Het 1e Lustrum van de deelname van het DSM Team aan de Cross du Mont Blanc moest natuurlijk in Chamonix gevierd worden. Een eerdere kennismaking met Edward Becker en het gegeven dat hij een Jubileumbeklimming van de Mont Blanc organiseerde in het kader van het 2e lustrum van zijn programma was bepalend voor de organisatie van het feest. Als toetje van de Cross du Mont Blanc gingen wij de echte top bedwingen. In overleg met Edward Becker werd het programma ingekort. Wij waren al in Chamonix en hadden door de wedstrijd al een hoogtetraining achter de rug.
Het verhaal
5 juli 1993 Maandag
's Morgens werd eerst het niet klimmende deel van het DSM Cross du Mont Blanc Team voor de terugreis uitgezwaaid. Daarna trof de klimgroep bestaande uit >>> Leny Paes, Ellen den Dulk, Otto Plantema, Peter Odrossly, Hans van Huisstede, Ed Homminga, Lei Muys , Wiel Hoonings, Kees de Jong, Ben Jansen en Simon Blok met Jo Schins als chauffeur <<< Edward Becker samen met de andere twee gidsen op het parkeerterrein even buiten Argentiere. De andere gidsen bleken een jeugdige Fransman en een wat oudere Nieuw Zeelander te zijn.
Hier werden de stijgijzers, klimgordels, touwen, pickels en helmen uitgereikt. De eerste les was gelijk een harde. Met stijgijzers op de touwen staan is een doodzonde en dat krijg je te horen ook. Hierna reden we naar Trient liepen onderlangs de gelijknamige rivier naar de gletsjer. Aanvankelijk over een pad en later na een koffiepauze in Chalet du Glacier banjerend in de rivierbedding. Dat kostte na de loop van gisteren alweer redelijk wat zweetdruppels want het was warm onder een stralende hemel.
Op Otto en Ellen na was de groep een onbeschreven blad in de bergen. Natuurlijk hadden wij ons georiënteerd op de tocht en de benodigde uitrusting. Met het halen van de finish op de Plan Praz (2000 m) in loopoutfit wordt je echter geen ervaringsdeskundige. Eigenlijk wisten we van niks. Edward had ons verteld dat onze route makkelijk was dus hadden wij een stevige wandeling in het hoofd. Het oefenen op de gletsjer gaf ons nog meer zelfvertrouwen. Het lopen en klauteren over het ijs was dolle pret.
's Avonds kwam de eerste tegenslag. Dat het leven van een reisleider niet over rozen gaat had ik al eerder ervaren. Een aantal gastlopers had mij een paar dagen geleden in de nacht uit bed getrommeld omdat plots de kamers niet meer bevielen. Nu werd ik geconfronteerd iemand die het niet meer zag zitten. Of ik even het inschrijfgeld wilde terug betalen en direct het vervoer terug naar Nederland wilde regelen. Geen van tweeën is gebeurd maar mijn ergernis bleef dwarszitten evenals de vraag "waarom?" bij de andere deelnemers.
6 juli 1993 Dinsdag
Het avontuur begon in een toch wat bedrukte stemming nu voor de echt. Het dagplan was om met de lift van Les Houches naar Col de Voza (1775 m) te gaan en daar de Tramway du Mont Blanc naar Nid 'Aigle (2372 m) te nemen. Vandaar zou dan via de Refuge Tête Rousse (3167 m) naar de Refuge du Goûter (3817 m) worden gegaan. De lift gaf geen problemen maar het wachten op de tram duurde wel erg lang. Deze was uitgerekend deze dag stuk. Er zat dus niets anders op dan te gaan lopen. Gelukkig wisten de meeste van ons niet wat bijna 2000 m klimmen met een zware rugzak om betekende. Degenen die het wel wisten zwegen stil.
Het werd een stoomcursus bergwandelen/klauteren. Het werd gestaag en lang doorharken achter de moeiteloos omhoog lopende gidsen aan. Zij maakten de tocht elke week en liepen kennelijk op de automatische piloot. De Refuge Tête Rousse bracht even rust maar daarna begon pas het echte werk. Met drie /vrouw en de gids met stijgijzers aan het touw en 600 m over een steile graat rots na rots omhoog klimmen. Het gebrek aan lengte van Leny moest ik doorlopend compenseren door haar met mijn helm een kontje te geven en Ed hing steeds maar achter mij in het touw. Gelukkig had de oudere Nieuw Zeelandse gids geduld en was tevens zeer voorzichtig.
Uiteindelijk kwamen wij letterlijk boven over de rand waarop de hut bijna stond te balanceren. De hut bleek overlopen te zijn met mede stijgers en weer dalers. Hoe de huttenwaard en zijn mensen het georganiseerd kreeg bleef een raadsel maar het eten en drinken kwam op tafel.
Overal in de hut en daarbuiten werd gebivakkeerd. Onze slaapplaatsen waren echter goed geregeld. De WC was het enige probleem. Deze balanceerde aan het eind van een ijzig pad boven de afgrond die tevens als open riool fungeerde. Een misstap en je gleed in de bruingele stroom de berg weer af. Het verdere uitzicht was echter prachtig.
7 juli 1993 Woensdag
Het ploeggewijze vertrek begon 's nachts om 00:00 h. terwijl onze wektijd 3:00 h. was. Slapen laat staan veel slapen was er niet bij. Rond 4:00 stonden wij in het donker en de vrieskou klaar om aan te sluiten bij de colonne. Het leek wel kerst met al die bewegende koplamjes op. In samenstelling van gisteren gingen we in het touw omhoog de eeuwige sneeuw in. Deze bleek echter net zand te zijn en met de hangende Ed aan de staart werd het zwaar werken.
Op de Dôme du Goûter ging bij mij het licht uit. Ik voelde mij ronduit beroerd. De conclusie was hoogteziekte en daar kom je niet hoger mee. Verder werd het duidelijk dat bergbeklimmen ieder voor zich is. De caravan ging gewoon door en ik werd gelukkig met begeleiding van Leny gestald in de Abri-refuge Vallot (4362 m). Hier heb ik samen met vele andere ongelukkigen lang al rillend voor apegapen gelegen en ben uiteindelijk warm geworden en in slaap gevallen.
Lopende de dag werden wij door de caravan weer uit de hut gevist voor de afdaling. Deze had de top gehaald en liep redelijk op de laatste benen. Met het afdalen knapte ik zienderogen op en uiteindelijk was ik nog de fitste van het stel. Het partijtje rotsklimmen in omgekeerde richting viel niet mee want het eerste stuk was behoorlijk ijzig. Daarna ging het snel omdat meer zuurstof weer mens van ons maakte en ons bij zinnen bracht. Toch gingen enkelen bij het niet afgebouwde station voor Nid d'Aigle op de tram staan wachten. Bij het echte station stond deze gelukkig wel en werd het gemotoriseerd werk.
De raclette en certificaat uitreiking werd een gezellige happening. Het certificaat ging natuurlijk wel aan mijn neus voorbij. Goed beschouwd was de "makkelijke" beklimming een zware spoedcursus met als belangrijkste les dat bergen niet te onderschatten zijn.
8 juli 1993 Donderdag
De terugweg verliep voorspoedig en in de vooravond waren allen gezond en wel weer terug bij af maar wel een ervaring rijker. Goed beschouwd was de "makkelijke" beklimming een zware spoedcursus met als belangrijkste les dat bergen niet te onderschatten zijn. Achteraf gezien was het wel driest plan om na de Cross du Mont Blanc de beklimming zo snel te willen doen.