Nuri vraagt elke morgen zorgzaam “Goedgeslapen Sir?”. Dat is op deze hoogte en onder deze omstandigheden beslist geen overbodige vraag want je goed voelen is van veel meer belang dan thuis. Zonder je lichaam ben je nergens en je bent dan ook meer dan normaal gespitst op het functioneren daarvan bij jezelf en bij anderen. Het feit dat Hub er niet goed blijft uitzien baart dan ook zorgen. Zijn ogen zijn nog steeds dik en hij blijft klagen over “piën” in de nek.
We besluiten dat het beter is dat hij hier de komende nacht ook slaapt maar wel als dagtocht mee moet gaan naar Chukung en dan de volgende dag na moet komen. Hoewel aarzelend besluit Ton maar het zelfde te doen omdat hij zich geen 100% voelt vanwege slecht slapen en een goed ontwikkelde verkoudheid.
Zelf worstel ik na de gebruikelijke neusdoorblaasoefening met een flinke bloedneus als voorteken van een naderende verkoudheid. De Nasivin doet gelukkig zijn werk en afgezien van een met een bloedprop verstopte neus, niezen en tranende ogen heb ik niet echt last.
Als we om kwart voor negen vertrekken is het weer is prachtig. De weg is simpel dus we wandelen met de (bekende) theepauze in Bibre voorspoedig naar Chukung. Voor het middaguur komen bij het “Chukung Resort” aan. Het een redelijke lodge te zijn en gedriëlijk installererden wij ons daar. Na een gezamenlijke lunch scheiden onze wegen zich. Hub en Ton lopen terug naar het wat lager gelegen Dingboche en Leny, Otto en ik gaan nog voor een middagtripje op weg in de richting van het Island Peak B.C.
Nog steeds met mooi weer gaan wij rond één uur op weg voor een indrukwekkende route richting Base Camp Island Peak. Het is een gedenkwaardige tocht omdat we eerst de “Mont Blanc Hoogte” bereiken en later boven de 5000 m komen Voor mij is dat een bijzonder gebeuren want sinds mijn hoogteziekte op 4400 m ter hoogte van de Refuge Vallot bij het beklimmen van de Mont Blanc knaagt de twijfel over de “hoogtebestendigheid”. Nu blijkt dat bij een goede aanpak ook voor mij de hoogte geen probleem is en dat het gebeuren toen mede heeft samengehangen met de voor gidsen eigenlijk onverantwoordelijke snelle beklimming. Intussen is de lucht betrokken en wordt het koud en winderig met een beetje motsneeuw. We besluiten maar om terug te gaan en met Leny als tempomaker dalen we snel af naar Chukung. Als zij de bui ziet hangen is zij namelijk niet te houden.
De lodge is s`avonds behaaglijk en er ontwikkelen diverse gesprekken over “going up/down”. We praten wat met Engelse groep die de Island Peak willen gaan doen. Verder zien we een soort Jesusfiguur die in een lange jas met soldatenschoenen in trance een tinnetje water staat te verwarmen en daar wat zaadjes in doet. Het zal je kind maar wezen maar toch is hij tot hier gekomen. Verder blijkt een deel van een door ongenoegen uiteengevallen groep te zitten die doorlopend het gebeuren evalueert. Het lijkt mij geen pretje als ik nog terugdenk aan het gedonder bij de beklimming van de Mont Blanc.
Tussen de bedrijven door kopen we nog wat toiletpapier en eten en drinken wat. Bij de bestelling van het laatste krijgt Leny het idee om de lodge-uitbaatster met haar kinderen in de keuken te fotograferen. Dit is niet zo eenvoudig als het lijkt want veelal mag dat niet. De toestemming voor één foto komt echter, maar het kost twee foto’s door een misdruk. Het toestel is blijkbaar iets te eenvoudig in de bediening.
Natuurlijk gaan we weer met de kippen op stok. Omdat het ijskoud is en er geen dekens voorhanden zijn krijg ik het idee om het overlevingspak maar aan te trekken. Dit blijkt een goed idee want met een thermohemd als waterabsorber krijg ik het warm zonder een natte huid te krijgen.Ook bij de “pipi” is het heerlijk want het pak scheelt een jas in de kou. Het geluid is echter een nadeel want het plastic knispert in de stilte oorverdovend.