi naar de stad te nemen om te gaan eten. De taxi vonden we snel maar de chauffeur vond het centrum minder snel. Zelfs wij kenden de weg intussen al zo goed dat we zijn omweg konden volgen. Hoewel het niets kost is dat toch niet leuk.
Na wat omzwervingen langs de vele eethuisjes belanden wij op een relatief sjiek dakterras waar wij tussen de uitgaande families wat opzien baarden. Dit gold ook voor het bedienend personeel want zij begrepen maar niet dat we een selectie van Indiaas eten wilden bestellen en adviseerden ons hardnekkig alles wat op de kaart stond. Uiteindelijk bestelden we maar een rijtje en dat bleek een voltreffer.
Na het eten kostte het ons nog wat moeite om een taxi terug te vinden. Plots bleken er geen vijf personen meer in één voertuig te kunnen. Uiteindelijk lukte het ons maar deze chauffeur bleekt aan het einde van de rit ontevreden met zijn ruime fooi en introduceerde een tot nu onbekend nachttarief waarmee we hem hebben laten staan.