Ook in Nha ging de zon stralend op maar de “Hash Potato Brown” was nog niet in mijn buik uitgewerkt zodat ik het “every where” toilet nog tweemaal met veel succes mocht bezoeken. Van het ontbijt kwam dus wat mij betreft weinig terecht en in combinatie met de verkoudheid voelde ik me een slappe dweil. Dit temeer omdat de “Khumba Kuch “ zich goed ontwikkelde, dat wil zeggen de absoluut droge hoest die ergens vanuit de onderkant van je longen uitbarst als je inspanning levert. Gelukkig was ik niet alleen want ook Hub had “Hash Potato Brown” gegeten en was na de Kala Pattar besmet geraakt met het Ton-virus. Het is toch een grote troost als je niet alleen kakt en blaft. Bij alle ongemak mag ik Leny niet vergeten. Het Ton-virus had haar, zoals gewoonlijk met haar verkoudheden, nauwelijks aangetast maar heel de weg worstelde ze al met de onwillige aanhechting. Dat openbaarde zich hoofdzakelijk s’nachts in rust, want juist dan begonnen haar zenuwenpijnen die ons getuigen maakten van vele met “au!” ,”au!”, gepaard gaande nachtelijke gymnastische oefeningen. Goed bezien was Otto na Na nog de enige echt gezonde onder ons, daarmee zijn jeugd bewijzende. Het afscheid uit Na viel dus niet moeilijk en de laatste indruk in het zonnetje was de beste. Bij het verlaten van het gat troffen we onze hoester van de afgelopen nacht aan terwijl hij vrolijk een sigaret stond te paffen. Het was dus gewoon een rokershoest en geen hoogteziekte.
Na een duik in de rivierbedding en een oversteek over een onooglijk bruggetje begon de niet te moeilijke klim naar Gokyo. Deze bestond in feite uit twee delen, namelijk het eerste tamelijk steile deel naar de stuwwal van de enorme gletsjer en het tweede vals platdeel langs de meren naar Gokyo. Stijl of vals plat, het maakte mij niet uit want ik liep als een natte dweil en voelde me ongewoon moe. De meren tussen de gletsjerwal en de bergen lagen er echter prachtig bij en het weer was, behalve de wat gure tegenwind, redelijk zonnig.
Toch kwamen we wat uitgewoond in Gokyo aan dat wondermooi aan het gelijknamige de voet van de Gokyo Ri kleur geeft. Leny moesten we zelfs de laatste honderd meter naar de lodge vooruit praten want ze was zo moe dat ze er bij wilde gaan zitten. De dragers hadden hun werk goed gedaan en plaats gevonden in het Gokyo Resort, een lodge die zijn faam waar maakte. De lodge bestond uit vier delen, een dining met een goede kachel en zonnecelverlichting, een keurig slaaphuis, een “green house” en een buiten-WC.Het “green house” was een warme verrassing in een arctische omgeving.
Heerlijk uitzakken, dutten achter glas in de zon en wat verzorgende bezigheden. Meer fut had ik niet, hoewel de korte klim naar de gletsjerwal best leuk zou zijn geweest vanwege het uitzicht op die ongelofelijk lange en brede stroom ijs.
Het avondeten was goed en werd afgesloten met overleg over de klim naar de Gokyo Ri de volgende dag. Hoewel Otto met het suggereren van vroege uren denkelijk nog gedachten had over het beleven van de zonsopgang op de Ri werd, mede door de richtinggevende opmerkingen van Nuri, besloten tot een ontbijt om 6.00 h. met aansluitend vertrek.