Vandaag is het winkeldag. Ton gaat met zijn maatje Kamei er op uit en de rest gaat onder de hoede van Nuri naar de winkelwijk Thamel. Tot onze hilariteit heeft Nuri zijn haar (moeten) laten knippen hetgeen een totaal ander gezicht oplevert. Het geeft het idee Goliath met zijn afgeknipte haren. Dit alles met de vermelding dat ook Otto zijn baard had afgeknipt uit kennelijk sympathische gevoelens. Iedereen heeft afhankelijk van de thuissituatie zo zijn eigen verlanglijstje zodat de groep wat uiteenvalt maar elkaar steeds tegenkomt voor, in of bij de ongelooflijk vele winkeltjes. In Kathmandu lijkt iedereen namelijk een winkel te hebben. Als je geen etalage op de begane grond heb is dat geen probleem. Je hangt de nering gewoon uit het raam van de 1e verdieping. Zelfs de honden worden ingezet. Dat bleek toen ik een mooi opgeverfde hond fotografeerde en er onmiddellijk iemand 100 roepies vroeg.Mijn lijstje wordt voornamelijk bepaald door de voorbije verjaardag van mijn 19-jaar geworden dochter Caroline. Wat geef je als de ouders van een van haar vriendinnen zulke kikse cadeaus uit Nepal hebben meegebracht. Ik kies voor sierraden uit zilver en in een wat minder opdringerige winkel slaagde ik na veel zoeken en onderhandelen. Het resultaat is een ensemble bestaande uit ring, armband, ketting, hanger en oorbellen tegen een schappelijke prijs die waarschijnlijk te hoog was maar zonder eerverlies bedongen werd. Ik heb daarover weinig illusies want de meeste winkeltjes lijken mij “retail shops” die waarschijnlijk goed in de tang worden gehouden qua prijzen.
Hierna troffen we, met uitzondering van Ton, elkaar weer juist voor de lunch. Het klaarmaken ervan duurde zolang dat het net een duiventil aan tafel leek. Buidels, T-shirts, een trom, Tibetaanse mutsen, CD`s met authentieke muziek, wat koopt een mens allemaal niet of juist wel.
Na de lunch gingen we er met dubbele energie tegenaan. Nog een paar mutsen, een voorhang, een gedraaide kralenketting met een gouden huls, een poster met een rond “view” vanaf de Gokyo Ri en thee in prachtige buidels. En dan te bedenken dat het aantal bekeken zaken ongeveer het tienvoudige was en dat wij ernstig gehinderd werden doordat de stad in verband met het bezoek van de Zwitserse Minister van Buitenlandse Zaken was afgezet. Later lazen we in de krant dat hij het over de voor berglanden gelijke problemen had gehad in zijn tafelrede. Je moet maar durven!
Uitgewoond liepen we terug naar het hotel na eerst nog de markt te hebben bezocht voor het kopen van mandarijnen en bananen. Dat viel niet mee want we konden de mandarijnen aanvankelijk alleen per 5 kilo voor 60 roepies van de hoop af kopen. Elders kregen broer en zus ruzie omdat broer de onmogelijke prijs van 25 roepies per kilo vroeg terwijl zus de handel zodoende zag vervliegen. Uiteindelijk slaagden we met 15 roepies voor één kilo. Daarna wierpen we ons op de bananen. De prijs ervan was belachelijk laag maar waarschijnlijk nog veel te hoog. In ieder geval smaakten ze goed hoewel ze een enigszins droge bittere smaak hadden.
We sloten het winkelen af met het fotograferen van een prachtig blank gevilde geitekop, die wat treurig filosoferend en met een niet geveinsde verbazing naar zijn eigen uitgebeend vlees lag te staren. Het was wat mij betreft een zeer sprekend beeld dat zonder woorden de hele betrekkelijkheid van het leven uitdrukte.
Terug bij Mr. Amar worden de geschenken over en weer bewonderd waarbij Ton de show stal met een gebedstekening die hij bij een bezoek aan Kamei`s oom die monnik is had gekregen. Daarna besluiten we af te zien van het eten in de stad ten gunste van een rustig afsluitend avondje met “dinner” in het hotel. Dit vierden we door huis te houden op de kaart en het drinken van een paar pilsjes. Daarna had de slaap bij Mr. Amar veel van het rusten in Morpheus armen.