Uiteindelijk vertrekt het vliegtuig om 00.30 h., dus bijna twaalf uur te laat. De plaats bij de nooduitgang betekent voor mij een naar verhouding met de anderen een luxe zit in het bomvolle toestel. Het is een nog redelijk uitziende DC 10, bemand/bevrouwd met een best goede, maar wat stugge Bangladesh-crew. De passagiers vormen een boeiende groep. Veel trekkers uit Nederland en België met daarnaast Indiërs voor Dehli, Bangladezen voor Dahka en kennelijk ook Nepali, althans zo te zien aan de gezichten.
De zit duurt natuurlijk lang en ontaardt in de bekende hang-/slaappartijen, afgewisseld met eten en drinken met de daaruit resulterende sanitaire stops. Er ontstaat zo op den duur een wat multiraciale huiskamersfeer in het toestel met, denkelijk over en weer, blijvende verbazing over de deels gelijke en de deels verschillende gedragingen. Zo zijn wij getroffen door de onverschillige houding van Hindustaanse mannen ten opzichte van hun vrouw en kinderen. Zij zitten er verheven bij en bemoeien zich absoluut niet met deze kennelijk lagere kaste met zijn en haar kroost. Dat wij in hun beleving kastenloos zijn geeft te denken en er is dan ook nauwelijks contact, afgezien van de contacten via verrassend goed schoon blijvende WC-bril.
De piloot geeft onderweg geen enkele informatie over de vlucht maar onder ons schuift veel kaal bergland door zodat we maar aannemen dat de route via Turkije en het Middenoosten loopt. Door het inlopen van de zon leveren we op weg naar Dehli ongeveer 3 uur in. Op de terugweg krijgen vanwege de dan geldende wintertijd in Europa een uur meer terug.
Bij de aankomst om 8.30 h E.T. voor de tussenstop in Dehli mogen we eerst niet maar dan plots wel uit het vliegtuig. Slechts met een transit kaart gewapend gaan we de vertrekhal in. De kennismaking met dit kleine stukje India is warm, vochtig, exotisch en viezig voor wat betreft de toiletten. We zijn in de kleine ruimte heel snel uitgekeken maar het teruggaan naar het vliegtuig is moeilijker dan gedacht. Dit vanwege ambtenaren die met onze transit kaart worstelen, de controle op wapens en andere, voor ons onduidelijke, formaliteiten. Uiteindelijk belanden we toch weer in de boarding room en vinden uiteindelijk zo ons plekje in het vliegtuig weer terug. De vlucht naar Dahka start uiteindelijk om 10.10 h.E.T. voor een wipje van bijna 2 uur. Vol verwachting over een goede aansluiting naar Kathmandu landen we daar om vier minuten over twaalf onze tijd op 15.04 L.T.
De transit in Dahka is een complete chaos en ondanks het feit dat er zeker zo’n 80 passagiers voor Kathmandu zijn, is er die dag geen vlucht meer. Na veel gepalaver met norse en overspannen ambtenaren die geen of elkaar tegensprekende informatie verschaffen, wordt de procedure duidelijk. Paspoorten en vliegtickets inleveren, allemaal in de bus naar een hotel ergens in Dahka en de volgende morgen horen we wel of en zo ja wanneer er dan wel verder gevlogen kan worden. Van ervaren Nepalgangers begrijpen wij dat deze procedure volstrekt normaal is en wij berusten maar, want er is toch niets aan te doen. Kortom we komen illegaal Bangladesh binnen zonder duidelijk uitzicht om er weer uit komen.
Daarna is alles nog meer chaos, wel bagage meenemen, geen bagage meenemen, met 12 man in een uitgewoonde en vervuilde 6 persoonsbus, overal schreeuwende en bedelende mensen die werkelijk aan de afrastering van het vliegveld hangen en een onbeschrijflijke rit van drie kwartier in de stikkende vochtige hitte, door een intussen donker wordend Dahka., waar de uitlaatgassen als een dikke mist over de wegen hangt en in het linkse verkeer alles doorlopend toetert, belt en schreeuwt. Je moet het beleefd hebben om het te begrijpen en wij vinden het leuk om zo iets te beleven.
De weggebruikers zijn kennelijk allemaal opgeleid voor kamikaze piloot. In vergelijking met Dahka is rijden in het spitsuur van Rome een ontspannen zondagmiddag bezigheid. Links, rechts, middendoor, iedereen scheurt overal dwars doorheen. Voetgangers zijn vrij wild, Tuk Tuk’s duw je van de weg af, op riksja’s rij je gewoon in. Kortom, lle andere gebruikers zijn je persoonlijke vijanden. Op plaatsen waar geen middenberm is rijdt je zo lang mogelijk op de tegenliggers in. Onze chauffeur geniet daarbij intens van het geschreeuw van zijn passagiers. Voor het goede verloop van het gevecht hangen hulpjes uit de voertuigen. Zij verzorgen het schreeuwen, hard op de bussen trommelend en in noodsituaties de weg op springen, om te duwen tegen en te trekken aan in de weg staande medeweggebruikers. Toch gebeurden er tijdens onze rit geen ongelukken en op de een of andere manier zijn er dus codes.
Het (Biman Air) Hotel Purbani (ja, we nu begrijpen de transit-problemen helemaal) was een openbaring in deze derde wereld wildernis, negen verdiepingen hoog, keurige kamers met bad, douche en WC, lounge, bar, enzovoort. Na weer een chaotische vertoning aan deze balie kreeg iedereen uiteindelijk een kamer in het verder nauwelijks bezette hotel. Het Biman eten kan er mee door, hoewel sommige passagiers à la carte gaan eten, curry rijst met kipachtige verschijnselen en een puddinkje toe. Na de koffie belt Otto met Mr. Amar, de lokale vertegenwoordiger van HT in Kathmandu, om de Trekking Permits bijtijds geregeld te krijgen en ik bel naar huis.
Dat bellen is overigens niet eenvoudig omdat dit alleen via een office of de balie kan en dan nog via de Bangladeshe “PTT”. Hoe de rekening tot stand komt is een volslagen raadsel maar 10 dollar voor 2 minuten mag er best zijn. Dat geldt ook voor de bar want dat het oponthoud er is om daar dollars te kunnen kasseren is wel duidelijk aan de rekening. Dat 8 pilsjes en 2 sherry 40 dollar kosten was even verrassend. Zeker voor wat betreft de door Leny zeer bestreden prijsverhouding pils-sherry.