s`Nachts had mijn verkoudheid zich voorspoedig ontwikkeld want mijn bronchiën rochelden al wat en mijn kuch werd Kumbha-achtig van geluid. Dit is een soort kuch die veel Himalaya-gangers ontwikkelen uit een combinatie van droge lucht, diep ademhalen en verkoudheid. De nacht was overigens buiten bij een heldere lucht en een hard blazende wind zeer koud zoals ik tijdens de twee plaspauzes mocht merken. De lust om het hele stuk naar de “WC” te lopen was dan ook beperkt. Even buiten het terras leek mij ook zeer aanvaardbaar vanwege het droogvriezen van de “pipi”.
Het ontbijt was zoals gewoonlijk. Het afscheid van de “Chukung Resort” viel wat zwaar want het was een goede lodge in een prachtige streek, zeker met de “faam” van Lobuche in het vooruitzicht.
De etappe was op zich niet al te moeilijk maar wel tamelijk lang. Eerst ongeveer 400 m omlaag naar Dingboche en dan via Duhkla ongeveer 700 m omhoog naar Lobuche. De bedoeling was dat we Ton en Hub in Dingboche zouden treffen maar die bleken toen we in Dingboche pauzeerden bij navraag in de lodge al verder in de richting van Lobuche te zijn getrokken. Op zich een goed teken volgens ons, dus er maar achteraan. Het stuk naar Duhkla was winderig, modderig en wat saai, ondanks de boeiende Amerikanen die we troffen bij het fotograferen. Hoewel ze denkelijk jonger waren, vonden wij ze ouder vanwege hun vriendelijk, maar zeer Amerikaans getob over het geïsoleerd zijn van de buiten wereld als er wat zou gebeuren. Opmerkelijk was dat Bob zich desondanks voortsleepte met een wrakke knie waarbij de mijne nog turbo was.
In Dukhla troffen we, in de enige fatsoenlijke lodge die het gehucht rijk was, Ton en Hub, in naar hun eigen zeggen, goede gezondheid aan. Zij hadden daar de nacht doorgebracht en rustig op onze komst zitten wachten. Hub zag er inderdaad beter uit maar Ton zag er minder uit dan toen hij ons in Chukung verliet.
Na de lunch wachtte ons de korte steile klim voor het vlakke stuk Lobuche. Deze klim ging iedereen goed af behalve Ton. Zowel Otto als ik constateerden dat hij niet alleen nauwelijks vooruit kwam maar ook slingerde alsof hij aangeschoten was en hijgde als een astmatisch postpaard. In een kort overleg met Nuri erbij besloten we dat dit niet verantwoord was en dat Ton op een of andere manier terug zou moeten. Besluiten was echter één maar Ton overtuigen was een tweede. Na enige moeite lukte dat waarna besloten werd om de drager Kamei, die redelijk Engels sprak, Ton te laten begeleiden naar het lager gelegen Pheriche voor een bezoek aan de kliniek voor hoogteziekte. Dit met de bedoeling om hem op de terugweg van de Kala Pattar daar weer te treffen en dan te zien of Gokyo nog een haalbare kaart voor hem zou zijn. Een direct gevolg van dit besluit was dat we daardoor de Cho La pas moesten laten schieten en een extra dag zouden moeten besteden aan het omlopen van de bergketen.
Na het afscheid van Ton en Kamei ontstond nog wat verwarring rond de bagage maar dat wist Nuri op de één of andere manier op te lossen. Verder voelde Hub zich wat schuldig omdat hij niet met Ton was meegegaan, terwijl deze eerder wel bij hem gebleven was. Ook vertelde hij dat Ton de dag ervoor al grote problemen had gehad met de tocht naar Duhkla. Kortom de toestand van Ton kwam niet uit de lucht vallen en het besluit was goed.
Na dit alles trokken we geamputeerd verder na eerst nog het uit een soort Steinmänchen bestaande ereveld van de Himalaya doden ter lering in ons op te hebben genomen. De verdere tocht naar Lobuche was nog onverwacht lang of althans dat vond ik. Het idee van het gerieflijke “The Italian Hotel 2000” kon voor mij niet snel genoeg verzilverd worden, zeker na het passeren van het inderdaad afgrijselijk uitziende Lobuche. Het is namelijk een soort modderpoel waarin een aantal kleine smerige hutten rook uit staan te kwalmen. Echt een oord om alle hoop te laten varen.
Het Italian Pyramide Hotel (Ev-K2-CNR Association) zag er van buiten zeer hoopgevend uit. Een prachtige architectuur, zonnepanelen en een goed ogend terras als entree. De harde werkelijkheid bleek echter binnen. De warmwater installatie op zonne-energie was stukgevroren!, dus geen douche, geen verwarming en geen stromend water. Kortom een koude ramp met wel de troostende aanwezigheid van een warme deken voor de nacht. Gelukkig dat de prijs nog binnen het budget van HT lag want anders hadden we ons nog extra moeten opwinden. Het stukvriezen komt natuurlijk op zo’n bij definitie koude plek in eerste instantie over als een gotspe. Bij wat verder denken dringt zich de vraag op of je in een land waar de kachel nog moet worden uitgevonden dit soort geavanceerde technologie wel moet toepassen.
Het eten was goed maar smaakte toch minder als je vanwege de doordringende kou in de slaapzak moet dineren. Tijdens het eten werd de zware tocht via de Kala Pattar naar Pheriche nog eens doorgenomen. Ik twijfelde echter zeer om met deze verkoudheid mee te gaan. Het idee van een longontsteking trok mij, gelet op een eerdere ervaring vanwege het door sporten met een verkoudheid niet zo aan.
De nachtrust was, afgezien de lange nacht en het wat beklemd dromen, naar verhouding goed gezien de hoogte van 5000 m. Het is bijna onbegrijpelijk dat je er, ondanks de zware ademhaling, na enig wennen, toch redelijk goed kan voelen. De nachtelijke sanitaire stops waren een zegening, dankzij de inpandige WC.