De volgende morgen stond de expeditie vroeg voor de deur. Deze bestond uit een jeep voor ons, een truck voor de bagage, tenten en het eten, de chauffeurs, Sonam de kok en Kami als Cheddar. Een klein maar slagvaardig gezelschap. Kami kenden wij al sinds 1997 en Sonam had eerder voor Otto en Ton gekookt. De expeditie was uiteraard afwijkend van een Nepal trek. In Tibet zijn geen dragers maar gebeurd alles met yaks, jeeps en trucks.
De reis ging via Kodari, waar over de Friendship Bridge het door de Chinezen als provincie beschouwde Tibet in gereisd moet worden. Deze verliep ongeveer twee uren als een leuk vakantie tochtje door een mooi berglandschap. Het liep mis ongeveer waar de oude man in een wat vreemde houding in de berm lag te slapen. Niet vreemd als het verkeer totaal vaststaat omdat de Maoïsten op drie plaatsen bommen onder de enige weg naar Tibet hebben gelegd. Maar hij sliep de eeuwige slaap en niemand besteedde daar aandacht aan. Het is in Nepal niet anders dan in Nederland. Ook daar is de file belangrijker dan het ongeluk.
De politie en het leger waren in de controle posten wel duidelijk aanwezig maar bleven binnen hun kampementen. Daar hebben ze het al moeilijk genoeg want deze worden met regelmaat overvallen en uitgeroeid. De bevolking heeft weinig te vrezen voor zover ze als het riet met de wind meebuigt. De toeristen blijven buiten schot want niemand is zo dom om de kip met de gouden eieren te gaan slachten.
Uiteindelijk werd de blokkade vrijgegeven. Kennelijk omdat de stroom niet tegen te houden was en je als Maoïst ook niet ver komt als je de eigen bevolking opblaast. Daarmee was het nog niet over want telkens liep het verkeer vast vanwege knullige en chaotisch georganiseerde check points van leger/politie en door de moesson regens weggespoelde stukken weg. De staat van de weg is overigens het probleem van niemand, evenals de wrakken van verongelukte auto's die gewoon midden op de weg blijven staan terwijl het verkeer zich daar met uren vertraging omheen worstelt. Maar gezelligheid kent geen tijd en dus is zijn files een oppertunity voor het onderhouden van de sociale contacten en het uitbaten van eten en drinken. Uit het niets duikt de handel op en eigenlijk vermoed ik dat achter dit alles het MKB zit.
Kodari werd nog net op tijd gehaald. De grens met Tibet is maar van 10:00 h tot 17:00 h open, echter volgens Peking tijd en die wijkt meer dan 2 uur af van de plaatselijke tijd. De overgang is een chaotisch gebeuren. Je zou over de Friendship Bridge over de Bhote Kosi kunnen rijden maar dat is niet de bedoeling. Alles moet overgeladen worden in Chinese wagens en daarvoor over de brug gedragen worden. Die drager moeten dus even China in en dat gaat niet zomaar.
Dat gold ook voor ons. Eerst uitstempelen in Nepal aan de ene kant wat niet al te vlot gaat. Dan instempelen bij de Chinese soldaten aan de andere kant. Deze hebben kennelijk de opgave om principieel de deugdelijkheid van het visum te bestrijden. Dat is overigens niet zo moeilijk want het is een papierwinkel die nooit kan kloppen. Met enig gedoe, waaronder begrepen het opnemen van onze lichaamstemperatuur, kwamen wij over de grens. Maar wel met de boodschap om de andere dag na 10:00 h in Zhangmu te verschijnen om de puntjes op de i van importeren te zetten. Hoe de Chinezen de Olympische spelen van 2008 tot een goed einde willen brengen was ons een raadsel. De spelen zijn namelijk afgelopen tegen de tijd dat de deelnemers en kijkers door de douane zijn. Tenminste als de grensovergang van Nepal naar Tibet (lees China) maatgevend is.
Over de grens werden wij tevens verblijd met een Tibetaanse gids en een dito chauffeur. De gids sprak nauwelijk Engels en alles moest dus via het Tibetaans van Kami en Sonam verteld worden. veel vertellen deed hij echter niet. De chauffeur sprak ook geen Engels maar dat was niet nodig om met de witte handschoentjes aan zijn jeep te berijden als een steppenpaard.
De eerste kennismaking met de Friendship Highway naar Zhangmu op ca 2000 m was een ervaring. Deze is wel high met een klim van 1800 m naar ruim 3700 m. Het weg slaat echter op het feit dat de bestrating sowieso weg is, voor zover deze er al was, en dat op veel plaatsen de weg gewoon weg is. Wel is aardig dat het Chinese leger, bij gebrek aan oorlog, de weggespoelde weg weer staat op te scheppen en deze modder weer op de weg gooit. Zo blijf je leuk bezig zonder echt verder te komen. Dat deden wij wel en bereikten om 17.00 Nepal tijd Zhangmu.
Zhangmu is de naam voor een kronkelende lintbebouwing langs de highway over een hoogteverschil van zo'n 300m. Het kenmerk is dat je er uren over doet om er in te komen en uren over doet om er uit te komen. De verkeerschaos is onbeschrijfelijk maar dat is geen probleem voor de chauffeurs. Die stappen gewoon uit en gaan een kaartje leggen totdat door welke oorzaak dan ook weer verder gereden kan worden.
Intussen konden wij genieten van de moderne Chinese bouwstijl die zo warm aanvoelt als een ijspegel. Deze weerspiegelt zich in de mensen en dat maakte het grote verschil van de grensoversteek. Maar eerlijk is eerlijk het Lhasa bier vergoed veel want aan 20 eurocent per halve liter kan je geen dorst en geen slecht humeur overhouden. Verder smaakte het eten prima en dat hebben wij niet laten bederven door in de keuken te gaan kijken.
Het basic zijn van het Sherpa Hotel is moeilijk met een pen te beschrijven. De lakens waren het enige min of meer schone op de met meerdere bedden gestoffeerde vieze kamers, de hot shower was zoals verwacht koud en kwam rechtstreeks van het buiten van de berg neergutsende water. De slaap was echter, mede dankzij het Tibet Lhasa bier, van hoge kwaliteit en dan weet je van de prins geen kwaad meer.