De reisbeschrijving klopte als een bus. De dagtochten beginnen hoe dan ook met een klim. Aanvankelijk verdacht ik HT, dan wel de groep van ochtend masochisme, maar enig verder denken geeft de echte oplossing. In een dal sta je gewoon meer beschut.
Na de ochtendklim kwam er een aanvankelijk makkelijke afdaling over een licht besneeuwd pad. Tussen de oortjes zat dat lekker. Simpelweg een dagje dalen en vanavond wellicht een oprisping van enige luxe.
Toen we echter de begroeiing bereikten was het snel uit met de pret. Het steil afdalen gaf op zich geen problemen maar het pad tussen de alsmaar hogere rododendrons was spekglad door het mengsel van mos en water.
Teenslippers
Zijn de teenslippers dragende dragers nu werkelijk in het nadeel t.o.v. ons met bergschoenen geschoeide welvaartsmensen? Het feit dat de dragers makkelijker en met minder uitglijden in glad, ruw en hellend terrein lopen zonder opvallende verwondingen aan hun eeltige voeten te krijgen beantwoord deze vraag. Kennelijk is de grip van de voeten en het evenwichtsgevoel met teenslippers aan groter dan met bergschoenen.Vergeleken hiermee was het glibberige pad na Sikles kinderspel geweest. Elk moment, hoe goed we ook opletten, gingen pats boem onderuit op het onderste deel van de rug met rugzak. Het duurde en het duurde maar en naarmate het langer duurde werden wij van ongedurig een gedurig vloekend stel.
De ploeg had er natuurlijk geen last van. Vrolijk kwetterend daalden zij vaardig af en hielden en hielpen ons doorlopend op de been. Deze hulpbehoevendheid was niet leuk. Wat niet meehielp was het ontbreken van enig overzicht. Het rododendronbos ontnam alle zicht en waar even zicht was, zagen we slechts een eindeloos groen tapijt van nog te gaan bos.
Maar het pad was niets voor niets glibberig. Wij daalden feitelijk af langs één van de vele watergangen op de uitlopers van de Namun La. Watergangen worden stroompjes en stroompjes worden stromen. Toen we aan het eind van de ochtend de hoofdstroom bereikten was het leed geleden, behalve de oversteek. Half door het ijkoude water en half over een mooie ronde boomstam worstelden we naar de overkant.
Na de oversteek kwamen we weer onder de mensen. Eerst waren het wat vage hutjes met wat gedoe op schrale veldjes er om heen. Maar na het bereiken van een zijtak van de standaard Annapourna trail werden het lodges. eten.
Op een binnenplaats van zo’n lodge werd middagpauze gehouden en dat deed echt goed. Lekker luierend zagen wij het huiselijke leven aan maar aan het helpen fijnstampen van wat pepers kon ik mij toch niet onttrekken.Overigens tonen de lodges op de foto beter dan in werkelijkheid. Over het algemeen is geen enkele voorziening behalve een kookkachel of open vuur. Helaas loopt de rookafvoer via de spleten in het dak. Klachten met longen en luchtwegen zijn daarom toppers in Nepal. Rochelen en spuwen is daardoor een algemene bezigheid, ook onder het eten. De rook camoufleert wel de stank een beetje voor zover die boven de eigen stank uitstijgt. Deze lodge had echter iets dat mij zeer plezierde, namelijk licht. Weliswaar alleen ’s avonds naar zeggen van de lodge-dame, maar het werkte. Dit gaf een goede hoop op elektriciteit in Koto.
De wandeling naar Koto was verder een makkie. Zeker toen de hoofdtak van de trekking trail naar de Torung La werd bereikt. Het werd een wandeling zoals langs de Geul. Alleen was de Marsyangdi wat breder en woester. Met de weg rukte ook de elektriciteitsmasten op richting Koto. Het aantal Nepali dat onderweg was overtrof het aantal toeristen ruim. Het 11 september gebeuren hield praktisch al het Amerikaans toerisme weg en daarmee een leeuwendeel van de gouden eieren. De ploeg maakte er sport van om ons steeds uit te laten lopen en dan in te halen. Ook op lagere hoogte, in vlak terrein en als rochelvrije niet rokers waren we geen partij voor ze. Al lopende verdween de ploeg uit het zicht en toen ik op een nevenweg langs de rivier een zeer bekend voorkomende “Gele Jas” de andere richting uit zag gaan sloeg verwarring bij ons toe.
Gelukkig stootte we op een Japanse groep waarvan de gids ons pad gekruist had toen wij begin de richting Namun La genomen hadden. Met diepe bewondering nam hij ons op en wilde alles weten over de tocht. Het feit dat wij alles wilde weten over de weg naar Koto was dus een aardige ruil. Toen wij via wat voordorpjes in Koto kwamen werden wij al vrolijk door de groep opgewacht om persoonlijke wensen van het kamp maken in de tuin van een lodge te kunnen inbrengen.
De tuin van de lodge bleek een ruim begrip te zijn. Het was meer een kaal erf waar wij temidden van de hond, de scharrelende kippen en de spelende kinderen vertoefden. Het speelgoed van de kinderen hield een les voor ons in. Het was bijna ontroerend om te zien dat met heel weinig veel gedaan kan worden.
De lodge had echter elektriciteit en zelfs een hot shower. Dat wil zeggen een enkel stopcontact en een slim opgehangen emmer met warm water die je over je hoofd kon laten uitstromen. Beiden natuurlijk wel tegen betaling.
De lagere hoogte verhoogde onze daadkracht. Eerst gingen we onder de hot shower. Daarna werd verder toilet gemaakt onder het toeziend oog van de altijd aanwezigen toeschouwers. 's Avonds zaten we dus schoon en met een volle maag achter de PC in de inmiddels door de locale bewoners goed bevolkte lodge.
Het zal over een paar jaar geen opzien meer baren maar nu was het uitladen van de foto's in een laptop een wereldwonder. Omgeven door toeschouwers deed ik mijn werk. Een jongetje van een jaar of 10 spande de kroon. Al krabbend in zijn luizenbos stond hij tussen mij en het toetsenbord in. Een van de mannen werd lastig. Hij wilde dat ik foto's uit Nederland liet zien. De IBM Thinkpad 770 was echter uitgeruimd om de HD van 750 MB zoveel mogelijk voor de te maken foto's te kunnen benutten. De man werd zelfs wat boos. Na afloop van de voorstelling was het slapen geblazen. Zonder het happen naar lucht ging dat uitstekend.