Weer werd ik bij de zoveelste “pipi” in de, door het deken, warme nacht verrast door sneeuw. Hoewel niet zoveel als in Namche Bazar maar het was toch een aardig wat. Bij het opstaan sneeuwde het nog steeds licht ondanks dat er af en toe een dun zonnetje doorheen priemde. Weer kwam de sneeuw niet slecht uit want ook hier hadden we een acclimatisatie dag met een dagklimprogramma er in. Voor Hub was dit zeker nodig want hij had dikke ogen, voelde zich niet goed en zag er slecht uit.
Tijdens het langzaam ontbijten besloten we zonder Hub naar een in verband met het seizoen al door de monnik verlate Stupa te klimmen met een mogelijke uitloop naar een uitzichtpunt op ongeveer 5000 m. Dit werd een alleraardigste tocht in en door de sneeuw. Soms trok het even op en hadden we een mooi uitzicht op de Ama Dablam of de Anna Blaman zoals ik hem gemakshalve maar voor mijzelf noem.
In een soort estafette met een Canadese groep gingen we steeds hoger. Op rond de 4800 m besloten we vanwege de bewolking horizontaal langs de helling naar een soort kloostertje door te steken. Door het steeds minder wordende zicht ontstond er in de toenemende wind echter wat onduidelijkheid over waar we precies waren (Ton had weer geen kaart bij zich!).
Dit leidde achteraf gezien tot een interessante doch vruchteloze discussie tussen de heren, die Leny kordaat doorbrak door als een speer naar beneden te gaan. Na enige vervolgdiscussie tussen de heren over de juiste weg naar beneden kozen zij eieren voor hun geld en gaven zij toe aan hun natuurlijke reactie van “follow the lady”.
Terug in Dingboche bleek Hub opgekrabbeld te zijn want hij stond weer enthousiast enig dorswerk te fotograferen. In de lodge begonnen we na een verfrissende bad- en scheerceremonie door middel van een beker water aan de avond.
Buiten was het koud zodat wij binnen onder aanvoering van Oma zonder tanden, aan de worsteling begonnen om de kachel warm te krijgen. Deze werd alleen verstoord door een yak die de WC (nou ja) voor Leny blokkeerde. verder maakten we die avond via een Canadees kennis met een apart handwarmertje. Namelijk een blikken, met vilt bekleed, doosje waarin iets (zuurstofarm) lag te smeulen.
Later op de avond viel het Leny in om de namen van de gids en de dragers in het Nepalees opgeschreven te krijgen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan want dat ging wat gebrekkig vanwege de beperkte schrijfkunst. Kamei ging het zelfs iets beter af dan Nuri maar die had dan ook bij de monniken op school gezeten. Gelukkig wierp zich een andere gids op die de namen vlot in het Nepalees opschreef en als toegift ook nog in het Tibetaans, want hij had op de Lama-school gezeten. Toen was wat ons betreft ook het hek van de dam. Ook wij moesten onze namen in die twee talen hebben. De vraag was echter hoe?, begrippen vertalen of fonetisch geschreven. Het laatste bleek gebruikelijk zodat wij langzaam dicterend onze namen op papier kregen.