Vandaag werd Ton een jaar in plaats van een dag een jaar ouder. De viering moest echter in Drachpoche plaatsvinden. De gids bleek tussen zijn eindeloos kaarten en dobbelen door inderdaad nog yaks met bijbehorende drijvers te hebben geregeld. Deze moesten onze bagage over de eerste vijfduizender dragen. Zelf dragen is absoluut geen optie want ons bloed bindt te weinig zuurstof atomen. Je bent al blij als de eigen benen je willen dragen op die hoogte. Later bleek dat de gids zichzelf waarschijnlijk al een fooi had gegeven. Een deel van de bagage was gewoon niet meegenomen omdat hij te weinig yaks waren ingehuurd.
De uitvalsweg voor de eerste stijging van ca 3700 m naar ca 4100 m lag bij de dorpsschool. Daar maakten wij kennis met de drijvers en hun yaks. Deze beiden waren op zijn minst schilderachtig van uiterlijk, aankleding en gedragingen. Het yak pakken gebeurde onder ruime belangstelling van de toegestroomde schooljeugd en het gebeurde zeer zorgvuldig. Yaks moeten goed gebalanceerd en met het juiste gewicht gepakt worden want anders gaat het mis. Zelden werden wij zo massaal uitgewuifd. Een stijging van 400 m lijkt niet veel maar meer kan niet omdat de aanpassing van het lichaam op de hoogte heel geleidelijk gaat. Dus in de volgende dagen elke dag stapjes van ongeveer 400 tot 500 m tot de pashoogte van ruim 5200 m.
Zij bleken hun yaks letterlijk en figuurlijk fluitend te drijven en zij kenden de weg. Om te beginnen gooiden ze de geplande route via Shingdip om want aan namen op kaarten van bleke langneuzen of lange bleekneuzen hadden zij geen boodschap. Zij kunnen zich vanaf papier echt geen beeld vormen. Het landschap zit 3 D in hun hoofd en met dito gebaren werd uitgelegd hoe zij de te lopen route zagen en dat was zo later bleek goed gezien. Hun uitgangspunt was dat hun yaks heel moeten blijven.
Deze zijn niet alleen broodwinning maar leveren ook nog voedsel en allerlei gebruiksmaterialen op. Dus minimale inspanning en langs grazige weides. Dat grazige was overigens relatief. Het zijn meer steenwoestijnen waartussen af en toe iets bruinachtig groen gloort. De yaks maakt dat niets uit want zelfs waar niks groeit grazen zij nog wat weg.
Verder bleek later dat zij veel humor hadden. We verstonden over en weer geen woord van elkaar maar met gebruikmaking van gebarentaal werd veel gelachen. Voornamelijk om het verschil in gedragingen. Af en toe kwamen zij ons eens grijnslachend maar doordringend aanstaren bij onze dagelijkse bezigheden. Zelfs onze eetgewoontes met bestek vormden een bron van vermaak om over handenwassen, scheren en tandenpoetsen maar niet te spreken. Naar mate we hoger kwamen groeiden we naar ze toe. Ons vernis bladerde namelijk wat af omdat het ook bij ons meer om overleven ging.
Na de oversteek van de rivier via een solide maar zeer wiebelige hangbrug waren we in Drachpoche. Het bleek een mooie weide langs de rivier te zijn die goed beschermd lag door oprijzende steenbulten.
Het weer zat jammer genoeg niet mee. De laaghangende bewolking ontnam grotendeels het uitzicht op de bergen. De zon liet zich niet zien en het was redelijk guur.