Na het gebruikelijke ochtend ritueel van ochtend toilet, ontbijten en inpakken werd het kamp opgebroken. Het BC was al niet overlopen maar wij waren, zo te zien, de enige groep op weg naar het Tilicho meer. De anderen waren kennelijk "dagjes mensen".
De route naar boven was zoals we gedacht hadden. Het pad klom gestaag en langzaam maar zeer zeker kwamen wij omhoog.
Het was eigenlijk een ontspannen ochtendwandeling. Het weer was uitstekend. Koud in de schaduw maar redelijk aangenaam in de zon. Er kon dus af en toe lekker in de berm bijgebruind worden tegen een ijselijk decor.
Het kleine pasje naar het meer werd zonder al te veel gehijg genomen en ineens lag het meer voor ons. Het was een overweldigend gezicht en rijp voor een uitgebreid foto moment. Het was bijna niet voor te stellen. Een enorme plas diepblauw water op 5000 m hoogte tegen een decor van sneeuw en ijs. Dat de mooie kampeerplaatsen aan de oever voor het oprapen lagen is natuurlijk een open deur.
De ploeg zette alles als een geoliede machine weer op en begon het eten voor te bereiden. Een van de routines bij het opzetten is het installeren van de WC tent. Natuurlijk in de ogen van de Nepali een volstrekt overbodig ding. Toilet everywhere Sir! is het standaardantwoord bij vragen naar een secreet. Voor ons was het wel een gemak want wij waren niet zo sterk in het hurken.
Het was niet meer dan een gat in de grond waarover een vierkant tentje wordt geplaatst. De buizen van het tentje bieden enig houvast bij het door de knieën gaan. Dat plaatsen is natuurlijk precisie werk, waar een passend model voor nodig was.
Uit het niets kwam plots moederziel alleen een jeugdige en charmante dame aanwandelen met de vraag of zij de tent bij ons kon aanschuiven. Het bleek een Canadese arts te zijn die in Manang bij een centrum voor hoogteziekte werkte. Zij had een paar vrije dagen en was aan het hiken. Haar bezoek was een geschenk uit de hemel. Onze drager Broertje worstelde nog steeds met zijn zwaar ontstoken hand. Natuurlijk hadden wij hem met verband en medicijnen geholpen, maar dat bleek niet afdoende. Op 5000 m aan het Tilicho meer een medisch consult was een mooie middag bezigheid die veel belangstelling trok.
De hoogte en de kou gingen overigens niet aan ons voorbij. Toen de zon verdween werd het koud en zelfs de dragers begonnen te kleumen. Zij slepen echter dikke dekens met zich mee en verdwijnen met zijn allen letterlijk onder een hoop kapok. Het eten ging ook wat minder van harte. Aan de kwaliteit mankeerde niets. Het lichaam is echter met andere dingen bezig en heeft geen lust meer tot spijsverteren. Het was dus gauw in het dons om krachten voor de volgende dag te verzamelen. Deze zou spannend worden. De pas was niet duidelijk beschreven in de boekjes en Mingma had hem slechts eenmaal met Kami belopen. Langs de oevers naar het 2e BC lopen kon niet en dus moest eerst via omhoog een ommetje gemaakt worden naar een doorgang. Verder moest in de afdaling de linker helling vermeden worden vanwege militair gebied.
Het voortdurende gerommel van afbrokkelend en in het meer vallend ijs was een aardig slaapliedje. De oever aan de overkant was namelijk een met puin bestrooide gletscher.