Het Biman ontbijt is redelijk verteerbaar maar dan begint weer het wachten met de bijbehorende geruchten over de voor- en tegenspoeden die ons te wachten zouden staan. Toch komt er rond half tien beweging voor het hotel in de vorm van twee ongelofelijk opgeschilderde aftandse bussen en tegen inlevering van de kamersleutels krijgen we zowaar onze vliegtickets terug. Systeem zit er dus wel degelijk in. Eénmaal in de bus worden onder toeziend oog van de op handel wachtende menigte voor het hotelvriendelijk uitgezwaaid door de tevreden hotelmanager.
De rit door Dahka naar het vliegveld is een reprise van gisteravond, alleen met een beter zicht op het ongelofelijke gebeuren. Uiteindelijk rijden we enigszins opgelucht de hekken van het vliegveld weer binnen en nadat we door een haag van bedelende en opdringende mensen de ingang door zijn gegaan wordt het slagveld weer enigszins overzichtelijk. Hoewel, iedereen weer inchecken, langs de douane en door de controle is een oefening in geduldig begrijpen van de reisopvattingen in Bangladesh.
Hoe dan ook, wij belanden met déjà vu gevoelens weer bij de bekende en door ons intussen gevreesde transit-balie. De chaos beperkt zich nu tot het uitventen van de paspoorten door de passagiers zelf en een wonderbaarlijke gang buiten alle checks en securities om naar de verlading om onze bagage te conformeren. Gelukkig maar want onder één van de bagagewagens lag een pakzak van ons eenzaam te liggen. De grote ADB-stickers met KATHMANDU erop wierpen hier in ieder geval hun vruchten van herkenning af .
Uiteindelijk belandden we na nog een tijd geduldig wachten in een wat ouwe, afgeragde, Fokker 80 die ons na de start om 11.45 h. voorspoedig naar Kathmandu vliegt, waar wij samen met veel andere Nepalgangers en een handvol Nepali om 13.15 h. veilig landen. Kathmandu blijkt geen Dahka maar is wel aardig op weg daar naar toe. Gelukkig worden we na de douane opgevangen door een geoefende handlanger van Mr. Amar die ons snel afvoert richting “Amar`s Hotel”.
Kathmandu bleek een aangenaam fris warme stad met wel veel verkeer maar (nog) niet zo smerig en ellendig als Dahka hoewel men, zoals gezegd, zijn best doet. Toch was ook deze rit zeker de moeite waard. Bij het verlaten van het vliegveld is het nog mooi en met allure. Vierbaansweg met er langs de in 1829 opgerichte “Royal Nepal Golf Club” als schril contrast met de latere fascinerende werkelijkheid van de deels middeleeuwse stad. Wij blijven dus onze ogen uitkijken naar al het gebeuren van al die verschillende mensen.
Om 14.15 h. rijden we wat uitgereisd de binnenplaats van “Amar`s Hotel” op. Dit blijkt in een naar verhouding keurige buurt te liggen en ziet er verrassend schoon en verzorgd uit. Mr. Amar is een vriendelijke, dynamische, perfecte allesregelaar en vooral handelsman. De Trekking Permits zijn onderweg, de tickets voor Lukla geconformeerd, geld kunnen we bij hem wisselen, hij neemt de tijdelijk overbodige spullen in bewaring, geeft advies over het benodigde geld voor de trekking, heeft een uitstekende restaurant en denkt werkelijk aan alles. Hij adviseert ons ook nog eens in een wandeling naar Dubar Square en de Swayambhunath oftewel de Apentempel.
Met de plattegrond van Kathmandu in de hand en voorzien van een visitekaartje van het hotel met het adres, gaan we eerst op weg naar Dubar Square. Het is een wandeling door een wondere, middeleeuwse omgeving. Straathandel, winkeltjes, tempels, bidplaatsen, alles krioelt in sloppen en stegen rond in een wondere Oosterse wereld. Iedereen probeert met van alles handel te doen zonder dat het echt irritant wordt. We komen ogen en zelfs nog camera’s tekort om alles te bekijken en vast te leggen. Het is duidelijk dat we bij terugkomst dit alles nog eens dunnetjes over moeten doen, al is het maar voor de souvenirs.
Na Dubar Square gaan we naar de Apentempel. Deze blijkt op een forse heuvel gelegen, waarvan de klim de eerste serieuze test voor m’n knie is. Het fietsen blijkt goed te zijn geweest want ik kom zonder problemen in een goed tempo boven. Doordat we de zonsondergang voorzien wordt er zodanig hard aan getrokken dat we net op tijd komen om het befaamde beeld van de ondergaande zon op de tempel te zien en wat de profi`s betreft te fotograferen.
Daarna amuseren wij ons met onze naaste familieleden die in alle soorten en maten werkelijk overal in en bij de tempel rondhangen. Het hangen in een, overigens zeer deskundig gemaakte bamboesteiger, levert mij onverwachts een voor ADB Steigerbouw zeer bruikbaar beeld op. Zowel voor wat betreft de veiligheid als de gebruikte steigerpijp en klemmen is het uniek materiaal voor een toollbox meeting. Mede door de om de tempel heentrekkende fanfare blijven we iets te lang bij onze familie rondhangen. Het is dan ook al pikkedonker als ik de eer krijg om, zonder de in een soort Sanskriet geschreven straatnamen te kunnen lezen, op de kaart naar het hotel terug mag navigeren. Het is een wat “unheimische” tocht door sloppen en stegen maar waarschijnlijk veiliger dan een tocht door Amsterdam. Voorspoedig bereiken we het hotel waarna we, al pratend over de dingen die komen gaan, voor een paar gulden vorstelijk eten en nog ontspannen een pilsje drinken.
Intussen moet ik nog even wat werken voor ADB. Na telefoontjes van Mireille en Hans komt er nog een fax waarop ik geacht wordt in retour verstandig op te reageren. Dit lukt na al het reizen en verblijven nog wonderwel. Daarna begint de reis voor mij mentaal echt want vanaf nu ben ik ook onbereikbaar voor de zakelijke beslommeringen.