Bij het vertrek om 6;30 was het nog donker en heel koud. Gelukkig konden we gelijk omhoog om uit het dal van het meer te klimmen. Dat was een redelijk lastige helling waar Ton even in moeilijkheden raakte door de hoogte. Eenmaal boven was het leed geleden. Wij kwamen in een brede wat oplopende kom waar de zon al aangenaam scheen.
Ook deze dag bracht weer een verrassende ontmoeting. Er kwam ons een stipje tegemoet dat een Franse klimmer bleek te zijn. Hij had samen met een drager een piek willen beklimmen maar was in de steek gelaten. Zo stonden wij ver boven de 5000 m met een tierende Fransman in het landschap. Hij was nog steeds zo kwaad dat hij zijn rugzak begon op te schonen van gewicht en allerlei etenswaren weggooide. De groep keek dit rustig aan en begon het voor eigen gebruik in te zamelen. Uiteindelijk beende hij nog steeds scheldend weg.
Dalen en het meer in zicht krijgen was er niet bij. Mingma hield vastberaden een westelijk stijgende koers aan. De alternatieve Mesokanto pas was uiteindelijk vrij makkelijk te nemen. Het uitzicht op de bergwereld rond ons heen was overweldigend en maakte ons klein.
De afdaling was minder simpel. Aanvankelijk vrij makkelijk maar later lastig en omhoog en omlaag traverserend langs geweldige puinhellingen. De groep raakte in een soort diaspora. De dragers zochten het wat lager op, Mingma hield het midden en Kami klom alsmaar hoger. Het was een wat verward gebeuren dat uiteindelijk wel goed kwam.
Wat meer naar beneden werd het landschap en de route wat overzichtelijker en uiteindelijk werd Kharkha op 4200 m bereikt. Dit was niet meer maar ook niet minder dan een mooie bergweide in de zon. Na het kamp maken was alle leed, voor zover van toepassing, snel geleden en keken we uit naar de laatste etappe van morgen die moest eindigen in de bewoonde wereld van Jomsom.