"Tea Sir" was de roep die ons de volgende morgen wakker maakte. Een roep die een gewoonte van het dagbegin zou worden en die wij ons leven lang niet meer zullen vergeten. De roep werd steevast gevolgd door "one spoon of sucre" en al neem je elke dag het zelfde aantal spoons, de vraag blijft steeds gesteld worden.
De nacht was na de opwinding met de bloedzuigers rustig geweest. Enerzijds zijn dat eigenlijk hygiënische beestjes, je voelt niks en zij laten ook geen hinderlijke verwondingen na. Anderzijds roepen zij weerzin op want onopgemerkt uitgezogen worden door een condoomachtig wezen dat nog niet los te trekken is, werkt lichtelijk vervreemdend.
Dit temeer omdat als zij knappen vanwege het ingebrachte anti - stollingsmiddel een fors bloedbad achter laten. De ene mug na het slapen gaan werd na de doodslag op haar niet gevolgd door soortgenoten. De rondspringende mini-padjes boden in het zaklantaarn-licht met hun oplichtende kraaloogjes een vriendelijk gezicht, maar dat slechts voor de heren.
De thee werd, per tent, gevolgd door een waskom met warm water voor het ochtendtoilet. Het aansluitend ontbijt was ronduit vorstelijk. Uit de meegesleepte voorraad toverde onze kok Harrie Lal chiapati, omelet, brood, nuts, koekjes, sinasappels en appels tevoorschijn. Dit naar smaak afgeblust met koffie, thee en chocolade melk. De kokshulp Prem en het hulpje van de kokshulp serveerden dit geoefend uit aan een keurig gedekte, uit twee kleine tafeltjes samengebouwde eettafel.
Kalika ligt op 1250 m maar het klimaat is op die hoogte nog tropisch. De ochtendstond was dan ook mistig – vochtig – warm. Dus in de korte broek en met T-shirt op pad.
De aanloop tot het vertrek was voor ons allemaal nog wat oefenen. Het opbreken van het kamp, het inpakken van de te laten en zelf te dragen spullen, het overleg over de weg en de dagindeling moesten nog wat inslijpen. Maar uiteindelijk kwam de stoet voor de eerste keer in beweging.
De route ging eerst een dik uur bergafwaarts door een bosachtige streek naar de rivier die wij zouden gaan volgen. Het was een gemakkelijke route met wonderlijke bomen, planten, bloemen, paddenstoelen en insecten. Van de laatste waren er ook minder wonderlijke zoals de wesp die mij meende te moeten steken.
Hier en daar was er wat bewoning met wat boerenhutjes en bedoeningen langs het pad. Het land heeft in die streek veel te bieden. Rijst, sinasappels, bananen, mais e.d. De infrastructuur ontbreekt echter volledig. Verder dan aan huis verkoop komen de boeren niet want de bewoonde wereld kan alleen maar lopend bereikt worden.
Tussen dat hier en daar dook tot onze verrassing plots een school op. Na wat gegluur over en weer door een raam zijn wij het schoolplein maar opgegaan voor wat foto’s. Dat werd dus een echte sessie met keurig in uniform geklede leerlingen en trotse leerkrachten. Het acteren van kinderen is kennelijk universeel. Gegiechel, duwen e.d. kwamen zeer bekend voor. De klaslokalen waren niet zo universeel. Een bord, ouderwetse bankjes en enkel schriftjes waren slechts de middelen. Na het noteren van het adres voor de foto's bleef de school welgemoed achter en trokken wij in dezelfde moed verder.
Adres School
Shree BOM Chendra Kala
Primairy School
Kalika V.D.C. Ward no 9
Madi Bashi
Kaska District
Gandika Zone
Nepal
Stress kennen Nepali niet. Je loopt een paar uur rustig door en dan maak je weer een stop. Tegen 12 h. werd dus kamp gemaakt in de voortuin van een boerenhutje. Daar kregen we, naast ons ’s morgens uitgereikte dagrantsoen, soep en daarna thee terwijl de crew zich op de rijst stortte. Ook het dagrantsoen zou dagelijkse routine worden. Bij het ontbijt kregen wij elk een maal bestaande uit een ei, mars, koekjes, worst, kaas en vruchten mee. Hoezo afzien in de Himalaya.
Het boerenhutje werd zo te zien door Opa en Oma met hun zoon/dochter en wederhelft aangevuld met een kleinkind. Opa en Oma waren denkelijk in onze leeftijd maar leken wel tachtig door hun gerimpelde en gelooide huid. Opa zat met een stokje als gereedschap met z’n handen en voeten touw te slaan uit een soort gras. Na een uurtje vlijtig werken was het een echt touw waar de koe aan vastgebonden kon worden. Oma zorgde voor het kalf dat in het hutje naast de echtelijke sponde in de schaduw stond.
De (schoon)dochter zat in de nadagen van haar jeugdige schoonheid korreltje voor korreltje de maiskorrels van de kolf te scheiden met de kippen die er als de kippen bij waren. Het dochtertje van een jaar of drie was verlegen en teruggetrokken met zoveel rare witte langneuzen in haar buurt. Alleen toen zij een sinasappel kreeg veerde zij op en begon deze als een aapje te pellen. Al met al een inkijk in een bestaan dat wij allang niet meer hebben. Het lijkt relaxed maar het is denkelijk de schijn die bedriegt.
Na de pauze ging het verder door de bijna eindeloze rijstvelden. Op zich was het pad, bestaande uit glibberige dijkjes langs de velden, toch nog lastig. Uitglijden en één tot twee meter omlaag donderen is geen pretje zoals Ton al had ervaren bij het inlopen. De tocht eindigde op een mooie en relatief nette campingplaats aan de oever van de rivier. Bij het opzetten van het kamp was er even paniek toen Leny bij het opzetten van de tent zich met haar jeugdig enthousiasme op het dak stortte en zodoende de stokken vermeubelde. Gelukkig was er nog een reserve.
Daarna deed een bad en een wasje op een luwe plek in het koude water van de snelstromende rivier wonderen voor het warmgelopen lijf en de doorgezwete kleren.
Het lopen van de dag was geen probleem gegeven. Het dagritme van relatief korte dagen en lange nachten met een snel vallende duisternis was even wennen. Het avondmaal werd nog bij daglicht gemaakt maar tijdens het eten viel de nacht als een blok. Het dageinde was echter een aangenaam veel sterren diner met genoeglijk natafelen. Een setting die de hele reis is gebleven. Daarna was het slapen geblazen met de spanning wat nog zou komen in het hoofd.